Beleidsevaluatie Voedselagenda

Met de Voedselagenda streeft het ministerie van LNV, in samenwerking met verschillende partners, naar een meer duurzame en gezonde voedselconsumptie en -productie. Dat is van belang in het licht van grote maatschappelijke opgaven rondom ecologische houdbaarheid, volksgezondheid en robuustheid van het voedselsysteem.

In de periode 2016 – 2020 heeft het ministerie van LNV, in samenwerking met het ministerie van VWS en andere partners, uitvoering gegeven aan de Voedselagenda. Binnen de Voedselagenda zijn verschillende activiteiten uitgevoerd gericht op voedseleducatie (Jong Leren Eten), het stimuleren van transparantie in de voedselketen en kennis & innovatie. Wij evalueren voor LNV de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Voedselagenda en zetten lessen op een rij voor de doorontwikkeling van de Voedselagenda. Hiervoor gebruiken we Realistisch Evalueren als kapstok, zodat we aan de hand van het al dan niet optreden van werkzame mechanismen in de praktijk uitspraken kunnen doen over de mate van doeltreffendheid van het integrale voedselbeleid.

Voor de evaluatie voeren we een documentstudie uit, houden we interviews en reflectiesessies. Eind februari 2022 ronden we de evaluatie af en leveren we het eindrapport op.

Evaluatie Voedingscentrum

Het Voedingscentrum informeert consumenten over duurzame voeding en voedselverspilling en stimuleert duurzame voedselconsumptie. Hiervoor ontvangt het Voedingscentrum een subsidie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Wij onderzochten de doeltreffendheid en doelmatigheid van de activiteiten en tools die het Voedingscentrum inzet. Dragen de activiteiten eraan bij dat consumenten minder voedsel verspillen en een duurzamer dieet volgen? Tevens brachten we in kaart of en hoe een meer doeltreffende en doelmatige inzet van de beschikbare middelen van het ministerie mogelijk is. Het onderzoek wordt uitgevoerd over de periode 2013-2018.

Grote output en groot bereik

Uit de evaluatie komt naar voren dat het Voedingscentrum met relatief beperkte budgetten een relatief grote output bewerkstelligt en het de thema’s duurzaamheid en gezondheid goed aan elkaar weet te verbinden. Samenwerkingspartners en experts zijn overwegend positief over de samenwerking en over de wijze waarop het Voedingscentrum activiteiten uitzet. De doeltreffendheid van de activiteiten van het Voedingscentrum zijn moeilijk vast te stellen. Toch wordt de werkzaamheid van de activiteiten ondersteund door diverse bevindingen. Het betreft bijvoorbeeld het grote bereik van de activiteiten onder consumenten en de landelijke daling in voedselverspilling. Ook de uitkomsten van de enquête onder consumenten die in deze evaluatie is uitgezet laten zien dat consumenten die bekend zijn met het Voedingscentrum meer kennis en handelingsperspectieven lijken te hebben ten aanzien van duurzaam voedsel dan consumenten die het Voedingscentrum niet kennen, al zijn de verschillen klein te noemen en kunnen we geen uitspraken doen over causaliteit.

Aandachtspunten

De volgende aandachtspunten komen naar voren

  • Sommige doelgroepen, zoals laagopgeleiden, blijven lastig te bereiken. Dit komt mogelijk doordat de inzet onvoldoende op specifieke, gedefinieerde doelgroepen wordt gericht.
  • Het Voedingscentrum zou nog meer kunnen doen om te komen tot duurzame voedselkeuzes bij de consument door onder meer te kijken naar het vergroten van vaardigheden en door gedragsverandering te ondersteunen. Deze aspecten zijn lastiger te beïnvloeden, maar wel cruciaal volgens experts.
  • Voor partners en consumenten lijkt de focus van het Voedingscentrum als eerste te liggen op gezondheid, dan voedselverspilling en als laatste duurzaamheid. Onderliggend hieraan is het hogere budget van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het gebrek aan helderheid over het begrip ‘duurzaam voedsel’.

Reactie minister van LNV

De minister van LNV onderschrijft de conclusies en neemt de aanbevelingen van de evaluatie over. De rol van het Voedingscentrum zal worden gehandhaafd en het Voedingscentrum zal betrokken worden in de verdere afbakening en definiëring van wat bedoeld wordt met ‘duurzaam voedsel’. Er zal bekeken worden of er meer ruimte is voor de toetsing van de effectiviteit van tools en campagnes.

Meer informatie?
Neem contact op met Miranda.

Lees ook de kamerbrief voor de volledige reactie van de minister.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.