Kernwoord: Onderwijsachterstanden
De meerderheid van leerlingen en docenten in Nederland gaat met plezier naar school. Helaas zijn er ook problemen. Te veel leerlingen kampen met onderwijsachterstanden, te veel leerlingen spijbelen en verlaten het onderwijs voortijdig. Ook zijn er soms conflicten en voelen leerlingen, docenten en onderwijsgevend personeel zich bedreigd.De afgelopen jaren heeft Regioplan veel onderzoek gedaan naar zaken als achterstanden, spijbelen, voortijdig schoolverlaten en veiligheid op school. Via detacheringsopdrachten bij Cfi (nu DUO) en OCW zijn wij nauw betrokken bij de ontwikkelingen in de berekening van VSV-cijfers en voeren daarnaast regelmatig onderzoek uit naar effectiviteit van maatregelen om VSV terug te dringen.
Zomerprogramma’s voor azc-kinderen
In de zomer hebben asielkinderen op basisscholen net als alle andere kinderen in Nederland zes weken vakantie. Wij hebben onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor het opzetten van een zomerprogramma voor azc-kinderen, dat gericht is op taalverwerving of onderwijs en dat ook plezierig moet zijn.
In november 2019 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt gevraagd te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om een vast zomerprogramma aan te bieden aan kinderen op asielzoekerscentra (azc’s). Wij hebben in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de mogelijkheden voor het opzetten van een zomerprogramma voor azc-kinderen onderzocht
Door middel van deskresearch en interviews met landelijke en lokale stakeholders is een overzicht verkregen van de verschillende opties voor de wijze waarop zomerprogramma’s voor deze asielkinderen kunnen worden vormgegeven. Bovendien zijn de mogelijkheden in beeld gebracht voor de organisatie en uitvoering door scholen en gemeenten en de inbreng die andere betrokken organisaties daarbij kunnen hebben.
Op basis van het onderzoek kunnen er een aantal opties voor zomerprogramma’s onderscheiden worden die verschillen in de mate van aandacht voor ontspanningsactiviteiten, taalverwerving, onderwijs, en participatie en integratie. Aan twee opties wordt in dit onderzoek de voorkeur gegeven: een combinatie van tijdbesteding (door opvang- en ontspanningsactiviteiten) en speelse taalverwerving en een combinatie van onderwijs en tijdsbesteding.
Bibliotheek als derde leeromgeving
De pilot bibliotheek als derde leeromgeving richt zich op het stimuleren van het opdoen van de basisvaardigheden geletterdheid – taal en lezen – en digitale geletterdheid. Met de pilot willen de Koninklijke Bibliotheek, Bibliotheek Lek & IJssel en Bibliotheek Venlo onderzoeken hoe de bibliotheek die rol kan pakken.
De doelgroep van de pilot zijn kinderen met kwetsbare thuissituaties. Kinderen van laagtalige ouders of ouders die zelf minder kunnen lezen, zouden meer stimulering of aanbod moeten krijgen dan andere kinderen, maar wel samen met kinderen met een achtergrond waarin taal(verwerving) vanzelfsprekender is.
Wij hebben in een kwalitatief onderzoek de pilot gemonitord. We voerden hiervoor audits uit bij de pilotbibliotheken en onderzochten welke lessen uit de pilot te trekken zijn voor andere bibliotheken die aan de slag willen gaan met het bieden van een derde leeromgeving voor kinderen in kwetsbare thuissituaties.
Meer informatie
Neem contact op met Miranda.
Toeleiding statushouders naar onderwijs
De taalachterstand van veel nieuwkomers bemoeilijkt de toelating tot het beroeps- en hoger onderwijs in Nederland. Sommige onderwijsinstellingen hebben daarom voorschakeltrajecten ontwikkeld, gericht op een betere aansluiting met het reguliere onderwijs. Wij hebben voor het ministerie van SZW een inventarisatie uitgevoerd van de voorschakelvoorzieningen die momenteel door onderwijsinstellingen en privéaanbieders zijn ontwikkeld. Een traject bestaat over het algemeen uit een combinatie van inburgering (Nederlandse taal, KNM, ONA), aanvullende vakken (zoals wiskunde en Engels) en praktische begeleiding (loopbaanbegeleiding en studievaardigheden).
Voorschakeltrajecten belangrijke meerwaarde voor nieuwkomer en samenleving
Uit de inventarisatie blijkt dat de trajecten voor zowel de statushouder als de voor de samenleving van grote meerwaarde zijn. Met name op de onderstaande punten:
- Goede voorbereiding is erg belangrijk om de overgang naar het reguliere onderwijs mogelijk te maken. In de voorschakeltrajecten worden studievaardigheden aangeboden, waardoor de deelnemers beter voorbereid zijn op het Nederlandse onderwijssysteem. Daarnaast creëert het onderdeel loopbaanoriëntatie een realistisch beeld van studie- en beroepsmogelijkheden. Al deze onderdelen zijn erop gericht uitval in het reguliere onderwijs te verminderen.
- In plaats van volgtijdelijk inburgering en onderwijs volgen, ronden deelnemers tijdens hun voorschakeltraject hun inburgering af en zetten ze gelijktijdig hun eerste stappen richting een opleiding. Daarnaast geeft een voorschakeltraject de nieuwkomer de mogelijkheid om direct in te stromen op een passend niveau. Dit alles leidt tot belangrijke tijdswinst.
- Zonder voorschakeltrajecten zouden veel statushouders niet kunnen studeren, of alleen onder hun niveau. De trajecten geven nieuwkomers de kans om op hun eigen niveau deel te nemen aan het onderwijs, en zo op een duurzame manier aan hun toekomst te werken en te integreren in de Nederlandse samenleving. De verwachting is dat dit uiteindelijk leidt tot duurzame participatie op de arbeidsmarkt.

Meer informatie?
Bekijk de factsheet hieronder. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Arend.
Inventarisatie beschikbare gegevens over kwaliteit en effectiviteit van vve in de G37
In opdracht van het ministerie van OCW heeft Regioplan een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar de beschikbaarheid van gegevens over kwaliteit en effectiviteit van voor- en vroegschoolse educatie (vve) bij de G37 gemeenten.
Het rapport is niet openbaar.
Procesevaluatie zomerscholen 2015
Als één van de manieren om het aantal zittenblijvers in het voortgezet onderwijs te verminderen, hebben de VO-raad en CNV Onderwijs in 2013 en 2014 het initiatief genomen tot een tweejarige pilot zomerscholen. In navolging van deze pilot is in 2015 de landelijke uitrol van de zomerscholen van start gegaan. Daarbij is de zomerschool aangeboden aan alle scholen in het voortgezet onderwijs in Nederland. In totaal zijn er in de zomer van 2015 121 zomerscholen georganiseerd, in samenwerking met 138 partnerscholen. Om zicht te krijgen op het verloop van de zomerscholen 2015 en de succes- en faalfactoren daarvan, is door Regioplan een procesevaluatie uitgevoerd. Het onderzoek draagt bij aan het vergroten van de effectiviteit van de organisatie van toekomstige zomerscholen.
De Rijksuniversiteit Groningen heeft het effect van de zomerscholen 2015 onderzocht. 83% van de leerlingen die vorig jaar deelnamen aan een zomerschool, is alsnog bevorderd naar het volgende schooljaar. Beide onderzoeken zijn gecombineerd tot één rapport.
Evaluatie specifieke uitkering en gemeentelijk beleid inzake onderwijsachterstanden
In 2010 is de Wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (wet Oke) in werking getreden. In het kader van deze wet ontvangen gemeenten sinds 2011 een nieuwe specifieke uitkering ter bestrijding van onderwijsachterstanden. In samenwerking met Cebeon heeft Regioplan de besteding van deze geoormerkte uitkering onderzocht. Het ging hierbij zowel om uitgavenanalyses als om beleidskeuzen van gemeenten.
Uit het onderzoek kwam naar voren dat G37-gemeenten de wettelijke taken naar behoren uitvoeren. Voor niet-G37-gemeenten kon niet met zekerheid worden vastgesteld of de uitvoering van de wettelijke taken voldoende wordt ingevuld. Daarnaast laten de G37 op het gebied van de bovenwettelijke taken een duidelijke verbetering zien, al is er op enkele onderdelen nog winst te behalen.
Vervangingsvraag risicoregio Almere-Flevoland 2011
Regioplan heeft in opdracht van het regionaal platform Almere-Flevoland opnieuw onderzoek gedaan naar de vervangingsvraag als gevolg van vergrijzing bij het onderwijspersoneel in de komende jaren. Dit keer was het onderzoek gebaseerd op de docentgegevens van 2011. We hebben in kaart gebracht hoeveel docenten de komende jaren met pensioen gaan en vastgesteld bij welke vakken en op welke niveaus de grootste tekorten gaan ontstaan. Daarnaast zijn de gegevens uitgesplitst naar de verschillende gemeenten die onder de regio Almere-Flevoland vallen. Door een verwachte stijging van het leerlingenaantal in Lelystad en Almere, krijgen deze gemeenten naast een vervangingsvraag ook te maken met een uitbreidingsvraag. De opdrachtgever heeft door dit onderzoek een gedetailleerd beeld gekregen van de vervangingsvraag op aan het Platform deelnemende scholen en scholen kunnen hiermee gericht actie ondernemen op te verwachten tekorten in het docentencorps.
Voortijdige schooluitval Tilburg
Scholen voor voortgezet onderwijs en mbo in Tilburg hebben in de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om de voortijdige schooluitval terug te dringen. Regioplan heeft begin 2012 in opdracht van de samenwerkende scholen onderzocht wat de stand van zaken was op tien scholen in Tilburg bij het terugbrengen van het aantal uitvallers. Naast schoolbezoeken is de cijfermatige ontwikkeling voor de regio in beeld gebracht en gekeken waar eventueel verbetering mogelijk is. Het rapport is mede gebruikt voor verfijning van het vsv-beleid voor de periode tot 2015.
Het rapport is niet openbaar.
Dwang en drang bij voorschoolse educatie
Op verzoek van het Ministerie van OCW heeft Regioplan een advies opgesteld met betrekking tot de mogelijkheden om kinderen in de leeftijd van twee tot vier jaar met een (dreigende) taalachterstand verplicht gebruik te laten maken van voorschoolse educatie.
Kinderen die met een taalachterstand het primair onderwijs binnentreden lopen een groter risico belemmerd te worden in hun ontwikkeling dan kinderen zonder taalachterstand. Via kinderdagverblijven en peuterspeelzalen worden voorschoolse educatieve programma’s aangeboden die erop zijn gericht om taalachterstanden weg te werken. Niet alle kinderen die hiervoor in aanmerking komen maken gebruik van dit aanbod.
In het regeerakkoord van het Kabinet Rutte is opgenomen dat deelname aan voorschoolse educatieve programma’s moet kunnen worden bevorderd met dwang en drang. Regioplan beoordeelde, samen met een aantal hoogleraren, de wettelijke (on)mogelijkheden daartoe. Tevens werd gekeken of naast dan wel in plaats van dwangmaatregelen ook specifieke drangmaatregelen kunnen worden genomen. Te denken valt daarbij aan maatregelen die gericht zijn op het motiveren van specifieke groepen ouders om gebruik te maken van voorschoolse educatie, zoals bijvoorbeeld ouders die verplicht moeten inburgeren of ouders die gebruik maken van specifieke sociale voorzieningen.
Speciale aandacht gaat in dit advies uit naar de proportionaliteit en de subsidiariteit van de dwang- en drangmaatregelen: is de voorgestelde maatregel in lijn met het doel en de uitgangspunten van wet- en regelgeving die van toepassing is en is de voorgestelde maatregel niet te zwaar voor het doel dat men wil bereiken?
Op basis van het advies worden experimenten gestart in de grote steden.
Vervolgmetingen Monitor Leerplusarrangement
Scholen in het voortgezet onderwijs kunnen sinds augustus 2006 in aanmerking komen voor extra personele middelen in het kader van de Regeling Leerplusarrangement VO. Deze regeling heeft als doelen: het verminderen van voortijdig schoolverlaten, het leveren van meer maatwerk aan leerlingen en het maximaliseren van de schoolprestaties. Regioplan heeft in opdracht van het ministerie van OCW een monitor uitgevoerd om zicht te krijgen op de ontwikkelingen in het kader van deze regeling.
Uit de slotmeting van de monitor blijkt dat er zich de afgelopen jaren, zowel op het gebied van voortijdig schoolverlaten als op een aantal aspecten van de leerprestaties (slagingspercentage, uitstroom naar het mbo, en reguliere doorstroom), waarneembare ontwikkelingen hebben voorgedaan.
Verder vindt u nog een aanvullende rapportage met uitstroom naar arbeid hieronder.