Professionalisering van het overblijven in het basisonderwijs

Van verschillende kanten wordt ervoor gepleit het overblijven te professionaliseren. Dit zou enkele knelpunten kunnen oplossen, zoals het gebrek aan overblijfruimte, aan overblijfbegeleiders en aan de professionaliteit van overblijfkrachten. Ook het kabinet hecht belang aan een kwalitatief goede tussen-de-middag-opvang en een sluitende dagindeling voor kinderen. Binnen de interdepartementale werk-groep tussenschoolse opvang (VWS, SZW, OCenW) wordt gewerkt aan een inventarisatie van mogelijke oplossingen voor het verbeteren van de kwaliteit van het overblijven.

In opdracht van het ministerie van VWS heeft Regioplan Onderwijs en Arbeidsmarkt nader onderzoek gedaan naar de huidige overblijfsituatie en naar de financiële consequenties van verschillende maatregelen voor kwaliteitsverbeteringen. Het onderzoek kan gezien worden als een vervolg op de quickscan ‘Overblijven in het basisonderwijs anno 2000’.

Peuterspeelzaalwerk in Nederland: de huidige praktijk

Tegen de achtergrond van de Wet Basisvoorziening Kinderopvang (wbk) bestond er vanuit het ministerie behoefte aan een actueel, overkoepelend beeld van de huidige praktijk binnen het peuterspeelzaalwerk. Om die reden is het aanbod van peuterspeelzaalwerk, het personeel in het peuterspeelzaalwerk, de financiering en het beleid van gemeenten op het gebied van peuterspeelzaalwerk in kaart gebracht. Ook is gekeken naar de motieven van ouders om gebruik te maken van het peuterspeelzaalwerk.

Overblijven in het basisonderwijs anno 2000

In een onderzoek onder ongeveer 400 directeuren in het basisonderwijs is de situatie rondom het overblijven in Nederland in kaart gebracht. Het blijkt dat op ongeveer driekwart van de basisscholen in Nederland tussen de middag kinderen overblijven. Dat varieert van een enkeling tot bijna alle kinderen. Op 6 procent van de scholen blijven helemaal geen kinderen over, en 16 procent van de scholen werkt met een continurooster. Daar blijven dus in principe alle kinderen over onder toezicht van de leerkracht. Scholen in de grote steden, in het westen van het land en van algemeen bijzondere signatuur werken relatief vaak met een continurooster.

GOA-monitor Veenendaal 2002/2003

Het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOA-beleid) is erop gericht de leerprestaties en schoolloopbanen te verbeteren van kinderen die vanuit hun sociaal-economische achtergrond ongelijke kansen hebben als het gaat om de toerusting voor participatie in de samenleving. Gemeenten geven het GOA-beleid op lokaal niveau vorm door voor een periode van vier jaar een onderwijsachterstandenplan op te stellen en zorg te dragen voor een effectieve inzet van de middelen die hen door het Rijk zijn toebedeeld. Om de ontwikkelingen in kaart te brengen en verantwoording af te kunnen leggen over het gevoerde beleid heeft Regioplan Beleidsonderzoek in opdracht van de gemeente Veenendaal een monitor opgezet en uitgevoerd. Deze rapportage betreft de resultaten van de nulmeting.

GOA-monitor Leidschendam-Voorburg 2002/2003

Gemeenten moeten aan het eind van de planperiode 2002-2006 verantwoording af te leggen over de resultaten van het gevoerde gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOA-beleid). Dit beleid is erop gericht de leerprestaties en schoolloopbanen te verbeteren van kinderen die vanuit hun sociaal-economische achtergrond ongelijke kansen hebben als het gaat om de toerusting voor participatie in de samenleving. Gemeenten moet het beleid op lokaal niveau vormgeven door een onderwijsachterstandenplan op te stellen en zorg te dragen voor een effectieve inzet van de middelen die hen door het Rijk zijn toebedeeld. Om de ontwikkelingen in kaart te brengen en verantwoording af te kunnen leggen over het gevoerde beleid heeft Regioplan Beleidsonderzoek in opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg een monitor opgezet en uitgevoerd. Deze rapportage betreft de resultaten van de nulmeting.

Evaluatie kosten toezicht en handhaving in de kinderopvang

Samen met Cebeon onderzochten we de kosten die gemeenten en GGD maken voor toezicht en handhaving in de kinderopvang. We verzamelden kwantitatieve gegevens over aantallen kinderopvanglocaties, inspecties en handhavingsacties en koppelden die aan financiële gegevens. Daarbij gebruikten we zowel landelijke databases als enquêtes. Het onderzoek, dat we deden in opdracht van het ministerie van SZW, is aangeboden aan de Tweede Kamer. De resultaten zijn meegenomen in de keuzes die gemaakt zijn in het beleid rondom ‘Het Nieuwe Toezicht’.

Meer informatie?
Neem contact op met Kees.

Een betere overgang naar de basisschool

Hoe kan de overgang voor kinderen die voor het eerst naar de basisschool gaan verbeterd worden? De meeste kinderen gaan na hun vierde verjaardag naar de basisschool. Een groot deel van hen gaat daarvóór naar een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. Om de overgang naar de basisschool te verbeteren, kunnen peuterspeelzalen en kinderdagverblijven samenwerken met scholen aan een ‘kindvriendelijke overdracht’.

Wij onderzochten wat er al bekend is over kindvriendelijke overdracht vanuit de wetenschap. Daarnaast bekeken we hoe peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en scholen samenwerken om de overgang voor kinderen te vergemakkelijken. We formuleerden aanbevelingen voor de overheid en voor organisaties en professionals om de kindvriendelijke overdracht verder te verbeteren.

Samen met Sardes voerden we dit onderzoek uit in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Meer informatie?
Neem contact op met Bjørn.