Werkveld: Jeugd
Herziening vragenblokken NSE
De huidige vragen in de Nationale Studenten Enquête (NSE) over de voorbereiding op de beroepspraktijk en stage doen onvoldoende recht aan de complexiteit van het hoger onderwijs. Bovendien zijn de vragen lastig te beantwoorden voor studenten die deels geen of weinig ervaring hebben met het onderwerp. Voor het Landelijk Centrum Studiekeuze (LCSK) werkt Regioplan aan de herziening van de vragenblokken over hoe studenten de aansluiting op de beroepspraktijk en de stages van hun opleiding waarderen. Bij de herziening worden onderwijsinstellingen en studenten zoveel mogelijk betrokken.
valuatie Wet doorlopende leerroutes vmbo-mbo
Regioplan en het Kohnstamm Instituut voeren in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een evaluatie uit van de Wet doorlopende leerroutes vmbo-mbo (2020). Deze wet, die in 2020 in werking trad, moet de overgang van vmbo naar mbo versoepelen en bijdragen aan betere doorstroom, minder uitval en een sterker regionaal beroepsonderwijsaanbod.
Hoe krijgen doorlopende leerroutes vorm in de praktijk?
Doorlopende leerroutes maken het mogelijk dat vmbo-scholen en mbo-instellingen gezamenlijk onderwijsprogramma’s vormgeven, zodat leerlingen een meer samenhangende leerroute kunnen volgen. Vijf jaar na invoering van de wet wordt onderzocht in hoeverre de beoogde doelen in de praktijk worden gerealiseerd en welke factoren daarbij een rol spelen.
Aandacht voor samenwerking, uitvoering en resultaten
In het onderzoek besteden we aandacht aan de implementatie van de wet, de samenwerking tussen vmbo- en mbo-instellingen, ervaringen van betrokkenen en de effecten van de leerroutes op onder meer doorstroom, uitval en studiesucces. Ook onderzoeken we waarom het gebruik van doorlopende leerroutes achterblijft bij de verwachtingen en welke mogelijkheden er zijn om het instrument verder te versterken.
Onderzoek onder scholen, instellingen en jongeren
Voor de evaluatie combineren we verschillende onderzoeksmethoden, waaronder analyses van bestaande gegevens, vragenlijstonderzoek, interviews met betrokken onderwijsprofessionals en gesprekken met jongeren die een doorlopende leerroute volgen of hebben gevolgd.
Inzicht voor toekomstig onderwijsbeleid
De resultaten van het onderzoek bieden inzicht in de werking van de wet in de praktijk en leveren aanknopingspunten voor de verdere ontwikkeling van doorlopende leerroutes binnen het beroepsonderwijs.
Meer weten? Neem contact op met Suna.
Rol ouders bij het kiezen van een boek voor jeugd (6-12 jaar)
De Koninklijke Bibliotheek (KB) ontwikkelt een nieuw lees- en luisterplatform voor kinderen. Om dit platform beter te laten aansluiten bij de behoeften van gebruikers, wilde de KB meer inzicht krijgen in hoe kinderen van 6 tot 12 jaar boeken kiezen, welke rol ouders daarbij spelen en hoe zij omgaan met digitaal lezen en luisteren. Regioplan voerde daarom onderzoek uit naar het inspiratie-, oriëntatie- en keuzeproces rondom kinderboeken.
Hoe vinden kinderen en ouders nieuwe boeken?
Centraal in het onderzoek stond de vraag hoe kinderen tussen 6 en 12 jaar en hun ouders op zoek gaan naar nieuwe boeken en welke afwegingen zij daarbij maken. Daarnaast is onderzocht via welke kanalen zij inspiratie opdoen, wanneer zij kiezen voor een gedrukt of digitaal boek, hoe digitale boeken en luisterboeken worden gebruikt en onder welke voorwaarden ouders hun kinderen zelfstandig digitaal laten zoeken en lezen.
Kwalitatief onderzoek onder ouders en kinderen
Voor het onderzoek is een kwalitatieve aanpak gekozen. Ter voorbereiding is een beknopte deskstudie uitgevoerd naar bestaande kennis over het zoek- en keuzeproces rondom kinderboeken. Vervolgens zijn tussen februari en maart 2026 diepte-interviews gehouden met ouders van kinderen van 6 tot 12 jaar. Bij sommige interviews waren ook kinderen aanwezig, waardoor zowel het perspectief van ouders als van kinderen kon worden meegenomen.
Ouders zijn de belangrijkste gids bij het kiezen van boeken
Uit het onderzoek blijkt dat ouders een centrale rol spelen in het keuzeproces. Zij stimuleren hun kinderen om te lezen, helpen bij het vinden van geschikte boeken en beoordelen of een boek aansluit bij het leesniveau en de interesses van hun kind. Inspiratie voor nieuwe boeken komt vooral uit sociale en fysieke omgevingen, zoals vrienden, familie, school en de bibliotheek. Kinderen en ouders grijpen bovendien vaak terug op bekende auteurs en boekenseries.
Digitaal lezen vooral een praktische keuze
Hoewel veel ouders gebruikmaken van digitale bibliotheekdiensten, blijft het papieren boek voor de meeste gezinnen het uitgangspunt. E-books en luisterboeken worden vooral gebruikt in specifieke situaties, bijvoorbeeld tijdens vakanties, reizen of wanneer een fysiek boek tijdelijk niet beschikbaar is. Luisterboeken worden vooral gezien als aanvulling op, en niet als vervanging van, voorlezen.
Kansen voor een kindvriendelijk digitaal platform
Veel ouders staan open voor zelfstandig digitaal zoeken door hun kinderen, maar ervaren de huidige online omgeving als onvoldoende intuïtief en ondersteunend. Volgens hen kan een nieuw platform beter aansluiten bij het zoek- en keuzeproces van kinderen door meer ruimte te bieden voor ontdekken, visuele ondersteuning, passende aanbevelingen en ouderlijke begeleiding. Op basis van deze bevindingen konden we concrete aanknopingspunten vaststellen voor de verdere ontwikkeling van het nieuwe lees- en luisterplatform van de KB.
Meer weten? Lees hieronder het volledig onderzoeksrapport of neem contact op met Mathilde of Suna.
Simon Bakker MSc MA
Als beleidsonderzoeker houd ik mij vooral bezig met kwalitatief onderzoek, omdat ik graag diep de praktijk induik en luister naar de mensen die het vraagstuk zelf ervaren. Zo krijg ik scherp wat er werkelijk speelt. Die inzichten verbind ik met elkaar en vertaal ik naar bruikbare oplossingen waarmee opdrachtgevers direct aan de slag kunnen.
Met een achtergrond in sociale & culturele psychologie en de journalistiek breng ik zowel analytische scherpte als oog voor het verhaal van mensen mee. Bij Regioplan werk ik onder meer aan onderzoeken op het gebied van kansengelijkheid, jeugd en gender.
Wegwijzer voor domeinoverstijgende aanpak jeugdcriminaliteit
Steeds vaker maken criminele netwerken gebruik van jongeren in kwetsbare posities voor ogenschijnlijk eenvoudige taken – zoals het doorgeven van berichten of het ophalen van pakketjes – die uiteindelijk kunnen leiden tot een diepere rol in de criminele onderwereld. Dit vraagt om een samenhangende aanpak waarin zowel sociale steun als veiligheid centraal staan. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol, maar die samenwerking verloopt niet altijd vanzelfsprekend.
De nieuwe wegwijzer brengt gemeenschappelijke uitdagingen in kaart en biedt concrete suggesties, voorbeelden en inzichten uit de praktijk om samenwerkingsprocessen te verbeteren. Hoewel het geen kant-en-klare recepten bevat, biedt het document handvatten om de samenwerking tussen verschillende gemeentelijke teams en partners in de wijk beter vorm te geven.
Het document is tot stand gekomen via intensieve samenwerking met 26 gemeenten, die hun ervaringen en knelpunten hebben gedeeld via bijeenkomsten en interviews. Hiermee is de wegwijzer een reflectie van wat werkt en wat in de praktijk kan worden toegepast.
Het doel van deze wegwijzer is om gemeenten uit te nodigen om de samenwerking tussen het sociaal en veiligheidsdomein verder te versterken, zodat jongeren op een vroegtijdige en effectieve manier geholpen kunnen worden en de leefomgeving voor iedereen veiliger wordt.
Rapport openbaar: Periodieke rapportage tegemoetkoming ouders
Eén kindregeling in het coalitieakkoord? Dan is dit hét moment om de stand van zaken op te maken: hoe doeltreffend en doelmatig zijn de huidige kindregelingen? We evalueerden het in een periodieke rapportage en pikken er een aantal uitkomsten uit:
- De uitgaven aan kindregelingen zijn flink gestegen: van €5,5 mld (2018) naar €8,2 mld (2023). Daarbinnen groeiden kinderbijslag en kindgebonden budget stevig, en nam ook de kinderbijslagvoorziening in Caribisch Nederland sterk toe.
- Het bereik is hoog: nauwelijks niet-gebruik bij kinderbijslag; relatief laag (en dalend) bij het kindgebonden budget.
- De uitvoering is in de kern stabiel, maar bijzondere situaties (o.a. internationale dossiers en dubbele kinderbijslag) vragen onevenredig veel uitvoeringscapaciteit.
- Gerichte steun helpt bestedingsverschillen dempen, maar inkomensafhankelijke ondersteuning kan ook onzekerheid geven door nabetalingen/terugvorderingen.
In het rapport werken we meerdere verbeteringsopties uit. Steeds draait het om dezelfde uitruil: meer gerichtheid betekent vaak meer complexiteit in ontwerp en uitvoering, terwijl vereenvoudiging meestal ten koste gaat van de gerichtheid. Een samenvoeging tot één kindregeling met een hoger vast en lager variabel deel kan de steun voorspelbaarder en eenvoudiger maken, maar is tegelijk minder gericht: een groter deel van het budget komt dan ook terecht bij gezinnen die het niet nodig hebben.
Lees hier meer.
Rapport Mediaopvoeding is openbaar!
Media maken onlosmakelijk deel uit van de samenleving en het gezinsleven. Kinderen komen al op jonge leeftijd in aanraking met diverse media. Maar hoe gaan opvoeders daarmee om? Wat hebben zij nodig om hun kinderen bewust en selectief met media te leren omgaan? En welke rol kan de bibliotheek daarin spelen? In opdracht van de KB, nationale bibliotheek voerde Regioplan een onderzoek uit naar de ervaringen, behoeften, zorgen en vragen van opvoeders van kinderen van 0-12 jaar rond mediaopvoeding en de ondersteuning die de bibliotheek hierbij kan geven.
Wat blijkt uit het onderzoek?
- Opvoeders zijn bewust bezig met afspraken rond schermtijd en online gedrag, maar maken zich zorgen over o.a. sociale druk, social media en online pesten, de fysieke en mentale ontwikkeling en de balans tussen bescherming bieden en vrijheid geven aan hun kind.
- Ze zoeken betrouwbare en eenduidige informatie bijvoorbeeld over veelgebruikte apps en eenduidige richtlijnen of regels voor mediagebruik.
- Er is behoefte aan een open gesprek tussen opvoeders en tussen opvoeders en kinderen.
- Opvoeders willen graag meer leuke en educatieve activiteiten, onder andere voor kinderen boven de 6 en tieners.
Wat kan de bibliotheek betekenen?
Het rapport laat zien dat de bibliotheek een centrale rol kan vervullen, bijvoorbeeld door:
- het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten en spreekuren;
- het faciliteren van gesprekken tussen opvoeders;
- het aanbieden van activiteiten voor kinderen en tieners rond mediawijsheid;
- het aanbieden van begeleiding bij het gebruik van media in de bibliotheek zelf;
- het ontwikkelen van een visie en beleid op mediagebruik binnen de bibliotheek zelf;
- het koppelen van (voor)lezen en media.
Daarnaast wordt gepleit voor een laagdrempelige, realistische en oordeelvrije aanpak, met oog voor jonge kinderen, vaders, laagtaalvaardige opvoeders en verschillende opvoedstijlen.
Benieuwd naar alle bevindingen en aanbevelingen? Lees dan hier het rapport of de samenvatting!
Onderzoek Mediaopvoeding
Media maken onlosmakelijk deel uit van de samenleving en het gezinsleven. Kinderen komen al op jonge leeftijd in aanraking met diverse media. Maar hoe gaan opvoeders daarmee om? Wat hebben zij nodig om hun kinderen bewust en selectief met media te leren omgaan? En welke rol kan de bibliotheek daarin spelen? In opdracht van de KB, nationale bibliotheek voerde Regioplan een onderzoek uit naar de ervaringen, behoeften, zorgen en vragen van opvoeders van kinderen van 0-12 jaar rond mediaopvoeding en de ondersteuning die de bibliotheek hierbij kan geven.
Wat blijkt uit het onderzoek?
- Opvoeders zijn bewust bezig met afspraken rond schermtijd en online gedrag, maar maken zich zorgen over o.a. sociale druk, social media en online pesten, de fysieke en mentale ontwikkeling en de balans tussen bescherming bieden en vrijheid geven aan hun kind.
- Ze zoeken betrouwbare en eenduidige informatie bijvoorbeeld over veelgebruikte apps en eenduidige richtlijnen of regels voor mediagebruik.
- Er is behoefte aan een open gesprek tussen opvoeders en tussen opvoeders en kinderen.
- Opvoeders willen graag meer leuke en educatieve activiteiten, onder andere voor kinderen boven de 6 en tieners.
Wat kan de bibliotheek betekenen?
Het rapport laat zien dat de bibliotheek een centrale rol kan vervullen, bijvoorbeeld door:
- het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten en spreekuren;
- het faciliteren van gesprekken tussen opvoeders;
- het aanbieden van activiteiten voor kinderen en tieners rond mediawijsheid;
- het aanbieden van begeleiding bij het gebruik van media in de bibliotheek zelf;
- het ontwikkelen van een visie en beleid op mediagebruik binnen de bibliotheek zelf;
- het koppelen van (voor)lezen en media.
Daarnaast wordt gepleit voor een laagdrempelige, realistische en oordeelvrije aanpak, met oog voor jonge kinderen, vaders, laagtaalvaardige opvoeders en verschillende opvoedstijlen.
Benieuwd naar alle bevindingen en aanbevelingen? Lees dan hier het rapport of de samenvatting!
Vragen over dit onderzoek? Neem contact op met Annemieke of Stefanie!
Kennissynthese Kansrijke Start
In 2018 startte het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) het actieprogramma Kansrijke Start, met als missie om zoveel mogelijk kinderen een gezonde en veilige start in het leven te bieden. In 2022 kreeg het programma een vervolg met Kansrijke Start 2022-2025 Sterke ouders, gezonde kinderen.
Het actieprogramma zet in op extra ondersteuning voor gezinnen in kwetsbare omstandigheden, met als essentieel onderdeel een goede samenwerking tussen het medische en het sociale domein en de publieke gezondheidszorg. De ambitie is dat de aanpak in elke gemeente structureel vorm krijgt, via coalities Kansrijke Start, zodat door adequate ketensamenwerking en de inzet van werkzame interventies (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie tijdig passende zorg en ondersteuning ontvangen. Het uiteindelijke doel is dat zo veel mogelijk kinderen een kansrijke start krijgen.
Zeven jaar na het begin van het actieprogramma is nu de balans opgemaakt. In opdracht van het ministerie van VWS voerde Regioplan een kennissynthese Kansrijke Start uit. Deze analyse is bedoeld om inzicht te geven in de mate in hoeverre de ambities, doelstellingen en beoogde effecten van het programma zijn behaald. Waar staat het programma anno 2025? En welke lessen zijn er te trekken voor een toekomstbestendige aanpak na 2025?
Uit het onderzoek volgt dat Kansrijke Start breed is omarmd, maar dat de implementatie nog ongelijkmatig is: zo heeft 87% van de gemeenten een lokale of regionale coalitie Kansrijke Start. Bij een deel van de gemeenten ontbreekt echter nog een plan van aanpak. Daarnaast is vroegsignalering van kwetsbare situaties cruciaal, maar nog niet structureel geborgd. Tot slot betekent de overgang van Kansrijke Start van landelijk actieprogramma naar beleidsthema in 2026 dat gemeenten, regio’s en lokale netwerken meer verantwoordelijkheid moeten nemen. Het rapport benadrukt het belang van duurzame financiering, monitoring en leerinfrastructuur om dit te ondersteunen.
Meer weten over het onderzoek? Lees dan hier het eindrapport!
Publicatie rapport: Actieonderzoek naar effectieve inzet van (het strafrechtelijk kader) van de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS)
Structureel schoolverzuim kan een indicatie zijn van de ontwikkeling van risicovol gedrag bij jongeren, onder andere richting criminaliteit. In een recent afgerond actieonderzoek onderzochten ketenpartners in Amsterdam wat er voor nodig is deze jongeren beter te helpen. Het rapport is nu openbaar!
Hoe kunnen we jongeren die structureel schoolverzuimen beter helpen ter voorkoming van risicovol gedrag richting criminaliteit? En hoe kan het strafrechtelijk kader van de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) hier aan bijdragen? Dat is de centrale vraag in het actieonderzoek dat wij uitvoerden in opdracht van de gemeente Amsterdam.
Binnen de MAS werken scholen, leerplicht, jeugd(gezondheids)zorg, Halt, de politie, het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en jeugdbescherming samen aan het begeleiden van jongeren terug naar een passend onderwijsprogramma. Het onderzoek richtte zich op de mogelijkheden om binnen deze aanpak ook strafrechtelijke instrumenten, zoals het proces-verbaal (pv), effectief in te zetten, en wat dit vraagt van het onderlinge samelspel tussen de ketenpartners.
Samen met een werkgroep van ketenpartners vertaalden we kansen en behoeften naar acties om uit te proberen. Denk aan het vroegtijdiger betrekken van de RvdK of jeugdbescherming, het combineren van zorg en strafrechtelijke interventies, of het voeren van preventieve gesprekken op scholen. Door reflectie en evaluatie van de acties, ontstond een meer gedeeld begrip van de knelpunten en verbetermogelijkheden.
Het actieonderzoek leverde waardevolle lessen op over de nodige samenwerking, afstemming en het delen van expertise. Zo bleek onder andere dat structurele contactmomenten, wederzijds begrip en een gedeelde visie tussen ketenpartners essentieel zijn om jongeren effectief te ondersteunen.
Interesse? Download hier dan het rapport!
Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam en in samenwerking met ketenpartners in het onderwijs, de zorg en het strafrecht.