Werkveld: Arbeid en sociale zekerheid
Eindevaluatie Arboconvenant Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbranche
De bitumineuze- en kunststof dakbedekkingsbranche (platte daken) heeft zich bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeld voor het afsluiten van een arboconvenant. Bij de start van het convenant in 2001 is een nulmeting uitgevoerd om te bepalen wat de stand van zaken was ten aanzien van verschillende arbeidsrisico’s in de branche. Niet alleen het vallen van hoogte, maar ook een te grote belasting door bijvoorbeeld zwaar tillen en langdurige blootstelling aan zon zijn risico’s bij het werken op het dak Het convenant had een looptijd van vier jaar. Na afloop van het convenant heeft Regioplan een eindmeting uitgevoerd waarbij niet alleen is gekeken naar de resultaten, maar ook naar het verloop van het convenant.
Evaluatie Arboconvenant Thuiszorg
Met de nota Arboconvenanten nieuwe stijl: beleidsstrategie voor de komende vier jaar (1999-2002) heeft het kabinet een extra impuls gegeven aan het arbo- en verzuimbeleid op brancheniveau. Het streven is om met het afsluiten van convenanten de blootstelling van werknemers aan een aantal arbeidsrisico?s verminderen. De thuiszorg heeft als eerste branche een arboconvenant ondertekend, het Convenant Arbeidsomstandigheden in de Thuiszorg (CAT). Regioplan Beleidsonderzoek heeft de eindevaluatie van dit convenant uitgevoerd. Hierbij is aandacht besteed aan de vraag of de doelstellingen zijn gehaald, in welke mate de voorgenomen maatregelen daadwerkelijk zijn geïmplementeerd en of er good practices zijn te benoemen. Ook is er in de evaluatie aandacht besteed aan de kosten en baten van het convenant en de vraag of er aandacht is besteed aan de borging van de genomen maatregelen.
Eindmeting evaluatie LAT-project
De gemeenten Leeuwarden, Apeldoorn en Tilburg (LAT) hebben sinds 2001 geëxperimenteerd met een nieuwe manier van uitvoering van de Algemene bijstandswet. De experimenten hebben tot doel om bijstandsfraude te voorkomen of eerder te signaleren. Met zowel preventieve als repressieve middelen is geprobeerd om cliënten ertoe te bewegen wet- en regelgeving spontaan na te leven. Regioplan voerde de evaluatie van deze experimenten uit. We hebben gemeten dat zowel uitvoerders als klanten tevreden zijn over de inspanningen die de gemeenten geleverd hebben. Bovendien levert de gewijzigde controlesystematiek effectiviteitswinst op omdat rechtmatigheidsonderzoeken niet meer periodiek plaatsvinden, maar naar aanleiding van een fraudesignaal of een risicoprofiel. Klanten zijn mede hierdoor meer bereid om de regels na te leven. De evaluatie volgde te kort op de experimenten om te meten of deze bereidheid zich ook omzet in daadwerkelijk gedrag. De gemeenten bedden de experimenten nu in in hun reguliere bedrijfsvoering en sporen andere gemeenten aan om ook met dergelijke maatregelen aan de slag te gaan.
Evaluatie Algemene nabestaandenwet
In 1996 is de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) vervangen door de Algemene nabestaandenwet (Anw). In deze wet gelden nieuwe criteria om in aanmerking te komen voor een nabestaandenuitkering. Bovendien is de Anw een inkomensafhankelijke voorziening geworden. Regioplan evalueerde de Anw met speciale aandacht voor de financiële effecten van de Anw voor nabestaanden, de totstandkoming en uitvoering van de wet en ingediende klachten.
Video: Evaluatie Wet versterking bestuur pensioenfondsen
Na de financiële crisis zijn een aantal maatregelen getroffen om het bestuur van de pensioenfondsen te versterken. Een deel van die maatregelen is vastgelegd in de Wet versterking bestuur pensioenfondsen (Wvbp).
Hoe pakt de Wvbp in de praktijk uit? Wij evalueerden deze wet samen met de pensioendeskundigen van Swalef Pensioenjuristen Academie, in opdracht van het ministerie van SZW. De bevindingen worden gepresenteerd in vier video’s:
- Een video over de belangrijkste bevindingen;
- Een video over de overwegingen van pensioenfondsen bij de keuze voor een bestuursmodel;
- Een video over de rol van het verantwoordingsorgaan en het intern toezicht;
- Een video over de invulling van het intern toezicht.
Meer weten?
Lees dan dit artikel met de belangrijkste uitkomsten of bekijk de projectpagina, waar u ook het volledige onderzoeksrapport kunt vinden.
De subsidieregeling voor jongeren met ernstige scholingsbelemmeringen heeft te weinig bereik
Voor jongeren met een beperking is het vaak moeilijk om een opleiding te volgen in het gewone beroepsonderwijs. Zij kunnen gebruikmaken van de ESB-regeling: een subsidie voor jongeren vanaf 18 jaar met ernstige scholingsbelemmeringen, waarmee ze in een speciale scholingsinstelling een traject op maat kunnen volgen. De ESB-regeling kan in heel Nederland worden aangevraagd. Uit ons onderzoek blijkt echter dat de subsidie slechts in een beperkt aantal arbeidsmarktregio’s wordt gebruikt. Dit zijn, niet toevallig, de regio’s waarin de speciale scholingsinstellingen zijn gevestigd.
Nederland kent vier scholingsinstellingen die aan de hand van de ESB-regeling jongeren scholen en naar werk begeleiden. Onze eerdere evaluatieonderzoeken van de ESB-regeling (2012 en 2016) laten zien dat de instellingen goede resultaten behalen met de doelgroep. De integrale ondersteuning die zij jongeren bieden is uniek in Nederland.
Het aanbod bereikt maar een deel van de doelgroep
De regio’s waar het meeste gebruik wordt gemaakt van de ESB-regeling zijn Zuid-Limburg, Friesland, Regio Zwolle, Groningen en Midden-Gelderland. In de overige arbeidsmarktregio’s wordt geen of weinig gebruik gemaakt van de subsidieregeling. Dit betekent niet dat daar geen jongeren met ernstige scholingsbelemmeringen wonen. We schatten dat er in Nederland per jaar zo’n 500 tot 650 jongeren zijn die onder de doelgroep vallen. De vier ESB-scholingsinstellingen kunnen samen zo’n dertig tot veertig procent van deze jongeren een traject aanbieden.
In veel regio’s geen integraal aanbod voor jongeren met ernstige scholingsbelemmeringen
In de regio’s waar geen gebruik wordt gemaakt van de ESB-regeling ontbreekt een integraal ondersteuningsaanbod voor jongeren met ernstige scholingsbelemmeringen. De doelgroep krijgt op allerlei andere manieren ondersteuning, bijvoorbeeld ondersteuning bij het behalen van een diploma, arbeidstoeleiding, een combinatie van leren en werken of dagbesteding. Een integraal aanbod als dat van de ESB-instellingen had de jongeren wellicht verder kunnen brengen. Deze bevindingen zijn voor het ministerie van SZW aanleiding om (binnen de bestaande financiële kaders) een variant op de ESB-regeling uit te werken waarmee een bredere groep kan worden bereikt. In haar brief aan de Kamer stelt Staatssecretaris Van Ark te streven naar “een evenwichtige ondersteuning van jongeren met ernstige scholingsbelemmeringen in alle regio’s, in aansluiting op de infrastructuur die in de regio beschikbaar is.” De expertise van de ESB-instellingen kan daarbij een belangrijke rol spelen.
Meer weten?
Klik hier voor het rapport van onze Quickscan niet-gebruik ESB-regeling. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jacob van der Wel.
Evaluatie ESB-regeling
De ESB-regeling is een subsidieregeling voor jongeren met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen. De regeling geeft jongeren toegang tot een traject waarin scholing en arbeidstoeleiding worden gecombineerd. De uitvoering van de trajecten is in handen van vier scholingsinstellingen die samenwerken onder REA College Nederland en EEGA.
Uit de evaluatie bleek dat de ESB-scholingsinstellingen goede resultaten behalen bij scholing en begeleiding van de doelgroep naar werk. Wel is het bereik van de regeling beperkt. Deelnemers aan de regeling komen doorgaans uit de omgeving van de scholingsinstelling. In de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland maken vrijwel geen jongeren gebruik van de regeling.
Deze conclusie was de aanleiding voor een vervolgonderzoek naar (de ondersteuning van) de ESB-doelgroep in de regio’s die niet gedekt worden door het ESB-aanbod. Daarin stellen we vast dat de ESB-doelgroep in alle regio’s voorkomt en landelijk een omvang heeft van zo’n 500 tot 650 jongeren per jaar. Buiten de regio’s waar de ESB-scholingsinstellingen zijn gevestigd is het ondersteuningsaanbod voor deze jongeren minder omvattend dan het ESB-aanbod.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jacob.
Personeel niet in loondienst
Scholen lijken vaker personeel extern in te huren, ook leraren. Dat gebeurt dan via detacherings-, payroll- of uitzendbedrijven. In het mbo worden ook zzp’ers en freelancers ingezet. Onduidelijk is hoe vaak en wanneer scholen hiervoor kiezen. Wij zochten uit of hierover voldoende informatie te vinden is. We deden onder meer bestandsanalyses en onderzochten jaarverslagen met behulp van tekstmining. De bestaande bronnen bevatten interessante informatie, maar niet voldoende voor een precies inzicht in de omvang en de aard van de externe inhuur.
Meer informatie?
Neem contact op met Jos of lees het rapport.
Onderzoek onder scholen in het kader van BRIDGE
In 2016 is vanuit het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) het driejarig project BRIDGE van start gegaan. In het project worden jongeren van Rotterdam-Zuid geholpen om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken. Via verschillende activiteiten voor loopbaanoriëntatie en – begeleiding (LOB), waaronder AanDeBak-garanties, worden jongeren gestimuleerd om te kiezen voor een opleiding in de sectoren techniek, haven en zorg.
In de periode 2017-2019 hebben we samen met prof. dr. Marinka Kuijpers onderzoek gedaan naar de inzet van LOB op de scholen voor po, vo en mbo in Rotterdam-Zuid, naar de uitvoeringspraktijk van LOB op de scholen en naar de ervaren opbrengsten. Zowel in het schooljaar 2017-2018 als 2018-2019 hebben we daarbij vragenlijsten afgenomen onder leerlingen en diverse (groeps-)gesprekken gehouden. In 2018-2019 hebben 20 schoollocaties meegewerkt en hebben we bijna 1200 vragenlijsten afgenomen onder leerlingen, 49 vragenlijsten onder schoolleiders en daarnaast 22 (groeps-)gesprekken gehouden met docenten, schoolleiding, ouders en leerlingen.
Op de scholen in Rotterdam-Zuid is inhoudelijk draagvlak voor LOB en wordt er gewerkt aan het versterken van competenties en keuzes van leerlingen. Het ontwikkelen van loopbaancompetenties stelt jongeren in staat om zelf sturing te geven aan hun keuzeproces en daarin de juiste overwegingen mee te nemen. Voor de doorontwikkeling van het programma is de dialoog tussen scholen en het NPRZ van belang over de richting (de uitgangspunten en doelen) en de ruimte (facilitering en ondersteuning) die nodig is om LOB te realiseren. Een mogelijke volgende stap in de mooie ambitie van het NPRZ: jongeren van Rotterdam-Zuid een goed toekomstperspectief bieden.
drs. Jos Lubberman
Bijdragen aan beter beleid voor onderwijs en arbeidsmarkt, waar mogelijk met innovatieve methoden en technieken! Dat is al bijna 20 jaar mijn drijfveer. Vanuit verschillende onderzoeks- en adviesbureaus heb ik ervaring met monitoring, evaluatie, onderzoek, advies en begeleiding van verbetertrajecten. De rode draad is het lerarenbeleid, aanpak personeelstekorten, professionalisering, HR-beleid, governance en aanpak schoolverzuim. Daarin zoek ik graag de verbinding tussen thema’s om, u zo optimaal te ondersteunen bij uw beleidsvraag.