Plan- en procesevaluatie pilot Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV)

Sinds 2019 werken vijf gemeenten, Rijkspartijen en ngo’s in de pilot LVV samen om duurzame oplossingen te vinden voor vreemdelingen zonder recht op verblijf en opvang. Deze samenwerking krijgt in steeds meer gemeenten vorm, maar het bereiken van duurzame oplossingen voor deze vreemdelingen blijft complex en een zaak van lange adem.

Om een duurzame oplossing te vinden voor vreemdelingen zonder recht op verblijf en opvang sloten het Rijk en de VNG eind 2018 een samenwerkingsovereenkomst om te komen tot een landelijk dekkend netwerk van opvangvoorzieningen voor deze groep (Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen). In vijf pilotgemeenten werken gemeenten, de IND, DT&V, AVIM en ngo’s daarom samen om een oplossing te vinden voor deze vreemdelingen, in de vorm van zelfstandige terugkeer, doormigratie of legalisering van verblijf. De LVV biedt de vreemdelingen opvang en begeleiding richting een duurzaam toekomstperspectief. In opdracht van het WODC brachten wij in kaart hoe de LVV in de pilotgemeenten is ingericht en wat de eerste ervaringen zijn met de uitvoering en resultaten.

De samenwerking tussen de betrokken partijen was in het verleden niet altijd vanzelfsprekend als gevolg van onderling wantrouwen en verschillen van inzicht in realistische oplossingen voor de vreemdelingen. Circa een jaar na de feitelijke start van pilot LVV zien we dat partijen elkaar beter weten te vinden in de meeste pilotgemeenten en dat meer begrip is gekomen voor elkaars werkwijze en standpunten. Dit is een duidelijke stap voorwaarts in de samenwerking, maar van een gedeelde visie op het probleem en de oplossing voor een vreemdeling is nog geen sprake.

Onderling vertrouwen is een sleutelelement in de samenwerking binnen de LVV, zowel tussen uitvoerende partijen onderling als tussen de vreemdeling en de begeleidende instantie. Zonder vertrouwen is het moeilijk om resultaat te boeken en het opbouwen van een vertrouwensrelatie kost tijd. Het aantal duurzame oplossingen voor vreemdelingen is tot nu toe zeer beperkt. Een aantal betrokken partijen is daar niet tevreden over, zeker gezien de tijd en energie die zij in de LVV steken. Toch is het van belang te realiseren dat het opzetten van deze samenwerkingsstructuur en de complexiteit van de casussen ervoor zorgen dat snelle resultaten niet te verwachten zijn. Tegelijkertijd is de druk op de LVV vanuit de politiek en de media groot. Op dit moment is het echter nog te vroeg om conclusies te verbinden aan het beperkte aantal vreemdelingen waarvoor een duurzame oplossing is gevonden. De LVV heeft meer tijd nodig om zicht te kunnen bewijzen.

Meer informatie?

Wilt u meer weten over dit project of wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan contact op met Jeanine.

Asielzoekers uit veilige landen

In opdracht van de ACVZ heeft Regioplan een studie uitgevoerd naar beweegredenen van asielzoekers uit veilige landen om in Nederland asiel aan te vragen. Wij hebben hiervoor gesproken met asielzoekers uit Marokko, Georgië en Albanië.

Uit de gesprekken komt naar voren dat vooral gevoelens van onveiligheid een rol spelen bij de keuze om het herkomstland te verlaten. Verder blijkt dat de meeste asielzoekers zijn vertrokken zonder een specifieke eindbestemming in gedachten. Tenslotte weten de meesten niet dat hun land als veilig wordt beschouwd en dat hun aavraag daardoor weinig kans van slagen heeft. Zij reageren dan ook met veel onbegrip en frustratie op de afwijzing.

Casemanagement in de vreemdelingenketen

Vreemdelingen die zich voor langere tijd of permanent in Nederland willen vestigen, moeten een administratieve procedure doorlopen. Ze kunnen daarbij met ambtenaren van verschillende overheidsinstanties, medewerkers van ngo’s en vrijwilligers te maken krijgen. Er is niet één persoon die een vreemdeling gedurende de gehele procedure begeleidt. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken heeft gesuggereerd om voor elke vreemdeling een casemanager in te stellen voor begeleiding gedurende de toelatings- en vertrekprocedure. In opdracht van het WODC heeft Regioplan onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van het casemanagement voor de vreemdeling en voor de overheid in de vreemdelingenketen.

KOSTEN EN BATEN REMIGRATIEWET

De Remigratiewet biedt voor bepaalde groepen migranten die zelf niet de middelen hebben om terug te keren naar het moederland (of dat van een van de ouders), voorzieningen om deze wens toch te realiseren. In dit onderzoek, dat wij in opdracht van het Nederlands Migratie Instituut hebben verricht, staat de vraag centraal wat het bestaan van deze wet de Nederlandse overheid en de sociale fondsen aan kosten en baten oplevert.



Het rapport is niet openbaar.

Emigratie uit Nederland. Een verkennend onderzoek naar de emigratiemotieven van hoger opgeleiden

In deze studie wordt ingegaan op de emigratiemotieven van jonge hoger opgeleide emigranten onder zes bevolkingsgroepen, te weten autochtone, Turkse, Marokkaanse, Surinaaamse, Afghaanse en Iraakse Nederlanders. Op basis van 75 diepte-interviews met (potentiële) emigranten wordt een beeld gegeven van welke persoonlijke en maatschappelijke factoren een rol spelen in de beslissing om te emigreren. Het onderzoek laat zien dat achter elke emigratiebeslissing een complex aan factoren schuil gaat. Wel zijn er duidelijke accentverschillen in motieven tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

Profielonderzoek Gebruikers Remigratiewet

In opdracht van het Nederlands Migratie Instituut (NMI) heeft Regioplan een profielschets gemaakt van de gebruikers van de Remigratiewet. Deze wet biedt financiële ondersteuning aan oudere migranten met een slechte arbeidsmarktpositie die naar het land van herkomst terug willen keren. Door een analyse van de uitkerings- en banenbestanden van het CBS is in beeld gebracht wat de kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt waren van 1.343 personen die tussen 2008 en de zomer van 2009 uit Nederland zijn vertrokken met een maandelijkse remigratie-uitkering. Hieruit is onder meer naar voren gekomen dat 65 procent van de gebruikers van de remigratiewet in de jaren voor vertrek geen enkele maand gewerkt heeft. Dit onderzoek is onderdeel van een onderzoeksreeks in een vijftal sectoren, te weten: regionaal openbaar vervoer, contractvervoer, thuiszorg, de inburgeringsmarkt en goederenvervoer over het spoor.

Vervolgonderzoek Kosten en Baten van de Remigratiewet

In opdracht van zeven organisaties heeft Regioplan Beleidsonderzoek een nader onderzoek verricht naar de kosten en de baten van de huidige Remigratiewet. Deze kosten en baten zijn berekend vanuit het gezichtspunt van de overheid en de sociale fondsen. Het onderzoek is een aanvulling op het onderzoek dat Regioplan in juni 2003 afrondde voor het NMI. Uit onze nieuwe berekeningen blijkt dat over een periode van tien jaar (2002-2011) de baten van de Remigratiewet de kosten overtreffen voor de overheid en de sociale fondsen. Over een periode van 10 jaar ontstaat een positief saldo van bijna 400 miljoen euro.

Kosten en baten van de remigratiewet

In opdracht van het Nederlands Migratie Instituut heeft Regioplan Beleidsonderzoek, vanuit het gezichtspunt van de overheid en de sociale fondsen, de kosten en de baten berekend van de huidige Remigratiewet. Uit onze berekening blijkt dat over een periode van tien jaar (2002-2011) voor de overheid en de sociale fondsen de baten de kosten ruimschoots overtreffen.