Politie gebruikt minder fysiek geweld, meer pepperspray en vuurwapen

29-06-2020

De maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van de politie zijn hoog, variëren door de tijd en zijn soms zelfs tegenstrijdig. Dat betreft de doeltreffendheid van de taakuitoefening (handhaven van recht en orde) maar zeker ook de integriteit van het gebruik van bevoegdheden zoals geweldgebruik. Daarom is inzicht in de feiten van groot belang: wat zijn de aard en omvang van en de ontwikkelingen binnen het politiegeweld?

Ons recente onderzoek naar de aard en omvang van politiegeweld laat zien dat de omvang en achtergrond van politiegeweld nauwelijks is veranderd, in vergelijking tot de jaren 2000, 2005 en 2010. Wel is er een verschuiving van fysiek politiegeweld (duwen, trekken, naar de grond brengen etc.) naar het gebruik van vooral pepperspray en het vuurwapen. Vergeleken met voorgaande jaren is het aandeel van voorvallen waarbij een vuistslag is gegeven en/of de verdachte is gefixeerd, licht toegenomen en het aandeel van de technieken duwen en trekken, naar de grond brengen, verwurgingen, armklemmen en schoppen afgenomen. Gebruik van geweld door de politie vond in een meerderheid van de gevallen plaats na één of meer waarschuwingen. In de helft van de gevallen bleek sprake van voorafgaand geweld door de verdachte, niet zelden een ‘verward’ persoon of iemand onder invloed van verdovende middelen.

Verklaringen voor veranderingen

Het onderzoek draagt een aantal mogelijke verklaringen aan voor de verschuiving naar pepperspray en vuurwapen. De aandacht van politieagenten voor hun eigen veiligheid lijkt te zijn toegenomen waardoor zij meer fysieke afstand bewaren en eerder geweldmiddelen als pepperspray en vuurwapen ingezet worden. Experts binnen de politie zien daarnaast een toenemende handelingsverlegenheid van agenten door enerzijds de complexere maatschappelijke problematiek en anderzijds een training met meer nadruk op de inzet van geweldmiddelen. Een andere mogelijke verklaring is gelegen in de aansturing van politiemensen. Agenten rijden naar verhouding meer op (mogelijk escalerende) noodhulpmeldingen in plaats van algemene surveillance. Bovendien worden agenten tijdens het aanrijden door de meldkamer meer geïnformeerd over de situatie en de personen waar zij naar op weg zijn.

Methode van onderzoek

Om de aard en omvang van politiegeweld inzichtelijk te maken zijn bijna 10.000 meldingsformulieren geweldaanwending van de basispolitiezorg over 6.711 geweldvoorvallen geanalyseerd. Aanvullend is ter verdieping een dossieranalyse van een selectie van de geweldmeldingen uit 2016 uitgevoerd. Daarnaast zijn de dossiers van de Rijksrecherche uit 2016 onderzocht die betrekking hebben op politiegeweld met ernstig letsel of de dood tot gevolg. De bevindingen over het jaar 2016 zijn vergeleken met bevindingen uit (vergelijkbare) onderzoeken over 2000, 2005 en 2010. Mogelijke verklaringen voor geconstateerde resultaten zijn in beeld gebracht met interviews en een expertmeeting met politiefunctionarissen uit verschillende geledingen van de politie.

We voerden het onderzoek uit in samenwerking met Jaap Timmer van de Vrije Universiteit Amsterdam. We deden dat in opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Het rapport is op de projectpagina te vinden.