Meer tijd voor onderwijsverbetering

Op 7 juni 2016 heeft de Tweede Kamer de motie Van Meenen/Ypma aangenomen over het stellen van een maximum aan de lesgevende taak van docenten om zo de werkdruk onder leraren te verminderen en hen meer tijd te geven voor onderwijsverbetering. Regioplan onderzocht in opdracht van het ministerie van OCW hoe onderwijsprofessionals zelf denken over de verschillende mogelijkheden, zoals iets doen aan de onderwijstijd, meer docenten of onderwijsassistenten inzetten, een andere les- en klassenstructuur en/of het onderwijs anders inrichten. Via een digitaal platform en in groepsgesprekken bediscussieerden docenten en schoolleiders de voors en tegens en de effecten van de verschillende opties.

Monitor experiment flexibilisering onderwijstijd en 5-gelijkedagenmonitor

Sinds 2011 begeleidt en monitort Regioplan het experiment flexibele onderwijstijden en de 5-gelijkedagenmonitor. Zij doet dit in samenwerking met Leeuwendaal-VOS/ABB en Etuconsult, in opdracht van de ministeries van OCW en SZW. Op vrijdag 16 januari 2015 zijn de eindrapporten van de monitor over het experiment flexibele onderwijstijden, en de 5-gelijkedagenmonitor naar de Tweede Kamer verstuurd.

Monitor experiment flexibilisering onderwijstijd
Vanaf 1 augustus 2011 is een kleine groep basisscholen gestart met het experiment flexibele onderwijstijden. Dit betekent dat zij de mogelijkheid krijgen om onderwijs dat in de zomervakantie wordt gegeven mee te laten tellen als onderwijstijd en een groter aantal 4-daagse schoolweken mogen aanbieden dan nu wettelijk mogelijk is.
De belangrijkste conclusies over het experiment flexibele onderwijstijden zijn dat ouders, leerlingen en het onderwijspersoneel van de experimentscholen erg tevreden zijn over het zelf kunnen plannen van vrije dagen. Door flexibele onderwijstijden kunnen ouders het gezinsleven en hun werk beter op elkaar afstemmen. De Inspectie van het Onderwijs heeft de onderwijskwaliteit op de scholen die aan het experiment deelnamen onderzocht en constateert op de meeste van deze scholen een aantal tekortkomingen in de kwaliteit. Uit de eindrapportage wordt verder duidelijk dat flexibele onderwijstijd op verschillende manieren kan worden vormgegeven maar dat het altijd gepaard moet gaan met flexibilisering van het onderwijs en dat daar heel veel bij komt kijken.
Het rapport van de eerste en tweede meting vindt u hier, en de derde meting onderaan.

5-gelijkedagenmonitor
Het 5-gelijkedagenmodel is een schooltijdenmodel waarbij de 5 schooldagen even lang zijn en er een korte middagpauze is waarin alle leerlingen op school overblijven. In de eindrapportage van de 5-gelijkedagenmonitor blijkt dat ouders, schooldirecteuren en in iets mindere mate het onderwijspersoneel het 5-gelijkedagenmodel overwegend als positief beoordelen. Het meest positieve aspect van werken met het 5-gelijkedagenmodel is volgens schooldirecteuren dat het meer rust heeft gebracht in de school, tot meer tijd voor leerkrachten heeft geleid om na schooltijd nog dingen te doen op school en tot meer duidelijkheid voor ouders en kinderen. Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de ouders van mening is dat zij arbeid en zorg als gevolg van het 5-gelijkedagenmodel beter kunnen combineren. In het onderzoek blijkt echter niet dat ouders als gevolg van het 5-gelijkedagenmodel gemiddeld meer zijn gaan werken.
Het rapport van de eerste en tweede meting vindt u hier, en de derde meting onderaan.

Inventarisatie indeling schooltijden
In het laatste jaar van beide monitoren heeft Regioplan ook een brede enquête uitgezet onder schooldirecteuren en schoolbesturen om in kaart te brengen welke schooltijdenmodellen gehanteerd worden en in hoeverre er belangstelling bestaat voor alternatieve schooltijden.
Het rapport kunt u hieronder vinden.

Taakregistratie door CLB-medewerkers Instrumentontwikkeling en -toetsing

Het departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Overheid wil een instrument om het takenpakket van de Centra voor Leerlingbegeleiding (CLB’s) in kaart te brengen en het aandeel van de uitvoering van de verschillende taakonderdelen daarin. In het kader van de opdracht is het takenpakket van de CLB-medewerkers geïnventariseerd en is er een registratie-instrument ontwikkeld en getest op bruikbaarheid. Het onderzoek is uitgevoerd door Tempera, een Antwerps onderzoeksbureau, waar Regioplan regelmatig mee samenwerkt. Op basis van de expertise op het gebied van onderzoek naar tijdsbesteding en taakregistratie trad Regioplan in verschillende fasen van dit project op als adviseur van Tempera.

Tijdsbesteding leraren voortgezet onderwijs

Regioplan Beleidsonderzoek heeft gedurende ruim een jaar in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een grootschalig onderzoek uitgevoerd naar de tijdsbesteding van leraren in het voortgezet onderwijs. Het hoofddoel was in kaart te brengen hoe de tijdsbesteding van leraren eruitziet en hoe deze over lesgebonden taken en niet-lesgebonden taken is verdeeld. Verder werd verkend hoe de tijdsbesteding zich verhoudt tot aanverwante thema’s als het takenpakket van leraren, de ondersteuning die ze krijgen, werkdruk en werkplezier.

Onderwijstijd en lesuitval in het voortgezet onderwijs 2007-2008

Een vervolgonderzoek naar onderwijstijd en lesuitval onder 89 scholen en/of vestigingen voor voortgezet onderwijs. Er is een vergelijking gemaakt tussen het schooljaar 2007-2008 en het schooljaar 2006-2007. De resultaten van het onderzoek laten zien dat er een stijging van het aantal ingeroosterde lessen heeft plaatsgevonden en dat het percentage lessen dat uitvalt, is gedaald. Dit houdt echter nog niet in dat alle scholen voor voortgezet onderwijs de wettelijk voorgeschreven minimale onderwijstijd weten te realiseren. Met name in de onderbouw is de norm van 1040 uur nog altijd een probleem. Het rapport is aangeboden aan de commissie onderwijstijd en zal meegenomen worden in het advies.

Personele effecten onderwijstijd

De aangepaste urennorm heeft voor veel commotie in het voortgezet onderwijs gezorgd. De nieuwe normen die per 1 augustus 2006 zijn geïntroduceerd en waar sindsdien strenger op wordt toegezien, hebben tot veel ingrepen in lesroosters geleid. Scholen gaven aan hier niet voldoende voor bekostigd te worden, leerlingen klaagden over een weinig zinvolle opvulling van sommige lesuren en ook van het personeel kwamen er signalen dat er negatieve gevolgen werden ervaren. In opdracht van de CAO-tafel VO heeft Regioplan onderzocht hoe scholen aan de urennorm voldoen en wat de gevolgen van de urennorm zijn voor het personeel.

Lesuitval voortgezet onderwijs 2006/2007

Dit betreft een onderzoek onder 173 scholen en/of vestigingen voor voortgezet onderwijs naar onderwijstijd en lesuitval. De resultaten van het onderzoek laten zien dat nog lang niet alle scholen voor voortgezet onderwijs de wettelijk voorgeschreven minimale onderwijstijd weten te realiseren. Met name in de onderbouw wordt minder lesgegeven dan de norm voorschrijft, ondanks het feit dat de norm is aangepast naar 1040 uur.

Onderzoek naar de verzuimkengetallen 2005

Dit onderzoek laat zien dat het ziekteverzuim onder leraren vanaf 2001 tot en met 2005 gestaag daalt. De jaarlijkse metingen geven inzicht in het verzuimpercentage, het aantal verzuimmeldingen en de duur van de verzuimgevallen. Daarnaast wordt aangegeven welk deel van het afwezige personeel wordt vervangen. Een complete en uitgebreid tabellendeel verschaft inzicht in verschillen naar geslacht, leeftijd, functie, regio, schoolgrootte, denominatie en dergelijke.

Lesuitval voortgezet onderwijs 2005/2006

Dit betreft een onderzoek onder een kleine 100 scholen voor voortgezet onderwijs naar onderwijstijd en lesuitval. De resultaten van het onderzoek laten zien dat slechts zeer weinig scholen voor voortgezet onderwijs de wettelijk voorgeschreven minimale onderwijstijd weten te realiseren. Met name in de onderbouw wordt veel minder (bijna 20%) lesgegeven dan de norm voorschrijft.

Lesuitval voortgezet onderwijs 2004/2005

Dagelijks vallen er in het voortgezet onderwijs lessen uit, maar nooit eerder is op grote schaal onderzocht hoe vaak precies lessen uitvallen, om welke vakken het gaat, wat de reden is voor uitval enzovoorts. Regioplan heeft daarom in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een onderzoek verricht onder ruim 80 scholen voor voortgezet onderwijs. Gedurende het hele schooljaar 2004-2005 is van deze scholen de complete lesrooster- en afwezigheidsadministratie uitgezocht. Naast de totale uitval is daarom ook bekend waarom lessen uitvallen en is de uitval onder andere uitgesplitst naar leerjaar, vak, onderwijstype, dag van de week, maand en regio.