Kernwoord: Onderwijskwaliteit
De kwaliteit van het onderwijs staat midden in de schijnwerpers. Er is daarom grote belangstelling voor informatie over opbrengsten van het onderwijs en voorwaarden die de kwaliteit van het onderwijs moeten garanderen. Regioplan deed onderzoek naar onder meer de invoering van het centraal examen in het vmbo en eindexamencijfers in het vo. We maken daarbij gebruik van gegevens van alle eindexamenkandidaten en koppelen dat aan informatie van scholen om zo te bezien of bepaalde soorten scholen leerlingen met betere cijfers afleveren dan andere scholen.
Taakinvulling kwaliteitsmedewerkers
Om de kwaliteit van hun eigen curriculum te monitoren en daarnaar te kunnen handelen, hebben scholen en besturen in het funderend onderwijs informatie nodig over het uitgevoerde curriculum. Om inzicht te krijgen in de wijze waarop kwaliteitsmedewerkers binnen schoolbesturen deze informatie verzamelen en waar ze daarbij tegenaan lopen, voeren we interviews uit met kwaliteitsmedewerkers. Tijdens de interviews staan we stil bij vragen als:
- Welke informatie halen de (bovenschoolse) kwaliteitsmedewerkers precies op?
- Hoe verzamelen ze die informatie?
- Welke ondersteuning krijgen ze daarbij?
- Volstaat die ondersteuning of hebben ze wellicht behoefte aan (aanvullende) ondersteuning?
Opdrachtgever voor dit onderzoek is SLO.
Zij-instroom in het po, vo en mbo
Het ministerie van OCW heeft een groot kwalitatief evaluatieonderzoek laten uitvoeren naar zij-instroom in het lerarenberoep. De resultaten worden gebruikt om de routes voor mensen die vanuit een andere studie of beroepsloopbaan willen overstappen naar een lerarenbaan verder te verbeteren en te moderniseren.
Deze kwalitatieve evaluatie had niet alleen betrekking op het traject Zij-instroom in het Beroep, waarvoor een speciale subsidieregeling beschikbaar is, maar ook op andere zij-instroomtrajecten , zoals verkorte en flexibele deeltijdopleidingen.
In de uitvoering van dit onderzoek werkten we samen met ECBO. Gezamenlijk hebben we een desk-research uitgevoerd en in totaal ruim 120 mensen gesproken over zij-instroom. Uit de gesprekken hebben we vanuit verschillende perspectieven (de zij-instromer, de schoolbesturen en de lerarenopleidingen) een beeld gekregen van motieven, ervaringen, ontwikkelingen en van dingen die goed lopen en die beter kunnen. Het rapport geeft inzicht in alle fases van het traject en in de verschillen die er zijn tussen de verschillende sectoren po, vo en mbo.
Bestuurlijke constructen in het onderwijs
Het ministerie van onderwijs wilde een update van een eerder uitgevoerd onderzoek naar samenwerkingsvormen als coöperaties, federaties, holdings en personele unies in het onderwijs. Met bestandsanalyses en tekstming op jaarverslagen brachten we het voorkomen van deze vormen in beeld. Via literatuurstudie en interviews onderzochten we ook de redenen, voor- en nadelen en risico’s van deze constructen.
Tevens voerden we een verkenning uit naar samenwerkingsvormen van schoolbesturen op vestigingsniveau, waarbij gebouwen, faciliteiten, personeel of aanbod van onderwijs, opvang of zorg worden gedeeld. Dat deden we via een enquête en verdiepende interviews.
Evaluatie leren verbeteren
Het project Leren verbeteren biedt ondersteuning aan afdelingen van scholen in het voortgezet onderwijs die door de Inspectie van het Onderwijs zijn beoordeeld als ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’. Ook scholen die een attendering van de Inspectie van het Onderwijs hebben ontvangen (‘risicoscholen’) kunnen ondersteuning vragen bij Leren verbeteren. Voor de evaluatie van dit project (die we uitvoerden voor het ministerie van OCW) spraken we met scholen die gebruik hebben gemaakt van ondersteuning door Leren verbeteren en met enkele adviseurs die deze ondersteuning uitvoeren.
Meer informatie?
Neem contact op met Jacob.
Inzicht besteding prestatieboxmiddelen po
De Regeling prestatiebox loopt na schooljaar 2019-2020 af. Mede op basis van ons onderzoek neemt de minister van OCW een beslissing over de toekomst van de middelen.
Voor dat besluit was inzicht nodig in de inzet van de prestatieboxmiddelen en in de eventuele gevolgen van een keuze voor een andere bestemming voor de middelen. Daarom analyseerden we jaarverslagen, zetten een vragenlijst uit bij bestuurders en hielden een aantal aanvullende interviews.
De meeste besturen hebben de middelen vooral ingezet voor talentontwikkeling (via bijvoorbeeld meer ICT-inzet, plusklassen en cultuureducatie) en voor verdere professionalisering. Ook is er, maar in wat mindere mate, ingezet op duurzame verbetering van de kwaliteitszorg, op gezondheid en beweging van kinderen en op doorgaande ontwikkellijnen po-vo. Een groot deel van de besturen geeft bovendien aan dat de middelen uit de prestatiebox worden ingezet voor structurele uitgaven en doorlopende verplichtingen. Het gaat dan met name om salaris van personeel en de afschrijving van ICT-hardware.
Nu bezuinigen op de middelen heeft gevolgen voor de ambities. Investeringen en activiteiten zullen dan worden verminderd en het proces van verbetering op de scholen wordt vertraagd. Bovendien zal een deel van de besturen bezuinigen op personeel. Het zou ten koste gaan van de onderwijskwaliteit en kunnen leiden tot een verhoging van de werkdruk. Het is daarom geen goed idee om de prestatieboxmiddelen nu heel anders te gaan bestemmen en over te hevelen naar andere doelen.
Digitale examens in de beroepsgerichte leerwegen vmbo
Vmbo-scholen met beroepsgerichte leerwegen kunnen voor de centrale eindexamens kiezen voor een digitale, flexibele afname of een papieren afname. Vrijwel alle scholen kozen de afgelopen jaren voor digitaal. Voor het ministerie van OCW onderzochten wij de consequenties van het volledig regulier maken van deze afnamevorm. We brachten daarvoor de voor- en nadelen van een keuze voor alleen digitale afname in beeld. Ons onderzoek maakt duidelijk dat er geen onoverkomelijk problemen zijn om deze vorm van afname regulier te maken. De digitale vorm is weliswaar iets duurder, maar heeft de voorkeur van de scholen. De voordelen wegen ruimschoots op tegen de nadelen.
Meer informatie?
Neem contact op met Bjørn.
Effecten meer en beter bewegingsonderwijs
In 2018 heeft de SP een wetsvoorstel voor meer en beter bewegingsonderwijs ingediend. Volgens het voorstel zou drie uur gym per week de norm moeten worden voor alle basisscholen. Bovendien dienen alle gymlessen enkel door vakleerkrachten te worden verzorgd. Het wetsvoorstel voorziet tevens in een werkdrukverlaging voor groepsleerkrachten: de tijd die zij momenteel steken in het geven van gymnastiek kunnen zij gaan besteden aan (de voorbereiding van) het reguliere onderwijs.
De SP heeft ons gevraagd om te bezien of er wetenschappelijk onderbouwd bewijs bestaat voor de aanwezigheid van opbrengsten van de initiatiefwet op het gebied van gezondheid, leerprestaties en eventuele overige maatschappelijke baten. Tevens zijn we gevraagd om te onderzoeken of de (financiële) omvang van deze baten in kaart kan worden gebracht en of een afweging tussen investeringen en opbrengsten mogelijk is.
Uit ons onderzoek blijkt dat er overtuigend bewijs is voor de gezondheidsvoordelen van sporten en bewegen en dat door meer gymlesminuten de fitheid van kinderen kan verbeteren. De vakleerkracht heeft hierbij een toegevoegde waarde. Er zijn (steeds meer) aanwijzingen dat (extra) beweging op school de schoolprestaties kan begunstigen, maar vooralsnog is er onvoldoende wetenschappelijk bewijs waarmee een positieve causale relatie kan worden bevestigd.
Meer informatie?
Neem contact op met Kees.
Evaluatie promotiebeurzen voor leraren
Het ministerie van OCW wil meer divers samengestelde lerarenteams; ook leraren op master- of op doctorsniveau. Naast een kwaliteitsverbetering van lerarenteams en daarmee van het onderwijs, biedt dit nieuwe uitdagingen en mogelijkheden voor leraren zelf. Er zijn momenteel vijf promotiebeurzen die speciaal zijn bedoeld voor promotie- (of post-doc-)trajecten voor leraren.
Eigen ontwikkeling belangrijkste doel
Van deze beurzen is de Promotiebeurs voor Leraren het grootst: sinds 2011 heeft de beurs 345 leraren in staat gesteld om aan een promotietraject te beginnen. Leraren die deze beurzen aanvragen doen dit veelal om zichzelf verder te kunnen ontwikkelen. Onder de laureaten van de Promotiebeurs voor Leraren zien we relatief veel vrouwen. Het merendeel van de laureaten van deze beurs werkt in het hbo. De vier kleinere beurzen trekken voornamelijk leraren uit het voortgezet onderwijs.
Onderzoeksmethodiek
Voor de evaluatie hebben we de verschillende beurzen met elkaar vergeleken en hebben we gesproken met de uitvoerders. Ook spraken we met docent-onderzoekers aan wie een beurs is toegekend en met onderwijsinstellingen waarvoor zij werken.
Meer informatie?
Lees ons rapport of neem contact op met Kees.
De ontwikkeling van leesvaardigheid in het Nederlands taalgebied in Europees perspectief
De leesvaardigheid van de jeugd wordt eens in de vijf jaar gemeten in een groot internationaal onderzoek (PIRLS). De meeste recente cijfers uit 2016 laten met name in Vlaanderen een sterke dalende trend zien. De Taalunie wil graag meer zicht op de achtergronden van die ontwikkeling. Wij kijken daarom in een internationale verkenning naar ontwikkelingen, verklaringen en interventies in andere Europese landen.
Welke factoren dragen bij aan een gering aandeel zittenblijvers?
Zittenblijven heeft voor de meeste leerlingen geen positief effect. De VO-Raad wilde daarom graag van scholen met een laag aandeel zittenblijvers weten welke strategieën zij hanteren om het zittenblijversaandeel laag te houden. Wij hebben dit via een bestandsanalyse, een enquête onder scholen met een laag aandeel zittenblijvers en verdiepende interviews in kaart gebracht. De VO-Raad heeft de uitkomsten van het onderzoek verwerkt in de handreiking ‘Aan de slag om zittenblijven te voorkomen’.
Meer informatie?
Neem contact op met Miranda.