Kernwoord: praktijkleren
Evaluatie Subsidieregeling praktijkleren 2019 – 2022
De Subsidieregeling praktijkleren komt werkgevers tegemoet voor de kosten die zijn maken voor de begeleiding van leerlingen en studenten bij de opleiding in de praktijk en de loonkosten van promovendi of technologisch ontwerpers in opleiding (toio’s). In 2018 is de eerste evaluatie van deze subsidieregeling uitgevoerd, waaruit bleek dat de subsidieregeling een belangrijke bijdrage levert aan het aanbieden van praktijkleerplaatsen door werkgevers. In 2022 hebben ECBO en Regioplan, in opdracht van het ministerie van OCW, een tweede evaluatie van de subsidieregeling uitgevoerd, gericht op het gebruik, de effecten en mogelijke doorontwikkeling van de subsidieregeling over de periode van 2019-2022.
In alle doelgroepen (vo, mbo, hbo en wo) is door de jaren heen een stijging te zien van het aantal aangevraagde subsidies voor praktijkleerplaatsen. Mogelijke verklaringe hiervoor zijn het toevoegen van nieuwe doelgroepen, meer bekendheid over de regeling, personeelstekorten en meer aandacht voor leren in de praktijk. Verreweg het grootste aandeel subsidieaanvragen wordt gedaan voor studenten van het mbo.
De subsidieregeling wordt door werkgevers als positief gewaardeerd. De regeling is ook doeltreffend: het blijkt van groot belang te zijn om te kunnen voldoen aan de vraag naar goed opgeleid personeel. Ook is de subsidieregeling doelmatig: de uitvoeringskosten zijn relatief laag in vergelijking met andere subsidieregelingen.
Vanwege de tevredenheid, doeltreffendheid en doelmatigheid wordt aanbevolen om de subsidieregeling te continueren in Europees Nederland en te verkennen hoe deze in Caribisch Nederland uitgebreid kan worden.
Voor het onderzoek is een deskresearch uitgevoerd, om zicht te krijgen op het aantal aangevraagde en toegekende subsidies. Ook zijn groepsgesprekken gehouden met beleidsmedewerkers van RVO en subsidie-adviseurs, is een vragenlijst uitgezet onder werkgevers en zijn verdiepende gesprekken gehouden met werkgevers, docenten en studenten. Tot slot zijn drie groepsgesprekken gevoerd met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de overheid en het onderwijs, waarin gezocht is naar verklaringen voor bevindingen en waarin mogelijkheden voor de doorontwikkeling van de subsidieregeling zijn besproken.