Eén min één is niet altijd nul: WW’ers niet de oplossing voor het lerarentekort

18-07-2019

Kan het tekort aan leraren in het primair onderwijs worden ingevuld door stille reserve uit de WW? Een deel van de WW’ers is onder voorwaarden benoembaar, maar voor een deel is re-integratie naar het onderwijs –alle inspanningen ten spijt– niet reëel.

Leraren in de WW: potentiële oplossing voor het lerarentekort

Afgelopen jaar ging het er vaak over: de tekorten aan leraren. Ook nu maken meerdere scholen zich hevige zorgen over de vraag of er na de vakantie voor iedere klas wel een leraar is. Verschillende oplossingen zijn nodig om in dit tekort te kunnen voorzien. Eén zo’n oplossing is de re-integratie van WW’ers die voorheen in het primair onderwijs hebben gewerkt. Eind september 2018 ontvingen ongeveer 11.000 oud-medewerkers uit het primair onderwijs een WW-uitkering, waarvan naar schatting negentig procent met een bevoegdheid. Ruim voldoende WW’ers om in de vacatures te voorzien, toch? Eén en éen is twee, of beter gezegd, één min één is nul. Ons onderzoek naar het potentieel aan stille reserve, uitgevoerd voor het ministerie van OCW, laat echter zien dat het niet zo eenvoudig ligt.

Belemmeringen voor terugkeer in het onderwijs: locatie, werkdruk in het onderwijs en naderend pensioen

Het potentieel voor terugkeer is van diverse factoren afhankelijk. Zo is het aantal WW’ers hoger in regio’s waar de tekorten lager zijn, maar is er vrijwel geen verhuisbereidheid. Ook wil lang niet iedereen weer in het onderwijs aan het werk vanwege de werkdruk en de eigen gezondheid. Daar komt bij dat twee derde van de WW’ers ouder is dan 55 jaar en veel werkervaring heeft (gemiddeld 27 jaar). Zij hebben grotendeels recht op een uitkering die nagenoeg tot aan de pensioengerechtigde leeftijd doorloopt. WW’ers hebben de (onterechte) angst die rechten te verliezen als ze aan het werk gaan. Desondanks solliciteren ze wel, maar worden vervolgens niet uitgenodigd voor een gesprek. Werkgevers geven aan gemotiveerde WW’ers graag aan te nemen, maar vragen zich -zeker in tekortgebieden- af hoe het kan dat iemand nog werkloos is. Daarbij weten vraag en aanbod elkaar lang niet altijd te vinden.

In het onderzoek is onderscheid gemaakt naar potentieel voor re-integratie op basis van de eigen motivatie van WW’ers:

  1. een groep met laag potentieel voor re-integratie die niet meer wil werken (29%);
  2. een groep met gemiddeld potentieel voor re-integratie (48%) die wel wil werken, maar niet als leerkracht in het primair onderwijs;
  3. een groep met hoog potentieel voor re-integratie (23%) die wel weer wil werken als leraar in het primair onderwijs.

Vergroten kansen en mogelijkheden voor herintrede in het onderwijs

Uit ons onderzoek volgt de conclusie dat we enerzijds te maken hebben met WW’ers die – alle inspanningen ten spijt – niet meer in het primair onderwijs aan het werk zullen gaan. Deze groep ontbreekt het niet alleen aan kunnen en willen, maar ook aan kansen en mogelijkheden. Het bestaan van deze groep is niet puur aan de WW’ers zelf te wijten. Betrokken partijen, zoals sociale partners, uitkeringsinstanties en het ministerie, hebben deze situatie mede gecreëerd dan wel laten bestaan. Tegelijkertijd is er ook een groep WW’ers met meer potentie voor re-integratie. Uitgaande van de situatie in het najaar van 2018 gaat het dan naar schatting om maximaal 2.750 personen. Hoewel deze groep gezien hun leeftijd nog maar een beperkte tijd beschikbaar is voor de arbeidsmarkt, kunnen belemmeringen worden weggenomen of verminderd om tot verbeterde re-integratie van een substantieel deel van de stille reserves te komen. Zo denken wij onder andere aan:

  • het inrichten van matchingpools;
  • het verbeteren kennis over WW-rechten en -plichten;
  • het inzetten op actieve re-integratie naar andere functies;
  • het versterken van het personeelsbeleid.

Lees het rapport Stille reserve in de WW. Onderzoek naar potentieel voor re-integratie in het po. Meer weten over dit onderzoek? Neem contact op met Jos Lubberman.