Borgstelling en kredietwaardigheid van de kinderopvang

In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft Regioplan onderzoek gedaan naar borgstelling en kredietwaardigheid van de kinderopvang. Het onderzoek biedt onder meer zicht op de externe financieringsbehoefte van de sector wanneer zij de toekomstige vraag naar opvang wil bijhouden. In dit verband is ook de vraag naar borgstellingen onderzocht.

Financieringsvormen van innovaties in de zorg. Een verkennend onderzoek onder zorgaanbieders en financiers

De gezondheidszorg is stapsgewijs aan het veranderen van een centraal door de overheid geleide en aanbodgestuurde gezondheidszorg naar een gedecentraliseerde en gereguleerde marktwerking waar vraagsturing een leidend principe is. Er is innovatiebeleid geformuleerd om de overgangsperiode van aanbod- naar vraagsturing te overbruggen. Het kabinet heeft daarbij innovatiegelden beschikbaar gesteld ter bevordering van een op ondernemerschap en innovatie gerichte cultuur in de zorg.

Om deze cultuuromslag te bevorderen, denkt het ministerie van VWS aan twee instrumenten waarmee innovatiegelden kunnen worden ingezet: de innovatievoucher en de leenfaciliteit. Regioplan heeft in opdracht van het ministerie van VWS geïnventariseerd hoe zorgverleners, financiers in de zorg en zorgverzekeraars denken over deze instrumenten. In het onderzoek is ook aandacht besteed aan twee reeds bestaande instrumenten: publiek-private samenwerking (PPS) en venture capital. Met name in de eerstelijn en (in mindere mate) in de VV&T en GGZ is er draagvlak voor innovatievouchers en de leenfacilliteit. Aanbevelingen om deze instrumenten nader uit te werken, hebben vooral betrekking op de helderheid van de spelregels die zullen gelden, de eenvoud van de instrumenten en de processen er omheen (aanvraag, verantwoording) en de meerwaarde ten opzichte van bestaande mogelijkheden.

Chronische lijst fysio- en oefentherapie: aanpassen of veranderen?

De vergoeding van langdurige fysiotherapie en oefentherapie is nu geregeld met behulp van de chronische lijst. Patiënten met een aandoening die voorkomt op deze lijst krijgen de behandeling vanaf de tiende zitting vergoed vanuit de basisverzekering. Er worden van verschillende kanten signalen afgegeven over knelpunten die patiënten en therapeuten ervaren met betrekking tot de lijst. Dit artikel beschrijft de onderzoeksresultaten van een onderzoek dat Regioplan heeft uitgevoerd in opdracht van het CVZ naar het verkrijgen van inzicht in de knelpunten en de mogelijke oplossingsrichtingen.

Proefimplementatie ‘Stoppen met roken’. Resultaten begeleidend onderzoek

Van mei tot en met oktober 2008 heeft Agis Zorgverzekeringen in de provincie Utrecht een proefimplementatie uitgevoerd waarbij rokers ondersteuning bij stoppen met roken vergoed kregen. Het ministerie van VWS was opdrachtgever van de proefimplementatie. Eveneens in opdracht van het ministerie heeft Regioplan de proef begeleid met onderzoek naar het gebruik van stopondersteuning en de kosten die daaraan verbonden zijn. Uit het onderzoek onder de deelnemers aan de proef en de betrokken zorgverleners blijkt dat het vergoeden van effectief gebleken ondersteuning bijdraagt aan het gebruik ervan. Met name ondersteuning door de Praktijkondersteuner Huisartsen (POH’er) en het gebruik van nicotinepleisters en medicijnen neemt toe. Aan het eind van de proefperiode gaf eenderde van de geënquêteerde deelnemers aan te zijn gestopt met roken. Op basis van de declaraties die tijdens de proef zijn ingediend, raamt Agis de kosten van het landelijk aanbieden van stopondersteuning tussen 14,0 en 22,7 miljoen euro.

Evaluatie Referentie Werkproces

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft in vijf van de drie werkgebieden in Nederland het Referentie Werkproces (RWP) geïmplementeerd. Het RWP zou zorg moeten dragen voor standaardiseren en uniformeren van het indicatieproces voor AWBZ-zorg. Regioplan heeft voor het CIZ geëvalueerd (vanuit medewerkers- en verwijzersperspectief) of de doelstellingen van het RWP zijn behaald en wat gezegd kan worden over de kwaliteit en de efficiëntie van het RWP.

Deze publicatie is niet openbaar.

Bewegingsonderwijs en vakleerkrachten

In het basisonderwijs moeten 90 minuten bewegingsonderwijs per week worden gegeven. Niet alle scholen halen dat. En ook niet alle scholen zetten daarvoor bevoegde leerkrachten in, laat staan vakleerkrachten. Het ministerie van OCW vroeg ons, aan de hand van verschillende beleidsambities/scenario’s, om uit te zoeken wat nodig is om deze normen te behalen.

We maakten voor vier scenario’s een doorberekening van de kosten en baten van meer vakleerkrachten en lesuren in het bewegingsonderwijs in het primair onderwijs. Afhankelijk van de per scenario gestelde beleidsambities kunnen de additionele investeringen gedurende de periode 2017-2021 oplopen van circa € 167 mln tot om en nabij € 790 mln. Het aantal extra benodigde vakleerkrachten loopt daarbij op van circa 2050 tot ruim 5800 vakleerkrachten.

Meer informatie?
We deden dit onderzoek samen met het Mulier Instituut.

U kunt contact opnemen met Kees.