Monitor onderkant arbeidsmarkt regio Amersfoort

Een regionaal en gezamenlijk vormgegeven arbeidsmarktbeleid moet gevoerd worden op basis van gemeenschappelijke belangen en inzichten. Er moet draagvlak worden gevonden en commitment worden gecreëerd. Dat gebeurt niet met het aanbieden van zo uitgebreid mogelijke tabellenboeken.

Deze monitor wijkt daarom af van wat gangbaar is. De informatie is geselecteerd op basis van de informatiebehoeften van de partijen in de regio Amersfoort die een rol spelen of kunnen spelen in het arbeidsmarktbeleid. Met andere woorden: deze monitor bevat alleen die gegevens die relevant worden geacht voor het opzetten of uitvoeren van lokaal en regionaal arbeidsmarktbeleid.

De verschillende onderdelen in de monitorrapportage weerspiegelen ook het proces op weg naar samenwerking in een gezamenlijk vorm gegeven regionaal arbeidsmarktbeleid, dat gevolgd is op het inventariseren van relevante arbeidsmarktgegevens. Dit proces is door Regioplan ondersteund.

Geen diploma of met een handicap, aannemen van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt

Bedrijven nemen soms mensen in dienst die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Waarom doen bedrijven als NUON en de Schiphol Group dit? Welke eisen stellen ze aan kandidaten? Wat zijn de instrumenten voor succes en welke obstakels komen deze bedrijven tegen? Regioplan Beleidsonderzoek onderzocht de motieven en methodieken van bedrijven die bijvoorbeeld schoolverlaters of gehandicapten in dienst nemen.

Nieuwe wegen en werken

Dit project richtte zich op het vinden van verbeteringen in de aansluiting op de arbeidsmarkt, met name aan de onderkant daarvan. In het bijzonder hebben wij gekeken naar de rol van de werkgever bij het in dienst nemen van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

De economische crisis heeft de bevindingen (tijdelijk) in een ander daglicht geplaatst, maar het rapport biedt veel aanknopingspunten voor beleidsmakers en werkgevers die zich richten op mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

Arbeidsmarktontwikkelingen distributiecentra

Grote bedrijven speuren naarstig naar nieuwe medewerkers. Een bedrijfsonderdeel van Albert Heijn heeft Regioplan ingeschakeld om ze in hun zoektocht te ondersteunen. Regioplan heeft geanalyseerd hoe het regionale aanbod van potentiële medewerkers zich de komende jaren zal ontwikkelen. Daarbij is specifieke aandacht besteed aan de doelgroep jongeren.

Schilder in het grijs

Uit eerder onderzoek was bekend dat de vergrijzing in combinatie met ontgroening van het personeelsbestand in de schildersbranche voor ernstige personeelsproblemen kon gaan zorgen. Om passend beleid uit te kunnen werken, heeft de FOSAG aan Regioplan gevraagd de ontgroening en vergrijzing preciezer in kaart te brengen en scenario’s op te stellen met betrekking tot de mogelijke effecten van de scheefgroei in het personeelsbestand. Het onderzoek heeft niet alleen deze scenario’s opgeleverd, maar ook een beeld van de achtergronden van de personeelsontwikkeling en aangrijpingspunten voor te ontwikkelen beleid.

Witte werksters en dienstencheques

Het Belgische stelstel van dienstencheques slaagt erin om een markt voor persoonlijke diensten te ontwikkelen, anders dan de Nederlandse witte-werkster-regeling. De kosten van de dienstencheque zijn echter erg hoog, terwijl nauwelijks sprake is van het witten van zwart werk of van doorstroming naar de reguliere arbeidsmarkt.

Undeclared work: a new source of employment?

Allochtonen in de bouw

In de bouwsector werken relatief weinig mensen met een allochtone herkomst. Gezien de grote bouwproductie en krappe arbeidsmarkt vormen Nederlanders van allochtone afkomst juist een interessante bron van werknemers. Regioplan onderzocht voor de sociale partners in de bouw hoe het komt dat weinig allochtonen in de bouwsector werken en hoe dat mogelijk kan worden verbeterd. In de eerste plaats kiezen allochtonen niet voor een opleiding in de bouw door onbekendheid of negatieve associaties met de sector. Voorts ontbreekt het bouwbedrijven dikwijls aan personeels- of diverstiteitsbeleid waardoor allochtone werkzoekenden en autochtone werkgevers elkaar niet vinden. Tot slot worden allochtonen die toch aan de slag gaan in de bouw niet altijd goed ontvangen. (Onbewuste) discriminatie speelt hierbij een rol, voornamelijk door het principe ‘onbekend maakt onbemind’. Oplossingen ter doorbreking van dit patroon moeten onder meer worden gezocht in het verbeteren van het ‘bouwimago’, het ontwikkelen van duurzaam personeels- en diversiteitsbeleid, een betere begeleiding van allochtone nieuwkomers op de bouwplaats en tot slot het coachen van leidinggevenden in het leren omgaan met een cultureel diverse bouwplaats.

Woon-werkverkeer in de gemeente Haarlemmermeer

In de gemeente Haarlemmermeer werken zo’n 125.000 personen, waarvan zo’n 62.000 op de luchthaven Schiphol en 63.000 in de woonkernen van de gemeente. Dit levert dagelijks een vervoersstroom van werknemers die zich van en naar hun werk bewegen met het openbaar vervoer, de auto, de motor, de fiets of lopend. De gemeente Haarlemmermeer wil de omvang en het globale karakter van deze vervoersstromen in kaart brengen en heeft daartoe Regioplan Beleidsonderzoek gevraagd een onderzoek naar het woon-werkverkeer uit te voeren. Regioplan heeft derhalve onder 3740 werkgevers in de gemeente Haarlemmermeer een enquête uitgezet. De resultaten van dit onderzoek zijn niet openbaar.

Vrijwilligers gevraagd: een verkenning van de vraag naar vrijwillige inzet

Er is in de loop der jaren veel onderzoek uitgevoerd naar het aanbod van vrijwilligers. De vraag die organisaties uitoefenen naar vrijwilligers is tot nu toe echter onderbelicht gebleven. Om beter zicht te krijgen op de vraagkant van vrijwillige inzet en de ontwikkelingen die zich daarin voordoen, heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opdracht gegeven aan Regioplan Beleidsonderzoek om hiernaar een verkennend onderzoek uit te voeren. Er is informatie verzameld via interviews en er is een grootschalige enquête uitgezet onder organisaties waarvan het aannemelijk is dat ze werken met vrijwilligers. De vragen hadden betrekking op drie thema’s: de kenmerken van vragende organisaties, de inhoud van de vraag en de omvang van de vraag.