Nieuw rapport: Voorwaarden voor het optimaal functioneren van aandachtsfunctionarissen HGKM

Bij het implementeren en uitvoering van de Wet verplichte meldcode (2013), heeft de aandachtsfunctionaris een belangrijke rol. Aandachtsfunctionarissen ondersteunen en adviseren directies, management en collega’s op het gebied van de meldcode huiselijke geweld en kindermishandeling. Een belangrijke taak van de aandachtsfunctionaris is het informeren van collega’s over de meldcode en het gebruik van de meldcode te motiveren zodat signalen tijdig worden herkend en de stappen van de meldcode zorgvuldig worden doorlopen. Om zijn/haar taak als aandachtsfunctionaris HGKM optimaal uit te kunnen voeren zijn de juiste randvoorwaarden nodig.

In opdracht van de LVAK heeft Regioplan onderzocht welke voorwaarden nodig zijn voor het optimaal functioneren van aandachtsfunctionarissen HGKM. Uit de bevraging van ruim 1.400 aandachtsfunctionarissen via een enquête en vijf verdiepende focusgroepen blijkt dat verschillende sectoren, zoals onderwijs, kinderopvang en ziekenhuiszorg, hun eigen aandachtspunten kennen. Tegelijkertijd ontstaat een duidelijk beeld van een situatie waarin de rol van de aandachtsfunctionaris vaak nog onvoldoende is geborgd om alle taken die bij deze rol horen goed uit te voeren.

De belangrijkste inzichten zijn:

  • Zonder duidelijke prioriteit vanuit bestuur en directie blijft het voor aandachtsfunctionarissen lastig om hun taken goed uit te voeren. Zij hebben behoefte aan meer structurele tijd en middelen, maar ook aan steun vanuit de organisatie om het onderwerp met regelmaat onder de aandacht te brengen.
  • Door gebrek aan structurele uren besteden aandachtsfunctionarissen hun tijd vooral aan het opvolgen van signalen. Er blijft te weinig ruimte over voor preventie, bewustwording en scholing van collega’s.
  • Er is nog veel onbekendheid met de meldcode en sprake van handelingsverlegenheid bij beroepskrachten. Hierdoor worden signalen van HGKM gemist of niet altijd opgepakt.
  • Deze vicieuze cirkel van beperkte aandacht voor HGKM en de meldcode houdt de onbekendheid en handelingsverlegenheid in stand. Daardoor dreigen signalen onder de radar te blijven en ontstaat ook bestuurlijk onvoldoende urgentie om het onderwerp steviger te positioneren.

In het onderzoek concluderen wij dat twee basisvoorwaarden essentieel zijn: voldoende structurele uren, in verhouding tot de omvang van de organisatie, en een juiste positionering binnen de organisatie. Daarbij zijn bestuurlijke betrokkenheid en structurele borging van kennis en training nodig, zodat beroepskrachten meer eigenaarschap en verantwoordelijkheid ervaren bij het signaleren van- en handelen bij vermoedens van HGKM.

Lees hier de samenvatting en het volledige rapport.

Voorwaarden voor het optimaal functioneren van de aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling

Regioplan heeft in opdracht van de LVAK (landelijke vereniging aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld en kindermishandeling) onderzocht onder welke randvoorwaarden aandachtsfunctionarissen HGKM optimaal kunnen functioneren. Het onderzoek laat zien dat vooral bestuurlijke prioriteit voor HGKM en een duidelijke positionering van de aandachtsfunctionaris in de organisatie, met voldoende beschikbare uren, nodig zijn.

Bij het implementeren en uitvoering van de Wet verplichte meldcode (2013), heeft de aandachtsfunctionaris een belangrijke rol. Aandachtsfunctionarissen ondersteunen en adviseren directies, management en collega’s op het gebied van de meldcode huiselijke geweld en kindermishandeling. Een belangrijke taak van de aandachtsfunctionaris is het informeren van collega’s over de meldcode en het gebruik van de meldcode te motiveren zodat signalen tijdig worden herkend en de stappen van de meldcode zorgvuldig worden doorlopen. Om zijn/haar taak als aandachtsfunctionaris HGKM optimaal uit te kunnen voeren zijn de juiste randvoorwaarden nodig.

In opdracht van de LVAK heeft Regioplan onderzocht welke voorwaarden nodig zijn voor het optimaal functioneren van aandachtsfunctionarissen HGKM. Uit de bevraging van ruim 1.400 aandachtsfunctionarissen via een enquête en vijf verdiepende focusgroepen blijkt dat verschillende sectoren, zoals onderwijs, kinderopvang en ziekenhuiszorg, hun eigen aandachtspunten kennen. Tegelijkertijd ontstaat een duidelijk beeld van een situatie waarin de rol van de aandachtsfunctionaris vaak nog onvoldoende is geborgd om alle taken die bij deze rol horen goed uit te voeren.

Zie hier de samenvattingen en het rapport.

Wegwijzer voor domeinoverstijgende aanpak jeugdcriminaliteit

Steeds vaker maken criminele netwerken gebruik van jongeren in kwetsbare posities voor ogenschijnlijk eenvoudige taken – zoals het doorgeven van berichten of het ophalen van pakketjes – die uiteindelijk kunnen leiden tot een diepere rol in de criminele onderwereld. Dit vraagt om een samenhangende aanpak waarin zowel sociale steun als veiligheid centraal staan. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol, maar die samenwerking verloopt niet altijd vanzelfsprekend.

De nieuwe wegwijzer brengt gemeenschappelijke uitdagingen in kaart en biedt concrete suggesties, voorbeelden en inzichten uit de praktijk om samenwerkingsprocessen te verbeteren. Hoewel het geen kant-en-klare recepten bevat, biedt het document handvatten om de samenwerking tussen verschillende gemeentelijke teams en partners in de wijk beter vorm te geven.

Het document is tot stand gekomen via intensieve samenwerking met 26 gemeenten, die hun ervaringen en knelpunten hebben gedeeld via bijeenkomsten en interviews. Hiermee is de wegwijzer een reflectie van wat werkt en wat in de praktijk kan worden toegepast.

Het doel van deze wegwijzer is om gemeenten uit te nodigen om de samenwerking tussen het sociaal en veiligheidsdomein verder te versterken, zodat jongeren op een vroegtijdige en effectieve manier geholpen kunnen worden en de leefomgeving voor iedereen veiliger wordt.

Zelfscan maakt ontwikkelpunten lokale teams Noord-Holland Noord op veiligheid inzichtelijk

Dit maakt dat je concreet aan de slag kunt”, zei de bovenregionale programmamanager Toekomstscenario over de Zelfscan Sterke lokale teams op veiligheid. De aanpak van onveiligheid in relaties vraagt een stevigere rol op veiligheid van de lokale teams in gemeenten. Met onze volledig gedigitaliseerde zelfscan krijg je als gemeente inzicht in waar je staat ten opzichte van die toekomstige rol en waar de belangrijkste ontwikkelpunten liggen.

De Zelfscan is in samenwerking met het Expertteam Stevige lokale teams op veiligheid vereenvoudigd en omgezet in een digitale tool, waar ook een dashboard aan is gekoppeld. De Zelfscan is geen instrument op zich, maar een middel om in de gemeente met alle betrokkenen het gesprek aan te gaan over waar de lokale teams staan, in relatie tot wat het Toekomstscenario van hen vraagt. In Noord-Holland Noord begeleidden Katrien de Vaan en Trijntje Kootstra, beide lid van het Expertteam, in alle gemeenten het invullen van de Zelfscan. Op die manier is een tussen gemeenten vergelijkbaar beeld ontstaan van de lokale stand van zaken, en is ook duidelijk geworden welke regionale en bovenregionale opgaven er liggen. Die (boven)regionale opgaven werden vervat in een overkoepelende analyse, die duidelijke actiepunten voor de verdere ontwikkeling van de lokale teams op dit vlak biedt.

De komende periode gaan de gemeenten in Noord-Holland Noord aan de slag met lokale verbeterplannen. Vanuit het bovenregionale programma Toekomstscenario worden de bovenregionale opgaven en verbeteracties in kaart gebracht en gepresenteerd.

Regioplan leverde afgelopen jaar opnieuw een bijdrage aan de update van de Nationale Drug Monitor

Jaarlijks verschijnt de Nationale Drug Monitor. Deze monitor geeft een actueel overzicht van de informatie over middelengebruik door gestructureerd gegevens uit bestaande registraties en onderzoek te verzamelen. Regioplan heeft, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) bijgedragen aan de hoofdstukken over:
– Wetgeving, beleid en preventie
– Drugscriminaliteit
– Middelengebruik en strafbaar gedrag
De volledige monitor met de door ons opgesteld hoofdstukken vind je hier. Voor een beknopt overzicht van de resultaten uit de door ons opgesteld hoofdstukken is een factsheet opgesteld, deze vind je hier.

Risico’s op fataal geweld: goed kijken en echt zien!

Hoe kunnen risico’s op fataal relationeel geweld, waaronder femicide, op tijd worden gezien en juist worden getaxeerd? Dit onderzoek laat zien dat het niet eenvoudig is om vast te stellen welke veiligheidsbeoordelings- en risicotaxatie-instrumenten wanneer en op welke manier moeten worden ingezet. Zowel het instrumentarium als de samenwerking tussen betrokken partijen vraagt om verbetering.

Fataal geweld in relaties (waaronder femicide) op tijd signaleren vormt voor betrokken instanties een grote uitdaging. Risico’s op fataal geweld worden zichtbaar in patronen, terwijl instanties vaak alleen losse signalen zien. In dit onderzoek zijn we nagegaan of het bestaande instrumentarium geschikt is om deze risico’s goed te vangen en in te schalen. Dat blijkt niet het geval: zowel het instrumentarium zelf is hier onvoldoende op toegerust, als de samenwerking tussen instanties waarin signalen bij elkaar moeten komen om de patronen te kunnen zien.

We analyseerden de meest gebruikte instrumenten voor veiligheidsbeoordeling en risicotaxatie en betrokken daarin de kernpartners van de aanpak in Europees en Caribisch Nederland: Veilig Thuis/Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling, politie, openbaar ministerie, reclassering, GGZ, vrouwenopvang, Raad voor de Kindermishandeling. We spraken deze partijen over het gebruik van de instrumenten en over de gewenste samenwerking om tot goede veiligheidsbeoordeling en risicotaxatie te komen.

Daaruit tekende zich een duidelijk beeld van de gewenste werkwijze af:

  • In de fase waarin wordt gehandeld op een signaal/melding/incident is een snelle weging op basis van zo veel mogelijk, maar relatief oppervlakkige informatie nodig. Het bestaande Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) kan, mits doorontwikkeld, daarvoor gebruikt worden. Aansluiting bij de ontwikkeling van de Regionale Geïntegreerde Crisisinterventie onder Veiligheid Voorop is wenselijk.
  • In de fase van vertragen en verdiepen, wanneer het slachtoffer veilig is maar er wel sprake is van structurele onveiligheid, is meer gelegenheid tot het verkrijgen van een diepgaander en volledig beeld van de situatie. We bevelen aan om daarvoor te gaan werken met de (doorontwikkelde) GIA Risicoscreening en om Veilig Thuis hier een stevige regierol in te geven.

Voor een betere veiligheidsbeoordeling en risicotaxatie voor fataal geweld is betere samenwerking cruciaal. Alleen dan zal een passend instrumentarium effectief kunnen zijn.

Nieuw project: Resultaat en Effectmeting Hulplandschap Seksueel Geweld

Zes landelijke partners hebben een nieuwe werkwijze ontwikkeld om slachtoffers van seksueel geweld beter te ondersteunen. Regioplan evalueert samen met NSCR deze nieuwe werkwijze, die vanaf september 2025 wordt getest in Oost-Brabant en Den Haag, in opdracht van het WODC.

Veel slachtoffers van seksueel geweld hebben moeite om hun weg te vinden naar passende ondersteuning. Zo missen ze bijvoorbeeld overzicht in het hulpaanbod en moeten ze hun verhaal vaak meerdere keren vertellen. Deze negatieve ervaringen van slachtoffers wijzen op een versnippering van het hulpaanbod en uitdagingen in de samenwerking tussen organisaties.

Zes landelijke organisaties (Centrum Seksueel Geweld, Veilig Thuis, Slachtoffer Hulp Nederland, Perspectief Herstelbemiddeling, het Openbaar Ministerie en de politie) hebben daarom een nieuwe gezamenlijke werkwijze ontwikkeld. Centraal staan een zorgvuldig eerste contact, multidisciplinaire triage over de in te zetten ondersteuning en passende regievoering per casus.

In opdracht van het WODC voert Regioplan samen met NSCR een resultaat- en effectmeting uit. Met dit onderzoek willen we zicht krijgen op de werkzame mechanismen van de nieuwe werkwijze. Hiervoor brengen we de ervaringen van slachtoffers en professionals met de nieuwe werkwijze in kaart en observeren we tijdens overlegmomenten. Het onderzoek voeren we uit in de twee pilotregio’s: Den Haag en Oost-Brabant. We analyseren of en hoe de nieuwe werkwijze werkt en wat aanknopingspunten zijn voor verbetering.

Resultaat & Effectmeting Hulplandschap Seksueel Geweld

Zes landelijke partners hebben een nieuwe gezamenlijke werkwijze ontwikkeld om slachtoffers van seksueel geweld effectiever te ondersteunen. In opdracht van het WODC voert Regioplan samen met NSCR een resultaat- en effectmeting uit om deze nieuwe werkwijze, die vanaf september 2025 wordt getest in Oost-Brabant en Den Haag, te evalueren.

Veel slachtoffers van seksueel geweld hebben moeite om hun weg te vinden naar passende ondersteuning, mede vanwege een versnippering in het hulpaanbod. Zes landelijke partners (Centrum Seksueel Geweld, Veilig Thuis, Slachtoffer Hulp Nederland, Perspectief Herstelbemiddeling, het Openbaar Ministerie en de politie) hebben daarom een gezamenlijke werkwijze ontwikkeld. In deze werkwijze staan een zorgvuldig eerste contact, multidisciplinaire triage en regie per casus centraal. De aanpak moet niet alleen de kwaliteit van de hulp en de ervaringen van slachtoffers verbeteren, maar ook zorgen voor betere samenwerking tussen professionals. Twee pilotregio’s zijn inmiddels gestart met deze nieuwe werkwijze: Den Haag en Oost-Brabant.

In opdracht van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid) voert Regioplan samen met NSCR (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving) een resultaat- en effectmeting uit. We willen zicht krijgen op de resultaten van de nieuwe werkwijze in de ervaringen van slachtoffers en professionals. Daarnaast brengen we de werkzame mechnismen van de nieuwe werkwijze in kaart. Dat doen we aan de hand van vijf stappen:

  • Stap 1: Vaststellen van de Theory of Change en indicatoren voor het meten van de resultaten en effecten. Hierdoor krijgen we zicht op de doelen en werkzame mechanismen van de nieuwe werkwijze.
  • Stap 2: Verzamelen van data bij alle betrokkenen. We observeren de multidisciplinaire overleggen waarbij triage plaatsvindt en we voeren interviews met slachtoffers en professionals over hun ervaringen met de nieuwe werkwijze.
  • Stap 3: We bespreken de voorlopige resultaten met de begeleidingscommissie.
  • Stap 4: We analyseren de verzamelde data – eerst voor beide regio’s apart, en vervolgens kijken we naar verschillen en overeenkomsten. In een duidingssessie met professionals bespreken en verdiepen we de opgehaalde inzichten.
  • Stap 5: De bevindingen van het onderzoek worden in een rapportage beschreven.

Parallel aan ons onderzoek voert PwC een uitvoerbaarheidstoets van de nieuwe werkwijze uit. Tijdens het project werken we daarom nauw samen en wisselen inzichten uit.

Actieonderzoek deskundigheidsbevordering gendergerelateerd geweld

In opdracht van ministerie van VWS en JenV voeren Regioplan en Avans Hogeschool een actieonderzoek uit naar deskundigheidsbevordering op het gebied van gendergerelateerd geweld bij verschillende organisaties in de zorgsector en strafketen.

Gendergerelateerd geweld is een noodzakelijk en urgent onderwerp waar verschillende organisaties in de zorgsector en strafketen een belangrijke rol in hebben. Deskundigheidsbevordering is cruciaal voor een effectieve preventie, signalering en aanpak van gendergerelateerd geweld. Daarbij gaat het om het verankeren van de bestaande definitie en het ontwikkelen van eenduidige taal en instrumenten voor de praktijk, maar ook op het vergroten van bewustzijn van genderrollen, controlepatronen en machtsdynamiek.

In opdracht van ministeries van VWS en JenV voeren Regioplan en Avans Hogeschool een actieonderzoek uit. Ze werken daarin nauw samen met een klankbordgroep van vertegenwoordigers van deze organisaties toe naar een gezamenlijk plan van aanpak voor deskundigheidsbevordering op het onderwerp van gendergerelateerd geweld. Om te komen tot zo’n gezamenlijk plan van aanpak, bestaat het onderzoek uit de volgende fases:

  • Fase 0: Voorbereiding.
  • Fase 1: Inventariseren van de huidige situatie, zoals het huidige aanbod van deskundigheidsbevordering. Dat doen we door deskresearch uit te voeren en een uitvraag te doen bij de klankbordgroep. Verder werken we toe naar een gezamenlijke definitie en begrip van gendergerelateerd en afbakening met de klankbordgroep. Ook zetten we een enquete uit om inzicht te krijgen in hoe het huidige aanbod wordt gebruikt.
  • Fase 2: Behoeften in beeld brengen. We inventariseren de behoeften aan deskundigheidsbevordering bij deelnemers van de klankbordgroep, maar ook breder bij belangrijke bestaande samenwerkingsverbanden tussen de belangrijkste belanghebbenden. Dat doen we op een manier die op zichzelf al zo leerzaam mogelijk is voor de betrokkenen.
  • Fase 3: Verbinden en verankeren van deskundigheidsbevordering. In co-creatieve sessies met de klankbordgroep werken we iteratief toe naar een gezamenlijk plan van aanpak voor deskundigheidsbevordering.

In elk van de fases werken we het projectplan uit met de klankbordgroep, en stellen die waar nodig bij op basis van tussentijdse inzichten en lessen. Dat proces leidt niet alleen tot een plan voor deskundigheidsbevordering, maar is in zichzelf ook al leerzaam, waarbij betrokkenen al gaandeweg een beter en meer gedeeld begrip krijgen van de thematiek en elkaars werkpraktijk.

Nieuw project: Actieonderzoek Deskundigheidsbevordering gendergerelateerd geweld

De campagne ‘Waar ben je?’ van het ministerie van Justitie en Veiligheid is Donderdag 25 september van start gegaan. Deze campagne maakt mensen bewust van de signalen van dwingende controle en roept hen op contact op te nemen met Veilig Thuis voor hulp en advies.

Het herkennen van signalen is essentieel om Geweld in Afhankelijkheidsrelaties aan te pakken. In het kader van de aanpak Geweld in Afhankelijkheidsrelaties willen organisaties uit de zorgsector, organisaties uit het strafdomein en de ministeries van VWS en JenV een eenduidige aanpak ontwikkelen om de deskundigheidsbevordering rond gendergerelateerd geweld structureel naar een hoger niveau te tillen.

In opdracht van ministeries VWS en JenV zijn Regioplan enn Avans Hogeschool gestart met een actieonderzoek naar de deskundigheidsbevordering met betrekking tot gendergerelateerd geweld. In dit actieonderzoek focussen we op deskundigheidsbevordering: het verankeren van de bestaande definitie en het ontwikkelen van eenduidige taal en instrumenten voor de praktijk, maar ook op het vergroten van bewustzijn van genderrollen, controlepatronen en machtsdynamiek. Deskundigheidsbevordering is essentieel voor effectieve preventie, signalering en samenwerking.