Eén plek, meer veiligheid? Onderzoek naar de meerwaarde en haalbaarheid van een Filomena in Kennemerland

Steeds meer regio’s onderzoeken of het Filomena-concept kan bijdragen aan een effectievere aanpak van huiselijk geweld en gendergerelateerd geweld. De gemeente Haarlem wil weten welke meerwaarde een Filomena voor Kennemerland kan hebben, welke investering daarvoor nodig is en welke organisatievorm het beste aansluit bij de behoeften van de regio.

In opdracht van de gemeente Haarlem onderzoekt Regioplan of en in welke vorm het Filomena-concept kan bijdragen aan een sterkere aanpak van huiselijk geweld, gendergerelateerd geweld en kindermishandeling in de regio Kennemerland. Filomena is een integrale aanpak waarbij slachtoffers op één locatie toegang krijgen tot specialistische hulp, forensisch onderzoek, strafrechtpartners en opvang, zodat zij niet zelf langs verschillende organisaties hoeven.

Het onderzoek brengt de maatschappelijke meerwaarde, kosten, baten, risico’s en randvoorwaarden van een Filomena in Kennemerland in kaart. Daarbij worden niet alleen de bestaande Filomena-aanpak, maar worden ook alternatieve organisatievormen onderzocht die dezelfde kernprincipes behouden. De resultaten moeten de gemeente en betrokken partners helpen een goed onderbouwde keuze te maken over de haalbaarheid, inrichting en eventuele realisatie van een Filomena in de regio.

Veiligheidsbeoordeling en risicotaxatie ter voorkoming van fataal geweld

Fataal geweld in relaties (waaronder femicide) op tijd signaleren vormt voor betrokken instanties een grote uitdaging. Risico’s op fataal geweld worden zichtbaar in patronen, terwijl instanties vaak alleen losse signalen zien. In dit onderzoek zijn we nagegaan of het bestaande instrumentarium geschikt is om deze risico’s goed te vangen en in te schalen. Dat blijkt niet het geval: zowel het instrumentarium zelf is hier onvoldoende op toegerust, als de samenwerking tussen instanties waarin signalen bij elkaar moeten komen om de patronen te kunnen zien.

We analyseerden de meest gebruikte instrumenten voor veiligheidsbeoordeling en risicotaxatie en betrokken daarin de kernpartners van de aanpak in Europees en Caribisch Nederland: Veilig Thuis/Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling, politie, openbaar ministerie, reclassering, GGZ, vrouwenopvang, Raad voor de Kindermishandeling. We spraken deze partijen over het gebruik van de instrumenten en over de gewenste samenwerking om tot goede veiligheidsbeoordeling en risicotaxatie te komen.

Daaruit tekende zich een duidelijk beeld van de gewenste werkwijze af:

  • In de fase waarin wordt gehandeld op een signaal/melding/incident is een snelle weging op basis van zo veel mogelijk, maar relatief oppervlakkige informatie nodig. Het bestaande Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) kan, mits doorontwikkeld, daarvoor gebruikt worden. Aansluiting bij de ontwikkeling van de Regionale Geïntegreerde Crisisinterventie onder Veiligheid Voorop is wenselijk.
  • In de fase van vertragen en verdiepen, wanneer het slachtoffer veilig is maar er wel sprake is van structurele onveiligheid, is meer gelegenheid tot het verkrijgen van een diepgaander en volledig beeld van de situatie. We bevelen aan om daarvoor te gaan werken met de (doorontwikkelde) GIA Risicoscreening en omo Veilig Thuis hier een stevige regierol in te geven.

Voor een betere veiligheidsbeoordeling en risicotaxatie voor fataal geweld is betere samenwerking cruciaal. Alleen dan zal een passend instrumentarium effectief kunnen zijn.

Eindevaluatie Verandertraject huiselijk geweld Rotterdam

Tussen 2020 en 2023 gaf de gemeente Rotterdam invulling aan een intensief traject, gericht op de verbetering van de aanpak van huiselijk geweld. Regioplan voerde de eindevaluatie uit en constateerde dat het centraal stellen van de leefwereld moeilijk is, als het systeem barrières opwerpt.

De gewelddadige dood van drie jonge vrouwen in Rotterdam, eind 2018, was aanleiding voor de gemeenteraad om het Verwey-Jonker Instituut (VJI) onderzoek te laten doen naar knelpunten, en oplossingen daarvoor, in de keten voor de aanpak van huiselijk geweld (HG). In 2020 werden de resultaten van dat onderzoek gepubliceerd, met daarin een aantal richtinggevende aanbevelingen voor de verbetering van de aanpak. De gemeente heeft die, samen met partners in de aanpak, opgepakt in het Verandertraject HG Rotterdam. In deze eindevaluatie van het Verandertraject is onderzocht of dit traject heeft geleid tot een goede opvolging van de aanbevelingen.

We concludeerden dat het Verandertraject een grote focus had op de systeemwereld, terwijl het doel nu juist was om verbetering te brengen in de leefwereld door die veel meer centraal te (kunnen) stellen in de uitvoering. Op zich is dat ook niet zo gek: de constatering was immers dat de systeemwereld het centraal stellen van de leefwereld in de weg stond. Deze focus maakte het echter best lastig om de uitvoering van de aanpak zelf, en het effect daarvan op de mensen die met huiselijk geweld te maken hebben, centraal te stellen. Belangrijke aandachtspunten die we de gemeente meegaven voor het vervolg waren:

  • Duidelijkheid creëren over de rol van de wijkteams in de aanpak van huiselijk geweld, onder andere over het voeren van regie op deze casuïstiek;
  • Anders gaan werken door klein te beginnen in de uitvoering van casuïstiek, en niet door meteen hele onderdelen van het systeem te veranderen;
  • Meer focus aanbrengen in het werk van het gevormde bestuurlijke samenwerkingsplatform;
  • Toekomstgericht leren en ontwikkelen in de regio door de Leidende Principes uit het Verandertraject, de uitgangspunten van het Toekomstscenario en de uitgangspunten in de regiovisie op HGKM te harmoniseren, zodat alle partners in de regio vanuit dezelfde uitgangspunten gaan werken aan de aanpak van HG.

 

Betere hulp aan gezinnen met complexe hulpvragen: onderzoeken, ontwikkelen en leren in Hoorn en West-Friesland

Bij gezinnen met complexe hulpvragen staat er veel op het spel. Zij hebben vaak problemen op meerdere levensdomeinen tegelijkertijd. In de praktijk komt het helaas nog te vaak voor dat deze gezinnen niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. Daarom hebben de gemeente Hoorn en de regio West-Friesland ons gevraagd hen te ondersteunen in hun omgang met complexe casuïstiek. Wat begon met een verdiepend onderzoek naar complexe casuïstiek in Hoorn, heeft zich door de jaren heen uitgebreid naar andere activiteiten zoals het begeleiden van leertafels en een implementatietraject. Hieronder geven we een overzicht van de activiteiten en delen we enkele belangrijke inzichten.

Verdiepend onderzoek complexe casuïstiek

In de gemeente Hoorn zijn er relatief veel gezinnen waar meerdere problemen tegelijkertijd spelen. Voor deze problemen worden vaak langdurige en meerdere soorten zorg ingezet. Ondanks de inzet van hulpverleners en van cliënten zelf, heeft deze aanpak regelmatig nog niet het gewenste effect. Daarom hebben we een verdiepend onderzoek uitgevoerd om zicht te krijgen op verbetermogelijkheden voor het beantwoorden van complexe hulpvragen. Dat deden we door in gesprek te gaan met professionals en direct betrokkenen. Uit het onderzoek bleek onder andere dat gezinnen geholpen zijn bij een intensievere, meer systeemgerichte en domeinoverstijgende aanpak.

Beschrijven van de methodiek Proeftuin

Het stopt niet bij kennis over wat er beter kan. De volgende stap is om die kennis te benutten voor daadwerkelijke verandering. Dat gebeurt in een Proeftuin binnen het gebiedsteam Kersenboogerd. In de Proeftuin wordt een methodiek ontwikkeld waarin de eerdere inzichten een plek krijgen. In opdracht van gemeente Hoorn beschrijven we deze methodiek door aan te sluiten bij casusoverleggen en ontwerpsessies te houden met betrokkenen. Zo ontstaat een gedragen methodiekbeschrijving die meegroeit met de lessen die tijdens de pilot worden opgedaan.

Adviseren over gezinsgericht werken

In complexe casuïstiek is vaak sprake van jeugdbescherming, en omgekeerd: casussen waarin de jeugdbescherming betrokken raakt, zijn vrijwel altijd complex. Gezinsgericht werken is een manier van werken waar in dit kader veel van wordt verwacht. In de regio West-Friesland was echter onduidelijk wat precies verstaan moest worden onder gezinsgericht werken: de gemeenten in de regio leken daar iets anders onder te verstaan dan de gecertificeerde instellingen. Ons werd gevraagd duidelijkheid te brengen. Dat bleek alleen mogelijk door een vraagstuk op tafel te leggen dat onderliggend bleek aan de discussie over gezinsgericht werken: de samenwerking tussen lokale teams en partijen in de jeugdbeschermingsketen en ontevredenheid over die samenwerking. Samen met Chiel Peters van Hiemstra & De Vries hebben wij in samenspraak met de betrokken partijen uitgangspunten opgesteld voor de samenwerking tussen lokale teams en gecertificeerde instellingen; uitgangspunten waar bij de verdere richting Toekomstscenario op kan worden voortgebouwd. Het traject leidde bovendien tot belangrijke bijvangst over wat een effectieve jeugdbescherming in de weg staat en ondersteunt.

Leren over de samenwerking in complexe casussen

Tot slot zijn gezinnen gebaat bij hulpverleners die zichzelf en elkaar kritisch durven te bevragen en willen leren van ervaringen uit het verleden. De gemeente Hoorn vroeg ons daarom om een leerproces te begeleiden op basis van complexe casussen waarin de samenwerking en regie niet naar wens verliep. Dit kreeg vorm door drie leertafels en een zogenaamde ‘fishbowl sessie’. In de leertafels werd op de samenwerking en regie binnen een concrete casus gereflecteerd door de betrokken uitvoerende professionals. Vervolgens werden in een fisbowlsessie ook hun management/directie uitgenodigd om samen casusoverstijgend te onderzoeken welke oorzaken ten grondslag liggen aan de ervaren knelpunten en wat je hiervan kan leren naar de toekomst. Deelnemers gaven aan dat het waardevol is om op deze manier dat wat ‘onder water’ leeft omhoog te halen en onderwerp te maken van gesprek.

Meer weten?

Alles samengenomen ligt er een mooi proces dat met elke stap bijdraagt aan betere hulp aan gezinnen met complexe hulpvragen. Wil je meer weten over (een van) de genoemde stappen? Neem gerust contact op met Katrien de Vaan.

Evaluatie clausulering recht op omgang na partnerdoding

De Wet clausulering recht op contact/omgang na partnerdoding beoogt meer duidelijkheid te brengen in het proces dat moet leiden tot een besluit over contact/omgang na partnerdoding. In opdracht van het WODC voerden wij samen met onderzoekers van Avans Hogeschool een evaluatie van deze wet uit.

Geweldsdelicten waarbij sprake is van (vermoedelijke) partnerdoding en waarbij minderjarige kinderen achterblijven, hebben altijd grote impact op de nabestaanden. Het achterblijven van minderjarige kinderen betekent dat er urgente vraagstukken ontstaan. Hierbij is het toelaten van contact tussen de verdachte ouder en het minderjarige kind een van de meest prangende kwesties. De Wet clausulering recht op contact/omgang na partnerdoding beoogt te garanderen dat de besluitvorming hierover op een zorgvuldige manier plaatsvindt. Tevens probeert de wet te waarborgen dat kinderen in de besluitvorming in dit proces voldoende worden gehoord en dat hun stem voldoende wordt meegewogen.

Uit het onderzoek blijkt dat professionals regelmatig meer ruimte nemen in de uitvoering van de wet dan deze strikt gezien voorschrijft. Zo leidt het onderzoek dat de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) moet uitvoeren, niet altijd tot een duidelijk afgebakend advies over contact/omgang. Adviezen van de RvdK en besluiten van kinderrechters worden regelmatig opener gelaten, om zodoende ruimte te bieden voor maatwerk in deze complexe casuïstiek. Doorgaans worden de Gecertificeerde instellingen (GI’s) daarbij door de RvdK het meest geschikt geacht om zelf afwegingen te maken over contact/omgang, aangezien GI’s vrijwel altijd de voogdij over het kind krijgen in partnerdodingszaken.

Borging van expertise

Alhoewel ruimte voor maatwerk in dergelijke complexe casuïstiek belangrijk is, dient wel te worden bewaakt dat de juiste expertise geborgd is in de besluitvorming over wel of geen omgang. Een weloverwogen besluit over omgang vereist namelijk een veelzijdige blik, waarbij zowel aandacht is voor de negatieve als de positieve effecten van omgang op de ontwikkeling van het kind. Dit vereist specifieke expertise, bijvoorbeeld op terreinen zoals identiteitsvorming en loyaliteitsgevoelens van kinderen wiens ouders in detentie verblijven.

Tevens is er in de meeste gevallen van partnerdoding sprake van femicide, waarbij de mannelijke dader zijn vrouwelijke (voormalige) partner heeft gedood. Aan dergelijke misdrijven ligt doorgaans een andere dynamiek ten grondslag dan casussen waarin de vrouw haar mannelijke (voormalige) partner heeft gedood. Van professionals die afwegingen moeten maken in partnerdodingscasussen vergt dit specifieke kennis over de gewelds- en relatiepatronen die in dergelijke casuïstiek spelen en de wijze waarop deze patronen de ontwikkeling van het kind kunnen beïnvloeden.

Alhoewel dit onderzoek niet gaat over de mate waarin de betrokken professionals over deze expertise beschikken, roept het wel vragen op over of deze expertise voldoende is geborgd, wanneer alle beslissingsruimte bij de GI’s wordt belegd. Deze vraag is des te meer van belang vanwege personeelstekorten en het hoge personeelsverloop, waar ook GI’s mee te kampen hebben.

 

Het niet benoemen van een bijzondere curator

Ook moet niet uit het oog worden verloren dat de stem van het kind goed moet worden meegewogen in het uiteindelijke besluit over omgang. Om dit te waarborgen heeft de wet nu voorzien in de verplichte benoeming van een bijzondere curator die als onafhankelijke partij het kind moet vertegenwoordigen. In de praktijk komt het echter voor dat er geen bijzondere curator wordt betrokken tijdens de gerechtelijke contact/omgangsprocedure. Door professionals die reeds betrokken zijn wordt soms weinig meerwaarde gezien in de benoeming van een bijzondere curator. Daarbij speelt mee dat het voor een kind belastend kan zijn als er te veel partijen betrokken zijn.

 

Conclusies

De complexiteit van partnerdodingscasussen maakt het wenselijk dat professionals enige bewegingsruimte hebben in het bepalen van wat het kind op een bepaald moment nodig heeft. Dat initiële adviezen van de RvdK inzake contact/omgang minder afgebakend zijn dan de wet voorschrijft, is vanuit dat oogpunt verdedigbaar, mits er naar manieren wordt gekeken om de rechtbank of de RvdK tot op zekere hoogte nog enige regie te laten behouden. Zo kunnen kinderrechters een zaak aanhouden, waardoor er op een later moment nog eens naar het contact/omgangsvraagstuk kan worden gekeken. Daarnaast kan het ook te verdedigen zijn dat er geen bijzondere curator wordt benoemd, mits het kind dan wel door een andere partij wordt vertegenwoordigd. Wel is het van belang dat dan goed wordt gekeken op welke wijze en door wie het kind dan wel wordt vertegenwoordigd, zodat de wensen van het kind voldoende worden meegewogen in de besluiten die over diens leven worden genomen.

Meer weten?

Download hieronder dan ons eindrapport of neem contact op met Katrien de Vaan of Niek van Ansem.

Sterke lokale teams op veiligheid: bouwstenen voor implementatie

De Leidraad ‘Werken aan veiligheid. Leidraad voor gemeenten voor de opdrachtverstrekking aan lokale teams’ maakt duidelijk aan welke kwaliteitseisen de aanpak van huiselijk geweld, kindermishandeling en ontwikkelingsbedreiging van kinderen in lokale teams moet voldoen. Het werkpakket Werken aan veiligheid van het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming helpt gemeenten en uitvoeringsorganisaties om hier nader invulling aan te geven. Katrien de Vaan van Regioplan ondersteunt regio’s en gemeenten bij de implementatie van de Leidraad, onder andere als lid van het Expertteam Leidraad Werken aan veiligheid, dat het werkpakket ontwikkelde.

Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming vraagt om sterke lokale teams, die een centrale rol spelen in de aanpak van onveiligheid in relaties. De Leidraad Werken aan veiligheid is een belangrijk instrument in het gereed maken van lokale teams voor het oppakken van die rol. Dat is een regionaal proces, omdat gemeenten onderling afhankelijk zijn voor een effectieve aanpak van deze thematiek waarin ook regionale partners een belangrijke rol spelen. Het is ook een proces waar veel regio’s al jaren aan werken, geïnitieerd onder het programma Geweld hoort nergens thuis met de voorloper van de Leidraad: het Kwaliteitskader Werken aan veiligheid voor lokale teams en gemeenten.

Het Expertteam Leidraad Werken aan veiligheid, waar Katrien onderdeel van uitmaakt, helpt gemeenten en regio’s al sinds 2020 bij de implementatie van deze verbeterslag in de lokale teams. De andere leden van het team zijn Marieke Blanken, Trijntje Kootstra en Els van der Weele. Alle producten die zij de afgelopen jaren ontwikkeld hebben ter ondersteuning van gemeenten bij deze opgave, zijn nu gebundeld in het Werkpakket Werken aan veiligheid.

Daarnaast ondersteunt Katrien ook los van het Expertteam regio’s bij de implementatie van de versterking van lokale teams en de ontwikkeling richting het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Meer weten? Neem vooral contact op!

 

 

Intensieve regie op complexe casuïstiek werkt!

Complexe casuïstiek vraagt om een intensieve vorm van regie. Op Goeree-Overflakkee werkt het lokale team al langere tijd met intensieve casusregie (ICR) in het helpen van gezinnen waar huiselijk geweld speelt. Ons onderzoek laat zien dat dat werkt en legt de werkzame mechanismen bloot.

In complexe casuïstiek komt problematiek bij elkaar op verschillende leefdomeinen en bij verschillende betrokkenen (gezinsleden, (ex-)partners, familieleden). Die problematiek beïnvloedt ook de relatie tussen deze betrokkenen. Effectief hulp verlenen in dergelijke casuïstiek vraagt om intensieve regie op de casus, zodat alle problemen in samenhang worden aangepakt en verschillende lijnen van hulp en interventie op elkaar afgestemd worden en blijven.

De gemeente Goeree-Overflakkee werkt inmiddels ruim twee jaar met intensief casusregisseurs op complexe huiselijk geweldcasussen. De casusregisseurs zijn werkzaam binnen de lokale toegang tot zorg en ondersteuning. Zij zijn intensief en langdurig betrokken. Ons onderzoek laat zien dat deze aanpak werkt.

Drie mechanismen

De effectiviteit van de aanpak wordt bepaald door drie mechanismen:
1. de houding van de ICR, die meerstemmig werkt richting gezin en ketenpartners;
2. de intensieve werkwijze van holistisch en systemisch analyseren;
3. de positionering van de ICR als centrale regisseur op de casus, langdurig betrokken en spin in het web van de hulpverlening.

ICR leidt ertoe dat de directbetrokkenen gemotiveerd zijn voor hulp, dat die hulp aansluit bij wat ze nodig hebben, en dat de hulp doorloopt zo lang als nodig is. Dat leidt uiteindelijk tot het waargenomen effect: de zeer beperkte terugval in casussen die ICR’s hebben afgesloten en de vorderingen in het doorbreken van patronen in casussen die nog niet afgesloten zijn.

Randvoorwaarden

Die mechanismen werken niet vanzelf, maar vereisen onder andere:
– voldoende tijd om tot opbouw van een volledige caseload te komen;
– de mogelijkheid voor ICR’s om hun tijd flexibel in te delen, afhankelijk van wat een casus vraagt;
– de ruimte om buiten staande structuren te werken en de inzet van zowel ICR’s als management om dat daadwerkelijk mogelijk te maken;
– de juiste kennis, vaardigheden en ervaring bij de uitvoerders van ICR;
– een duidelijke en stevige positionering;
– een duidelijk belegde verantwoordelijkheid voor implementatie.

Intensieve regie op complexe casuïstiek vanuit lokale teams sluit aan bij wat het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming van lokale teams zal gaan vragen, waar ook het Kwaliteitskader Werken aan veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten op aangepast zal worden. Dit onderzoek bevat dan ook belangrijke en bruikbare lessen voor de ontwikkeling van de lokale aanpak van onveiligheid in gezinnen in de nabije toekomst.

Inzet Aware bij stalking

In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) deden wij onderzoek naar de inzet en beschikbaarheid van Aware bij stalking in centrumgemeenten. Aware (Abused Woman’s Active Response Emergency programme) is een mobiel alarmsysteem dat wordt ingezet voor slachtoffers van stalking en bedreiging. Als het slachtoffer bedreigd of lastiggevallen wordt, kan deze met één druk op de knop een melding doen. Vervolgens worden verschillende instanties ingeschakeld, waaronder de politie, justitie, reclassering en hulpverlening. Sinds 2016 is Aware een erkende interventie in de databank Effectieve Sociale Interventies van Movisie.  

Dit onderzoek naar de toeleiding naar, beschikbaarheid, inzet en het gebruik van, evenals de ervaringen met Aware en vergelijkbare interventies biedt inzicht in: 

  • de mate waarin Aware (of andere interventies ter verhoging van veiligheid) beschikbaar is voor alle slachtoffers van stalking en bedreiging in de relationele sfeer met de hoogste risicotaxatie; 
  • de factoren die de mate van inzet en beschikbaarheid bepalen;
  • mogelijkheden om de inzet van Aware (verder) te optimaliseren. 

Door middel van een enquête onder alle centrumgemeenten, een documentstudie en diverse thematische werksessies is informatie over de inzet en beschikbaarheid van Aware opgehaald. Bijna alle (32 van de 35) centrumgemeenten financieren de inzet van Aware. In alle centrumgemeenten is Aware beschikbaar voor slachtoffers van stalking (of bedreiging) in de relationele sfeer met de hoogste risicotaxatie. Sommige gemeenten stellen Aware ook beschikbaar voor andere doelgroepen. Een hulpverleningstraject voor het slachtoffer is vrijwel altijd gekoppeld aan de inzet van het alarmsysteem. Het werkproces voor de inzet van Aware is in alle regio’s op grote lijnen vergelijkbaar.

Het onderzoek brengt ook enkele succesfactoren en knelpunten in kaart. Zo zijn een goede ‘infrastructuur’ voor de inzet van Aware en de betrokkenheid van verschillende invalshoeken in de besluitvorming essentieel. Een sluitend netwerk van partners die voldoende tijd en capaciteit hebben en waarbinnen rollen en verantwoordelijkheden helder zijn komen snelle en goede toepassing ten goede. Knelpunten hebben o.a. te maken met informatiedeling tussen betrokken partners, afstemming over de hulpverlening van plegers en overdracht van casuïstiek naar andere partijen zoals lokale wijkteams.

Meer informatie?

Lees het onderzoeksrapport of neem contact op met Katrien.

Lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling

Het tegengaan van ouderenmishandeling is één van de speerpunten die de gemeenten in de regio West-Brabant in hun regionale aanpak ‘Geweld hoort nergens thuis’ hebben benoemd. De gemeente Roosendaal heeft nu prioriteit gegeven aan het opstellen van een lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling. Regioplan schrijft dit plan, in nauwe samenwerking met de gemeente.

Ouderenmishandeling is een aparte vorm van huiselijk geweld waarbij andere vormen, dynamieken en samenwerkingspartners aan de orde zijn. Dit maakt dat een eigen plan van aanpak de aanpak van ouderenmishandeling ten goede komt. Het plan voor de gemeente Roosendaal bestaat uit verschillende onderdelen. Zo maken we een risicoanalyse om risicofactoren en -profielen in beeld te brengen en benoemen we welke lokale en regionale partners een belangrijke rol (kunnen) vervullen in de lokale aanpak. In het plan zijn een aantal actielijnen opgenomen waaraan concrete doelen en acties verbonden zijn. Deze zijn vervolgens aan een tijdlijn verbonden om inzichtelijk te maken welke focus voor de korte en lange termijn gekozen is.
Het plan is in nauwe samenwerking met de gemeente en uitvoerende organisaties opgesteld; hun (praktijk)kennis is essentieel om te komen tot een solide en concrete aanpak.

Meer weten?
Heeft uw gemeente ook interesse in ondersteuning bij het opstellen van een lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling? Of wilt u weten wat wij verder voor u kunnen betekenen in het kader van de aanpak ouderenmishandeling? Neem dan contact op met Katrien.

Aandacht voor gender in aanpak huiselijk geweld: handreiking voor casuïstiekbespreking en training

Voor het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis ontwikkelde Regioplan een handreiking casuïstiekbespreking voor het verbeteren van de aandacht voor gender in de aanpak van huiselijk geweld. Deze handreiking is getest in trainingen aan professionals en aan deze eerste ervaringen aangepast.

Hoe help je de uitvoering om meer en beter aandacht te besteden aan de rol die gender speelt bij huiselijk geweld en kindermishandeling? Die vraag van het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis leidde in 2021 tot de oplevering van een aantal producten door Regioplan, waaronder een tweetal casuïstiekbeschrijvingen met een gebruikershandreiking. Deze zijn door ervaren trainers getest in negen trainingen in zes regio’s.

De lessen uit deze testfase zijn verwerkt in de hieronder opgenomen aangepaste handreiking, die kan worden gebruikt voor training en casuïstiekbespreking.