Versnelling in het Thuiszitterspact

“Wij verbinden ons aan de ambitie dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg.” Zo luidt de eerste afspraak in het Thuiszitterspact dat de ministeries van OCW, VWS en J&V, de PO-Raad, de VO-Raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 2016 met elkaar hebben gesloten. Ze werken hierbij samen met Ingrado, Gedragswerk, LECSO, Netwerk LPO, NJI, Ouders & Onderwijs en de sectorraad swv VO in het thuiszittersoverleg. Samen stimuleren en ondersteunen ze gemeenten en samenwerkingsverbanden bij het opstellen van een sluitende (regionale) aanpak van thuiszitters.

Ondanks alle inspanningen van lokale, regionale en landelijke organisaties blijft het landelijke aantal thuiszitters toenemen. Reden voor de partners van het Thuiszitterspact om hun ondersteuning te verbeteren en hun aanpak te versnellen. Hiervoor wensen zij meer zicht op het verhaal achter de cijfers: voor hoeveel thuiszitters ligt er binnen drie maanden een aanbod van onderwijs en/of zorg? Wat maakt dat het wel of niet lukt om een passend aanbod te creëren?

Wij zijn door het Steunpunt Passend Onderwijs gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. Daarvoor is middels een digitale enquête informatie opgehaald uit de regio’s, met vervolgens een kwalitatieve verdieping via groepsgesprekken, interviews een interactieve bijeenkomst.

Meer informatie?
Neem contact op met Jos.

Methodische Aanpak Schoolverzuim

Nog geen 18 jaar en wegblijven van school? Dan is de kans groot dat een minderjarige te maken krijgt met de leerplichtambtenaar. Hoe gaat de leerplichtambtenaar het beste te werk en hoe borg je dat overal een vergelijkbare werkwijze wordt gevolgd? De voornaamste partners in de verzuimketen, te weten het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming, Stichting HALT en de branchevereniging leerplichtambtenaren en RMC (Ingrado) stelden zichzelf deze vragen. Ze vroegen ons een Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) te ontwikkelen, met meer aandacht voor tijdige inzet van passende hulp en minder systematische inzet op een strafrechtelijke aanpak van verzuim.

Collega Jos Lubberman heeft het ontwikkelingstraject in opdracht van Ingrado begeleid. In intensieve werksessies met leerplichtambtenaren en partners in de schoolverzuimketen is gewerkt aan een breed gedragen aanpak. Samen met collega Maartje Timmermans is tevens een signaleringsinstrument ontwikkeld dat leerplichtambtenaren helpt bij het kiezen van de gewenste ‘route’ binnen de methodische aanpak. Dit instrument maakt integraal deel uit van de aanpak. De MAS is in maart 2017 gelanceerd en wordt sindsdien blijvend gemonitord.

Meer informatie?
Neem contact op met Jos.

Evaluatie inzet onderwijs(zorg)consulenten

Onderwijs(zorg)consulenten kunnen worden ingezet bij problematiek rond plaatsing, schorsing of verwijdering van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, of bij vraagstukken rond organisatie en bekostiging van onderwijszorgarrangementen. De consulenten ondersteunen en adviseren partijen zoals scholen en ouders om tot een goede invulling van onderwijs(ondersteuning) en zorg voor een kind in schooltijd te komen. Bureau Onderwijsconsulenten ontvangt hiervoor subsidie van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS). OCW en VWS hebben ons gevraagd een evaluatieonderzoek uit te voeren naar de inzet van onderwijs(zorg)consulenten in de subsidieperiode 2014 tot 2018, om handvatten aan te reiken voor de organisatie van onderwijs(zorg)consulenten in de nieuwe projectsubsidie.

Het onderzoek had tot doel om inzicht te krijgen in de werkwijze van onderwijs(zorg)consulenten en het ondersteunend bureau, de kwalitatieve resultaten van hun inzet en eventuele verbetermogelijkheden op landelijk en lokaal niveau. De afgelopen drie schooljaren is steeds vaker een beroep gedaan op de hulp van onderwijs(zorg)consulenten. In het onderzoek hebben we tevens gekeken naar de oorzaken van deze stijging. Benieuwd naar onze bevindingen? Download het rapport hieronder.

Evaluatie ESB-regeling

De ESB-regeling is een subsidieregeling voor jongeren met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen. De regeling geeft jongeren toegang tot een traject waarin scholing en arbeidstoeleiding worden gecombineerd. De uitvoering van de trajecten is in handen van vier scholingsinstellingen die samenwerken onder REA College Nederland en EEGA.

Uit de evaluatie bleek dat de ESB-scholingsinstellingen goede resultaten behalen bij scholing en begeleiding van de doelgroep naar werk. Wel is het bereik van de regeling beperkt. Deelnemers aan de regeling komen doorgaans uit de omgeving van de scholingsinstelling. In de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland maken vrijwel geen jongeren gebruik van de regeling.

Deze conclusie was de aanleiding voor een vervolgonderzoek naar (de ondersteuning van) de ESB-doelgroep in de regio’s die niet gedekt worden door het ESB-aanbod. Daarin stellen we vast dat de ESB-doelgroep in alle regio’s voorkomt en landelijk een omvang heeft van zo’n 500 tot 650 jongeren per jaar. Buiten de regio’s waar de ESB-scholingsinstellingen zijn gevestigd is het ondersteuningsaanbod voor deze jongeren minder omvattend dan het ESB-aanbod.

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jacob.

 

Toename vrijstellingen van leerplicht ‘5 onder a’

De afgelopen jaren is het aantal vrijstellingen van de leerplicht op grond van lichamelijke of fysieke beperking (artikel 5 onder a) gestegen van bijna 3100 in 2010-2011 naar bijna 5100 in 2014-2015. Door de invoering van onder meer passend onderwijs en de Wet langdurige zorg was een teruggang verwacht. In de media komt regelmatig de suggestie voorbij dat dit soort vrijstellingen te makkelijk wordt afgegeven. Veruit de meeste leerplichtambtenaren die wij hebben gesproken, herkennen dat beeld niet. Bovendien hebben leerplichtambtenaren juridisch gezien geen mogelijkheden om deze vrijstellingen tegen te gaan als ouders er een onderbouwd beroep op doen.

Als we kijken naar mogelijke verklaringen voor de stijging, is de eerste vraag of de geregistreerde stijging feitelijk wel klopt. De registratie heeft in de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekregen en definities zijn verduidelijkt. Dit heeft bij meerdere gemeenten tot een ophoging van de cijfers geleid. Dit neemt niet weg dat de groei (deels) wel degelijk feitelijk kan zijn. Het onderzoek vond plaats in opdracht van het ministerie van OCW, met ondersteuning van Ingrado.

Meer informatie?
Neem contact op met Jos.