Duurzame inzetbaarheid in de mobiliteitsbranche meten en monitoren

Voor het O&O-fonds OOMT en de Bedrijfsraad MvT – waarin werkgevers en werknemers samenwerken in het cao-overleg – ontwikkelden wij een model om duurzame inzetbaarheid in de mobiliteitsbranche te meten en monitoren. Het model geeft zicht op de huidige stand van zaken in de branche en helpt om ontwikkelingen tijdig te signaleren. Daarnaast biedt het aanknopingspunten voor beleid en dienstverlening die OOMT en de Bedrijfsraad MvT kunnen inzetten om duurzame inzetbaarheid in de mobiliteitsbranche te verbeteren.

Duurzame inzetbaarheid gaat over de match tussen het werk en de werkende, nu én in de toekomst. Het betekent dat mensen gezond, productief en met plezier kunnen blijven werken, en dat zij kunnen meebewegen met veranderingen in het werk, de organisatie en de arbeidsmarkt. Het gaat dus niet alleen om hoe het nu gaat op de werkvloer, maar juist ook om inzetbaarheid op de langere termijn. OOMT heeft al eerder stappen gezet om duurzame inzetbaarheid in de mobiliteitsbranche te meten. Dit project bouwt daarop voort en richt zich op de doorontwikkeling van de metingen van OOMT. Op dit moment ontbreekt een breed en integraal beeld van duurzame inzetbaarheid in de branche en van de factoren die daarop van invloed zijn.

In co-creatie een model en aanpak ontwikkeld

Regioplan ontwikkelde samen met OOMT en de Bedrijfsraad een model dat duurzame inzetbaarheid niet alleen beschrijft, maar ook verklaart. Dat deden we in een co-creatief proces, waarin we op basis van literatuur relevante factoren in kaart brachten en deze vervolgens vertaalden naar meetbare indicatoren. Ook brachten we in beeld met welke databronnen die indicatoren gemeten kunnen worden. Op basis daarvan stelden we een concreet en direct uitvoerbaar plan van aanpak op. Daarin werkten we het model, de indicatoren en de uitvoering van de metingen uit, met aandacht voor het zorgvuldig en veilig verzamelen en beheren van gegevens.

Het model vormt de basis

Het model vormt de inhoudelijke basis voor onderzoek naar duurzame inzetbaarheid binnen OOMT en de Bedrijfsraad. Het helpt om onderzoeken meer in samenhang uit te voeren: wat onderzoeken we, waarom doen we dat en hoe duiden we de uitkomsten? We onderscheiden een basismodel met een selectie van factoren die structureel gemeten kunnen worden (bijvoorbeeld jaarlijks), zodat een overzichtelijk beeld ontstaat en trends over meerdere jaren zichtbaar worden. Daarnaast is er ruimte voor themagericht verdiepend onderzoek, bijvoorbeeld vanuit cao-afspraken, beleidsdoelen of jaarthema’s. Een groot deel van de factoren is te meten met bestaande bronnen, bijvoorbeeld met data van het CBS.

De ontwikkeling van het model en de uitgangspunten

Het model is gebaseerd op een model van TNO, dat de gelaagdheid van duurzame inzetbaarheid zichtbaar maakt en factoren op micro-, meso- en macroniveau onderscheidt. Wij hebben het TNO-model bewerkt en toegespitst op de mobiliteitsbranche en op het doel waarvoor OOMT en de Bedrijfsraad het willen gebruiken. Daarbij voegden we meer handelingsperspectief toe en maakten we expliciet ruimte voor contextfactoren die in de branche spelen. In dit model is duurzame inzetbaarheid geen momentopname: de huidige werksituatie zegt niet alles, omdat het ook gaat om inzetbaarheid in de toekomst. Deze visie sluit aan bij de definitie van OOMT en de Bedrijfsraad: “een goede match tussen het werk en de werkende, nu en in de toekomst”.

We werkten het model uit vanuit de volgende uitgangspunten:

  • Theoretisch onderbouwd en verklarend: Het model is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur. Naast het TNO-model zijn aanvullende theorieën en modellen gebruikt om onderdelen verder uit te werken. Het model maakt zichtbaar welke factoren duurzame inzetbaarheid beïnvloeden, hoe deze factoren samenhangen en op welke manier zij doorwerken in duurzame inzetbaarheid.
  • Aandacht voor meerdere niveaus: Duurzame inzetbaarheid is een uitkomst op individueel niveau, maar wordt beïnvloed door factoren op micro-, meso- en macroniveau. In het model is duurzame inzetbaarheid daarom het resultaat van persoonlijke factoren van werkenden, zoals gezondheid, vaardigheden en motivatie, factoren in het werk en de organisatie, zoals werkomstandigheden, werkdruk en leiderschap en bredere contextfactoren, zoals bedrijfsbeleid, wet- en regelgeving en ontwikkelingen in de sector en de arbeidsmarkt. Micro- en mesofactoren zijn vaak direct merkbaar in het dagelijks werk en hebben daardoor een meer directe invloed. Macrofactoren zijn op de werkvloer minder tastbaar en werken meestal indirect door.
  • Handelingsperspectief voor beleid en praktijk: Het model is niet alleen beschrijvend en verklarend, maar biedt ook handvatten voor actie. Het laat zien aan welke “knoppen” OOMT en de Bedrijfsraad kunnen draaien om duurzame inzetbaarheid te verbeteren, en helpt ook om te bepalen wanneer actie nodig is.

Dit project is relevant voor sociale partners, brancheorganisaties, O&O-fondsen en beleidsmakers die duurzame inzetbaarheid in een sector willen meten en monitoren. Het model helpt ook om gerichter aan de slag te gaan met duurzame inzetbaarheid.

 

Het meten van indicatoren uit het DI-model met CBS-data

Aangezien een groot deel van de indicatoren uit het model kan worden gemeten met CBS-data, hebben we binnen dit project ook CBS-analyses uitgevoerd. Hiermee brengen we voor onderdelen van het DI-model de stand van zaken in de mobiliteitsbranche in beeld. De data uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) en de Werkgevers Enquête Arbeid (WEA) zijn gebruikt om onder andere zicht te krijgen op arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden in de mobiliteitsbranche. Ook de vitaliteit en gezondheid, werk-privébalans, sociale veiligheid, verzuim en de tevredenheid en bevlogenheid van medewerkers in de mobiliteitsbranche zijn met data uit de NEA en de WEA in kaart gebracht. CBS-data zijn daarnaast gebruikt om een beeld te verkrijgen van de in- en uitstroom van medewerkers in de mobiliteitsbranche. We hebben onderzocht uit welke sectoren werknemers afkomstig zijn, naar welke sectoren zij uitstromen en welke opleidingen zij hebben gevolgd. De in- en uitstroom data hebben betrekking op een bredere groep medewerkers in de mobiliteitssector. Dit betekent dat het niet alleen gaat om medewerkers van bedrijven die bij het O&O-fonds OOMT zijn aangesloten.

Benieuwd naar de resultaten? Hieronder kun je de resultaten uit de CBS-analyses terugvinden.

Het rapport van dit onderzoek is niet openbaar.

Wil je meer weten? Neem dan contact op met Rosanne.

Nationale Drug Monitor 2025

De Nationale Drug Monitor (NDM) geeft inzicht in de actuele kennis over drugscriminaliteit, middelengebruik en strafbaar gedrag en wetgeving en beleid daaromtrent. Al sinds 2020 levert Regioplan een bijdrage aan deze onderdelen van de NDM door diverse bronnen te verzamelen, deze te analyseren en daarover te rapporteren. Zo ontstaat inzicht in de grote stroom aan informatie op dit thema.
Er wordt veel verschillende informatie verzameld over drugscriminaliteit, middelengebruik en daaraan gerelateerd strafbaar gedrag. Ook groeit de kennis over dit onderwerp door nieuw (wetenschappelijk) onderzoek. Beleidsmakers en andere professionals zijn gebaat bij een actueel overzicht van en inzicht in deze grote stroom aan informatie. Daarom updaten we tweemaal per jaar het overzicht van actuele informatie in de NDM. De meest actuele informatie is te vinden op de website.

Meerdere onderdelen

We leveren een bijdrage aan de updates van verschillende onderdelen van de NDM. Het gaat om de onderdelen over drugscriminaliteit en aan middelengebruik gerelateerd strafbaar gedrag (Hoofdstuk 16 en 17). Sinds 2023 zijn daar de onderdelen over wetgeving, beleid en preventie rondom drugs en criminaliteit bijgekomen (Hoofdstuk 2). In 2025 hebben we daarnaast voor het eerst de tekst uit deze hoofdstukken herschreven. Tot slot leveren we een bijdrage aan de producten voor de European Monitoring Centre for Drugs en Drug Addiction (EMCDDA).

Doorlopend onderzoek

Voor de updates van de onderdelen van de NDM verrichten we doorlopend onderzoek. Daarvoor verzamelen, analyseren en rapporteren we informatie uit verschillende bestaande registraties en bronnen. Denk bijvoorbeeld aan registraties van de politie, reclassering, Dienst Justitiële Inlichtingen (DJI) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Ook organiseren we duidingssessies met experts uit de strafrechtketen en wetenschap. Zo verrijken we de cijfers met ervaringen en expertise uit de praktijk en wetenschap.
Het onderzoek voor de Nationale Drug Monitor voeren we uit in opdracht van Wetenschappelijke Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Het Trimbos-Instituut produceert de NDM als geheel.

Nationale Drug Monitor (2023)

De Nationale Drug Monitor (NDM) geeft inzicht in de actuele kennis over drugscriminaliteit, middelengebruik en strafbaar gedrag en wetgeving en beleid daaromtrent. Al vier jaar levert Regioplan een bijdrage aan deze onderdelen van de NDM door diverse bronnen te verzamelen, deze te analyseren en daarover rapporteren. Zo ontstaat inzicht in de grote stroom aan informatie op dit thema.

Er wordt veel verschillende informatie verzameld over drugscriminaliteit, middelengebruik en daaraan gerelateerd strafbaar gedrag. Ook groeit de kennis over dit onderwerp door nieuw (wetenschappelijk) onderzoek. Beleidsmakers en andere professionals zijn gebaat bij een actueel overzicht van en inzicht in deze grote stroom aan informatie. Daarom updaten we tweemaal per jaar het overzicht van actuele informatie in de NDM. De meest actuele informatie is te vinden op de website.

Meerdere onderdelen

We leveren sinds 2020 een bijdrage aan de updates van onderdelen van de NDM. Het gaat om de onderdelen over drugscriminaliteit en aan middelengebruik gerelateerd strafbaar gedrag. Sinds 2023 zijn daar de onderdelen over wetgeving, beleid en preventie rondom drugs en criminialiteit bijgekomen. Daarnaast leveren we een bijdrage aan de producten voor de European Monitoring Centre for Drugs en Drug Addiction (EMCDDA).

De belangrijkste ontwikkelingen van afgelopen jaar zijn weergegeven in een factsheet.

Doorlopend onderzoek

Voor de updates van de onderdelen van de NDM verrichten we doorlopend onderzoek. Daarvoor verzamelen, analyseren en rapporteren we informatie uit verschillende bestaande registraties en bronnen. Denk bijvoorbeeld aan registraties van de politie, reclassering, Dienst Justitiële Inlichtingen (DJI) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Ook organiseren we duidingssessies met experts uit de strafrechtketen en wetenschap. Zo verrijken we de cijfers met ervaringen en expertise uit de praktijk en wetenschap.

Het onderzoek voor de Nationale Drug Monitor voeren we uit in opdracht van Wetenschappelijke Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Het Trimbos-Instituut produceert de NDM als geheel.

 

Ontwikkeling methodiek kinderrechtenmonitor

Het Kinderrechtencollectief wil vanaf 2023 jaarlijks een kinderrechtenmonitor publiceren. Wij helpen het collectief met het ontwikkelen van de monitor.

De Nederlandse staat heeft het VN-Kinderrechtenverdrag geratificeerd en legt daarom iedere vijf jaar verantwoording af aan het VN-Kinderrechtencomité over hoe het gaat met de naleving van kinderrechten.

Het Kinderrechtencollectief, dat bestaat uit verschillende kinderrechtenorganisaties, wil graag een vinger aan de pols houden en de aanbevelingen van het VN-Kinderrechtencomité volgen. Daarom wil het Kinderrechtencollectief een kinderrechtenmonitor ontwikkelen. De monitor moet als input dienen voor de kinderrechtendialogen met ministeries.

Wij helpen het Kinderrechtencollectief met het ontwikkelen van de monitor, zodat de monitor vanaf 2023 jaarlijks kan worden uitgebracht.

Vooronderzoek procesindicatoren aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

Procesindicatoren helpen om inzicht te krijgen in het hulpverleningsproces bij gezinnen die te maken hebben met huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Het idee is dat door in de Impactmonitor Huiselijk geweld en Kindermishandeling ook te monitoren op procesindicatoren, betrokken partijen beter met en van elkaar kunnen leren om zo de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld verder te verbeteren. Wij deden onderzoek naar de mogelijkheden om procesinformatie geautomatiseerd op te halen uit dossiers bij betrokken instanties.

Monitoren van de aanpak HGKM
In het kader van de monitoring van de aanpak HGKM is de Impactmonitor HGKM ontwikkeld. De monitoring van de aanpak heeft als doel bij te dragen aan het zichtbaar maken van lokale, regionale en landelijke resultaten bij de aanpak van HGKM. Hierbij gaat het zowel om uitvoering als beleid. De Impactmonitor is nog in ontwikkeling. Een van de onderdelen die nog ontwikkeld moet worden, is het deel dat inzicht beoogt te bieden in het verloop en de effectiviteit van het hulpverleningsproces.

Onderzoek naar procesindicatoren
De adviesonderzoekscommissie Geweld hoort nergens thuis, ondergebracht bij ZonMw, heeft ons gevraagd om een vooronderzoek te doen naar de mogelijkheden die er zijn om procesindicatoren uit dossiers van betrokken (hulpverlenende) instanties op te halen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden bij een lokaal team, een Veilig Thuisorganisatie en een Jeugdbeschermingsinstelling. Met dit kleinschalige vooronderzoek is een eerste stap gezet in het inzichtelijk maken van de mogelijkheden voor het geautomatiseerd verzamelen van de procesindicatoren.

Het onderzoek wees onder andere uit dat de dossiers informatie over een aantal procesindicatoren, zoals het veiligheidsplan, het hulpverleningsplan, de actuele veiligheidssituatie, samenwerking, regievoering en recidive, bevat. Ondanks dat deze informatie in het dossier staat, is deze niet altijd systematisch en geautomatiseerd uit de registratiesystemen te halen. Op dit moment bestaat het risico dat met geautomatiseerde informatieverzameling, informatie gemist wordt die wel in het dossier staat.

Vervolgstappen
Technisch zijn er mogelijkheden om de registratiesystemen aan te passen, zodat de informatie op structurele wijze op de juiste plek terechtkomt en geautomatiseerd opgehaald kan worden. Procesinformatie die nodig is voor managementrapportages, verantwoordingen of structurele gegevensaanleveringen in het kader van monitoring, is voor de organisaties op dit moment echter voldoende op te halen uit de systemen. Aanpassingen van of toevoegingen aan de systemen zijn voor die doeleinden dus (nog) niet noodzakelijk. Een eerste vervolgstap zal dan ook gericht moeten zijn op het creëren van draagvlak door het gezamenlijk vaststellen van relevante procesindicatoren en her- en erkenning van de meerwaarde van registratie op deze indicatoren. Pas daarna kan worden gewerkt aan een passende invulling van die registratie die voor alle partijen werkbaar is, die ten slotte leidt tot landelijke uniformiteit.

Meer weten?
ZonMw schreef een artikel over de onderzoeksresultaten. Lees voor meer informatie over het onderzoek het onderstaande onderzoeksrapport.

Advisering monitorinstrument Haags Burgerschap

In de gemeente Den Haag wordt gestart met de uitvoering van de nieuwe beleidslijn op Integratie en Inburgering. Hiervoor ontwikkelen zij een nieuw actieprogramma waarin doelen en interventies benoemd worden. De gemeente wil graag meer duidelijkheid over de feitelijke opbrengsten van het te voeren beleid. Daarom hebben zij ons gevraagd mee te denken en advies te geven over de ontwikkeling van een monitorinstrument waarmee de resultaten van de gesubsidieerde projecten en activiteiten binnen deze beleidslijn gemeten kunnen worden.

Wij zijn gekomen tot een advies over het meten van de resultaten van interventies en impact van beleid voor de beleidsdoelstellingen. Ook hebben wij de gemeente geadviseerd over de registratie van de subsidie-uitvragen.

Meer informatie?

Wilt u meer weten over dit project of wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan contact op met Arend.