Kernwoord: Re-integratie
Een speerpunt in het socialezekerheidsbeleid is volumereductie door re-integratie. In de WWB, de WW, de WIA en in toenemende mate in de Wajong neemt re-integratie een centrale rol in. Regioplan voert al jaren veel onderzoek uit over re-integratie. We bekijken hoe effectief de re-integratie is en wat de organisatorische aspecten van re-integratie zijn. Ook de mening van de klant over de re-integratie is regelmatig onderwerp van onderzoek.
Uitkeringsgerechtigde moet ook kans krijgen
In het Parool van 28 december 2010 laat Roeland van Geuns zijn licht schijnen op de discussie over verplicht werken voor en door bijstandsgerechtigden. Hij voert aan dat het om een tegenoprestatie vragen aan bijstandsontvangers in de vorm van werken zeer verdedigbaar is, maar op zich niet nieuw. Tegelijkertijd onderstreept hij dat de meeste mensen niet voor niets in de bijstand zitten. Velen van hen missen de competenties en vaardigheden om op de reguliere arbeidsmarkt aan de slag te kunnen gaan. Voor de meesten geldt dat werkgevers eenvoudig niet geïnteresseerd zijn om deze mensen in dienst te nemen: ze zijn niet productief genoeg. In een evenwichtige discussie over rechten en plichten van bijstandsgerechtigden de vraagzijde van de arbeidsmarkt (de werkgevers) dus nadrukkelijk betrokken worden. Uiteindelijk moet het werk in een arbeidsorganisatie verricht worden. dat vraagt ook werkgevers die bereid zijn de uitkeringsgerechtigden een kans te geven én het vraagt werkgevers die bereid zijn na te denken over inhoud en randvoorwaarden van de werkplekken waar deze mensen zouden kunnen werken.
Hoe leiden we goede professionals op?
Het tijdschrift “Aan de slag”, voorheen het Maandblad Re-integratie, wil een bijdrage leveren aan de professionalisering van de uitvoering en uitvoerders in de sociale zekerheid en dan met name de re-integratieprofesssionals. In dat kader is het blad op zoek gegaan naar een antwoord op de vraag hoe deze uitvoerders opgeleid worden. Roeland van Geuns (Regioplan en redactie Aan de slag) en Peter van Eekert komen tot de conclusie dat er nog geen duidelijke structuur is en dat er relatief weinig gerichte opleidingen zijn. Tegelijkertijd is de behoefte groot om tot een goede opleiding te komen. Er liggen met andere woorden flinke uitdagingen.
Geen re-integratie zonder evaluatie
In het Maandblad Reïntegratie (inmiddels ongedoopt tot “Aan de slag”) stelt Roeland van Geuns aan de orde dat effectieve re-integratie niet bereikt zal en kan worden door alleen maar in de praktijk uit te voeren. De re-integratiewereld zal niet of veel te langzaam leren wanneer niet ook geëvalueerd wordt. In vergelijking met andere landen (bijvoorbeeld de VS en Duitsland) wordt er in Nederland weinig, slecht gestructureerd en tamelijk oppervlakkig onderzoek gedaan naar de effeciviteit en inhoud van re-integratie-activiteiten. Daarom pleit hij voor een veel steviger aanpak van evaluaties. Alleen dat maakt het mogelijk uiteindelijk te komen tot een “evidence based” uitvoering waarin afdoende effectiviteit en de juiste selectiviteit van re-integratie bereikt wordt.
Re-integratie van allochtone bijstandsclienten
Studie naar de manier waarop gemeenten invulling geven aan reintegratiebeleid voor allochtone bijstandsclienten, alsmede het bereik en de (bruto-)effectiviteit daarvan. Met aanbevelingen voor beleid.
Monitor Loonkostensubsidie UWV
Met de wet stimulering arbeidsparticipatie (STAP) heeft UWV de bevoegdheid gekregen nieuwe re-integratie instrumenten in te zetten voor daartoe geïndiceerde klanten. Een van die instrumenten is de loonkostensubsidie (LKS). LKS wordt ingezet bij de re-integratie van klanten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Werkgevers krijgen een subsidiebedrag indien zij een geïndiceerde cliënt in dienst nemen.
In opdracht van UWV deed Regioplan onderzoek naar de meerwaarde van het instrument loonkostensubsidie. In het onderzoek stonden de volgende vragen centraal:
1. Voor welke klanten leidt het gebruik van LKS tot het vinden van werk, en welke klanten stromen vervolgens na een jaar LKS door naar een duurzame baan zonder subsidie?
2. Welke rol speelt het instrument LKS bij de aanname door werkgevers van werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt?
Het onderzoek bestaat uit twee metingen onder werkgevers, werknemers en re-integratiebedrijven. In een afzonderlijk onderzoek is het keuzeproces van werkgevers bij het vervullen van vacatures is kaart gebracht. Hierbij is gebruik gemaakt van conjunctanalyse (ook bekend als vignettenmethode).
Hieronder vindt u de rapportage van de eerste meting van de monitor Loonkostensubsidie. De rapportage over het keuzeproces van werkgevers vindt u hier.
Werken naar vermogen: verantwoordelijkheid van de samenleving
De onderkant van de arbeidsmarkt staat volop in de schijnwerpers. Allereerst omdat er steeds meer evidentie is voor het feit dat non-participatie aanzienlijk hogere kosten met zich mee brengt dan participatie. Maar ook omdat de uitsluiting van mensen met beperkingen uit de arbeidsmarkt niet meer toelaatbaar wordt gevonden. Een derde reden is de noodzaak voor groeiende arbeidsparticipatie van iedereen, een noodzaak die ontstaan is door de vergrijzing en ontgroening. Vandaar dan ook dat in recente beleidsdiscussies en in het regeerakkoord wordt aangegeven dat meer inspanningen nodig zijn om mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt toe te leiden naar de arbeidsmarkt.
Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners
Sinds invoering van de WIA hebben zieke werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt verklaard worden geen recht meer op een arbeidsongeschiktheidsduitkering. Van deze werknemers wordt verwacht dat zij zelf in hun inkomen kunnen voorzien. Een relatief grote groep slaagt er echter niet in het werk te hervatten. Regioplan onderzocht in hoeverre de door UWV vastgestelde beperking en / of de gezondheidsbeleving van deze werknemers van invloed is op de kans op werkhervatting. Gezondheidsbeleving blijkt belangrijker te zijn voor de kans op werkhervatting dan de door UWV vastgestelde beperkingen. Gezondheidsbeleving alleen kan echter niet verklaren waarom de ene 35minners het werk wel en de andere het werk niet hervat. Uit het onderzoek komt ook naar voren dat met name de werknemers met een zwakke uitgangspositie er niet in slagen het werk te hervatten.
Re-integratie: Twee jaar later
De inzet van re-integratie-instrumenten staat vaak ter discussie. Het gaat er dan meestal over of deze inzet wel van toegevoegde waarde is en of er niet teveel geld aan re-integratie wordt besteed. In dit artikel bespreken we de uitkomsten van onderzoek naar personen die in de tweede helft van 2007 een re-integratietraject hebben gevolgd. Hebben deze personen twee jaar later werk? Wat bepaalt of iemand aan het werk komt? Wat bepaalt of iemand op zoek gaat naar werk? Op deze en andere vragen geven wij een antwoord.
Lastig werk vinden voor probleemgeval
De re-integratie van langdurig werklozen is een taak van gemeenten. Kees Tamboer uitte in het Parool felle kritiek op de re-integratie-inspanningen van het Amsterdamse gemeentebestuur. De kritiek van Tamboer is echter grotendeels onterecht: de prestaties zijn relatief goed. Bovendien is de suggestie dat re-integratie van juist deze groepen eenvoudig zou zijn, veel te simpel.
Ervaringen van werkgevers met Wajongers
Ruim een kwart van de Wajongers werkt. Ongeveer de helft van deze groep werkt bij een reguliere werkgever. De nieuwe Wajongwet beoogt (onder meer) de deelname aan reguliere arbeid te verhogen. In het onderzoek ‘Ervaringen van werkgevers met Wajongers’ gaan we in op de vraag welke arbeidsparticipatiemogelijkheden reguliere werkgevers bieden aan Wajongers en hoe deze kunnen worden verbeterd. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat arbeidsparticipatiemogelijkheden bij reguliere werkgevers groter worden wanneer werkgevers inzicht hebben in de (on)mogelijkheden van de Wajonger. De werkgever moet zich realiseren dat niet alleen bij aanname, maar ook na de match een werkomgeving moet worden gecreëerd waarin de productiviteit zo hoog mogelijk en de kans op uitval zo laag mogelijk is.