Inzicht besteding prestatieboxmiddelen po

De Regeling prestatiebox loopt na schooljaar 2019-2020 af. Mede op basis van ons onderzoek neemt de minister van OCW een beslissing over de toekomst van de middelen.

Voor dat besluit was inzicht nodig in de inzet van de prestatieboxmiddelen en in de eventuele gevolgen van een keuze voor een andere bestemming voor de middelen. Daarom analyseerden we jaarverslagen, zetten een  vragenlijst uit bij bestuurders en hielden een aantal aanvullende interviews.

De meeste besturen hebben de middelen vooral ingezet voor talentontwikkeling (via bijvoorbeeld meer ICT-inzet, plusklassen en cultuureducatie) en voor verdere professionalisering. Ook is er, maar in wat mindere mate, ingezet op duurzame verbetering van de kwaliteitszorg, op gezondheid en beweging van kinderen en op doorgaande ontwikkellijnen po-vo. Een groot deel van de besturen geeft bovendien aan dat de middelen uit de prestatiebox worden ingezet voor structurele uitgaven en doorlopende verplichtingen. Het gaat dan met name om salaris van personeel en de afschrijving van ICT-hardware.

Nu bezuinigen op de middelen heeft gevolgen voor de ambities. Investeringen en activiteiten zullen dan worden verminderd en het proces van verbetering op de scholen wordt vertraagd. Bovendien zal een deel van de besturen bezuinigen op personeel. Het zou ten koste gaan van de onderwijskwaliteit en kunnen leiden tot een verhoging van de werkdruk. Het is daarom geen goed idee om de prestatieboxmiddelen nu heel anders te gaan bestemmen en over te hevelen naar andere doelen.

Besteding aanvullende middelen Nederlandse taal en rekenen in het vo en mbo.

Regioplan heeft in het voorjaar van 2016 een onderzoek uitgevoerd naar de activiteiten en de inzet van de middelen voor taal en rekenen in het vo en mbo. Onder andere via casestudies en enquêtes is in beeld gebracht welke personele en materiële inzet er vanaf 2008 voor de verbetering van het onderwijs in Nederlandse taal en rekenen is geweest. Uit het onderzoek komt naar voren dat er de afgelopen jaren veel acties zijn ondernomen en relatief veel middelen zijn ingezet om het onderwijs en de vaardigheden van leerlingen/studenten te verbeteren.

Groepsgrootte. Verslag van 10 schoolbezoeken.

Net als in 2013 heeft Regioplan, op verzoek van het ministerie van OCW, in november 2013 tien basisscholen bezocht voor een onderzoek naar de groepsgrootteomvang. Voor het onderzoek werden tien scholen geselecteerd die vergelijkbaar zijn wat betreft toegekende middelen per leerling, maar die grote verschillen tonen in hun gemiddelde groepsgrootte. De vraag die in deze gesprekken centraal stond, is welke financiële, personele, demografische, organisatorische en/of onderwijskundige overwegingen er spelen bij de specifieke samenstelling van de groepen. Het rapport bevat een algemeen beeld en casebeschrijvingen.

Gemeentelijke bezuinigingen op onderwijshuisvesting

De PO-Raad wilde graag een beeld van de van de aard en omvang van de gemeentelijke bezuinigingen op onderwijshuisvesting waarmee schoolbesturen voor primair onderwijs worden geconfronteerd. Regioplan is gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. We hebben daartoe een internetenquête uitgezet onder de po-besturen. De resultaten zijn gerapporteerd aan de PO-Raad.

De functie van het uitschrijfbewijs in po, vo en mbo

De verstrekking van het uitschrijfbewijs en het gebruik ervan bij inschrijving van leerlingen is wettelijk verplicht voor het primair en voortgezet onderwijs. Het ministerie van OCW overweegt echter om het af te schaffen. Om beter zicht te krijgen op het gebruik van het uitschrijfbewijs en op de vraag of het afgeschaft kan worden, heeft Regioplan eind 2013 een onderzoek uitgevoerd. De uitkomsten maken duidelijk afschaffing een kleine lastenvermindering kan opleveren, maar dat veel scholen het risico zien van meer dubbele inschrijvingen en ‘zoekraken van leerlingen’. Afschaffing zonder goed alternatief is daarom nog niet wenselijk.

Betaalgedrag overheden

De Nationale ombudsman heeft eind 2013 onder ondernemers geïnventariseerd of het niet tijdig betalen van facturen door overheden nog steeds een veelvoorkomende klacht van ondernemers is. Dit blijkt het geval ondanks het feit dat er inmiddels voor overheden een wettelijke betalingstermijn geldt van 30 dagen. Regioplan heeft in opdracht van de Nationale ombudsman een enquête uitgezet onder aangesloten gemeenten en departementen om inzicht te krijgen in de redenen van het niet tijdig betalen van ondernemersfacturen. Dit onderzoek van Regioplan maakte onderdeel uit van een breder onderzoek van de Nationale ombudsman, waarvan het rapport hieronder te downloaden valt.

Klanttevredenheid Kenniscentrum WMO en Wonen Noord-Holland. Meting 2013 en 2014

Bij de uitvoering van de Wmo heeft de provincie onder andere het Kenniscentrum Wmo en Wonen ingesteld. Het Kenniscentrum biedt gemeenten in Noord-Holland een platform voor laagdrempelige kennisuitwisseling en richt zich op wethouders en ambtenaren van alle Noord-Hollandse gemeenten. Deze gemeenten werken in regioverband samen om hun eigen Regionale Sociale Agenda (RSA) uit te voeren.

De provincie vindt het van belang dat het aanbod van het Kenniscentrum aansluit bij de behoefte. Om die reden wordt er jaarlijks een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd onder de gebruikers en niet-gebruikers van het Kenniscentrum. Regioplan heeft in 2013 en 2014 het onderzoek uitgevoerd. Uit beide onderzoeken blijkt dat de activiteiten van het Kenniscentrum aansluiten bij de wensen en behoeften van de doelgroep.

Nalevingsonderzoek van de Wet op Ondernemingsraden 2011

Elke drie jaar wordt onderzoek gedaan naar de naleving van de Wet op de ondernemingsraden. In 2012 heeft Regioplan deze meting voor de tweede keer uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.



Medezeggenschap van werknemers wordt in Nederland geregeld in de Wet op ondernemingsraden (WOR). Bedrijven (en instellingen) met meer dan 50 werknemers moeten een ondernemingsraad (OR) hebben. Bedrijven met 10 tot 50 werknemers kunnen vrijwillig een OR instellen, maar moeten in elk geval een personeelsvertegenwoordiging (PVT) hebben of periodiek een personeelsvergadering houden.



Behalve op de naleving van de wet richt het onderzoek zich op de structuur, het functioneren en de meerwaarde van medezeggenschap. Voor het onderzoek zijn bestuurders (in de zin van de WOR), directieleden of P&O-functionarissen van ondernemingen met tien of meer werknemers bevraagd.

Zelfevaluatie Landelijke Cliëntenraad

Regioplan heeft in het najaar 2011/voorjaar 2012 een zelfevaluatie uitgevoerd op het functioneren van de Landelijke Cliëntenraad (LCR). De LCR is sinds 2002 het landelijke overlegorgaan van cliënten binnen de sociale zekerheid en heeft vanuit die hoedanigheid een formele overlegrelatie met het ministerie van SZW, gemeenten (in de praktijk de VNG), UWV en SVB. Ook was de toenmalige Raad voor Werk en Inkomen een formele overlegpartner van de LCR.

In de zelfevaluatie hebben we vanuit het perspectief van de LCR en van elk van haar formele overlegpartners de kwaliteit van deze overlegrelatie in de praktijk onderzocht en beoordeeld. We hebben hierbij gebruik gemaakt van het standaardinstrument om kwaliteit van clientenparticipatie vast te stellen (de ‘Scan Clientenparticipatie’). Regioplan en WKA hebben dit instrument in 2010 voor de LCR ontwikkeld.
Het rapport is niet openbaar.

Second opinion onderzoek inhuur externen Horst a/d Maas

Op verzoek van het College van B&W van de gemeente Horst aan de Maas heeft Regioplan in samenwerking met Ernst & Young in de maanden april en mei van 2006 een globale toets uitgevoerd op het door de rekenkamercommissie uitgevoerde onderzoek naar de inhuur van extern personeel en externe bureaus in de periode 2003-2004.