Kernwoord: Branches
Zelfregulering in de uitzendbranche; het onderscheidend vermogen van het SNA keurmerk
In het verleden zijn er cijfers gepubliceerd over overtredingen van de arbeidswetten door SNA-gecertificeerde en niet-gecertificeerde uitzendbureaus. Deze cijfers waren echter niet representatief voor de uitzendsector als geheel. In het kader van het verbeterpakket zelfregulering heeft het ministerie van SZW ons gevraagd om te analyseren of het op basis van beschikbare informatie over het keurmerk (boetes opgelegd door de inspectie SZW, resultaten inspecties ten behoeve van het keurmerk) mogelijk is om een representatieve uitspraak te doen over de naleving van de arbeidswetten voor de branche als geheel.
Gedetailleerde analyse van de secundaire databronnen heeft ons geleerd dat dit niet mogelijk is. Om deze vraag te beantwoorden, hebben wij het ministerie aangeraden een aselecte steekproef van gecertificeerde en niet-gecertificeerde uitzendbureaus te laten controleren door de Inspectie SZW of de randomised-responsemethode toe te passen.
Daarnaast is er een belevingsonderzoek gehouden onder stakeholders en zijn uitzendbureaus geënquêteerd. Hoewel het volgens de betrokken partijen nog te vroeg was om te effecten van de verbetermaatregelen vast te kunnen stellen, zijn de meeste partijen zich ervan bewust dat een keurmerk alleen niet voldoende is om alle malafide praktijken in het uitzendwezen te voorkomen.
Meer informatie?
U kunt contact opnemen met Hetty.
Monitor Matchen op Werk Jongeren
Toen tijdens de economische crisis de jeugdwerkloosheid opliep, is het kabinet gestart met de Aanpak Jeugdwerkloosheid. De voortzetting van deze aanpak in 2015-2016 had extra aandacht voor kwetsbare jongeren zonder startkwalificatie en/of met een uitkering. Vanuit de aanpak zetten UWV en gemeenten zich in om deze jongeren te matchen op werk.
Om kennisontwikkeling bij de betrokken partijen te kunnen faciliteren, was inzicht nodig in de ontwikkeling van de aanpak en de geleerde lessen vanuit de arbeidsmarktregio’s. Wij hebben daarvoor in opdracht van het ministerie van SZW twee maal de monitor Matchen op Werk Jongeren uitgevoerd, de eerste in juli 2016 en de tweede in mei 2017. Door middel van voorbeelden uit alle arbeidsmarktregio’s worden in de rapporten de ontwikkelingen van de aanpak in beeld gebracht.
Meer informatie
U kunt contact opnemen met Yannick.
Sekswerkers aan het woord: De sociale positie van sekswerkers in Nederland in 2014
Wat vinden sekswerkers van hun sociale positie? Specifieker: hoe kijken zij aan tegen hun arbeidsrelatie, gezondheid, inkomsten, rechten en plichten, maar ook de bejegening door officiële instanties? Wat zijn verbeterpunten voor de branche? En wat zijn hun plannen voor de toekomst? Wij vroegen het aan ruim 360 sekswerkers verspreid over stad en land, voor het overgrote deel in de vergunde sector. Het onderzoek is bedoeld om op een later moment de effecten van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp) in kaart te brengen.
Meer informatie?
Het onderzoek vond plaats in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
U kunt contact opnemen met Yannick.
Speelautomatenhallen
In opdracht van het College van toezicht op de kansspelen heeft Regioplan een onderzoek uitgevoerd naar de ontwikkeling van speelautomatenhallen in Nederland. Het onderzoek geeft inzicht in de omvang en de ontwikkeling van de speelautomatenhallen in kwantitatief en kwalitatief opzicht.
Even uitblazen. Eén jaar rookvrije horeca
Vanaf 1 juli 2008 mag er niet meer gerookt worden in de horeca. Werkgevers moeten in de horeca, net als in andere sectoren, ervoor zorgen dat het personeel kan werken zonder hinder van tabaksrook. De in- en uitvoering van dit beleid is in de horeca echter niet zonder slag of stoot verlopen: Minister Klink is bestookt met kamervragen, rechtszaken en schadeclaims. Of de onduidelijkheid, onrust en onvrede terecht is, werd door Regioplan onderzocht in de evaluatie van de invoering van de rookvrije horeca. Het onderzoek richtte zich o.a. op het beantwoorden van de volgende vragen:
- Wat zijn de gevolgen voor de volksgezondheid?
- Hoe wordt het verbod door horecaondernemers nageleefd?
- Wat zijn de economische effecten voor de horecaondernemer?
- Wat zijn de effecten op rookgedrag in het algemeen?
De resultaten zijn 1 december 2009 aan de Tweede kamer gepresenteerd.
Overige nalevingskosten gemeten
Regioplan heeft voor Actal een proefmeting uitgevoerd met de zogenaamde reductiepotentieelmethode om na te gaan of overige nalevingskosten van bestaande wetgeving te meten zijn. Overige nalevingskosten zijn kosten voor bedrijven door inhoudelijke verplichtingen uit wetgeving, die de bedrijven zouden besparen als de wet met die verplichtingen zou worden ingetrokken. Onze proefmeting maakt duidelijk dat, na het doorvoeren van een aantal aanpassingen in de methodiek, het goed mogelijk is om deze kosten te meten en aannemelijke reductievoorstellen te formuleren. Parallel aan onze meting heeft ook EIM een proefmeting uitgevoerd. Zij hebben een andere meetmethodiek gebruikt. Op basis van de resultaten uit beide proefmetingen heeft Actal de regering een geadviseerd om te starten met het meten van overige nalevingskosten en hierop ook een reductievoorstel te formuleren.
De economische betekenis van luchtvracht: huidig belang en kansen voor morgen
In opdracht van Schiphol Area Development Company (SADC) heeft Regioplan de directe en indirecte werkgelegenheidseffecten van luchtvracht onderzocht voor de regio, de logistieke sector en voor Nederland. Er is ook aandacht besteed aan de netwerkeffecten (bijvoorbeeld de relatie tussen luchtvracht en passagiersvervoer) en vestigingsplaatseffecten (welke bedrijven vestigingen zich vanwege de luchtvrachtfunctie rondom Schiphol?). Verder is er een aanzet opgesteld voor een toekomstige beleidsagenda om te waarborgen dat de potentie van luchtvracht voldoende wordt benut en is een SWOT-analyse verricht op de positie van de luchtvrachtactiviteiten. De potentie van luchtvracht blijkt groot, het is een snel en structureel groeiende economische activiteit.