Quick scan: effecten van investeren in duurzame inzetbaarheid in de sector transport en logistiek

Er is een groeiend tekort aan personeel in de transport- en logistieksector. Duurzame inzetbaarheid van werknemers wordt daarom steeds belangrijker voor het behoud van personeel. Het Sectorinstituut Transport en Logistiek (STL) wil werkgevers bewust maken van de voordelen om te investeren in duurzame inzetbaarheid. STL heeft Regioplan gevraagd om een quick scan in de literatuur uit te voeren om in kaart te brengen waar werkgevers op kunnen inzetten en wat dat concreet oplevert. Op basis van het literatuuronderzoek heeft Regioplan ook een waardekaart ontwikkeld.

Een conclusie is dat werkgevers hun werknemers inzicht moeten bieden in de gezondheids- of veiligheidsrisico’s, of ontwikkelmogelijkheden, en een professionele diagnose stellen van wat beter kan. Daarnaast is persoonlijke begeleiding belangrijk om de inzetbaarheid van werknemers verder te bevorderen. Enkele concrete resultaten zijn meer bewustzijn over veiligheid, inzicht in eigen vitaliteit en ontwikkelmogelijkheden, en veiliger en gezonder gedrag.

Een conclusie op organisatieniveau is dat het belangrijk is in te zetten op een combinatie van strategieën om veilig en gezond gedrag te bevorderen, en actieve betrokkenheid op alle niveaus binnen de organisatie te stimuleren bij de ontwikkeling van beleid of programma’s gericht op duurzame inzetbaarheid. Daarnaast is het voortdurend monitoren van duurzame inzetbaarheid cruciaal om vroegtijdig inzicht te krijgen in risico’s om daar proactief op te kunnen inspelen. Enkele concrete resultaten op organisatieniveau zijn een verhoogde betrokkenheid van werknemers, beter afgestemde programma’s op de behoeften van werknemers en het bevorderen van een cultuur van leren.

Deze quickscan vormde de basis voor de ontwikkeling van een waardekaart. De waardekaart geeft weer hoe werkgevers kunnen investeren in de duurzame inzetbaarheid van werknemers in de transport en logistiek en wat dat concreet oplevert. Adviseurs duurzame inzetbaarheid bij STL gebruiken deze waardekaart in hun gesprekken met werkgevers.

Meer weten? Neem contact op met Rosanne.

Nationale Drug Monitor 2025

De Nationale Drug Monitor (NDM) geeft inzicht in de actuele kennis over drugscriminaliteit, middelengebruik en strafbaar gedrag en wetgeving en beleid daaromtrent. Al sinds 2020 levert Regioplan een bijdrage aan deze onderdelen van de NDM door diverse bronnen te verzamelen, deze te analyseren en daarover te rapporteren. Zo ontstaat inzicht in de grote stroom aan informatie op dit thema.
Er wordt veel verschillende informatie verzameld over drugscriminaliteit, middelengebruik en daaraan gerelateerd strafbaar gedrag. Ook groeit de kennis over dit onderwerp door nieuw (wetenschappelijk) onderzoek. Beleidsmakers en andere professionals zijn gebaat bij een actueel overzicht van en inzicht in deze grote stroom aan informatie. Daarom updaten we tweemaal per jaar het overzicht van actuele informatie in de NDM. De meest actuele informatie is te vinden op de website.

Meerdere onderdelen

We leveren een bijdrage aan de updates van verschillende onderdelen van de NDM. Het gaat om de onderdelen over drugscriminaliteit en aan middelengebruik gerelateerd strafbaar gedrag (Hoofdstuk 16 en 17). Sinds 2023 zijn daar de onderdelen over wetgeving, beleid en preventie rondom drugs en criminaliteit bijgekomen (Hoofdstuk 2). In 2025 hebben we daarnaast voor het eerst de tekst uit deze hoofdstukken herschreven. Tot slot leveren we een bijdrage aan de producten voor de European Monitoring Centre for Drugs en Drug Addiction (EMCDDA).

Doorlopend onderzoek

Voor de updates van de onderdelen van de NDM verrichten we doorlopend onderzoek. Daarvoor verzamelen, analyseren en rapporteren we informatie uit verschillende bestaande registraties en bronnen. Denk bijvoorbeeld aan registraties van de politie, reclassering, Dienst Justitiële Inlichtingen (DJI) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Ook organiseren we duidingssessies met experts uit de strafrechtketen en wetenschap. Zo verrijken we de cijfers met ervaringen en expertise uit de praktijk en wetenschap.
Het onderzoek voor de Nationale Drug Monitor voeren we uit in opdracht van Wetenschappelijke Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Het Trimbos-Instituut produceert de NDM als geheel.

Nationale Drug Monitor (2023)

De Nationale Drug Monitor (NDM) geeft inzicht in de actuele kennis over drugscriminaliteit, middelengebruik en strafbaar gedrag en wetgeving en beleid daaromtrent. Al vier jaar levert Regioplan een bijdrage aan deze onderdelen van de NDM door diverse bronnen te verzamelen, deze te analyseren en daarover rapporteren. Zo ontstaat inzicht in de grote stroom aan informatie op dit thema.

Er wordt veel verschillende informatie verzameld over drugscriminaliteit, middelengebruik en daaraan gerelateerd strafbaar gedrag. Ook groeit de kennis over dit onderwerp door nieuw (wetenschappelijk) onderzoek. Beleidsmakers en andere professionals zijn gebaat bij een actueel overzicht van en inzicht in deze grote stroom aan informatie. Daarom updaten we tweemaal per jaar het overzicht van actuele informatie in de NDM. De meest actuele informatie is te vinden op de website.

Meerdere onderdelen

We leveren sinds 2020 een bijdrage aan de updates van onderdelen van de NDM. Het gaat om de onderdelen over drugscriminaliteit en aan middelengebruik gerelateerd strafbaar gedrag. Sinds 2023 zijn daar de onderdelen over wetgeving, beleid en preventie rondom drugs en criminialiteit bijgekomen. Daarnaast leveren we een bijdrage aan de producten voor de European Monitoring Centre for Drugs en Drug Addiction (EMCDDA).

De belangrijkste ontwikkelingen van afgelopen jaar zijn weergegeven in een factsheet.

Doorlopend onderzoek

Voor de updates van de onderdelen van de NDM verrichten we doorlopend onderzoek. Daarvoor verzamelen, analyseren en rapporteren we informatie uit verschillende bestaande registraties en bronnen. Denk bijvoorbeeld aan registraties van de politie, reclassering, Dienst Justitiële Inlichtingen (DJI) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Ook organiseren we duidingssessies met experts uit de strafrechtketen en wetenschap. Zo verrijken we de cijfers met ervaringen en expertise uit de praktijk en wetenschap.

Het onderzoek voor de Nationale Drug Monitor voeren we uit in opdracht van Wetenschappelijke Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Het Trimbos-Instituut produceert de NDM als geheel.

 

Evaluatie Pilot Regie Jeugd in gemeente Leidschendam Voorburg

In januari 2023 is de gemeente Leidschendam-Voorburg de pilot Regie Jeugd gestart waarbij regie wordt gevoerd op casussen waarbij onveiligheid speelt. We onderzoeken hoe de pilot Regie in de praktijk vorm heeft gekregen en wat dit betekent voor de betrokkenen (consulenten, cliënten en partners) en welke aanknopingspunten er zijn voor de verdere ontwikkeling van de regiefunctie.

 

Achtergrond

In januari 2023 is in de gemeente Leidschendam-Voorburg de pilot Regie Jeugd gestart. In deze pilot wordt er regie gevoerd op casussen waarbij onveiligheid speelt in de vorm van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling en op casussen waarin behoefte is aan regie op afstemming van de door gemeentelijke consulenten toegewezen hulp als onderdeel van de wettelijke toeleidingstaak van de gemeente. Rond de zomer van 2023 heeft een tussenevaluatie van de pilot plaatsgevonden waarbij vanuit het perspectief van betrokkenen binnen de gemeente heeft geleid tot een verdere afbakening van de regierol.

 

Doel van het onderzoek

De gemeente Leidschendam-Voorburg ziet, met het oog op het aflopen van de pilot, graag een eindevaluatie waarbij alle perspectieven meegenomen worden (zowel van externe als interne partners en het perspectief van cliënten). Regioplan voert deze evaluatie uit en beantwoordt middels het onderzoek de hoofdvraag ‘Hoe heeft de pilot Regie in de praktijk vorm gekregen, wat betekent dit voor de betrokkenen (consulenten, cliënten en partners) en welke aanknopingspunten zijn er voor een verbeterde vormgeving van de regiefunctie?

Regie op dit soort complexe casuïstiek is een zeer actueel onderwerp voor gemeenten: zowel het Toekomstscenario als de Hervormingsagenda Jeugd vragen namelijk van gemeenten dat ze een actieve en centrale rol pakken, meer dan nu het geval is. Het onderzoek zal daarom zowel voor de gemeente Leidschendam-Voorburg als andere gemeenten waardevolle kennis opleveren over hoe deze functie effectief kan worden ingevuld.

Meer weten?

Neem dan contact op met Coco Bastiaansen.

Meldpunt Mensenhandel in de Eenheid Den Haag

Een integraal meldpunt kan het signaleren en aanpakken van mensenhandel vergemakkelijken. Wij ondersteunden het RSIV bij het uitwerken van scenario’s rond de inrichting en positionering van een meldpunt.

Het signaleren van mensenhandel is een essentiële schakel in de aanpak van deze problematiek omdat (potentiële) slachtoffers afhankelijk kunnen zijn van mensen uit hun omgeving om uit de uitbuitingssituatie te kunnen komen. De brede groep (zorg)professionals kan een belangrijke rol spelen bij de signalering van onveiligheid, uitbuiting en afhankelijkheden.

In het Regionale Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid (RSIV) is geconstateerd dat (zorg)professionals in de Eenheid Den Haag een centraal meldpunt mensenhandel missen. Het ontbreken van dit meldpunt staat, aldus het RSIV, een adequate signalering en opvolging van mensenhandel in de weg. Het RSIV heeft behoefte aan een advies waar en hoe een meldpunt voor signalen van mensenhandel gepositioneerd en ingericht kan worden.

Daarom heeft het RSIV Regioplan gevraagd om het maken van strategische keuzes voor te bereiden en over die keuze te adviseren, en hierbij op zoek te gaan naar een passend inrichtingsscenario vanuit de bestaande uitvoeringspraktijk. We leverden een advies en een implementatieplan op. Beiden zijn niet openbaar beschikbaar.

Mensenhandel: een analyse van samenwerking in en om Den Haag

Het aantal organisaties dat meewerkt aan het voorkomen en aanpakken van mensenhandel is groot. In de regio Den Haag brachten we in kaart hoe het netwerk van organisaties eruit ziet en hoe zij beter kunnen samenwerken.

De politieke en bestuurlijke aandacht voor mensenhandel nam de afgelopen paar jaar sterk toe. Gezien de complexiteit en veelzijdigheid van het fenomeen, vraagt een effectieve aanpak om samenwerking. In veel regio’s kan deze samenwerking beter. Vaak ontbreekt zicht op de aard en omvang van mensenhandel, is informatie-uitwisseling tussen organisaties niet optimaal ingericht of missen organisaties slagkracht.

Als reactie hierop zijn veel gemeenten en netwerkpartners begonnen met het verbeteren van netwerksamenwerking. Ook in en om Den Haag is er ontwikkeling zichtbaar. Inmiddels zijn vanuit het Regionaal Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid (RSIV) pogingen gedaan om zicht te krijgen op het grote aantal organisaties dat een bijdrage levert aan het voorkomen en bestrijden van mensenhandel of het beschermen van slachtoffers. In lijn hiermee vroeg het RSIV aan Regioplan om een onderzoek uit te voeren naar de samenwerking rond mensenhandel in de regionale eenheid Den Haag.

Het rapport is niet openbaar.

Evaluatie Bibob-beleid gemeente Arnhem

De Wet Bibob maakt het mogelijk voor gemeenten om onderzoek te doen naar aanvragers en houders van vergunningen, overheidsopdrachten en subsidies en naar wederpartijen bij vastgoedtransacties. Zodoende moet voorkomen worden dat gemeentelijke middelen onbedoeld criminele activiteiten faciliteren. Sinds de invoering van de Wet Bibob in 2003 zijn het toepassingsbereik van de wet en de bevoegdheden van gemeenten bij het eigen Bibob-onderzoek meerdere malen verruimd. Voor de gemeente Arnhem gaan we hun Bibob-beleid, de toepassing daarvan en de inrichting van het werkproces evalueren om na te gaan of wettelijke mogelijkheden binnen de gemeente optimaal aansluiten bij de lokale problematiek.

Gemeentelijke vraagstukken rondom Bibob-beleid

Onder de Wet Bibob hebben gemeenten de mogelijkheid om hun Bibob-beleid te focussen op lokale behoeften. Niet alle wettelijke toepassingsmogelijkheden zijn immers voor elke gemeenten relevant.
Daardoor vraagt implementatie van Bibob-beleid dat gemeenten keuzes maken over de inzet van de Wet Bibob en de inrichting van het werkproces daaromheen. De gemeente Arnhem wil daarom graag op het huidige Bibob-beleid reflecteren. De gemeente vraagt zich bijvoorbeeld af hoe het lokale beleid zich verhoudt tot de wettelijke mogelijkheden en of het interne werkproces rondom de toepassing van het Bibob-beleid voldoende toekomstbestendig is.

Ons onderzoek

Voor de evaluatie van het Bibob-beleid in gemeente Arnhem gaan we uitvoerig in gesprek met medewerkers van diverse gemeentelijke afdelingen, wijkagenten en gemeentelijke toezichthouders. Daarmee benutten én verdiepen we in dit onderzoek de kennis die we al hebben op dit thema, op basis van eerdere onderzoeken naar het Bibob-beleid bij andere gemeenten en naar de landelijke toepassing in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.

 

Evaluatie verruiming Wet Finec

Om de maatschappelijke schade van financieel-economische criminaliteit te verminderen, is de Wet verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit (Finec) ingevoerd. Wij evalueren deze wet in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).

De Wet Finec is in 2015 ingevoerd om de maatschappelijke schade van financieel-economische criminaliteit te verminderen door de aantrekkingskracht die uitgaat van deze vorm van criminaliteit te beperken.

De Wet Finec houdt een wijziging in van tien onderdelen in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op economische delicten (WED). Deze verruimingen richten zich op het vergroten van de pakkans door het verbeteren van de opsporingsmogelijkheden voor verschillende vormen van financieel-economische criminaliteit, het verminderen van de ‘winstgevendheid’ van verschillende vormen van financieel-economische criminaliteit en het verhogen van de maximumstraffen en de verruiming van de strafbaarstelling van vormen van financieel-economische criminaliteit.

Binnen dit onderzoek evalueren we de uitvoering, de effectiviteit en het doelbereik van de tien verruimingen in de Wet Finec. De resultaten worden in de zomer van 2023 verwacht.

Opdrachtgever

We voeren dit onderzoek uit in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), in samenwerking met prof. mr. Matthijs Nelemans van Tilburg University.

De rol van werk in de lokale, preventieve aanpak van ondermijning

Ondermijning door georganiseerde criminaliteit is de afgelopen jaren een centraal thema in het veiligheidsbeleid van politie, justitie en bestuurlijke partners geworden. Door het kabinet-Rutte III is bijvoorbeeld een Breed Offensief tegen Georganiseerde Criminaliteit (BOTOC) opgezet. Daarnaast biedt het ministerie van SZW met het Impulsprogramma Voorkomen van Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit SZW ondersteuning aan initiatieven door de integrale aanpak te versterken met werkgerichte invalshoeken.

In het verlengde hiervan onderzochten wij hoe gemeenten de samenwerking tussen de domeinen Veiligheid en Werk & Inkomen kunnen vormgeven, zodat werk een essentieel en substantieel onderdeel wordt van de preventieve aanpak van ondermijning. Daarvoor brachten we zowel belemmerende als stimulerende factoren in kaart. Dit resulteerde in concrete aanbevelingen voor de ministeries van SZW, JenV en voor gemeenten.

Nieuwsgierig geworden naar de bevindingen?

Download hier dan het onderzoeksrapport.

We voerden dit onderzoek uit in opdracht van het ministerie van SZW, in samenwerking met Jan Dirk de Jong.

Partiële evaluatie weigeraanpak

Het ministerie van JenV heeft maatregelen genomen om het weigeren van medewerking aan gedragskundig onderzoek in een strafrechtelijk onderzoek tegen te gaan. Wij voerden in opdracht van het WODC een partiële evaluatie uit van deze ‘weigeraanpak’.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft maatregelen getroffen om de problematiek van niet-meewerkende verdachten bij gedragskundig onderzoek terug te dringen, de zogenoemde ‘weigeraanpak’.

Bij het opleggen van bijzondere voorwaarden of tbs is het nodig om vast te stellen of er sprake is van een psychische stoornis of gesteldheid die het risico van crimineel gedrag vergroot. Dit gebeurt met een gedragskundig onderzoek. Een gedragskundig onderzoek resulteert in een pro Justitia (PJ)-rapportage waarmee de rechter wordt geïnformeerd over een mogelijke psychische stoornis bij de verdachte, de mogelijke doorwerking daarvan op het ten laste gelegde delict, de toerekeningsvatbaarheid en mogelijke sancties.

De afgelopen jaren kwam het steeds vaker voor dat verdachten medewerking aan gedragskundig onderzoek weigerden, in het bijzonder bij het klinisch gedragskundig onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC). Zonder (volledige) PJ-rapportage kan het voor een rechter moeilijk(er) zijn om een passende straf of maatregel, zoals een tbs-maatregel, op te leggen. Daardoor is de kans groter dat de desbetreffende justitiabele alleen tot een vrijheidsstraf wordt veroordeeld, waarna hij zonder behandeling in de maatschappij terugkeert met een grotere kans op terugval in crimineel gedrag.

Om deze ‘weigerproblematiek’ terug te dringen is de zogenoemde weigeraanpak ontwikkeld, bestaande uit acht maatregelen. Binnen dit onderzoek evalueerden we de implementatie, uitvoering en (ongewenste) neveneffecten van vier van de acht maatregelen van de weigeraanpak:

  1. Regeling weigerende observandi (art. 37a lid 3 t/m 9 Sr);
  2. Aanscherping begrip ‘stoornis’ (art. 37a lid 1.1 Sr);
  3. Verduidelijking risicocriterium (art. 37a lid 1 Sr);
  4. Aanpassing van de rechtspositie van tbs-gestelden (Ministeriële regeling t.a.v. Reglement verpleging tbs-gestelden).

Onze evaluatie maakte deel uit van een synthesestudie van het WODC naar de weigeraanpak. We voerden dit onderzoek uit in opdracht van het WODC, in samenwerking met Mario Braakman van Tilburg University.

Meer informatie?

Raadpleeg ons eindrapport en/of de samenvatting (beschikbaar in zowel Nederlands als Engels):

Eindrapport Deelevaluatie weigeraanpak
Samenvatting Deelevaluatie weigeraanpak
Summary Deelevaluatie weigeraanpak