Kennissynthese Kansrijke Start

In 2018 startte het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) het actieprogramma Kansrijke Start, met als missie om zoveel mogelijk kinderen een gezonde en veilige start in het leven te bieden. In 2022 kreeg het programma een vervolg met Kansrijke Start 2022-2025 Sterke ouders, gezonde kinderen.

Het actieprogramma zet in op extra ondersteuning voor gezinnen in kwetsbare omstandigheden, met als essentieel onderdeel een goede samenwerking tussen het medische en het sociale domein en de publieke gezondheidszorg. De ambitie is dat de aanpak in elke gemeente structureel vorm krijgt, via coalities Kansrijke Start, zodat door adequate ketensamenwerking en de inzet van werkzame interventies (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie tijdig passende zorg en ondersteuning ontvangen. Het uiteindelijke doel is dat zo veel mogelijk kinderen een kansrijke start krijgen.

Zeven jaar na het begin van het actieprogramma is nu de balans opgemaakt. In opdracht van het ministerie van VWS voerde Regioplan een kennissynthese Kansrijke Start uit. Deze analyse is bedoeld om inzicht te geven in de mate in hoeverre de ambities, doelstellingen en beoogde effecten van het programma zijn behaald. Waar staat het programma anno 2025? En welke lessen zijn er te trekken voor een toekomstbestendige aanpak na 2025?

Uit het onderzoek volgt dat Kansrijke Start breed is omarmd, maar dat de implementatie nog ongelijkmatig is: zo heeft 87% van de gemeenten een lokale of regionale coalitie Kansrijke Start. Bij een deel van de gemeenten ontbreekt echter nog een plan van aanpak. Daarnaast is vroegsignalering van kwetsbare situaties cruciaal, maar nog niet structureel geborgd. Tot slot betekent de overgang van Kansrijke Start van landelijk actieprogramma naar beleidsthema in 2026 dat gemeenten, regio’s en lokale netwerken meer verantwoordelijkheid moeten nemen. Het rapport benadrukt het belang van duurzame financiering, monitoring en leerinfrastructuur om dit te ondersteunen.

Meer weten over het onderzoek? Lees dan hier het eindrapport!

Periodieke rapportage tegemoetkoming ouders

Ouders en verzorgers ontvangen financiële tegemoetkomingen voor de kosten voor de verzorging en opvoeding van kinderen. Vanuit de rijksoverheid gaat het om de kinderbijslag, het kindgebonden budget en de kinderbijslagvoorziening BES. In een periodieke rapportage evalueerden we hoe doeltreffend en doelmatig deze regelingen zijn over de periode 2018-2023. In het onderzoek is gekeken naar het bereik van de regelingen, de uitvoering en naar de vraag in hoeverre de uitkomsten passen bij de beleidsdoelen: het verkleinen van bestedingsverschillen, het waarborgen van een bestaansminimum en het ondersteunen van ontwikkel- en ontplooiingsmogelijkheden van kinderen.

Algemene ontwikkelingen
In de periode 2018–2023 zijn de uitgaven aan de kindregelingen toegenomen. De totale uitgaven binnen het begrotingsartikel Tegemoetkoming ouders stegen van 5,5 miljard euro in 2018 naar 8,2 miljard euro in 2023. Na 2023 is de beweging richting hogere ondersteuning doorgezet, onder meer door latere beleidswijzigingen en aanvullende maatregelen.

Bereik, niet-gebruik en uitvoering
Over het algemeen bereiken de regelingen een groot deel van de doelgroep. Het niet-gebruik is zeer beperkt bij de kinderbijslag en relatief laag bij het kindgebonden budget. Voor de kinderbijslagvoorziening BES is het beeld over bereik en niet-gebruik minder scherp door beperktere informatie.
De uitvoering van de kinderbijslag en het kindgebonden budget verloopt in de kern stabiel en grotendeels geautomatiseerd. Tegelijkertijd zorgen de dubbele kinderbijslag en gezinsbijslagen met een internationale component voor een groot beslag op de uitvoeringscapaciteit die niet in verhouding staan tot de omvang van de doelgroep. Bij het kindgebonden budget speelt daarnaast dat het werkt met (wijzigingen in) inkomensgegevens, wat gerichte ondersteuning mogelijk maakt maar ook kan leiden tot nabetalingen en terugvorderingen. Voor Caribisch Nederland geldt dat er minder consistente informatie beschikbaar is over knelpunten, kosten en (oneigenlijk) gebruik, wat sturing op uitvoering en effecten lastiger maakt.

Bestedingsverschillen en aansluiting bij beleidsdoelen
De combinatie van kinderbijslag en kindgebonden budget dempt bestedingsverschillen tussen huishoudens met en zonder kinderen en versterkt het besteedbaar inkomen van gezinnen. De inkomensafhankelijke ondersteuning is daarbij het meest gericht op lagere inkomens en sluit daarmee aan bij het doel om bestaanszekerheid te versterken. Tegelijk kan diezelfde inkomensafhankelijkheid spanning geven met het doel van voorspelbaarheid, doordat inkomensschommelingen kunnen doorwerken in het uiteindelijke recht en zo onzekerheid in het besteedbaar inkomen kunnen veroorzaken. In Caribisch Nederland is het lastiger om de aansluiting bij beleidsdoelen scherp te beoordelen door de beperktere informatiebasis.

Beleidsopties ter verbetering
Het opnemen van een beleidsoptie die gepaard gaat met een besparing van 20 procent op de budgettaire grondslag is een vast onderdeel van een periodieke rapportage. Om tot een verbetering in doeltreffendheid en doelmatigheid te komen, hebben we een aantal knoppen om aan te draaien op een rij gezet:

  • Verlaag de kinderbijslag om het inkomensonafhankelijke deel van de ondersteuning te beperken. Dit vraagt om een expliciete afweging over compensatie voor lage inkomens via gerichtere ondersteuning.
  • Verlaag het kindgebonden budget gericht door bedragen voor tweede en volgende kinderen te herijken, of door de inkomensgrens te verlagen, het afbouwpercentage te verhogen of de vermogensgrens te verlagen. Een generieke verlaging raakt lage inkomens relatief hard.
  • Herijk de ondersteuning voor alleenstaande ouders om de totale ondersteuning beter te laten aansluiten bij de beoogde kostendekkendheid. Dit vraagt om zorgvuldige beoordeling van armoede- en koopkrachteffecten.
  • Schaf de dubbele kinderbijslag om onderwijsredenen af om complexiteit te verminderen en de verhouding tussen uitvoeringslasten en doelgroep te verbeteren; financiering kan dan via andere routes worden ingericht.

Kinderrechtenanalyse UNICEF Nederland

UNICEF is ’s werelds grootste kinderrechtenorganisatie en zet zich ook in Nederland in voor een betere toekomst van ieder kind. Voor UNICEF Nederland voeren wij de komende maanden een kinderrechtenanalyse uit.

UNICEF Nederland wil graag zicht op belangrijke strategische thema’s wat betreft ongelijkheid en kwetsbaarheden van kinderen en jongeren in Nederland. Wij voeren daarom in de periode januari – april 2022 een kinderrechtenanalyse uit, waarin we op basis van een documentstudie en interviews thema’s addreseren waar kinderrechten in Nederland in het geding zijn. De analyse moet ook leiden tot zicht op witte vlekken, knelpunten en kansen voor de inclusie en ontwikkeling van kinderen in Nederland.