Kernwoord: Beperking
Toegankelijkheid podiumkunsten
In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) voert Regioplan samen met PodiumINC een onderzoek uit naar de toegankelijkheid van de podiumkunstensector voor mensen met een beperking die werken op of achter het podium.
Podiumkunsten zoals muziek, theater, dans en festivals bereiken een breed publiek en spelen daarmee een belangrijke maatschappelijke rol. Hoewel er binnen de sector steeds meer aandacht is voor diversiteit en inclusie, is er tot nu toe weinig bekend over de toegankelijkheid voor mensen met een beperking die werkzaam zijn in de sector. Dit geldt zowel voor artiesten op het podium als voor professionals achter de schermen, zoals technici en producenten.
Toegankelijkheid gaat daarbij verder dan fysieke toegankelijkheid alleen. Het onderzoek richt zich ook op arbeidsmatige, sociale, maatschappelijke en artistieke toegankelijkheid. Vanuit het VN-verdrag Handicap wil OCW beter inzicht krijgen in hoe toegankelijk de podiumkunstensector is voor mensen met verschillende beperkingen.
Aanpak van het onderzoek
Het onderzoek heeft een mixed-method aanpak. Met een enquête brengen we ervaringen met toegankelijkheid in de hele sector in kaart. Daarbij bevragen we mensen met een beperking die (willen) werken in de podiumkunsten, maar ook mensen zonder beperking en werkgevers. Daarnaast voeren we verdiepende interviews met mensen met een beperking en organiseren we focusgroepen met werkgevers.
Vanuit een narratief onderzoeksperspectief onderzoeken we hoe toegankelijkheid in de praktijk wordt ervaren en welke drempels en kansen daarbij een rol spelen. Het begrip ‘beperking’ benaderen we vanuit de Disability Studies, waarbij de wisselwerking tussen iemands beperking en de werkomgeving centraal staat.
Tijdens het onderzoek werken we samen met een klankbordgroep van ervaringsdeskundigen. Zij zijn werkzaam in de podiumkunstensector, hebben een beperking en voorzien het onderzoek gedurende het hele traject van gevraagd en ongevraagd advies.
Aan het einde van het onderzoek formuleren we concrete aanbevelingen voor een toegankelijkere podiumkunstensector. De resultaten vormen een belangrijke basis voor toekomstige beleidsontwikkeling.
Op het kruispunt van knelpunten: ervaringen van mensen met een beperking die mede vanwege hun huidskleur, etnische kenmerken, religie, culturele achtergrond en/of migratie (van hen of hun ouders) achterstelling en uitsluiting kunnen ervaren
Wij hebben een onderzoek uitgevoerd naar de positie van mensen met een beperking die ook vanwege hun huidskleur, etnische kenmerken, religie, culturele achtergrond en/of migratie (van hen of hun ouders) belemmeringen problematiek ervaren bij hun maatschappelijke participatie.
In opdracht van het College voor de Rechten van de Mens heeft Regioplan een onderzoek uitgevoerd naar de positie van mensen met een beperking die mede vanwege hun huidskleur, etnische kenmerken, religie, culturele achtergrond en/of migratie (van hen of hun ouders) belemmeringen ervaren bij hun maatschappelijke participatie. Het doel was om te verkennen op welke gebieden er meer aandacht nodig is voor hun specifieke problematiek, zodat hun rechten gewaarborgd kunnen worden. Om inzichten te verzamelen hebben wij zowel met de doelgroep van het onderzoek gesproken, als met (belangen)organisaties die zich inzetten voor de groep.
Opbrengsten interviews
In de interviews stond centraal welke knelpunten deze groep mensen met een beperking ondervinden. Hierbij lag de focus op de domeinen participatie, zorg (en wonen), onderwijs, en arbeid en bestaansminimum. Ook de mate van vertegenwoordiging door organisaties en in wet- en regelgeving is belicht. We hebben de respondenten ook gevraagd naar oplossingsrichtingen.
Uit de interviews zijn er een aantal belangrijke aandachtspunten naar voren gekomen:
• Aannames en vooroordelen over mensen met een beperking én over mensen met andere kenmerken waardoor zij tot een minderheidsgroep behoren, liggen ten grondslag aan veel van de ervaren knelpunten van de groep. De combinatie van deze vooroordelen – ‘dubbele aannames’ – zorgen voor uitdagingen in het alledaagse sociale contact, maar ook bij de duurzame toetreding tot de arbeidsmarkt, het onderwijs en de zorg. Een onderdeel hiervan is de taboesfeer die in sommige culturele minderheidsgemeenschappen hangt rond (psychische) beperkingen en hulpverlening. Deze taboes zijn veelal een gevolg van vooroordelen over het hebben van een beperking. Discriminatie en het gevoel er niet bij te horen en minder te kunnen dan iemand zonder beperking kunnen hierdoor geïnternaliseerd worden, met beperkte maatschappelijke participatie tot gevolg.
• Het gebrek aan kennis bij organisaties over de mensen over wie het onderzoek gaat en het hierbij aansluitende tekort aan gepaste ondersteuning van de groep, is een knelpunt dat in alle domeinen een rol speelt. Dit komt onder andere tot uiting in het gebrek aan kennis over culturele diversiteit in de zorg, het tekort aan taalscholen die ervaring hebben met lesgeven aan blinde mensen, de ontoegankelijkheid van instellingen zoals ziekenhuizen en scholen, en de beperkte mogelijkheden om met een beperking en onvoldoende Nederlandse taalbeheersing aan het werk te gaan.
• De fysieke ontoegankelijkheid van de openbare ruimte is ten slotte een veelgenoemd thema dat maatschappelijke participatie van de groep belemmert. Op het eerste gezicht lijkt dit niet specifiek voor de doelgroep van het onderzoek, maar is het een relevante uitdaging voor iedereen met een beperking. De gesprekken maken echter duidelijk dat het hebben van intersectionele kenmerken deze knelpunten versterkt en extra drempels bij maatschappelijke participatie opwerpt. Ook het niet voldoende spreken van de taal versterkt de fysieke ontoegankelijkheid van de openbare leefomgeving. Wanneer oplossingen voor fysieke ontoegankelijkheid moeilijk gevonden kunnen worden, door bijvoorbeeld taalverschillen of aannames van anderen, kan dit isolatie en terugtrekking uit de samenleving tot gevolg hebben.
In het licht van het naleven van het VN-verdrag handicap ligt er een belangrijke rol voor belangenorganisaties om zicht te hebben op de ervaringen van de doelgroep van het onderzoek. De gesprekken met organisaties maken duidelijk dat, hoewel zij veel van dezelfde signalen zien van de knelpunten van de groep, de vertegenwoordiging van de groep door organisaties vaak een uitdaging is. Organisaties hebben vaak geen specifieke aandacht voor de doelgroep, maar zien hen als deel van hun bredere achterban. Hierdoor, maar ook vanwege het door de doelgroep ervaren gebrek aan representatie en diversiteit binnen organisaties, worden organisaties moeilijk gevonden door de doelgroep en is de doelgroep ook moeilijk bereikbaar voor deze organisaties. Ook wat betreft wetgeving en beleid stellen de respondenten dat hun participatie beperkt is. Er wordt niet of nauwelijks naar de groep geluisterd en de representatie van de groep in de politiek is beperkt.
Aanbevelingen
Op basis van de genoemde intersectionele knelpunten van de groep en de aangedragen oplossingen door de respondenten, hebben we aanbevelingen geformuleerd. Deze aanbevelingen kunnen gebruikt worden door het College om de overheid aan te sporen om de rechten van de doelgroep zoals neergelegd in het VN-verdrag handicap beter te borgen. De aanbevelingen worden in het onderzoeksrapport uitgewerkt. Zie ook de aanbevelingen die het College doet op basis van ons onderzoek.