Kernwoord: Sancties
Sancties zijn er in steeds meer vormen, van strafrechtelijk tot bestuursrechtelijk en van taakstraf tot detentie. Met name in het jeugdstrafrecht is een goed gevulde instrumentenkoffer ontstaan, gericht op maatwerk in de resocialisatie. Door tal van projecten hebben we kennis opgedaan over deze maatregelen. Deze kennis passen we toe in projecten voor gemeenten en de landelijke overheid.
Evaluatie van de beginnersregeling
Jonge bestuurders zijn veel vaker bij dodelijke verkeersongevallen betrokken dan meer ervaren bestuurders. De beginnersregeling geeft beginnende bestuurders strafpunten voor het begaan van ernstige verkeersovertredingen. Bij twee strafpunten kan een nieuw rijvaardigheidsonderzoek worden opgelegd. De regeling blijkt bij de doelgroep slechts beperkt bekend te zijn. De uitvoering is complex en vereist veel handwerk. Het aantal punten is gering, mede omdat een strafpunt alleen kan worden opgelegd na een overtreding waarvoor iemand staande wordt gehouden (dus bijvoorbeeld niet na flitsen). In het onderzoek zijn verschillende verbeterpunten geïdentificeerd. Tegelijkertijd blijft er twijfel aan de doeltreffendheid. Toch is de symboolfunctie belangrijk.
Evaluatie Wet voorwaardelijke sancties en Wet rechterlijke vrijheidsbeperkende maatregelen
In 2012 zijn de Wet voorwaardelijke sancties (Wvs) en Wet rechterlijke vrijheidsbeperkende maatregelen (Wvm) in werking getreden. Wat was het doel van deze wetten, zijn die doelen gehaald en zijn er verbeterpunten?
De Wvs is gericht op recidivebeperking. Door het opleggen van voorwaarden, zoals een training of een behandeling, kan gedrag beter worden beïnvloed dan met een relatief korte gevangenisstraf. De persoonsgerichte benadering in de Wvs geeft meer structuur aan een al langer bestaande uitvoeringspraktijk. Uit het onderzoek blijkt dat de Wvs in een behoefte voorziet en dat de beoogde voorwaarden voor gedragsverandering en recidivevermindering in de praktijk worden gerealiseerd. De verankering van de bijzondere voorwaarden heeft geleid tot een verbetering in de uitvoeringspraktijk.
De Wvm maakt het mogelijk dat contactverboden, gebiedsverboden en een meldplicht als zelfstandige sanctie worden opgelegd, dus niet alleen als bijzondere voorwaarde bij een sanctie. De Wvm blijkt een weinig toegepaste maatregel, enerzijds omdat het een maatregel is voor bijzondere situaties, anderzijds hangt dit mogelijk ook samen met de relatieve onbekendheid van deze sanctiemogelijkheid.
Meer informatie?
Wij hebben de Wvs en Wvm geëvalueerd samen met de Vrije Universiteit in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Neem contact op met Ger.
Procesevaluatie kwaliteitsverbetering werkstraffen
Het project kwaliteitsverbetering werkstraffen had als doel om de slagingskans van de werkstraf te vergroten en een bijdrage te leveren aan recidivevermindering. Daarnaast moest het een positieve impuls geven aan het draagvlak voor en de beeldvorming over de werkstraf. Het project werd eind 2013 afgesloten. Het resultaat was een landelijke methode coördinatie taakstraffen met als doel om landelijk een eenduidige werkwijze te bereiken.
In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft Regioplan onderzocht in hoeverre de maatregelen en activiteiten ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van werkstraffen – zoals voortgekomen uit het project – worden uitgevoerd zoals beoogd. Het onderzoek moest vragen beantwoorden over de opzet, de implementatie en de uitvoering van het project.
Procesevaluatie Respect Limits
Respect Limits is een gedragsinterventie voor jongens tussen de twaalf en achttien jaar die voor het eerst een zedendelict hebben gepleegd. De interventie richt zich op het herkennen en respecteren van seksuele grenzen. Het doel is om herhaling van het seksueel grensoverschrijdend gedrag in de toekomst te voorkomen.
Om onderzoek te kunnen doen naar de doeltreffendheid en de effectiviteit van de interventie, moet eerst worden vastgesteld of de interventie in de praktijk wordt uitgevoerd zoals beoogd. Om deze reden hebben wij voor het WODC een procesevaluatie van Respect Limits uitgevoerd. We bekeken het implementatieproces, de uitvoering van de interventie, knelpunten die daarbij spelen en het oordeel van betrokken instanties.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Yannick.
Screenen en signaleren in de jeugdstrafrechtketen: validering van het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ)
In de jeugdstrafrechtketen is de laatste tijd toenemende aandacht voor het gebruik van betrouwbare en valide diagnostische methoden. Ook wordt gesproken over het belang van een op de persoon toegesneden sanctie of interventieprogramma. Om dit mogelijk te maken is het Landelijke Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen ontwikkeld. Dit instrument maakt het mogelijk om het risico op herhaald delictgedrag beter in te schatten en tevens om tot passende interventies te komen. Regioplan deed in 2011 onderzoek in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) naar de validiteit en betrouwbaarheid van het instrumentarium.
Jeugdreclassering in beweging
Het tijdschrift ‘Het Kind Eerst’ (voorheen: Perspectief) besteedt in een drieluik aandacht aan de (nieuwe) werkwijze in de jeugdreclassering. Regioplan voerde in 2009 een procesevaluatie uit van deze nieuwe methodiek, het Handboek Methode Jeugdreclassering, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC).
In deze artikelen beschrijven Joost van den Tillaart en Maartje Timmermans de nieuwe werkwijze van de jeugdreclassering en de belangrijkste verschillen met de vorige werkwijze (artikel 1), de visie van de jeugdreclasseerders en ketenpartners op het Handboek (artikel 2) en, niet onbelangrijk, een reality-check: in hoeverre werkt jeugdreclassering ook écht volgens de nieuwe methodiek (artikel 3)?
Het onderzoeksrapport ‘Werken volgens de methode’ vindt u hier.
De drie artikelen vindt u hieronder.
Gerichte actie in de kindertijd
Bij de preventie van jeugdcriminaliteit zou meer aandacht moeten uitgaan naar de kinderen en hun ouders zelf. Die conclusie trekt Maartje Timmermans in haar onderzoek naar het verloop van antisociaal gedrag in de kindertijd en de link met ongewenste uitkomsten zoals criminaliteit op latere leeftijd.
Werken volgens de methode. Procesevaluatie ‘Handboek Methode Jeugdreclassering’
Sinds 2007 bestaat voor Jeugdreclassering een nieuwe methodiek, die is bedoeld om de begeleiding van jongeren professioneler en uniformer te maken. Regioplan onderzocht in hoeverre volgens deze nieuwe methodiek wordt gewerkt en welke knelpunten hierbij aan de orde zijn.
Onderzoeksopzet
De procesevaluatie is uitgevoerd in drie fasen: een telefonische, algemene inventarisatieronde bij de instellingen die jeugdreclassering verzorgen, dossierstudie en interviews bij Bureaus Jeugdzorg en telefonische interviews met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en het Openbaar Ministerie (OM).
Onderzoeksresultaten
Alle onderzochte instellingen die jeugdreclassering verzorgen zijn bekend met het handboek. Ook ziet de grote meerderheid van de instellingen het belang van het handboek in, met name in de realisatie van uniformiteit in de werkwijze, doelgerichter werken en verhoogde structuur en houvast in het werk. In een aantal instellingen verliep de implementatie echter niet geheel zonder weerstand. Als knelpunten van de nieuwe methodiek noemt men de frequente en uitgebreide verslaglegging en rapportages naar ketenpartners, er is kritiek op de gebruiksvriendelijkheid van de nieuwe formulierensets en op het handboek zelf (o.a. te omvangrijk en moeilijk leesbaar). Ook missen instellingen bepaalde onderwerpen in het handboek (o.a. seksualiteit en andere culturen) en lijkt het handboek niet te zijn afgestemd op leerplichtzaken en samenloopzaken, iets wat in de praktijk een lastig probleem is.
Het dossieronderzoek laat zien dat de meerderheid van de onderzochte instellingen inmiddels de belangrijkste uitgangspunten van het Handboek Methode Jeugdreclassering toepast. Deze zijn het inschatten van het recidiverisico van de jongere met behulp van een wetenschappelijk onderbouwde methode (het risicotaxatie-instrument) aan het begin van de begeleiding en het benoemen van criminogene factoren (delictgerelateerde factoren) tijdens de diagnostiekfase. Toch maakt een kwart van de onderzochte instellingen (nog) geen risicotaxatie en stelt een vijfde geen criminogene factoren vast. Dit zijn vooral de kleine en middelgrote instellingen.
Ongeveer de helft van alle ondervraagden bij de RvdK en het OM ziet een duidelijke verbetering in de professionaliteit. Sommigen wijzen hiervoor de nieuwe werkwijze als oorzaak aan. De ondervraagden geven echter ook aan dat de professionaliteit nog behoorlijk kan verschillen per jeugdreclasseerder. Ook signaleren zij tekortkomingen in het uitvoeren van de procedures (termijnen van rapportages, gedetailleerdheid rapportages).
Wat betreft uniformiteit in de werkwijze van de jeugdreclassering ziet met name de RvdK een verbetering in de afgelopen jaren, in het bijzonder in de opbouw van de rapportages en de daarin weergegeven aanpak.
Het volledige rapport is hieronder te downloaden.
Nachtdetentie voor jeugdigen in de voorlopige hechtenisfase
Nachtdetentie houdt in dat jongeren in de voorlopige hechtenisfase ’s avonds en ’s nachts binnen een justitiële jeugdinrichting (JJI) verblijven, maar overdag in staat worden gesteld om naar school (of een andere dagbesteding) te blijven gaan. Door middel van deze modaliteit wil men de binding, die jongeren met school hebben, behouden en voorkomen dat ze recidiveren. Inmiddels wordt nachtdetentie in twaalf arrondissementen uitgevoerd en is gebleken dat de instroom van jongeren stagneert. Regioplan heeft onderzoek gedaan naar de oorzaken van deze stagnatie. De belangrijkste oorzaak is de ruimtelijke spreiding van de JJI’s: niet in alle arrondissementen is een JJI gevestigd en in arrondissementen waar wel een JJI is gevestigd, is de opvangcapaciteit niet altijd voldoende of de afstand tot school alsnog te groot. Een aanbeveling die we op basis hiervan hebben gedaan, is het creëren van nachtdetentievoorzieningen in met name Den Haag en Utrecht, waar een omvangrijke potentiële doelgroep is. Daarnaast zijn er andere knelpunten gevonden, waarvoor we eveneens aanbevelingen hebben gedaan.
Grensverkenningen. Verslag van een onderzoek naar Haltafdoeningen bij niet-Haltwaardige feiten
Jongeren die in aanraking komen met de politie kunnen, afhankelijk van het type delict, naar een van de Haltbureaus worden doorverwezen. Winkeldiefstal en vandalisme zijn voorbeelden van Haltwaardige feiten. Voor niet-Haltwaardige feiten kunnen jongeren soms ook naar Halt worden doorverwezen. Voorwaarde is dat de officier van justitie daarin toestemt. Regioplan heeft in opdracht van het Ministerie van Justitie een onderzoek uitgevoerd naar Halt-afdoeningen bij niet-Haltwaardige feiten. Achter de categorie niet-Haltwaardige feiten blijkt een scala van gebeurtenissen schuil te gaan. Vaak gaat het om voorvallen die onder de bevolking in het algemeen en onder jongeren in het bijzonder relatief veel voorkomen, zoals vechtpartijtjes op scholen, het bezit van messen of het stelen van fietsen. Daarnaast blijken ook zwaardere misdrijven door de Haltbureaus in behandeling te zijn genomen, zoals autodiefstal of (poging tot) inbraak.