Kernwoord: Pensioen
In Nederland bestaat het pensioenstelsel uit drie pijlers. De eerste is de AOW, die een basisvoorziening biedt voor 65-plussers. Ook de nabestaandenuitkering volgens de Algemene Nabestaandenwet valt hieronder. De tweede pijler wordt gevormd door het werknemerspensioen. De derde pijler bestaat uit een aanvulling op de eerste en tweede pijler, bijvoorbeeld in de vorm van een lijfrenteverzekering. Door de kredietcrisis is het onzeker of het pensioensysteem in de huidige vorm kan blijven bestaan. Veranderingen kunnen consequenties hebben voor lopende pensioenuitkeringen, maar ook voor toekomstige pensioenen. Regioplan volgt deze ontwikkelingen op de voet en richt zich hierbij ook op de gevolgen van langer doorwerken voor het sociale zekerheidsstelsel.
Doorwerken na de AOW-leeftijd
De koopkracht van ouderen blijft al jaren achter bij die van de totale bevolking. Om koopkracht te behouden en eventueel te vergroten kunnen ouderen ervoor kiezen om door te blijven werken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. We onderzochten de samenhang tussen de ontwikkeling van de arbeidsparticipatie van ouderen en hun inkomens- en vermogenspositie. Wat blijkt? Wie na de AOW schulden heeft, werkt vaker door.
Forse toename werkende AOW-gerechtigden
In 2019 hadden ruim 215 duizend AOW-gerechtigden een betaalde baan. Tien jaar eerder waren dat er nog minder dan 140 duizend. De arbeidsparticipatie – het aandeel onder de AOW-gerechtigden met een betaalde baan – nam toe van bijna 6 procent in 2009 naar circa 7 procent in 2019.
Ouderen met schulden werken vaker door, maar doorwerken is niet altijd uit financiële nood geboren
AOW-huishoudens met schulden werken vaker door dan huishoudens met een positief vermogen. Zowel huishoudens met een relatief laag als een hoog aanvullend inkomen (zoals een ouderdomspensioen) op de AOW werken door. Doorwerken na de AOW gebeurt dus niet altijd uit financiële noodzaak.
Doorwerken vaak enige optie voor behoud van koopkracht
Gepensioneerden kunnen zonder werk hun inkomenssituatie vaak niet meer veranderen, waardoor hun koopkracht sterk afhankelijk is van de indexering van de AOW en aanvullende pensioenen en van fiscale maatregelen. Doorwerken is vaak de enige optie voor het behoud van koopkracht.
Voor de groep ouderen met een inkomen lager dan de kritische inkomensgrens (ruim 73 duizend AOW-huishoudens in 2017), kan doorwerken na de AOW noodzakelijk zijn om maandelijks de eindjes aan elkaar te knopen. Ook ouderen met een inkomen op of (net) boven de lage-inkomensgrens kunnen doorwerken als noodzakelijk zien om financieel rond te komen, of om – gegeven de afnemende koopkracht waarmee zij te maken hebben – dezelfde levensstandaard te behouden.
Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de seniorenorganisaties KBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden, FASv en NOOM.
Evaluatie Wet Pensioencommunicatie
De Wet pensioencommunicatie is in 2015 gefaseerd in werking getreden en heeft de informatieverplichtingen voor pensioenuitvoerders vernieuwd. De instrumenten in de wet moeten burgers 1. inzicht geven in de hoogte van de (verwachte) pensioenopbouw, 2. inzicht geven in of dat voldoende is, 3. bewust maken van de risico’s en 4. keuzemogelijkheden tonen. Tezamen moet dit burgers beter in staat stellen om te sturen op de opbouw van pensioen. Wij onderzochten of deze wetsdoelen zijn bereikt als gevolg van de inzet van nieuwe instrumenten.
Wisselend bereik van de informatiedoelstellingen
De vier doelstellingen zijn in beperkte en wisselende mate bereikt. Het inzicht geven in de verwachte pensioenopbouw blijkt beter gerealiseerd dan de andere doelen. De bijdrage aan het doelbereik door de wettelijke instrumenten is eveneens wisselend en beperkt: mijnpensioenoverzicht.nl (MPO) scoort relatief goed, gevolgd door het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) maar het Pensioen 1-2-3 (P123) speelt geen betekenisvolle rol. Ook bovenwettelijke instrumenten leveren een bijdrage aan het doelbereik. De beperkte kennis van deelnemers over het eigen pensioen is niet bepaald door de kwaliteit van de informatiebronnen. Het komt ook doordat het verwerven van kennis vooral een leeftijds- en levensfasegebonden zaak is.
Van informatieoverdracht naar gedragsverandering
De informatiedoelstellingen worden breed gedragen door pensioenuitvoerders als ambities voor communicatie met en informatieverstrekking aan deelnemers. Gezien de beperkte bijdrage van de wettelijke instrumenten aan de wetsdoelen geven pensioenuitvoerders er de voorkeur aan de informatieverstrekking meer vormvrij te maken. De informatieverstrekking zou bovendien minder gericht moeten zijn op informatieoverdracht en meer op gedragsverandering. Deelnemers, pensioenuitvoerders en andere stakeholders hebben hier aanbevelingen voor gedaan.
Disbalans in uitvoeringskosten en doelbereik
Een meerderheid van de pensioenuitvoerders ervaart dat de uitvoeringskosten zijn toegenomen sinds de inwerkingtreding van de Wet Pensioencommunicatie. Zij menen dat de stijging van de uitvoeringskosten niet in balans is met de mate waarin het wettelijk instrumentarium bijdraagt aan het bereik van de wetsdoelen. Pensioenuitvoerders wijzen daarbij op het belang van persoonsgericht informeren om te sturen op gedrag. Dit is ook de reden dat zij veel investeren in andere, volgens hen belangrijker bovenwettelijke informatieverstrekking.
We hebben het onderzoek uitgevoerd in samenwerking met Swalef Pensioenjuristen Academie en met marktonderzoeksbureau DirectResearch, in opdracht van het ministerie van SZW. Lees meer over de resultaten in het onderzoeksrapport en het artikel dat wij schreven voor het Tijdschrift voor Pensioenvraagstukken en/of lees de beleidsreactie van de minister .
Meer informatie?
Neem dan contact op met Yannick.
Uitstroom richting pensioen in het po, vo en mbo
Helft onderwijspersoneel wil voor AOW-leeftijd met pensioen
Iets meer dan de helft van het oudere onderwijspersoneel verwacht vóór de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen te gaan. De meest genoemde reden om eerder te stoppen met werken is de werkdruk in het onderwijs. Meer dan de helft noemt deze reden. Andere veelgenoemde redenen zijn dat werknemers rustiger aan willen doen en andere dingen willen gaan doen.
We hebben gevraagd of het onderwijspersoneel bereid zou zijn om tijdelijk langer door te werken wanneer de school dat vraagt, omdat er geen opvolger vindbaar is. Ongeveer één op de tien staat hier positief tegenover.
Achtergrond van het onderzoek
In het kader van het lerarentekort wilde de Algemene Onderwijsbond (AOb) in het voorjaar van 2019 laten onderzoeken wanneer zestigplussers in het onderwijs verwachten met pensioen te gaan. Vóór 1 mei maken scholen hun formatie rond en moeten leraren en onderwijsondersteuners aangegeven hebben of zij deze zomer vertrekken, zodat scholen voor de openvallende plaatsen kunnen gaan werven. Middels een enquête onder AOb-leden geboren voor 1962 hebben we de uitstroom van onderwijspersoneel in beeld gebracht.
Evaluatie Wet versterking bestuur pensioenfondsen
De Wet versterking bestuur pensioenfondsen beoogt verbetering te brengen in de tekortkomingen die tijdens de economische crisis naar boven kwamen. Dit artikel presenteert de belangrijkste uitkomsten van de evaluatie van deze wet.
Evaluatie Wet versterking bestuur pensioenfondsen
In 2014 zijn allerlei onderwerpen gericht op verbetering van de governance van de pensioensector wettelijk geregeld (Wet versterking bestuur pensioenfondsen, Wvbp). In hoeverre heeft dit bijgedragen aan een betere governance in de pensioensector?
Via interviews, webenquêtes onder bestuurders, toezichthouders en leden van verantwoordings- en belanghebbendenorganen en expertmeetings is in beeld gebracht in hoeverre de wetsdoelen van de Wvbp zijn gerealiseerd. Daarnaast zijn aanbevelingen geformuleerd voor verdere verbetering van de governance in pensioenfondsen.
Meer informatie?
De aanbiedingsbrief van dit rapport is te vinden op de website van de Rijksoverheid.
Wij voerden dit onderzoek uit in samenwerking met Swalef Pensioenjuristen Academie, in opdracht van het ministerie van SZW.
U kunt contact opnemen met Bob.
Evaluatie informatiebepalingen pensioenwetgeving
Regioplan Beleidsonderzoek heeft in opdracht van het ministerie van SZW de informatiebepalingen in de pensioenwetgeving geëvalueerd. De focus in het onderzoek ligt op de informatieverstrekking door pensioenfondsen en -verzekeraars aan (gewezen) deelnemers en gepensioneerden. In het onderzoek is gekeken naar de naleving, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de informatiebepalingen, evenals naar de wijze waarop deelnemers de informatieverstrekking beoordelen.
Ouderenbeurs 50+ Utrecht
De FNV onderzocht op de 50+ beurs (24 tot en met 30 september) hoe mensen aankijken tegen hun eigen pensioen. Ook bekeek zij hoe de overgang van werk naar pensioen is geregeld. Het merendeel van de gepensioneerden van nu is ruim voor het 65e levensjaar gestopt met werken. Wie nu nog werkt verwacht pas op het 61e jaar uit dienst te kunnen treden. De gemiddelde leeftijd waarop men nu met pensioen gaat is 58 jaar. Doorwerken tot na de AOW-gerechtigde leeftijd is voor de ondervraagden alleen een optie wanneer de arbeidsduur wordt verkort, deeltijdpensioen aan de orde is of de pensioenuitkering omhoog gaat. Zowel gepensioneerden als werkenden zijn goed op de hoogte van wat er met hun pensioen gebeurt wanneer er wat in hun leefsituatie verandert, aldus het FNV-onderzoek. Alleen zijn werknemers onvoldoende bekend met wat de consequenties zijn van arbeidsongeschiktheid of verlies van baan.
Evaluatie Medezeggenschap gepensioneerden
Tussen de Stichting van de Arbeid en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) is in 1998 een convenant gesloten gericht op de verbetering van de medezeggenschap van gepensioneerden bij de uitvoering van pensioenregelingen. Nagegaan moest worden in hoeverre de aanbevelingen uit dit convenant inmiddels zijn opgevolgd door pensioenfondsen. Dat betekent dat bij pensioenfondsen is geïnventariseerd hoe het staat met de deelname van gepensioneerden aan besturen en deelnemersraden en in hoeverre deze deelname sinds de totstandkoming van het convenant is toegenomen.
Afschaffen prepensioen: nut en noodzaak
De plannen van het Kabinet Balkenende 2 om de fiscale facilitering van VUT- en prepensioenregelingen te beëindigen zullen niet leiden tot de beoogde verhoogde arbeidsparticipatie van ouderen. Niets doen is minstens zo effectief en voorkomt veel sociale onrust. Dit blijkt uit onderzoek van Regioplan Beleidsonderzoek.
Evaluatie Algemene nabestaandenwet
In 1996 is de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) vervangen door de Algemene nabestaandenwet (Anw). In deze wet gelden nieuwe criteria om in aanmerking te komen voor een nabestaandenuitkering. Bovendien is de Anw een inkomensafhankelijke voorziening geworden. Regioplan evalueerde de Anw met speciale aandacht voor de financiële effecten van de Anw voor nabestaanden, de totstandkoming en uitvoering van de wet en ingediende klachten.