Nieuw instrument helpt om woonoverlast tegen te gaan

10-06-2020

Sinds 2017 beschikken gemeenten over een nieuw instrument om woonoverlast tegen te gaan. De tussentijdse evaluatie leert dat de eerste ervaringen met dit instrument (gedragsaanwijzing op grond van de Wet aanpak woonoverlast) gematigd positief zijn: het voegt iets wezenlijks toe aan het bestaande instrumentenpalet. Toch kunnen niet alle problemen ermee worden aangepakt.

Nieuw instrument: Wet aanpak woonoverlast

Burgers die overlast van buurtbewoners ervaren, lossen dit vaak onderling op. Lukt dat niet, dan hebben gemeenten instrumenten tot hun beschikking om te helpen. Deze instrumenten bestonden tot voor kort uit ‘lichte’ instrumenten zoals bemiddeling en ‘zware’ juridische middelen die het staken van overlast afdwingen, waaronder het sluiten en onteigenen van panden. Gemeenten bleken behoefte te hebben aan een tussengelegen instrument, dat kan worden ingezet als sluiting van een woning nog niet aan de orde was, maar instrumenten als bemiddeling geen effect sorteren. Dat extra instrument is per 1 juli 2017 beschikbaar gekomen; in de Wet aanpak woonoverlast (Waw) is de mogelijkheid geïntroduceerd tot het opleggen van een specifieke gedragsaanwijzing aan overlastgevers, waaronder het opleggen van een tijdelijk huisverbod van tien dagen. Als gemeenten dit instrument willen kunnen gebruiken, dan moet de gemeenteraad bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien burgers hun zorgplicht voor de omgeving overtreden. Het moet gaan om ernstige en herhaaldelijke hinder die redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze (zoals een waarschuwing, mediation of buurtbemiddeling) kan worden tegengegaan. De aard van de overlast waarop de wet zich richt, is in de wetstekst en in de toelichting niet exact afgebakend. Als voorbeelden zijn genoemd ernstige geluidshinder, overlast van (blaffende) huisdieren en dergelijke. Er is daarmee gekozen voor een open formulering, om ruimte te bieden voor maatwerk.

Belangrijkste bevindingen

Met een tussentijdse evaluatie zijn de eerste ervaringen in kaart gebracht met de uitvoering en de toepassing van de Wet aanpak woonoverlast door gemeenten. De belangrijkste uitkomsten zijn:

  • De meeste gemeenten hebben een verordening aangenomen (of zijn daar mee bezig) die de burgemeester de bevoegdheid geeft om het instrumentarium – een gedragsaanwijzing Waw – toe te passen. Een beperkt deel van de gemeenten is dat niet van plan.
  • Bijna de helft van de gemeenten heeft de wet benut door te waarschuwen voor de toepassing van een gedragsaanwijzing. Een beperkt deel van de gemeenten heeft daadwerkelijk een gedragsaanwijzing opgelegd. Voordat gemeenten overgaan tot het (waarschuwen voor) het opleggen van een gedragsaanwijzing op grond van de Wet aanpak woonoverlast, benutten zij eerst het verwante voorliggende instrumentarium, zoals buurtbemiddeling en vrijwillige gedragsaanwijzing.
  • Als gevolg van de inzet van de gedragsaanwijzing is de overlast in de helft van de gevallen verminderd of verdwenen. In een beperkt aantal gevallen is de overlast niet verminderd. In een kwart van de gevallen is de overlastgever verhuisd, dan wel is de verhuur gestaakt of is het effect lastig te interpreteren.
  • In geval van overlastgevers met psychische problemen die zorg vereisen zijn gemeenten terughoudend met de inzet van een gedragsaanwijzing. Dit vanwege angst voor escalatie van de problemen in plaats van de beoogde vermindering. Bijkomend ongewenst effect kan zijn dat de gemeente (en de zorginstellingen) het contact met de overlastgever kwijtraken. Slechts een kwart van de gemeenten meent dan ook dat de Wet aanpak woonoverlast een geschikt instrument is voor overlastgevers met psychische problemen; een derde is negatief, de rest aarzelt daarover.
  • Gemeenten tonen zich, alles bij elkaar genomen, gematigd positief over de toegevoegde waarde van de Wet aanpak woonoverlast. Gemeenten mét een verordening oordelen positiever dan gemeenten zonder; en gemeenten die de wet al hebben toegepast door daadwerkelijk een gedragsaanwijzing op te leggen, oordelen nog weer positiever over de toegevoegde waarde van de wet dan de overige gemeenten.
  • Als belangrijkste succesfactoren bij het opleggen van een gedragsaanwijzing noemen gemeenten de duidelijke regierol bij de gemeente en de samenwerking met ketenpartners over taken en verantwoordelijkheden. Als belangrijkste knelpunt noem men de handhavingscapaciteit.
    De gegevens voor het onderzoek zijn verzameld door middel van een webenquête onder gemeenten en verdiepende interviews met gemeenten en andere actoren. Door geautomatiseerde raadpleging van www.overheid.nl zijn documenten geïnventariseerd (verordeningen en beleidsregels Wet aanpak woonoverlast).

De evaluatie is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Met deze Kamerbrief is de Tweede Kamer geïnformeerd over ons onderzoeksrapport.