Kernwoord: Ketensamenwerking
Samenwerken in ketens, je komt het op elk beleidsterrein tegen. De juiste partijen met de juiste taakopdracht op het juiste moment bijeenbrengen en in de juiste volgorde activiteiten laten uitvoeren. Regioplan organiseert ketensamenwerking, stuurt ketens aan en evalueert ketensamenwerking
Actieonderzoek effectieve inzet van het strafrechtelijk kader van de MAS
Binnen de MAS werken verschillende ketenpartners samen om schoolverzuimende jongeren terug te begeleiden naar passend onderwijs. In dit actieonderzoek is onderzocht hoe het strafrechtelijk kader binnen die aanpak effectiever ingezet kan worden.
Schoolverzuim kan een indicatie zijn van onderliggende problematiek en mogelijk risicovol gedrag bij jongeren. In Amsterdam zochten ketenpartners binnen de MAS naar manieren om hun samenwerking te verbeteren en het strafrechtelijk kader effectiever toe te passen, zonder het zorgkader uit het oog te verliezen. In een lerend en reflectief proces werkten we met vertegenwoordigers van scholen, leerplicht, OM, politie, Halt, de Raad voor de Kinderbescherming, jeugdbescherming en jeugd(gezondheids)zorg. Door middel van drie intensieve werksessies zijn kansen en behoeften vertaald naar acties die direct in de praktijk zijn getest. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat het vroegtijdig betrekken van ketenpartners zoals de RvdK en jeugdbescherming van meerwaarde is, dat zorg en strafrecht beter gecombineerd kunnen worden ingezet, en dat een duidelijke visie van leerplichtambtenaren op het gebruik van pv’s bijdraagt aan effectiviteit en samenwerking.
Gebruiken van de Impactmonitor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Hoe kan kennis uit de Impactmonitor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling ingezet worden voor een effectievere aanpak HGKM? Regioplan ontwikkelde een aantal instrumenten die gemeenten, regio’s en hun ketenpartners daarbij helpen.
De Impactmonitor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (verder: Impactmonitor) ontsluit data die gebruikt kunnen worden bij de agendering, aansturing, inrichting en uitvoering van de aanpak van Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM) en beoogt zo bij te dragen aan de verbetering van de effectiviteit van die aanpak.
Regioplan ondersteunde in het najaar van 2021 en het voorjaar van 2022 regio’s bij het werken met de Impactmonitor. Daarbij werden beleid en uitvoeringspraktijk van gemeenten, regio’s en hun ketenpartners betrokken. De ondersteuning was gericht op zowel kennisverspreiding over het bestaan en de inhoud van de Impactmonitor als op het praktische gebruik ervan (hoe vind ik welke cijfers?). Ook bood Regioplan ondersteuning bij de inzet van de cijfers voor ontwikkeling en evaluatie van beleid en voor het sturen op de uitvoering van de aanpak. Daarbij werd ook informatie opgehaald om de monitor verder te ontwikkelen.
Het project heeft geresulteerd in een rapportage waarin inzichten voor verbetering van het gebruik van de Impactmonitor gebundeld zijn, en die ook een advies bevat voor de verdere ontwikkeling van de Impactmonitor. Ook zijn verschillende instrumenten ontwikkeld om het gebruik te ondersteunen en daarmee het kennisgestuurd werken in regio’s te versterken.
Evaluatie van de pilot ‘Samenwerking in de eerstelijn van de rechtsbijstandsverlening’
Een betere dienstverlening aan rechtzoekenden, die sneller een oplossing voor hun probleem wordt aangeboden. Dat is de opbrengst uit de pilot ‘Samenwerken in de eerstelijn’ waarin het Juridisch Loket, sociaal raadslieden en sociaal advocaten op lokaal niveau nauwer hebben samengewerkt, vaker overlegd en gezamenlijke piketdiensten hebben gedraaid. Wij evalueerden deze pilot.
De pilot ‘Samenwerken in de eerstelijn’
De pilot is uitgevoerd op initiatief van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) samen met de Raad voor Rechtsbijstand (RvR), het Juridisch Loket (hJL), Sociaal Werk Nederland (SWN) en de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) en is gefinancierd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. In de pilot is voor een periode van negen maanden geëxperimenteerd met piketdiensten, signaleringsoverleggen en het ontwikkelen van best practices. De pilot is gelijktijdig gehouden op vijf locaties door Nederland, in een mix van dicht- en dunbevolkte gebieden.
In de pilot konden medewerkers van de eerstelijn via een piketdienst zaken overleggen met sociaal advocaten. Omgekeerd hadden de sociaal advocaten een aanspreekpunt bij de eerstelijnsmedewerkers. Door dit frequente contact werd het door hulpverleners makkelijker gevonden om problemen in samenhang aan te pakken. Daarnaast werd er op elke locatie regelmatig een signaleringsoverleg gehouden. In dit overleg konden medewerkers van het Juridisch Loket en sociaal raadslieden overleggen met sociaal advocaten over veelvoorkomende kwesties. Ook stelde dit overleg deelnemers in staat om opgehaalde ideeën te bespreken die zich lenen voor het ontwikkelen van best practices.
Beleidstheorie
De geleerde lessen zijn door de opdrachtgevers verder uitgewerkt tot voorstellen, die na de zomer van 2021 worden gepresenteerd aan de minister voor Rechtsbescherming en aan de Tweede Kamer. In het onderzoek is de relatie tussen pilotdoel en -middelen beschreven in een zogenaamde beleidstheorie, die de veronderstelde werking van de pilot beschrijft. Deze bestaat uit drie elementen:
- De pilots leiden tot intensivering en structurering van de samenwerking tussen partijen (piketdienst, signaleringsoverleg en best practices). Partijen leren elkaar beter kennen en kunnen elkaar gemakkelijker vinden.
- Deze verbeterde samenwerking leidt ertoe dat rechtzoekenden sneller een passende hulpaanbod wordt gedaan (betere diagnose en verwijzing).
- Dankzij het verbeterde hulpaanbod vinden rechtzoekenden sneller een passende oplossing.
De kern van het onderzoek bestond uit het toetsen van deze beleidstheorie. Daarvoor is het samenwerkingsproces geëvalueerd en is een pilotregistratie ingericht om bij te houden welke aantallen zaken in de piketdienst aan de orde zijn geweest en wat daarvan de belangrijkste kenmerken zijn. De procesevaluatie bestond voornamelijk uit twee series van interviews met de coördinatoren van de lokale pilots. Het pilotregistratiesysteem is ingericht met behulp van onze DRS-software. Hierin hebben medewerkers van het Juridisch loket, sociaal raadslieden en sociaal advocaten gegevens over cases vastgelegd. Met behulp van deze gegevens zijn kwantitatieve analyses gemakt. Het systeem kent ook een dashboardfunctie, dat real time een grafisch beeld schetst van de aantallen pilotzaken en de kenmerken ervan. Het instrument biedt daarmee de mogelijkheid om tijdens de uitvoering van de pilot lessen te trekken en bij te sturen.
Meer informatie?
In Sociaal Bestek verscheen een artikel over dit project van de hand van onder meer Bob van Waveren en Annemieke Mack.
Meer informatie over het onderzoek is verder te vinden op de website van de Raad van Rechtsbijstand. Of neem contact op met Yannick Bleeker.
Huiselijk geweld ten tijde van Corona
De coronacrisis en bijbehorende maatregelen hebben grote impact op de manier hoe we in Nederland werken, wonen en leven. Dit levert vragen en zorgen op over het effect van de coronacrisis op de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Ook de gemeente Arnhem kampt met deze vragen. Zij wilden graag zicht op de prevalentie van HGKM in 2020 en of de Arnhemse aanpak bijsturing behoeft. Wij deden onderzoek naar de HGKM-problematiek en aanpak in 2020 in Arnhem.
Met behulp van een analyse van risicofactoren, een literatuurstudie, interviews met landelijke en lokale professionals en reflectiesessie met ervaringsdeskundigen zicht hebben gekregen op de aanpak in coronatijd en de ervaringen, behoeftes, en best practices hebben meegenomen in een advies voor een meer coronaproof aanpak. Het rapport biedt ook voor andere gemeenten een checklist van aandachtspunten voor bijsturing van de lokale HGKM-aanpak in coronatijd, zowel voor de gemeente als voor de professionals.
Verdiepend onderzoek casuïstiek Hoorn
De gemeente Hoorn heeft geconstateerd dat er in de eigen gemeente relatief veel multiprobleemgezinnen zijn waarbij langdurige en gestapelde zorg wordt ingezet. Ondanks de betrokken inzet van hulpverleners en cliënten zelf, heeft de hulpverlening regelmatig niet het gewenste effect en blijven forse hulpvragen bestaan. Daarom voeren we in opdracht van de gemeente Hoorn het Verdiepend onderzoek casuïstiek Hoorn uit. Het doel is inzicht te geven in waar en hoe er winst te behalen is bij het effectief beantwoorden van complexe hulpvragen. We gaan hiervoor in gesprek met professionals en direct betrokkenen om te onderzoeken waar de verbetermogelijkheden liggen.
Bestuurlijke constructen in het onderwijs
Het ministerie van onderwijs wilde een update van een eerder uitgevoerd onderzoek naar samenwerkingsvormen als coöperaties, federaties, holdings en personele unies in het onderwijs. Met bestandsanalyses en tekstming op jaarverslagen brachten we het voorkomen van deze vormen in beeld. Via literatuurstudie en interviews onderzochten we ook de redenen, voor- en nadelen en risico’s van deze constructen.
Tevens voerden we een verkenning uit naar samenwerkingsvormen van schoolbesturen op vestigingsniveau, waarbij gebouwen, faciliteiten, personeel of aanbod van onderwijs, opvang of zorg worden gedeeld. Dat deden we via een enquête en verdiepende interviews.
Oorzaken caseload Veilig Thuis Flevoland: reconstructie van 100 casussen
Huiselijk geweld is moeilijk te doorbreken. In Flevoland onderzochten we oorzaken voor de hoge caseload van Veilig Thuis. Daarbij constateerden we hoge recidive en veel uitval uit trajecten. Belangrijke oorzaken liggen in de kwaliteit van hulp en in de toerusting van het lokaal veld.
Recidive en uitval uit hulpverleningstrajecten
In het onderzoek is een representatieve steekproef van 100 meldingen bij Veilig Thuis Flevoland (VTF) onderzocht. In bijna twee derde van die casussen was minstens één keer eerder al sprake van melding bij VTF; bij een kwart betrof het 3 tot 7 eerdere meldingen. Melding bij Veilig Thuis en het daarop volgende (hulpverlenings-)traject leiden in een groot deel van de gevallen dus niet tot duurzame veiligheid. In het onderzoek zelf is voor een periode van 12-15 maanden onderzocht of er sprake was van nieuw geweld; dat bleek in bijna een derde van de casussen het geval en in nog eens 11 procent van de casussen was sprake van nieuwe zorgen over de veiligheid. Daarmee vormt het gebrek aan effectiviteit van de aanpak die volgt op een melding een belangrijke oorzaak voor de hoge caseload bij Veilig Thuis, naast het bestaan van risicofactoren in de populatie. Dat gebrek aan effectiviteit is echter niet zozeer Veilig Thuis aan te rekenen, maar betreft het resultaat van het handelen in het hele netwerk van partijen die zich met de opvolging van Veilig Thuismeldingen bezig houden.
Het onderzoek laat zien dat het beter moet: de uitval uit hulp is onacceptabel hoog en partijen werken in de aanpak onvoldoende samen. Met elke nieuwe Veilig Thuismelding wordt de kans op succesvol ingrijpen kleiner en de volwassenen en kinderen die het betreft krijgen niet de hulp die ze nodig hebben.
Aanknopingspunten voor de aanpak
De aanpak van huiselijk geweld kan ook echt beter. Het onderzoek biedt daar een aantal duidelijke aanknopingspunten voor. Ten eerste bevordert voldoende capaciteit en expertise bij het lokaal veld vroegtijdig handelen op signalen en voorkomt een opwaartse druk naar Veilig Thuis. Ten tweede zien we dat de aanwezigheid van één integrale plek waaraan Veilig Thuis casussen kan overdragen de samenwerking tussen Veilig Thuis en het lokaal veld ten goede komt. Met een beter geïnformeerde beslissing over het vervolgtraject als gevolg. En tot slot valt er nog veel winst te behalen met duidelijke regie en een systeemgerichte aanpak in casuïstiek, zowel in het verminderen van uitval, als in het realiseren van duurzame veiligheid. In een tijd waarin sprake is van hoge druk op de capaciteit van het lokaal veld en van specialistische hulp is dat mogelijk een lastige boodschap. Maar het is er ook één die hoop biedt: lukt het om effectiever te handelen, dan is de winst op de caseload bij alle betrokken partijen namelijk aanzienlijk.
Meer informatie?
Lees ons onderzoeksrapport, bekijk de infographic of neem contact op met Katrien.
Basisaanpak ontspoorde mantelzorg
Hoe werk je vanuit zorg, welzijn en veiligheid samen aan ouderen langer veilig thuis laten wonen? Dat verkenden we in tien gemeentelijke pilots. In de pilots werd een aanpak ontwikkeld, gericht op het voorkomen en het effectief aanpakken van ‘ontspoorde mantelzorg’: mantelzorg die uitmondt in geweld door de mantelzorger tegen de zorgvrager. Daarvoor moeten de ketens van zorg, welzijn en veiligheid met elkaar verbonden worden. Het resultaat is de Basisaanpak ontspoorde mantelzorg.
Meer informatie
Meer weten over wat wij doen om ouderen veilig langer thuis te laten wonen? Kijk bijvoorbeeld naar onze ondersteuning aan het actieplan Ouderen en Veilige Handen; onze rol bij veilig financieel ouder worden; en ons onderzoek naar ouderenmishandeling.
Voor vragen kunt u contact opnemen met Katrien.
Stoppen met sekswerk: belemmerende factoren voor een duurzame uitstap
In 2008 stelde het ministerie van Justitie de Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees (RUPS) op. Deze regeling spoorde gemeenten en maatschappelijke instellingen aan om ondersteuningsprogramma’s te ontwikkelen voor sekswerkers die willen uitstappen. Deze regeling stopte in 2011. De gemeente Amsterdam financierde voortzetting van de uitstapprogramma’s alvorens het ministerie in 2014 RUPS II in het leven riep. Teneinde de ondersteuningsprogramma’s in Amsterdam te verbeteren zijn in opdracht van de gemeente Amsterdam en HVO-Querido belemmeringen die sekswerkers kunnen tegen komen in kaart gebracht. Hiervoor spraken we onder meer met ongeveer twintig (ex)sekswerkers.
Meer informatie?
Neem contact op met Yannick.
Monitoren continuïteit zorg na afloop ISD en TBS-maatregel
Gedetineerden in een isd-inrichting en tbs-kliniek hebben vaak langdurige zorg nodig om weer op een verantwoorde en veilige manier in de maatschappij te kunnen functioneren. De duur van het strafrechtelijke traject is echter niet altijd lang genoeg om de geïndiceerde behandeling af te ronden.
Met het oog op continuïteit van zorg na afloop van de isd-maatregel en de gemaximeerde tbs-maatregel is een naadloze aansluiting tussen het strafkader en het civiele/vrijwillige zorgkader essentieel. In opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie monitort Regioplan gedurende een jaar de continuïteit van zorg na afloop van een isd- en tbs-maatregel.