Kernwoord: Ondermijning
Evaluatie Bibob-beleid provincie Noord-Holland
Gemeenten hebben de mogelijkheid om hun Bibob-beleid aan te passen op lokale behoeften, waardoor ze de eigen integriteit beschermen tegen het faciliteren van criminele activiteiten. Hierdoor kan het Bibob-beleid per gemeente verschillen, evenals in de provincie Noord-Holland.
In 2019 heeft de provincie Noord-Holland een onderzoek uitgevoerd naar de toepassing van Wet Bibob door middel van een vragenlijst onder de gemeenten. De resultaten van dit onderzoek hebben geleid tot aanbevelingen. Inmiddels is de Wet Bibob in 2020 en in 2022 gewijzigd, waardoor onder andere de reikwijdte van de wet is verruimd.
Regioplan heeft onderzoek gedaan naar het Bibob-beleid in de gemeenten van de provincie Noord-Holland. Hierbij is getoetst of de wetswijzigingen uit 2020 en 2022 zijn doorgevoerd en is onderzocht welke ontwikkelingen de aanbevelingen uit 2019 hebben opgeleverd. Zo is inzichtelijk gemaakt in hoeverre de gemeenten in de provincie Noord-Holland de Wet Bibob uitvoeren en waarin de gemeenten bij de uitvoering van de Wet Bibob kunnen worden ondersteund, door bijvoorbeeld het RIEC of het LBB.
Meer weten over wat wij met een evaluatie kunnen betekenen voor uw eigen gemeente of provincie? Neem dan gerust contact op met Coco Bastiaansen.
Evaluatie Bibob-beleid gemeente Arnhem
De Wet Bibob maakt het mogelijk voor gemeenten om onderzoek te doen naar aanvragers en houders van vergunningen, overheidsopdrachten en subsidies en naar wederpartijen bij vastgoedtransacties. Zodoende moet voorkomen worden dat gemeentelijke middelen onbedoeld criminele activiteiten faciliteren. Sinds de invoering van de Wet Bibob in 2003 zijn het toepassingsbereik van de wet en de bevoegdheden van gemeenten bij het eigen Bibob-onderzoek meerdere malen verruimd. Voor de gemeente Arnhem gaan we hun Bibob-beleid, de toepassing daarvan en de inrichting van het werkproces evalueren om na te gaan of wettelijke mogelijkheden binnen de gemeente optimaal aansluiten bij de lokale problematiek.
Gemeentelijke vraagstukken rondom Bibob-beleid
Onder de Wet Bibob hebben gemeenten de mogelijkheid om hun Bibob-beleid te focussen op lokale behoeften. Niet alle wettelijke toepassingsmogelijkheden zijn immers voor elke gemeenten relevant.
Daardoor vraagt implementatie van Bibob-beleid dat gemeenten keuzes maken over de inzet van de Wet Bibob en de inrichting van het werkproces daaromheen. De gemeente Arnhem wil daarom graag op het huidige Bibob-beleid reflecteren. De gemeente vraagt zich bijvoorbeeld af hoe het lokale beleid zich verhoudt tot de wettelijke mogelijkheden en of het interne werkproces rondom de toepassing van het Bibob-beleid voldoende toekomstbestendig is.
Ons onderzoek
Voor de evaluatie van het Bibob-beleid in gemeente Arnhem gaan we uitvoerig in gesprek met medewerkers van diverse gemeentelijke afdelingen, wijkagenten en gemeentelijke toezichthouders. Daarmee benutten én verdiepen we in dit onderzoek de kennis die we al hebben op dit thema, op basis van eerdere onderzoeken naar het Bibob-beleid bij andere gemeenten en naar de landelijke toepassing in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.
Evaluatie verruiming Wet Finec
Om de maatschappelijke schade van financieel-economische criminaliteit te verminderen, is de Wet verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit (Finec) ingevoerd. Wij evalueren deze wet in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).
De Wet Finec is in 2015 ingevoerd om de maatschappelijke schade van financieel-economische criminaliteit te verminderen door de aantrekkingskracht die uitgaat van deze vorm van criminaliteit te beperken.
De Wet Finec houdt een wijziging in van tien onderdelen in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op economische delicten (WED). Deze verruimingen richten zich op het vergroten van de pakkans door het verbeteren van de opsporingsmogelijkheden voor verschillende vormen van financieel-economische criminaliteit, het verminderen van de ‘winstgevendheid’ van verschillende vormen van financieel-economische criminaliteit en het verhogen van de maximumstraffen en de verruiming van de strafbaarstelling van vormen van financieel-economische criminaliteit.
Binnen dit onderzoek evalueren we de uitvoering, de effectiviteit en het doelbereik van de tien verruimingen in de Wet Finec. De resultaten worden in de zomer van 2023 verwacht.
Opdrachtgever
We voeren dit onderzoek uit in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), in samenwerking met prof. mr. Matthijs Nelemans van Tilburg University.
De rol van werk in de lokale, preventieve aanpak van ondermijning
Ondermijning door georganiseerde criminaliteit is de afgelopen jaren een centraal thema in het veiligheidsbeleid van politie, justitie en bestuurlijke partners geworden. Door het kabinet-Rutte III is bijvoorbeeld een Breed Offensief tegen Georganiseerde Criminaliteit (BOTOC) opgezet. Daarnaast biedt het ministerie van SZW met het Impulsprogramma Voorkomen van Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit SZW ondersteuning aan initiatieven door de integrale aanpak te versterken met werkgerichte invalshoeken.
In het verlengde hiervan onderzochten wij hoe gemeenten de samenwerking tussen de domeinen Veiligheid en Werk & Inkomen kunnen vormgeven, zodat werk een essentieel en substantieel onderdeel wordt van de preventieve aanpak van ondermijning. Daarvoor brachten we zowel belemmerende als stimulerende factoren in kaart. Dit resulteerde in concrete aanbevelingen voor de ministeries van SZW, JenV en voor gemeenten.
Nieuwsgierig geworden naar de bevindingen?
Download hier dan het onderzoeksrapport.
We voerden dit onderzoek uit in opdracht van het ministerie van SZW, in samenwerking met Jan Dirk de Jong.
Procesevaluatie Evaluatie- en uitbreidingswet Bibob
De Wet Bibob
In 2003 is de Wet Bibob ingevoerd om de integriteit van overheidsinstellingen te beschermen. In 2013 is een wetswijziging doorgevoerd waarmee onder andere het bereik van de Wet Bibob is verbreed en bestuursorganen voor de uitvoering van de wet meer informatie tot hun beschikking kregen. Wij onderzochten de uitvoering van de wetswijzigingen die in de Evaluatie- en uitbreidingswet 2013 zijn vastgelegd.
De bevoegdheden en maatregelen in de Wet Bibob moeten voorkomen dat de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert bij het verstrekken van subsidies of vergunningen, het aangaan van vastgoedtransacties of het gunnen van overheidsopdrachten. Het gaat dan bijvoorbeeld om gemeenten die strafrechtelijke gegevens van ondernemers opvragen bij de aanvraag van een drank- en horecavergunning of voor de gunning van een aanbesteding in de bouw.
De resultaten
Uit ons onderzoek blijkt dat de wetswijzigingen over het algemeen nuttig en bruikbaar zijn voor de bestuursorganen die de wet toepassen. Bovendien blijken de wetswijzigingen voldoende ruimte te bieden voor toepassing op lokale risicosectoren. Bestuursorganen hebben de wetswijzigingen geleidelijk geïmplementeerd en maken gebruik van informatiebronnen die tot hun beschikking staan voor Bibob-onderzoeken. Van een grote verbreding van de toepassing in Bibob-onderzoeken is echter vooralsnog geen sprake. Het belangrijkste knelpunt daarin is de personele- en financiële capaciteit bij bestuursorganen en in het verlengde daarvan de beperkte bewustwording van integriteitsrisico’s: je ziet het pas als je weet op welke signalen je moet letten.
Verder concluderen we dat met de toegenomen aandacht voor ondermijning ook de Wet Bibob meer prioriteit heeft gekregen. Het bestuurlijke instrument is dan een aanvulling op de strafrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Daarmee verschuift het accent in de toepassing van de Wet Bibob van breed en preventief naar gericht en handhavend.
Wij hebben de Evaluatie- en uitbreidingswet Bibob geëvalueerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).
Meer informatie?
Neem contact op met Ger Homburg.