Burgerparticipatie in Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo

Hoe betrekken de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo hun burgers? Wat gaat hierbij goed? En wat zijn aanknopingspunten voor de verdere verbetering van de burgerparticipatie in deze gemeenten?

In opdracht van de Rekenkamercommissie van Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo onderzochten we hoe de burger in deze vier gemeenten wordt betrokken bij de beleidsvorming en bij de uitvoering van het beleid. Het eindrapport is op dit moment nog niet openbaar.

Versnelde participatie en integratie van vluchtelingen: de Amsterdamse Aanpak.

In 2016 startte de gemeente Amsterdam als één van de eerste gemeenten met een nieuwe aanpak om de arbeidsintegratie van vluchtelingen te bevorderen. Doel van de Amsterdamse aanpak is dat statushouders sneller dan voorheen beginnen aan werk of opleiding en aan inburgering. Gedurende twee jaar onderzochten wij de werking en de effectiviteit van de Amsterdamse aanpak statushouders, zodat andere gemeenten hiervan kunnen leren.

De Amsterdamse aanpak

De kern van de Amsterdamse aanpak statushouders is vroegtijdige en intensieve begeleiding naar werk of opleiding, door een speciaal team van gespecialiseerde klantmanagers. Deze klantmanagers hebben een lage caseload (1 klantmanager op 50 vluchtelingen), waardoor zij veel tijd hebben om de vluchtelingen intensief te begeleiden. Ook zetten zij diverse instrumenten in die speciaal ontwikkeld zijn voor de doelgroep vluchtelingen, waaronder een assessment en diverse cursussen gericht op kennismaking met de Nederlandse taal en maatschappij.

Snelle start inburgering en participatie

Ons onderzoek laat zien dat vluchtelingen binnen de Amsterdamse aanpak snel starten met de inburgering, deelnemen aan diverse trajecten en intensief worden begeleid richting werk. Vluchtelingen krijgen veel persoonlijke aandacht, en voelen zich gehoord en gesteund door hun klantmanager. Ook komen vluchtelingen in de gemeente Amsterdam vaker dan voorheen, en vaker dan op andere plekken in Nederland, aan het werk. Vluchtelingen werken meestal parttime, om het te kunnen combineren met de inburgering. Ook werken ze meestal in een contract voor bepaalde tijd, en relatief vaak in de horeca.

Aandachtspunten

Naast deze opbrengsten benoemen we ook enkele aandachtspunten voor de toekomst. Zo stopt de eerste baan van de meeste vluchtelingen binnen een jaar. Dit kan komen voor uitval uit de baan, maar kan ook zijn vanwege een overstap naar een andere baan of het starten met een studie. Verder blijft de participatie onder enkele kwetsbare groepen achter, zoals onder vrouwen en Eritreeërs. Dit komt ook uit landelijke onderzoeken naar voren.

Vakkundig aan het werk

Regioplan onderzocht de Amsterdamse aanpak statushouders gedurende twee jaar met behulp van subsidie van ZonMw in het kader van het programma ‘Vakkundig aan het werk’. Het onderzoek is gebaseerd op onder andere vragenlijsten en interviews onder statushouders, interviews met uitvoerders en praktijkobservaties. Ook zijn CBS-data geanalyseerd over de arbeidsdeelname van de vluchtelingen in Amsterdam. Naast het eindrapport zijn er twee deelrapporten verschenen. In het eerste deelrapport beschrijven we de werkwijze en de achterliggende beleidstheorie. In het tweede deelrapport beschrijven we op basis van een praktijktoets en een procesevaluatie of de Amsterdamse aanpak in de praktijk werkt zoals beoogd. Tot slot is in juli 2018 een factsheet gepubliceerd met cijfers over de resultaten van de Amsterdamse aanpak.

Meer informatie?
Neem contact op met Yannick.

Jonggehandicapten duurzaam aan het werk

Voor jonggehandicapten is het vaak lastig om over te stappen naar een volgende baan. Als zij, om welke reden dan ook, hun baan kwijtraken, komen ze in veel gevallen eerst een periode thuis te zitten voordat zij weer nieuw werk vinden.

Jonggehandicapten komen vaak pas bij toeleiders naar werk in beeld nadat zij werkloos zijn geworden. Dat vertraagt de zoektocht naar een nieuwe baan; de jonggehandicapte zit dan immers al thuis. Dit komt mede doordat de toeleiding vaak in handen is van een andere begeleider dan de werkbegeleiding. Periodes van werkloosheid kunnen makkelijker worden voorkomen als de toeleiding en werkbegeleiding bij één persoon worden belegd.

Werkbehoud wordt gerealiseerd door een proces, niet factoren
In het onderzoek naar factoren die duurzaam werk konden verklaren en bevorderen kwam duidelijk naar voren dat de factoren vooral als een proces moeten worden gezien. Factoren staan niet op zichzelf en hebben niet een ‘eigen, individueel effect’. Veel meer blijkt dat een aantal factoren samen bijdragen aan werkbehoud of werkverlies en dat deze combinaties van factoren per context kunnen verschillen. Gezien de complexiteit van de processen, moet vervolgonderzoek vooral de diepte ingaan en minder de breedte, en zich vooral moet richten op (deel)processen.

Interviews, casestudies en arenagesprekken
Om inzicht te krijgen in de ingewikkelde processen zijn allereerst veel interviews gehouden met toeleiders en jobcoaches en werkgevers. Vervolgens voerde wij casestudies uit waarbij steeds een jonggehandicapte, zijn werkgever en jobcoach werden gesproken. Zo mogelijk werd de casestudie afgerond met een gesprek met alle drie de partijen bijeen. Ten slotte organiseerde we samen met Hiemstra & de Vries arenagesprekken. Deze waren bedoeld om te komen tot handelingsperspectieven en handvatten voor beleid. Daarin werd gesproken met de belangrijkste stakeholders, opnieuw jonggehandicapten, jobcoaches en leidinggevenden. Rondom het gesprek luisterde vertegenwoordigers van organisaties zoals het UWV en ministeries mee. Zo kregen deze organisaties directe input om mee verder te gaan.

We hebben dit onderzoek samen met Hiemstra & De Vries uitgevoerd. UWV heeft het onderzoek gesubsidieerd.

Evaluatie participatieproces Klinkenbergerplas

Hoe zet je een intensief participatieproces over een nieuw ruimtelijk ontwerp goed op, om tot een breed gedragen plan te komen? Om de opzet en de uitvoer van participatietrajecten te verbeteren, is het belangrijk om trajecten te evalueren en daaruit lessen te trekken voor de toekomst.

Voor de gemeente Oegstgeest evalueerden wij daarom samen met Cebeon het participatieproces dat was gericht op de herinrichting van de Klinkenbergerplas. We stelden een lijst met pluspunten en knelpunten vast, waaruit direct duidelijk werd welke aspecten van het traject voor herhaling vatbaar zijn en welke aspecten een volgende keer anders aangepakt moeten worden.

Meer informatie?
Neem contact op met Yannick.

Effectiviteit integratiebeleid gemeente Amersfoort

Rekenkamer Amersfoort wilde graag inzicht in de uitvoering en opbrengsten van het integratiebeleid in gemeente Amersfoort op het vlak van huisvesting, taalonderwijs en participatie. Om inzicht te krijgen in de uitvoering hebben we bestudeerd op welke manier het beleid in de gemeente is georganiseerd en welke budgetten hiermee gemoeid zijn. Een centrale vraag hierbij was met welke partijen de gemeente samenwerkt in de uitvoering van het integratiebeleid en hoe deze samenwerking verloopt.

Daarnaast wilde de Rekenkamer graag inzicht in de opbrengsten en effecten van het integratiebeleid. Aan de hand van de realistische evaluatiemethode hebben we vastgesteld of de beoogde resultaten van het integratiebeleid zijn behaald (output en outcome) en hoe de resultaten samenhangen met elementen uit het beleid en elementen uit de context.

Meer informatie?
Neem contact op met Arend.

Van exclusief beleid naar exclusieve aandacht. Evaluatie van het inclusief beleid.

Het beleid in Zwolle ten aanzien van nieuwe inwoners is sinds 2014 onderdeel van een integrale benadering. Daarvoor kende de gemeente een specifiekere aanpak van doelgroepen. In opdracht van de Rekenkamercommissie van de gemeente Zwolle, heeft Regioplan de transformatie naar het inclusieve beleid onderzocht.

Doel van het onderzoek was om te bezien of en in welke mate het gevoerde beleid als doeltreffend en doelmatig beschouwd kan worden waar het gaat om de participatie van groepen met een migratieachtergrond. Uit het onderzoek blijkt dat het beleid voor een deel van de groepen niet doeltreffend en doelmatig genoemd kan worden. Het wegvallen van een deel van de ondersteuningsinfrastructuur heeft negatieve invloed gehad op het bereik van en kennis over delen van de doelgroepen. Het gaat daarbij om zowel leden van al langer aanwezige groepen als om de nieuwe Zwollenaren, die recent als statushouder zich in de stad hebben gevestigd.

Evaluatie Jongerenloket Blink

In opdracht van de gemeente Tilburg heeft Regioplan het Jongerenloket Blink geëvalueerd. Doel van het jongerenloket is om jongeren naar een startkwalificatie en/of werk te leiden. De ambitie is om vanuit een gezamenlijke visie op het probleem van voortijdig schoolverlaten en jeugdwerkloosheid te komen tot een sluitende aanpak van jongeren. De belangrijkste actoren in het jongerenloket zijn het RMC, de gemeentelijke Sociale Dienst, UWV en het trajectbureau van het ROC Tilburg.

Het evaluatieonderzoek leert dat Blink goed in de steigers staat. De betrokken organisaties zijn positief over Blink en willen verder met de huidige formule (een sluitende aanpak vanuit één visie en één loket) binnen het bestaande organisatorische kader van een frontoffice en backoffice en met de betrokkenheid van ten minste de ketenpartners UWV, ROC en gemeente.

Blink weet veel jongeren te bereiken, mede dankzij de ‘outreachende’ aanpak in de vorm van huisbezoeken. En hoewel er over de effectiviteit van Blink geen harde uitspraken te doen zijn, ontstaat uit het onderzoek wel het beeld dat veel jongeren worden begeleid en dat een groot deel van deze jongeren daar ook baat bij heeft. Zodoende wordt een bijdrage geleverd aan het bestrijden van jeugdwerkloosheid en voortijdig schoolverlaten.

Het onderzoek laat ook de nodige ruimte voor verbetering zien. In het bijgeleverde advies worden daarvoor suggesties gedaan

Gemeenten, Vakmanschap en Re-integratie

Collega Maikel Groenewoud heeft tijdens de Dag van de Sociologie een artikel gepresenteerd getiteld ‘Gemeenten, Vakmanschap en Re-integratie’. Regioplan heeft in 2012 en 2014, in opdracht van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), onderzoek gedaan naar de stand van zaken omtrent vakmanschap in de gemeentelijke re-integratiesector. Voor datzelfde ministerie hebben we in 2014 bestaande kennis uit literatuur en praktijk over de re-integratie van arbeidsbeperkten verzameld en vertaald in lessen voor gemeenten. In dit artikel behandelt Maikel de belangrijkste conclusies en aanbevelingen.

Project GOAL

Onderzoek toont aan dat laaggeschoolde volwassenen onvoldoende de weg vinden naar het scholingsaanbod dat het beste bij hen past. Voor hen is het niet eenvoudig om hun weg te vinden in dat grote aanbod, zij zijn gebaat bij begeleiding en advies. Zes landen in Europa (België, IJsland, Litouwen, Nederland, Slovenië, Tsjechië) hebben deelgenomen aan het GOAL (Guidance and Orientation for Adult Learners) project. Dit project had tot doel om een impuls te geven aan begeleiding van laag taal- en rekenvaardige volwassenen naar scholing.

In Nederland is specifiek gekeken naar het gebruik van de Taalmeter als hulpmiddel voor screening en doorverwijzing van laaggeletterde volwassenen. In opdracht van het ministerie van OCW hebben wij het tweejarige Nederlandse project gemonitord. Het resultaat is een (Engelstalig) rapport met aanbevelingen voor praktijk en beleid.

Rapportages inclusiviteit en zelfredzaamheid voor Start Foundation

Start Foundation is een maatschappelijke investeerder die kansen en werk wil creëren voor mensen die kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt, om zo een bijdrage te leveren aan een inclusieve arbeidsmarkt met duurzaam betaald werk voor iedereen die kan en wil werken. Start Foundation wil daarbij inzicht hebben in de maatschappelijke impact van de investeringen. Hiertoe worden twee typen rapportages samengesteld: rapportages die een beeld geven van de inclusiviteit van ondernemingen en rapportages die inzicht geven in de impact van projecten op de ontwikkeling van de projectdeelnemers. Regioplan stelde deze rapportages samen met Ecorys op. De rapportages worden niet openbaar.