Lokale ondernemersfondsen: potentie en vormgeving. Lokale toepassing & landelijke perspectieven

Gezamenlijke investeringen door ondernemers op een bedrijventerrein, in een stadshart of op een horecaplein komen vaak moeilijk van de grond. In nieuwe winkelcentra dragen winkeliers bij aan gezamenlijke investeringen in veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of anderszins via een opslag in de huur. Op moderne bedrijventerreinen wordt een en ander geregeld via verplicht parkmanagement. Op oudere terreinen met versnipperd vastgoedeigendom is er sprake van een groot freeriders-probleem. In opdracht van de Kamer van Koophandel Amsterdam heeft Regioplan onderzoek gedaan naar de potentie van lokale ondernemersfondsen en de eventuele vormgeving daarvan.

Architecten en de kredietcrisis. Onderzoek naar de gevolgen van de kredietcrisis voor de architectenbranche

Twee derde van de Nederlandse architectenbureaus heeft begin 2009 te maken gehad met een sterke daling van het aantal offerteaanvragen, het aantal orders en de omzet ten opzichte van begin 2008. Dalingen variëren van ongeveer veertig tot vijftig procent. Dat blijkt uit onderzoek van Regioplan Beleidsonderzoek onder een representatieve steekproef van circa 650 architectenbureaus, dat in opdracht van de Rijksbouwmeester is uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt ook dat een derde van de architectenbureaus te maken heeft met een daling in het personeelsbestand van gemiddeld 38 procent.

In 2010 heeft er een update van dit onderzoek plaatsgevonden. U vindt het bijbehorende onderzoeksrapport onder ‘recente publicaties’. De titel van het onderzoek is ‘Architecten nog steeds in zwaar weer’.

De kracht van de kleine ondernemer. Wie zijn zij, wat doen ze & wat maakt ze sterk?

De Kamer van Koophandel Amsterdam heeft de kleine ondernemer uitgekozen tot een belangrijk speerpunt van haar beleidsprogramma. Steeds meer mensen ondernemen en het aantal kleine ondernemers neemt sterk toe. Het is daarom van belang om te bezien wie nu precies die kleine ondernemer is, wat hun kracht is en wat hun motiveert, tegen welke knelpunten zij eventueel aanlopen en vooral ook hoe de bij de kleine ondernemers aanwezige potentie nog meer kan worden benut. Regioplan heeft dit op basis van een beperkt onderzoek voor de Kamer in beeld gebracht.

Publiek-private samenwerking Mercatorplein en Jan Evertsenstraat

Sinds 1998 werken rond het Mercatorplein in Amsterdam winkeliers, vastgoedeigenaren, stadsdeel en overige betrokkenen samen aan het economisch profiel van het winkelgebied en de ruimtelijke en sociale kwaliteit in brede zin. In opdracht van het stadsdeel De Baarsjes en met betrokkenheid van alle stakeholders heeft Regioplan geëvalueerd in welke mate de door publieke en private partners gestelde doelen zijn gehaald. Verder is onderzocht welke doorontwikkelingsmogelijkheden er zijn, welke meerwaarde deze opleveren en of er draagvlak voor is. Voor de toekomst adviseert Regioplan continuering onder de voorwaarde van een sterkere focus op economische doelen en meer commitment van de private partners.

Business Improvement Districts in Nederland: draagvlak, vormgeving en voorwaarden voor toepassing

De samenwerking tussen ondernemers op bedrijventerreinen en in winkelgebieden komt vaak moeilijk van de grond. Toch is door samenwerking belangrijke winst te behalen en is er bovendien op terreinen als veiligheid, ruimtelijke kwaliteit, promotie en marketing veel te doen in aanvulling op datgene wat de overheid wordt geacht te doen. Een in het buitenland beproefd concept hiervoor waarbij ondernemers verplicht bijdragen aan gezamenlijke investeringen, is het Business Improvement District (BID). Regioplan onderzocht voor het Ministerie van Economische Zaken het draagvlak hiervoor, de mogelijke vorm van een BID in de specifieke Nederlandse context en de voorwaarden waaraan een BID moet voldoen.

Corporate Governance: Is het Nederlandse bedrijfsleven er klaar voor?

Ondernemers in Nederland wachten enigszins gelaten de komst af van de definitieve code van de commissie Tabaksblat. Van koortsachtige voorbereidingen op de komst van de definitieve code is geen sprake; ondernemers kijken de kat uit de boom. Bovendien zijn de verwachtingen over het effect van de code laaggespannen. Ongeveer de helft van de ondernemers verwacht niet dat de code zal bijdragen aan het herstel van het publieke vertrouwen in ondernemingen. Dit alles blijkt uit onderzoek van Regioplan Beleidsonderzoek naar de invoering van een corporate governance code in Nederland. Slechts de helft van de ondervraagde ondernemingen, zowel beurs- als niet beursgenoteerd, pensioenfondsen en verzekeraars, verwacht dat de code zal bijdragen aan het herstel van vertrouwen van het publiek in ondernemingen. Dat is volgens een verrassende uitkomst. “De code is juist bedoeld om het vertrouwen in ondernemingen en het financiële verkeer te helpen herstellen. Blijkbaar is de boodschap van de maatschappij nog niet helemaal doorgedrongen. In het begin van het onderzoek viel het al snel op dat de ondernemingen die geen medewerking verleenden, aangaven te willen wachten op de definitieve code. Naar nu blijkt verwachten veel ondernemingen er ook niet veel van.’ Ook is het opmerkelijk dat een derde van de ondervraagde ondernemingen van menig is dat Nederland met deze code uit de pas loopt op internationale ontwikkelingen. ‘Dat is een forse perceptiekloof met de commissie die de conceptcode heeft opgesteld. Commissievoorzitter Morris Tabaksblat heeft meerdere malen gezegd dat voor de conceptcode erg goed is gekeken naar wat er op dit gebied in het buitenland is gedaan.’ Een meerderheid is het met elkaar eens dat de code niet bij wet moet worden geregeld. Het principe van ‘pas toe of leg uit’ heeft veruit de voorkeur. Zo’n 66 procent van de ondervaagden stelt geen voorbereidingen te zullen treffen totdat er wettelijke dwang wordt opgelegd. ‘Ondernemers verwachten in algemene zin al niet veel van de code, denken dat we uit de pas lopen en willen niet in hun concurrentiekracht beperkt worden door wettelijke verplichtingen. Van eventuele sancties op het niet-naleven van de code wil men dus ook niet horen.’