Kernwoord: CAO
De één ziet CAO’s als het Nederlandse poldermodel avant la lettre. Voor de ander is een CAO te knellend en inflexibel. Daarom worden naast brancheregelingen ook ondernemings-CAO’s afgesloten, worden CAO-bepalingen ontdoken en is er discussie over het AVV-en ervan. Een bedreiging voor het CAO-fenomeen zijn de snel in aantal groeiende ZZP-ers. Wij kennen alle kanten van CAO’s maar ondersteunen ook bij het opstellen en evalueren ervan.
Effecten van aanbesteden van sociaal werk
Sociaal werk wordt – met name binnen de Wmo en Jeugdwet – vooral gefinancierd door gemeenten, via onder meer aanbestedingen, open house-procedures, (quasi-)inbesteden en subsidies. De cao-tafel wilde een zo objectief mogelijk beeld van de effecten van aanbesteden en van mogelijke aanknopingspunten om negatieve effecten te beperken en positieve effecten te versterken.
We zien dat aanbesteden zowel positieve als negatieve gevolgen heeft. Hoe het uitpakt voor werknemers en werkgevers hangt onder meer sterk samen met factoren zoals contractduur, nadruk op kostenbesparing, aandacht voor kwaliteit en sociale criteria, administratieve lasten en de mate van dialoog tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.
Uit ons onderzoek blijkt dat aanbesteden voor werknemers kan leiden tot onzekerheid over baanbehoud en arbeidsvoorwaarden, hogere werkdruk en extra administratieve lasten. Ook kan de continuïteit in de relatie met cliënten onder druk komen te staan. Dit kan gepaard gaan met stress en verhoogd ziekteverzuim.
Voor werkgevers kan aanbesteden zorgen voor onzekerheid over het behoud van opdrachten, financiële druk en organisatorische onrust. Deelname aan aanbestedingen vraagt tijd en geld. Wanneer opdrachten tegen (te) lage tarieven worden gegund, kan dat gevolgen hebben voor personeelsinzet en kwaliteit van dienstverlening.
Tegelijkertijd zien we ook positieve effecten. Aanbesteden kan bijdragen aan vernieuwing van dienstverlening, organisatiecultuur en management. Werkgevers krijgen de mogelijkheid om nieuwe opdrachten te verwerven en hun toegevoegde waarde te laten zien. Bij langlopende contracten ontstaat meer stabiliteit en continuïteit.
Bij wisseling van aanbieder kan sprake zijn van overgang van onderneming of overname van personeel. Dat kan zorgen voor behoud van werk en arbeidsvoorwaarden, maar ook voor onzekerheid door veranderingen in organisatiecultuur en werkwijze. In de praktijk blijkt het vaak complex om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van overgang van onderneming.
Methoden
Voor dit onderzoek hebben we een deskresearch uitgevoerd en relevante publicaties geanalyseerd. Daarnaast hebben we gesprekken gevoerd met vier experts op het gebied van aanbesteden in het sociaal werk en het concept-rapport besproken met een klankbordgroep van de cao-tafel.
Onze aanbevelingen
In het onderzoek worden verschillende mogelijkheden genoemd om negatieve effecten te beperken. Denk aan langere contracten, meer ruimte voor dialoog, het opnemen van sociale criteria, passende budgetten, evaluaties en goede samenwerking tussen opdrachtgevers, aanbieders en vakbonden. Ook worden acties genoemd voor de cao-tafel en voor vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, bijvoorbeeld rond de formulering van cao-bepalingen over overgang van onderneming.
Loopbaanbeleid Gemeenten
Hoe geven Nederlandse gemeenten vorm aan het loopbaanbeleid voor hun medewerkers? Wat bieden ze aan wat betreft opleidingen, loopbaangesprekken en andere ontwikkelmogelijkheden? Waar liggen de knelpunten en wat zijn de voorziene ontwikkelingen? Dit en meer vroegen we in een enquête aan gemeenten voor het A&O-fonds Gemeenten.
We hebben voor het A&O-fonds Gemeenten een enquête uitgezet onder alle Nederlandse gemeenten over hun loopbaanbeleid. We vroegen onder andere naar de mate waarin er sprake is van maatwerk en naar de wijze van organiseren. Naar aanleiding van de uitkomsten schreven we een notitie en organiseerden we een brainstorm voor het A&O-fonds. Met de uitkomsten kan het A&O-fonds nu aan de slag om gemeenten het juiste aanbod aan instrumenten en ondersteuning te bieden op het gebied van loopbaanbeleid.
Meer weten?
Neem contact op met Yannick Bleeker.
Evaluatie subsidieregeling A+O fonds Rijk
In het Arbeidsmarkt- en Opleidingsfonds van het Rijk (A+O fonds Rijk) werken de vakbonden en de werkgever Rijk samen. Het fonds wordt grotendeels gefinancierd vanuit een op cao-afspraken gebaseerde subsidie, die wordt verstrekt voor het uitvoeren van activiteiten of het subsidiëren van projecten ten behoeve van het stimuleren van arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsactiviteiten. De subsidierelatie dient ten minste eens in de vijf jaar geëvalueerd te worden op doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk (Awb art. 4:24). Op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningrijkrelaties (BZK) heeft Regioplan de doeltreffendheid en doelmatigheid van de subsidie over de periode 2011-2015 onderzocht.
ESPN Flash Report: Challenges for the Dutch polder model
As national experts in the European Social Policy Network (ESPN), Regioplan has published a short report on developments regarding the Dutch ‘polder model’. This report was published on the website of the European Commission.
The traditional Dutch “polder model” stands for consensus-oriented consultation between the social partners, but is losing impact due to the increasing flexibility of work and the trade unions’ declining level of organisation. The model’s downfall is particularly visible in current debates on the duration of unemployment benefits as well as the number of recent strike announcements.
Effecten van algemeen verbindendverklaring
Wat zijn de effecten van het algemeen verbindendverklaren (avv)? Een motie van Tweede Kamerleden Van Weijenberg en Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (4-12-2013) riep de regering op om onderzoek te doen naar het algemeen verbindendverklaren. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vroeg ons dit onderzoek uit te voeren.
De aanleiding voor het indienen van de motie was drieledig. Ten eerste de notie dat meer ruimte voor maatwerk in tijden van crisis goed kan zijn voor de werkgelegenheid, ten tweede de opvatting dat algemeen verbindendverklaren een zwaar instrument is en ten derde dat modernisering van het avv-beleid het draagvlak voor algemeen verbindendverklaren zou kunnen vergroten. In het onderzoek is nagegaan in hoeverre mogelijke positieve en negatieve effecten van avv aan de orde zijn.
De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat het avv-instrument, gegeven het huidige stelsel, naar behoren functioneert en dat er geen reden is tot fundamentele wijzigingen. Deze uitkomst en de hierop ontvangen reacties vormden geen aanleiding voor het kabinet om het avv-instrument of -beleid te wijzigen.
Meer informatie
U kunt contact opnemen met Jos.
Evaluatie persoonlijk ontwikkelbudget provincie Noord-Holland
Tot 2014 konden medewerkers van de provincie Noord-Holland gebruik maken van een persoonlijk ontwikkelbudget ten behoeve van hun loopbaanontwikkeling. Dit naast het reguliere opleidingsbudget voor functiegerichte opleidingen. Regioplan heeft het gebruik van de regeling in kaart gebracht evenals het oordeel van de medewerkers over de regeling.
Wajongers in de Metalektro
Binnen de Metalektro zijn afspraken gemaakt om een project te starten om Wajongers binnen de sector op te leiden en te begeleiden. Regioplan heeft eind 2012 de sector geadviseerd over de invulling van dit project. Voor het advies heeft Regioplan een beperkt onderzoek onder werkgevers en opleidings- en re-integratie-experts uitgevoerd. Op basis van het onderzoek en op basis van de expertise van Regioplan op dit terrein, hebben we een globaal plan van aanpak gemaakt voor het plaatsen van Wajongers in de sector. We hebben A+O Metalektro geadviseerd dit plan van aanpak in een beperkte pilot uit te voeren. Het bestuur van A+O Metalektro heeft het advies en plan van aanpak grotendeels overgenomen.
Evaluatie onderzoek gewijzigde Arbeidstijdenwet (2007)
In Nederland zijn de regels over arbeids- en rusttijden vastgelegd in de Arbeidstijdenwet (ATW). In het kader van het Actieprogramma vereenvoudiging SZW-regelgeving is op 1 april 2007 de gewijzigde ATW van kracht geworden. Bij de behandeling van de wetswijzing is vastgelegd dat de effecten van deze wijzigingen een aantal jaar na dato geëvalueerd zouden worden.
In opdracht van en in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Regioplan in 2011 onderzoek gedaan naar de wijziging van de Arbeidstijdenwet van 2007.
De doelstelling van de Arbeidstijdenwet is tweeledig. Ten eerste beoogt de wet de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemer te beschermen door het stellen van minimumvoorschriften voor arbeids- en rusttijden. Ten tweede is het een uitgangspunt om de combinatie van werk en privé vergemakkelijken.
Tijdens het onderzoek is gekeken naar gevolgen van de wetswijziging op verschillende niveaus, zoals dat van collectieve arbeidsovereenkomsten en bedrijfsregelingen. Gezien de vele factoren die van invloed zijn op de uiteindelijke vormgeving van (regels rondom) arbeids- en rusttijden binnen bedrijven, is gekozen voor een overwegend kwalitatieve onderzoeksbenadering. Er zijn persoonlijke interviews gehouden met direct betrokken partijen: werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers, cao partijen en arbeidstijdenexperts. Er zijn met name cao’s en bedrijven onderzocht waarbij arbeids- en rusttijden een belangrijk onderwerp zijn en waar naar verwachting veranderingen hebben plaatsgevonden naar aanleiding van de wetswijziging.
In april 2012 is het rapport aangeboden aan de Tweede Kamer. De kabinetsreactie is hier te vinden.
Analyse deelname loopbaantraject Bouw & Infra
In de CAO Bouw 2005 is geregeld dat iedere werknemer elke vijf jaar recht heeft op een loopbaanadvies, het zogenaamde Loopbaantraject Bouw en Infra. In het onderzoek in opdracht van CINOP is zowel kwalitatief als kwantitatief gezocht naar mogelijke verklaringen voor het achterblijven van de deelname van werknemers uit de sector Grond- Weg en Waterbouw en Infra.
Het rapport is niet openbaar.
Aanpassingsvermogen van organisaties aan veranderende marktomstandigheden. De rol van dispensatie en andere aanpassingsmogelijkheden.
Ondernemers moeten continu reageren op veranderingen in hun omgeving: het stijgen van de grondstofprijzen, veranderende voorkeuren van consumenten, collectieve loonstijgingen, fusies, overnames, toenemende buitenlandse concurrentie et cetera. De reacties van ondernemers op deze marktveranderingen kunnen verschillen. Uit eerdere onderzoeken van o.a. Regioplan blijkt dat weinig gebruik wordt gemaakt van dispensatiemogelijkheden. Het ministerie van Economische Zaken wilde derhalve uitgezocht hebben hoe ondernemingen reageren op marktveranderingen en of deze reacties samenhangen met het geringe gebruik van de mogelijkheid tot dispensatie. Zoeken ondernemers vooral de oplossing in prijsaanpassingen of kijken ze eerder naar volumeaanpassingen? En hoe verhouden deze aanpassingen zich tot de cao? Om antwoord op deze vragen te kunnen geven, heeft Regioplan Beleidsonderzoek ruim vijfhonderd organisaties met een bedrijfstak-cao geïnterviewd die in de periode 2002-2007 met veranderende marktomstandigheden geconfronteerd zijn geweest. De resultaten van dit onderzoek zijn niet openbaar.