Corporate Governance: Is het Nederlandse bedrijfsleven er klaar voor?
Ondernemers in Nederland wachten enigszins gelaten de komst af van de definitieve code van de commissie Tabaksblat. Van koortsachtige voorbereidingen op de komst van de definitieve code is geen sprake; ondernemers kijken de kat uit de boom. Bovendien zijn de verwachtingen over het effect van de code laaggespannen. Ongeveer de helft van de ondernemers verwacht niet dat de code zal bijdragen aan het herstel van het publieke vertrouwen in ondernemingen. Dit alles blijkt uit onderzoek van Regioplan Beleidsonderzoek naar de invoering van een corporate governance code in Nederland. Slechts de helft van de ondervraagde ondernemingen, zowel beurs- als niet beursgenoteerd, pensioenfondsen en verzekeraars, verwacht dat de code zal bijdragen aan het herstel van vertrouwen van het publiek in ondernemingen. Dat is volgens een verrassende uitkomst. “De code is juist bedoeld om het vertrouwen in ondernemingen en het financiële verkeer te helpen herstellen. Blijkbaar is de boodschap van de maatschappij nog niet helemaal doorgedrongen. In het begin van het onderzoek viel het al snel op dat de ondernemingen die geen medewerking verleenden, aangaven te willen wachten op de definitieve code. Naar nu blijkt verwachten veel ondernemingen er ook niet veel van.’ Ook is het opmerkelijk dat een derde van de ondervraagde ondernemingen van menig is dat Nederland met deze code uit de pas loopt op internationale ontwikkelingen. ‘Dat is een forse perceptiekloof met de commissie die de conceptcode heeft opgesteld. Commissievoorzitter Morris Tabaksblat heeft meerdere malen gezegd dat voor de conceptcode erg goed is gekeken naar wat er op dit gebied in het buitenland is gedaan.’ Een meerderheid is het met elkaar eens dat de code niet bij wet moet worden geregeld. Het principe van ‘pas toe of leg uit’ heeft veruit de voorkeur. Zo’n 66 procent van de ondervaagden stelt geen voorbereidingen te zullen treffen totdat er wettelijke dwang wordt opgelegd. ‘Ondernemers verwachten in algemene zin al niet veel van de code, denken dat we uit de pas lopen en willen niet in hun concurrentiekracht beperkt worden door wettelijke verplichtingen. Van eventuele sancties op het niet-naleven van de code wil men dus ook niet horen.’