Daders over cameratoezicht
Cameratoezicht kan effectiever door betere match met type dader in cameragebied.
Cameratoezicht wordt in steeds meer gemeenten ingezet om de veiligheid te vergroten. De belangrijkste doelstelling is het voorkomen van overlast en criminaliteit, maar deze wordt vaak onvoldoende gerealiseerd: in cameragebieden worden nog steeds veel delicten gepleegd. Berekenende daders houden rekening met camera’s, zijn goed op de hoogte van de sterke en zwakke punten en passen hun gedrag aan. Impulsieve daders trekken zich juist weinig van camera’s aan. Als toezichthouder kan je hier rekening mee houden. Cameratoezicht heeft naast een preventieve functie een proactieve en een opsporingsfunctie. Door deze functies te verbinden met het type dader dat in een gebied voor problemen zorgt, kunnen keuzes gemaakt worden voor de manier waarop camera’s worden ingezet en kan de effectiviteit worden vergroot.
Dit blijkt uit onderzoek dat in opdracht van het Programma Politie en Wetenschap is uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek. Het bijzondere van deze studie is dat interviews gehouden zijn met 42 (potentiële) daders, variërend van gedetineerde veelplegers tot risicojongeren. De gedetineerde daders, allen ervaren criminelen of veelplegers, blijken goed op de hoogte van het cameratoezicht: de plaatsen waar de camera’s hangen, de technische mogelijkheden, de tijden waarop wordt uitgekeken, de kwaliteit van de beelden en de bruikbaarheid ervan. Zij laten zich meestal niet afhouden van het plegen van delicten, maar passen wel hun gedrag aan. Ze proberen buiten het zicht van de camera’s te blijven, herkenning te bemoeilijken, maken gebruik van tijden waarop niet wordt uitgekeken en kennen de beperkingen van de camera’s bij bijvoorbeeld drugsdelicten.