Evaluatie Handhaving verbod op seksuele intimidatie in het openbaar

Sinds 1 juli 2024 is seksuele intimidatie in het openbaar strafbaar. Regioplan onderzocht in opdracht van het WODC, en in samenwerking met de Open Universiteit, hoe de handhaving van seksuele intimidatie in de praktijk werkt. De conclusie: de nieuwe strafbaarstelling leidt tot concrete zaken en bestraffing, maar effectieve handhaving vraagt blijvende aandacht en de juiste randvoorwaarden.

Speciaal opgeleide boa’s kunnen seksuele intimidatie op straat actief signaleren. Dat levert zaken op die anders waarschijnlijk buiten beeld blijven. Tegelijkertijd is handhaven niet eenvoudig. Boa’s moeten het gedrag meestal zelf zien of horen, terwijl de politie vaker in actie komt na een melding of aangifte. Ook vraagt de beoordeling van wat precies strafbare seksuele intimidatie is in de praktijk soms om lastige afwegingen. Het onderzoek laat zien dat effectieve handhaving meer nodig heeft dan alleen een wettelijke norm.

Voldoende capaciteit, goede/structurele training en nauwe samenwerking tussen boa’s, politie en OM zijn belangrijk. Ook verdient online seksuele intimidatie meer aandacht. Daarnaast helpt duidelijke publieksinformatie over de strafbaarstelling om slachtoffers beter te informeren en de bereidheid om melding of aangifte te doen te vergroten.

De strafbaarstelling vormt daarmee een belangrijk onderdeel van de bredere aanpak van seksuele intimidatie, maar handhaving alleen is niet voldoende om seksuele veiligheid te vergroten.

Lees hier het eindrapport van het onderzoek.

Vragen over dit onderzoek? Neem dan contact op met Coco Bastiaansen. 

De handhaving van seksuele intimidatie in het openbaar: hoe verloopt dit in de praktijk?

Sinds 1 juli 2024 is seksuele intimidatie in het openbaar strafbaar. Regioplan onderzocht in opdracht van het WODC, en in samenwerking met de Open Universiteit, hoe de handhaving van seksuele intimidatie in de praktijk werkt. De conclusie: de nieuwe strafbaarstelling leidt tot concrete zaken en bestraffing, maar effectieve handhaving vraagt blijvende aandacht en de juiste randvoorwaarden.

Speciaal opgeleide boa’s kunnen seksuele intimidatie op straat actief signaleren. Dat levert zaken op die anders waarschijnlijk buiten beeld blijven. Tegelijkertijd is handhaven niet eenvoudig. Boa’s moeten het gedrag meestal zelf zien of horen, terwijl de politie vaker in actie komt na een melding of aangifte. Ook vraagt de beoordeling van wat precies strafbare seksuele intimidatie is in de praktijk soms om lastige afwegingen. Het onderzoek laat zien dat effectieve handhaving meer nodig heeft dan alleen een wettelijke norm.

 

“De nieuwe strafbaarstelling van seksuele intimidatie in het openbaar leidt tot concrete zaken en bestraffing, maar effectieve handhaving vraagt blijvende aandacht en de juiste randvoorwaarden.”

 

Voldoende capaciteit, goede/structurele training en nauwe samenwerking tussen boa’s, politie en OM zijn belangrijk. Ook verdient online seksuele intimidatie meer aandacht. Daarnaast helpt duidelijke publieksinformatie over de strafbaarstelling om slachtoffers beter te informeren en de bereidheid om melding of aangifte te doen te vergroten.

De strafbaarstelling vormt daarmee een belangrijk onderdeel van de bredere aanpak van seksuele intimidatie, maar handhaving alleen is niet voldoende om seksuele veiligheid te vergroten.

Lees hier het eindrapport van het onderzoek.

Vragen over dit onderzoek? Neem dan contact op met Coco Bastiaansen.

 

Eén plek, meer veiligheid? Onderzoek naar de meerwaarde en haalbaarheid van een Filomena in Kennemerland

Steeds meer regio’s onderzoeken of het Filomena-concept kan bijdragen aan een effectievere aanpak van huiselijk geweld en gendergerelateerd geweld. De gemeente Haarlem wil weten welke meerwaarde een Filomena voor Kennemerland kan hebben, welke investering daarvoor nodig is en welke organisatievorm het beste aansluit bij de behoeften van de regio.

In opdracht van de gemeente Haarlem onderzoekt Regioplan of en in welke vorm het Filomena-concept kan bijdragen aan een sterkere aanpak van huiselijk geweld, gendergerelateerd geweld en kindermishandeling in de regio Kennemerland. Filomena is een integrale aanpak waarbij slachtoffers op één locatie toegang krijgen tot specialistische hulp, forensisch onderzoek, strafrechtpartners en opvang, zodat zij niet zelf langs verschillende organisaties hoeven.

Het onderzoek brengt de maatschappelijke meerwaarde, kosten, baten, risico’s en randvoorwaarden van een Filomena in Kennemerland in kaart. Daarbij worden niet alleen de bestaande Filomena-aanpak, maar worden ook alternatieve organisatievormen onderzocht die dezelfde kernprincipes behouden. De resultaten moeten de gemeente en betrokken partners helpen een goed onderbouwde keuze te maken over de haalbaarheid, inrichting en eventuele realisatie van een Filomena in de regio.

Nieuwe publicatie: plan van aanpak deskundigheidsbevordering gendergerelateerd geweld in de zorg- en strafsector

Samen met partijen uit de zorg- en strafsector maakten we een plan voor het bevorderen van deskundigheid van professionals in de zorg- en strafsector, gericht op het beter herkennen en aanpakken van gendergerelateerd geweld.

Geweld in afhankelijkheidsrelaties is een hardnekkig probleem met ingrijpende gevolgen voor slachtoffers en samenleving. De toenemende aandacht in Nederland voor geweld tegen vrouwen, intieme terreur, stalkingen en femicide onderstreept dat het gaat om een urgent veiligheidsvraagstuk dat om een onmiddellijke versterking van de aanpak vraagt.

Verschillende organisaties in de zorg- en strafsector maken scherp duidelijk dat aandacht voor gender cruciaal is voor een effectieve aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling. Gender speelt namelijk een belangrijke rol in een ontstaan en voortduren van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Professionals hebben dan ook kennis en vaardigheden nodig om de rol van gender te kunnen herkennen in geweld(spatronen) en daar adequaat naar te handelen. Het bevorderen van deze deskundigheid is een gedeelde verantwoordelijkheid van organisaties binnen de zorg- en strafsector, waarbij de landelijke en lokale overheden een rol hebben  in het scheppen van passende randvoorwaarden.

Het plan van aanpak ‘Deskundigheidsbevordering gendergerelateerd geweld in de zorg- en strafsector’ beschrijft de stappen die op landelijk, regionaal en uitvoeringsniveau nodig zijn. Het plan is het resultaat van een actieonderzoek dat in 2025-2026 is uitgevoerd door onderzoekers van Regioplan en Centre of Expertise Veiligheid en Veerkracht in opdracht van de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). We werkten daarbij nauw samen met een klankbordgroep van vertegenwoordigers van partijen uit de zorg- en strafsector. Hun ervaringen, knelpunten en behoeften vormen de basis van het plan.

Meer weten? Lees hier het plan van aanpak en hier de bijbehorende kamerbrief, of neem contact op met Stefanie.

Evaluatie pilot nieuwe werkwijze hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld

In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum (WODC) evalueerden Regioplan en het Nederlands Studiecentrum  Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) een nieuwe werkwijze voor de ondersteuning van slachtoffers van seksueel geweld, gebaseerd op een uniform eerste contact, multidisciplinaire triage en casusregie. De pilot laat zien dat deze aanpak potentie heeft om de samenwerking en de ondersteuning van slachtoffers te versterken, maar dat succesvolle implementatie vraagt om duidelijke rollen, bestuurlijk commitment, gedragsverandering en structurele ondersteuning van uitvoerende professionals.

Slachtoffers van seksueel geweld krijgen vaak te maken met meerdere organisaties voor hulp, bescherming, herstel en eventuele strafrechtelijke vervolging. Om deze ondersteuning beter op elkaar af te stemmen, ontwikkelden het Centrum Seksueel Geweld, Veilig Thuis, Slachtofferhulp Nederland, Perspectief Herstelbemiddeling, het Openbaar Ministerie en de politie gezamenlijk een nieuwe werkwijze.

Regioplan en het NSCR onderzochten in opdracht van het WODC de pilot van de nieuwe werkwijze in twee regio’s. Daarbij stond de vraag centraal in hoeverre de werkwijze bijdraagt aan betere samenwerking tussen organisaties, meer integrale ondersteuning en een betere ervaring van slachtoffers.

 

De nieuwe werkwijze: uniform eerste contact, triage en casusregie

Het doel van deze nieuwe werkwijze is om slachtoffers laagdrempeliger, samenhangender en meer slachtoffergericht te ondersteunen. De nieuwe werkwijze bestaat uit drie samenhangende onderdelen: een uniform en traumasensitief eerste contactmoment, multidisciplinaire triage waarbij organisaties gezamenlijk de hulpvraag beoordelen, en casusregie door één vaste professional die als aanspreekpunt fungeert voor het slachtoffer.

 

Aanpak van de evaluatie: wat werkt, waarom, en onder welke omstandigheden?

We hebben de veronderstelde werking van de nieuwe werkwijze geconstrueerd in een Theory of Change. Deze hebben we getoetst en kritisch onderzocht aan de hand van wetenschappelijke literatuur. Vervolgens hebben we de ervaringen met de nieuwe werkwijze onderzocht van uitvoerende professionals, slachtoffers en naasten.

Vanwege de korte doorlooptijd van de pilot schetst deze evaluatie de eerste ervaringen met de nieuwe werkwijze en biedt het inzicht in randvoorwaarden voor succesvolle implementatie. Het onderzoek laat zien wat nodig is om ervoor te zorgen dat de werkwijze daadwerkelijk bijdraagt aan de oorspronkelijke doelen: betere samenwerking, integrale ondersteuning en een betere ervaring voor slachtoffers.

 

Resultaten: potentie van de nieuwe werkwijze

De evaluatie laat zien dat de nieuwe werkwijze goed aansluit bij bestaande wetenschappelijke kennis over slachtoffergericht werken, multidisciplinaire samenwerking en regievoering. Professionals ervaren meerwaarde van structurele multidisciplinaire triage, betere onderlinge contacten en een bredere blik op de behoeften van slachtoffers. Ook onderschrijven zowel professionals als slachtoffers het belang van één duidelijk aanspreekpunt.

Tegelijkertijd blijkt dat de potentie van de werkwijze in de praktijk nog beperkt tot uiting kwam. Rollen en verantwoordelijkheden, met name rondom casusregie, werden door professionals en managers verschillend geïnterpreteerd. Daarnaast ontbraken belangrijke randvoorwaarden zoals bestuurlijk commitment en ondersteuning bij het eigen maken van de nieuwe werkwijze. Hierdoor vielen professionals regelmatig terug op bestaande werkwijzen en routines.

Ook de ervaringen van slachtoffers en naasten laten een wisselend beeld zien. Positieve ervaringen hangen samen met duidelijke communicatie, snelle hulp en een pro-actieve regiehouder. Negatieve ervaringen ontstaan wanneer informatievoorziening onvoldoende aansluit op de behoeften van slachtoffers en naasten of wanneer de regierol leidt tot verwachtingen die niet worden waargemaakt.

 

Vervolgstappen: verdere ontwikkeling en implementatie van de werkwijze

Het onderzoek laat zien dat de nieuwe werkwijze aanknopingspunten biedt voor verbetering van de ondersteuning aan slachtoffers van seksueel geweld. Voor bredere implementatie is echter meer nodig dan nieuwe procesafspraken tussen organisaties en professionals. We concluderen dat een effectieve gezamenlijke werkwijze vraagt om bestuurlijk commitment, heldere rolafbakening en werkafspraken, voldoende ondersteuning van uitvoerende professionals bij gedragsverandering en een lerende evaluatie van de nieuwe aanpak.

Lees hier het rapport en de samenvatting. Vragen? Neem contact op met Coco.

Publicatie onderzoek: Evaluatie pilot nieuwe werkwijze hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld

Zes partnerorganisaties (het Centrum Seksueel Geweld, Veilig Thuis, Slachtofferhulp Nederland, Perspectief Herstelbemiddeling, het Openbaar Ministerie en de politie) ontwikkelden samen met de ministeries van Justitie en Veiligheid, en Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, een nieuwe werkwijze voor hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld. De aanpak richt zich op drie onderdelen: een uniform eerste contactmoment, multidisciplinaire triage van casussen en casusregie door één vast aanspreekpunt voor het slachtoffer. De werkwijze werd tussen september 2025 en februari 2026 getest in de regio’s Den Haag en Oost-Brabant. Het WODC heeft Regioplan en het NSCR gevraagd om deze werkwijze te evalueren.

Onze evaluatie van de pilot laat zien dat de werkwijze aansluit bij bestaande kennis over slachtoffergerichte ondersteuning, samenwerking tussen organisaties en regievoering. Professionals ervaren meerwaarde van structurele multidisciplinaire afstemming, een bredere blik op de behoeften van slachtoffers en kortere lijnen tussen organisaties. Ook bevestigen zowel professionals als slachtoffers het belang van één duidelijk aanspreekpunt gedurende het hulptraject.

Tegelijkertijd blijkt dat de potentie van de werkwijze in de pilot nog slechts beperkt tot uiting kwam. Door de korte looptijd bevond de pilot zich nog in een vroege fase en was het te vroeg om uitspraken te doen over daadwerkelijke effecten voor slachtoffers. Het onderzoek biedt daarom vooral inzicht in de eerste ervaringen met de werkwijze en in de randvoorwaarden die nodig zijn voor succesvolle implementatie.

 

“Een nieuwe werkwijze op papier leidt niet vanzelf tot betere ondersteuning van slachtoffers van seksueel geweld. Verandering in de samenwerking ontstaat pas wanneer uitvoerende professionals, managers en bestuurders een gedeeld en helder beeld hebben van wat anders moet en randvoorwaarden om de werkwijze te implementeren op orde zijn.”

 

Een belangrijke conclusie is dat effectieve ketensamenwerking niet vanzelf ontstaat door het invoeren van een nieuwe werkwijze. Heldere rollen en verantwoordelijkheden, bestuurlijk commitment, voldoende tijd en capaciteit en structurele ondersteuning van professionals blijken cruciaal om de beoogde verandering in de praktijk te realiseren. Wanneer deze randvoorwaarden ontbreken, bestaat het risico dat professionals terugvallen op bestaande routines en dat de impact van de werkwijze beperkt blijft.

Naast inzicht in werkzame elementen van een gezamenlijke ketenaanpak voor slachtoffers van seksueel geweld, biedt het onderzoek concrete aanbevelingen voor bredere implementatie. Daarmee levert de evaluatie waardevolle handvatten voor organisaties die werken aan een meer samenhangende, integrale en slachtoffergerichte ondersteuning van slachtoffers van seksueel geweld.

Meer weten? Lees hier het rapport of de samenvatting, bezoek de projectpagina of neem contact op met Coco Bastiaansen.

Meer meldingen bij Veilig Thuis: Regioplan onderzoekt oorzaken en handelingsperspectief

In veel regio’s neemt de druk op Veilig Thuis toe. Voor bestuurders en ketenpartners is het belangrijk om te weten waar die stijging vandaan komt en welke knoppen zij zelf kunnen beïnvloeden.

Regioplan helpt regio’s om voorbij de cijfers te kijken. Met een gerichte analyse brengen we in beeld welke ontwikkelingen, werkwijzen en samenwerkingsafspraken mogelijk bijdragen aan de groei van meldingen en adviesvragen. Dat levert praktische inzichten op voor betere sturing, samenwerking en inzet van capaciteit. Hoe we dat doen, lees je hier.

Meer weten? Neem contact op met Coco Bastiaansen via coco.bastiaansen@regioplan.nl.

Het ontwikkelen van stevige lokale teams: noodzakelijk én uitdagend

Op 23 maart 2026 tekenden de VNG, betrokken ministeries en brancheorganisaties het Convenant Stevige lokale teams. Een belangrijke stap, want sterke lokale teams helpen inwoners sneller en beter, voorkomen escalatie en verminderen de druk op specialistische hulp en jeugdbescherming.

Regioplan ondersteunt gemeenten en regio’s al jaren bij het versterken van hun lokale teams. We combineren inhoudelijke expertise met een praktische aanpak en helpen teams beter om te gaan met complexe hulpvragen, zoals huiselijk geweld & kindermishandeling en regievoering bij complexe casuïstiek.

Onze kracht zit in lerend ontwikkelen: samen bepalen we wat nodig is, vertalen dit naar concrete acties en sturen bij op basis van ervaringen uit de praktijk. Daarbij sluiten we altijd aan op de lokale context én zorgen we voor regionale samenhang. Zo begeleiden we bijvoorbeeld de regio Zaanstreek-Waterland in de aansluiting van lokale teams op de regionale ontwikkeling richting Toekomstscenario. Daarbij wisselen we regionale en gemeentelijke sessies af om te zorgen voor regionale uitwisseling en samenhang, en tegelijkertijd aan te sluiten bij de lokale contexten en ontwikkelpunten van de gemeenten.

Ook bieden we gemeenten praktische tools om inzicht en grip te krijgen. Onze zelfscan Sterke lokale teams op veiligheid, het daaraan gekoppelde dashboard en verbonden verbetertrajecten helpen gemeenten om inzicht te krijgen in de actuele situatie rondom de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en de ontwikkeling van de lokale teams daarin te monitoren. In het verlengde daarvan ondersteunen we bij planvorming en verandering. Zo ondersteunden we de afgelopen 1,5 jaar de regio Noordoost Brabant bij het opstellen van een plan van aanpak voor verbetering van de regionale aanpak van huiselijk geweld en de positie van lokale teams daarin. We hielpen ook bij het zetten van de eerste stappen: het inrichten van een ontwikkelruimte en het starten met de nieuwe werkwijze. Lees meer over dit soort trajecten in ons aanbod voor ondersteuning bij het toewerken naar het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.

Met onze ervaring, praktijkgerichte aanpak en focus op duurzame verbetering helpen we gemeenten om hun lokale teams daadwerkelijk stevig te maken.

Meer weten? Neem contact op met Stefanie de Cuba of Katrien de Vaan

Simon Bakker MSc MA

Als beleidsonderzoeker houd ik mij vooral bezig met kwalitatief onderzoek, omdat ik graag diep de praktijk induik en luister naar de mensen die het vraagstuk zelf ervaren. Zo krijg ik scherp wat er werkelijk speelt. Die inzichten verbind ik met elkaar en vertaal ik naar bruikbare oplossingen waarmee opdrachtgevers direct aan de slag kunnen.

Met een achtergrond in sociale & culturele psychologie en de journalistiek breng ik zowel analytische scherpte als oog voor het verhaal van mensen mee. Bij Regioplan werk ik onder meer aan onderzoeken op het gebied van kansengelijkheid, jeugd en gender.

‘Zo lang er in de aanpak van huiselijk geweld onvoldoende aandacht is voor gender, blijft het geweld in stand’

Gisteren was het Internationale Vrouwendag. Dit jaar stond centraal hoe vrouwenrechten, ook in Nederland, onder druk staan. Dit werd onlangs benadrukt door een rapport van het VN-Comité inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen. Hierin trekt het Comité scherpe conclusies over het Nederlandse beleid: ons land heeft nog een slag te slaan als het gaat om het bevorderen van gendergelijkheid op allerlei terreinen, waaronder ook het garanderen van de veiligheid van vrouwen.Het Comité benadrukt onder andere dat een effectieve aanpak van huiselijk geweld vereist dat er meer aandacht komt voor de rol die gender speelt bij deze geweldsvorm.

Vanuit Regioplan onderstrepen wij dit: gender (de verwachtingen die we als samenleving verbinden aan de twee seksen) is een belangrijke onderliggende oorzaak voor het ontstaan en in stand houden van huiselijk geweld; een vorm van geweld waarvan vrouwen vaker slachtoffer worden dan mannen, en waarvan de gevolgen voor vrouwen ernstiger zijn. Zo lang er in de aanpak van huiselijk geweld onvoldoende aandacht is voor gender, is de aanpak onvoldoende effectief en blijft deze situatie in stand.

Meer aandacht voor gender vraagt om meer deskundigheid bij iedereen die een rol heeft in de aanpak: van beleidsmakers en bestuurders tot uitvoerend professionals. Wij dragen daar graag aan bij. Eén van de projecten waarin we dit doen, is het actieonderzoek waarin we op dit moment samen met Avans Hogeschool partners in de zorg- en strafrechtketen begeleiden bij het opstellen van een plan van aanpak voor deskundigheidsbevordering op dit vlak.

Meer weten over hoe wij ons inzetten voor de aanpak van huiselijk geweld? Neem een kijkje bij ons werkveld Veiligheid en recht voor onze projecten op dit vlak.