valuatie Wet doorlopende leerroutes vmbo-mbo

Regioplan en het Kohnstamm Instituut voeren in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een evaluatie uit van de Wet doorlopende leerroutes vmbo-mbo (2020). Deze wet, die in 2020 in werking trad, moet de overgang van vmbo naar mbo versoepelen en bijdragen aan betere doorstroom, minder uitval en een sterker regionaal beroepsonderwijsaanbod.

Hoe krijgen doorlopende leerroutes vorm in de praktijk?
Doorlopende leerroutes maken het mogelijk dat vmbo-scholen en mbo-instellingen gezamenlijk onderwijsprogramma’s vormgeven, zodat leerlingen een meer samenhangende leerroute kunnen volgen. Vijf jaar na invoering van de wet wordt onderzocht in hoeverre de beoogde doelen in de praktijk worden gerealiseerd en welke factoren daarbij een rol spelen.

Aandacht voor samenwerking, uitvoering en resultaten
In het onderzoek besteden we aandacht aan de implementatie van de wet, de samenwerking tussen vmbo- en mbo-instellingen, ervaringen van betrokkenen en de effecten van de leerroutes op onder meer doorstroom, uitval en studiesucces. Ook onderzoeken we waarom het gebruik van doorlopende leerroutes achterblijft bij de verwachtingen en welke mogelijkheden er zijn om het instrument verder te versterken.

Onderzoek onder scholen, instellingen en jongeren
Voor de evaluatie combineren we verschillende onderzoeksmethoden, waaronder analyses van bestaande gegevens, vragenlijstonderzoek, interviews met betrokken onderwijsprofessionals en gesprekken met jongeren die een doorlopende leerroute volgen of hebben gevolgd.

Inzicht voor toekomstig onderwijsbeleid
De resultaten van het onderzoek bieden inzicht in de werking van de wet in de praktijk en leveren aanknopingspunten voor de verdere ontwikkeling van doorlopende leerroutes binnen het beroepsonderwijs.

Meer weten? Neem contact op met Suna.

Nieuw project: Evaluatiekader Wet vaststellingsprocedure staatloosheid

Hoe evalueer je de nieuwe wet die vaststelling van staatloosheid mogelijk maakt? In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) gaan wij, in samenwerking met Caia Vlieks (Universiteit Utrecht), een evaluatiekader van de Wet vaststelling staatloosheid opstellen. Met als uiteindelijke doel om inzicht te bieden in de wijze waarop de wet kan worden geëvalueerd en welke data daarvoor nodig zijn.

Wanneer iemand geen (effectieve) nationaliteit heeft, bijvoorbeeld omdat geen enkele staat hem of haar als burger erkent, is er sprake van staatloosheid. Het is echter niet eenvoudig om staatloosheid vast te stellen en voorheen ontbrak in Nederland hiervoor een goede procedure. De Wet vaststelling staatloosheid, die per 1 oktober 2023 in werking is getreden, beoogt hier een oplossing voor te bieden.

Na erkenning staatloosheid meer toegang tot rechten

Door de Wet vaststelling staatloosheid kunnen staatlozen die niet beschikken over de juiste documenten hun staatloosheid laten vaststellen via een verzoekschriftprocedure bij de civiele rechter. Dit zorgt ervoor dat mensen die staatloos zijn, ook deze status toegekend krijgen. Ook mensen die geregistreerd staan als ‘nationaliteit onbekend’, maar in werkelijkheid staatloos zijn, kunnen via deze procedure de juiste status krijgen. Wanneer iemand als staatloos wordt erkend kan deze persoon gebruikmaken van een beperkt aantal rechten in Nederland, zoals (onder voorwaarden) versnelde verkrijging van de Nederlandse nationaliteit.

Ontwikkelen van evaluatiekader

Aan de hand van een deskstudie en interviews met ketenpartners werken wij een evaluatiekader uit. Dit evaluatiekader omvat concrete indicatoren die gerelateerd zijn aan de doelstellingen van de wet. Hierdoor kunnen het doelbereik, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de wet in kaart worden gebracht.

Meer weten?

Neem voor meer informatie over het lopende onderzoek contact op met Miranda Witvliet. Het eindrapport wordt eind 2023 verwacht.

Evaluatie Wet straffen en beschermen en Visie ‘Recht doen, kansen bieden’

Op 17 juni 2018 is het visiedocument ‘Recht doen, kansen bieden: naar effectievere gevangenisstraffen’ naar de Tweede Kamer gestuurd. De visie gaat over de wijze waarop een gevangenisstraf wordt uitgevoerd vanuit het perspectief van de geloofwaardigheid van straffen en de bescherming van de maatschappij. Centrale thema’s in de visie zijn de aanpassing van de voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) bij langere gevangenisstraffen, een systeem van straffen en belonen in detentie en een versterkte inzet op vermindering van recidive. In de Wet straffen en beschermen zijn verschillende onderdelen uit de visie in wetgeving omgezet. Deze wet is op 1 juli 2021 in werking getreden.

De Tweede Kamer ziet graag dat de visie en de wet na vijf en tien jaar worden geëvalueerd. Vooruitlopend op deze evaluaties hebben we de beleidslogica achter de wet en de visie gereconstrueerd en de contouren voor een toekomstige monitor opgezet. Wij voerden dit onderzoek uit in opdracht van het WODC, in samenwerking met Pauline Schuyt van de Universiteit Leiden.

Meer informatie?
Lees het onderzoeksrapport of neem contact op met Ger.

Evaluatie Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG)

De Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG) regelt dat partners na de geboorte van hun kind recht hebben op één week doorbetaald geboorteverlof (per 1 januari 2019). Per 1 juli 2020 komt daar vijf weken aanvullend geboorteverlof met een uitkering verstrekt door het UWV van 70 procent van het dagloon bij. Het doel van de wet is het creëren van een meer evenwichtige balans in de verdeling van arbeid en zorgtaken tussen partners in het huishouden.

De evaluatie
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft ons gevraagd om de evaluatie van de WIEG uit te voeren. Het gebruik en de effecten van de WIEG op de verdeling van arbeid en zorgtaken brengen we in kaart door twee groepen ouders door de tijd heen te volgen. Het betreft een groep: ouders die vlak voor de invoering van het aanvullende geboorteverlof een kind hebben gekregen en een groep ouders die in de eerste maanden na 1 juli 2020 een kind hebben gekregen. Zij vullen drie keer een enquête in, namelijk vlak voor de geboorte, drie tot zes maanden na de geboorte en ongeveer een jaar na de geboorte. Daarnaast bevragen we werkgevers over hun ervaringen met het gebruik van de WIEG.

In april 2021 verschijnt een tussenrapportage met de eerste resultaten. Eind 2021 volgt de eindrapportage van de evaluatie.