Kernwoord: Casusregie
Resultaat & Effectmeting Hulplandschap Seksueel Geweld
Zes landelijke partners hebben een nieuwe gezamenlijke werkwijze ontwikkeld om slachtoffers van seksueel geweld effectiever te ondersteunen. In opdracht van het WODC voert Regioplan samen met NSCR een resultaat- en effectmeting uit om deze nieuwe werkwijze, die vanaf september 2025 wordt getest in Oost-Brabant en Den Haag, te evalueren.
Veel slachtoffers van seksueel geweld hebben moeite om hun weg te vinden naar passende ondersteuning, mede vanwege een versnippering in het hulpaanbod. Zes landelijke partners (Centrum Seksueel Geweld, Veilig Thuis, Slachtoffer Hulp Nederland, Perspectief Herstelbemiddeling, het Openbaar Ministerie en de politie) hebben daarom een gezamenlijke werkwijze ontwikkeld. In deze werkwijze staan een zorgvuldig eerste contact, multidisciplinaire triage en regie per casus centraal. De aanpak moet niet alleen de kwaliteit van de hulp en de ervaringen van slachtoffers verbeteren, maar ook zorgen voor betere samenwerking tussen professionals. Twee pilotregio’s zijn inmiddels gestart met deze nieuwe werkwijze: Den Haag en Oost-Brabant.
In opdracht van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid) voert Regioplan samen met NSCR (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving) een resultaat- en effectmeting uit. We willen zicht krijgen op de resultaten van de nieuwe werkwijze in de ervaringen van slachtoffers en professionals. Daarnaast brengen we de werkzame mechnismen van de nieuwe werkwijze in kaart. Dat doen we aan de hand van vijf stappen:
- Stap 1: Vaststellen van de Theory of Change en indicatoren voor het meten van de resultaten en effecten. Hierdoor krijgen we zicht op de doelen en werkzame mechanismen van de nieuwe werkwijze.
- Stap 2: Verzamelen van data bij alle betrokkenen. We observeren de multidisciplinaire overleggen waarbij triage plaatsvindt en we voeren interviews met slachtoffers en professionals over hun ervaringen met de nieuwe werkwijze.
- Stap 3: We bespreken de voorlopige resultaten met de begeleidingscommissie.
- Stap 4: We analyseren de verzamelde data – eerst voor beide regio’s apart, en vervolgens kijken we naar verschillen en overeenkomsten. In een duidingssessie met professionals bespreken en verdiepen we de opgehaalde inzichten.
- Stap 5: De bevindingen van het onderzoek worden in een rapportage beschreven.
Parallel aan ons onderzoek voert PwC een uitvoerbaarheidstoets van de nieuwe werkwijze uit. Tijdens het project werken we daarom nauw samen en wisselen inzichten uit.
Intensieve regie op complexe casuïstiek werkt!
Complexe casuïstiek vraagt om een intensieve vorm van regie. Op Goeree-Overflakkee werkt het lokale team al langere tijd met intensieve casusregie (ICR) in het helpen van gezinnen waar huiselijk geweld speelt. Ons onderzoek laat zien dat dat werkt en legt de werkzame mechanismen bloot.
In complexe casuïstiek komt problematiek bij elkaar op verschillende leefdomeinen en bij verschillende betrokkenen (gezinsleden, (ex-)partners, familieleden). Die problematiek beïnvloedt ook de relatie tussen deze betrokkenen. Effectief hulp verlenen in dergelijke casuïstiek vraagt om intensieve regie op de casus, zodat alle problemen in samenhang worden aangepakt en verschillende lijnen van hulp en interventie op elkaar afgestemd worden en blijven.
De gemeente Goeree-Overflakkee werkt inmiddels ruim twee jaar met intensief casusregisseurs op complexe huiselijk geweldcasussen. De casusregisseurs zijn werkzaam binnen de lokale toegang tot zorg en ondersteuning. Zij zijn intensief en langdurig betrokken. Ons onderzoek laat zien dat deze aanpak werkt.
Drie mechanismen
De effectiviteit van de aanpak wordt bepaald door drie mechanismen:
1. de houding van de ICR, die meerstemmig werkt richting gezin en ketenpartners;
2. de intensieve werkwijze van holistisch en systemisch analyseren;
3. de positionering van de ICR als centrale regisseur op de casus, langdurig betrokken en spin in het web van de hulpverlening.
ICR leidt ertoe dat de directbetrokkenen gemotiveerd zijn voor hulp, dat die hulp aansluit bij wat ze nodig hebben, en dat de hulp doorloopt zo lang als nodig is. Dat leidt uiteindelijk tot het waargenomen effect: de zeer beperkte terugval in casussen die ICR’s hebben afgesloten en de vorderingen in het doorbreken van patronen in casussen die nog niet afgesloten zijn.
Randvoorwaarden
Die mechanismen werken niet vanzelf, maar vereisen onder andere:
– voldoende tijd om tot opbouw van een volledige caseload te komen;
– de mogelijkheid voor ICR’s om hun tijd flexibel in te delen, afhankelijk van wat een casus vraagt;
– de ruimte om buiten staande structuren te werken en de inzet van zowel ICR’s als management om dat daadwerkelijk mogelijk te maken;
– de juiste kennis, vaardigheden en ervaring bij de uitvoerders van ICR;
– een duidelijke en stevige positionering;
– een duidelijk belegde verantwoordelijkheid voor implementatie.
Intensieve regie op complexe casuïstiek vanuit lokale teams sluit aan bij wat het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming van lokale teams zal gaan vragen, waar ook het Kwaliteitskader Werken aan veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten op aangepast zal worden. Dit onderzoek bevat dan ook belangrijke en bruikbare lessen voor de ontwikkeling van de lokale aanpak van onveiligheid in gezinnen in de nabije toekomst.