Kernwoord: Schoolleider
Verdiepend onderzoek Voortgezet Leren
Het programma Voortgezet Leren van de VO-raad biedt ondersteuning en advies aan schoolleiders en bestuurders om schoolontwikkeling op verschillende thema’s te realiseren. Regioplan voert de evaluaties uit van dit programma en voerde hiervoor in 2024-2025 een verdiepend onderzoek uit.
In dit verdiepende onderzoek is gekeken op wat voor manier bestuurders en schoolleiders werken aan schoolontwikkeling, welke bronnen en activiteiten zij hiervoor gebruiken en hoe ze hierin samenwerken. Daarnaast is de meerwaarde van Voortgezet Leren uitgevraagd in het onderzoek. Voor het onderzoek is een quickscan uitgezet onder schoolleiders en zijn interviews gehouden met schoolleiders en enkele bestuurders.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de ondersteuningsvragen van scholen op gebied van schoolontwikkeling aansluiten bij het aanbod van Voortgezet Leren. Zij hebben vooral behoefte aan ondersteuning op thema’s als formatieve cultuur, brede vorming en burgerschap en motivatie. Een deel van deze ondersteuningsbehoefte is te halen binnen schoolbesturen zelf, afhankelijk van de interne kennis en expertise. Extern aanbod, bijvoorbeeld vanuit Voortgezet Leren, is wel noodzakelijk voor het bedienen van de overige ondersteuningsvragen. Met name als het gaat om duidelijkheid over kaders, specifieke kennis, procesbegeleiding en uitwisseling met andere scholen is behoefte aan ondersteuning buiten het schoolbestuur.
De samenwerking tussen bestuurders en schoolleiders als het gaat om schoolontwikkeling hangt af van de context, zoals de sturingsfilosofie en de organisatiestructuur. Schoolleiders ervaren veel autonomie om eigen keuzes te maken met betrekking tot schoolontwikkeling. Ook ervaren ze veel mogelijkheden om zowel intern als extern ondersteuning te vragen. Schoolleiders bleken de activiteiten van Voortgezet Leren nog niet altijd weten te vinden. Hiervoor is in het onderzoek geen duidelijke verklaring gevonden.
Op basis van het onderzoek doen we een aantal aanbevelingen aan de VO-raad:
- Richt je in het aanbod vooral op de thema’s formatieve cultuur, burgerschap en brede vorming en motivatie van leerlingen.
- Organiseer informatiebijeenkomsten en zorg voor voldoende informatie op de website over wettelijke kaders en begrippenkaders.
- Overweeg om schoolleidersstages te faciliteren, waarbij schoolleiders met een vergelijkbaar profiel bij elkaar stagelopen om inspiratie op te doen.
- Behoud de informatie over motivatie op de website en overweeg om een informatiebijeenkomst te organiseren met een expert op dit thema.
Onderzoek managementstatuten
Regioplan voerde samen met prof. mr. Pieter Huisman, in opdracht van het ministerie van OCW, een verkennend onderzoek uit naar de managementstatuten in het primair- en voortgezet onderwijs. Doel van het onderzoek was om zicht te krijgen op de vraag hoe managementstatuten in de praktijk worden gebruikt en in hoeverre ze bijdragen aan een sterkere strategische positie van schoolleiders.
Voor het onderzoek is literatuur en wet- en regelgeving bestudeerd, zijn managementstatuten verzameld en geanalyseerd en zijn vragenlijsten uitgezet onder bestuurders, (G)MR-leden en schoolleiders. Daarnaast zijn groepsgesprekken gehouden met schoolleiders en bestuurders en is met sector- en vakorganisaties een werksessie georganiseerd over de eerste bevindingen en mogelijke verbeteringen.
Hoewel vrijwel alle schoolbesturen een managementstatuut hebben, is het vaak een onbekend document voor schoolleiders en GMR-leden. Een deel van de schoolleiders is ook niet betrokken bij het opstellen of herzien van een managementstatuut. Schoolleiders zijn meestal tevreden over de afspraken, met uitzondering van het thema huisvesting of als afspraken te breed zijn geformuleerd waardoor interpretatieverschillen kunnen ontstaan.
Hoewel het managementstatuut in de praktijk vaak wel wordt nageleefd, is het geen levend document. Het wordt vooral gebruik bij wisselingen in leiding of wanneer er onduidelijkheid of frictie ontstaat over rollen en verantwoordelijkheden. Een aantal statuten zijn bovendien sterk verouderd. Bestuurders en schoolleiders benadrukken dat vertrouwen, dialoog en goed samenspel bepalender zijn voor de strategische positie van schoolleiders dan het document zelf.
De meeste schoolleiders ervaren hun strategische positie ten opzichte van het bestuur bovendien als voldoende sterk. Druk ontstaat vooral waar centrale sturing toeneemt of waar schoolleiders door operationele taken weinig ruimte hebben voor strategische rollen. Op basis van het onderzoek concluderen we dat extra wetgeving over de inhoud van het managementstatuut weinig toevoegt, maar dat een periodieke evaluatie (bijvoorbeeld eens per vier jaar) kan helpen om veroudering te voorkomen en het statuut bekender en bruikbaarder te maken. Verder helpt het om het statuut expliciet te benutten bij het aantreden van nieuwe schoolleiders of bestuurders, het te verbinden aan andere interne beleidsdocumenten en kennisdeling te stimuleren via sectororganisaties en vakverenigingen. Het ministerie neemt de uitkomsten van het onderzoek mee in het wetsvoorstel ‘Versterken Inspraak Leraren en Schoolleiders’.
Flankerend onderzoek SIOF primair onderwijs
Regioplan en Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ECBO) voerden een flankerend onderzoek uit naar de inzet van de Schoolleiders Innovatie Ontwikkelfonds (SIOF) beurs. Deze beurs is uitgekeerd aan 26 schoolleiders in het primair onderwijs om innovaties rondom anders organiseren aan te jagen.
De beurs blijkt een belangrijk vliegwiel, maar niet noodzakelijk om met innovaties te starten. De middelen zijn vooral geïnvesteerd in tijd voor samenwerken aan onderwijsvernieuwing.
Draagvlak creëren door teamleden voldoende te betrekken bij keuzes en gezamenlijk in gesprek te blijven, blijkt een belangrijke succesfactor, net als een inspirerende en bevlogen schoolleider. Daarnaast heeft de schoolleider een belangrijke rol in het creëren van een veilige sfeer waarin fouten gemaakt mogen worden en het zorgen voor vertrouwen in het team.
Tot slot blijkt het leren van andere scholen die werken aan anders organiseren belangrijk. De coronapandemie heeft dit leren in sommige gevallen beperkt en ook invloed gehad op de uitvoering in de klas.