Opvoedingsondersteuning Vlaardingen

Een belangrijk actiepunt uit de jeugdnota 2004 van de gemeente Vlaardingen is het realiseren van een sluitend en vraaggericht aanbod van opvoedingsondersteuning voor alle (allochtone) ouders. Om dit te kunnen realiseren, had de gemeente Vlaardingen behoefte aan inzicht in het totale veld van opvoedingsondersteuning in de gemeente. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was het in kaart brengen van de vraag naar opvoedingsondersteuning onder specifieke doelgroepen, te weten laag opgeleide autochtone ouders, Marokkaanse ouders, Turkse ouders en Antilliaanse tienermoeders. Daarnaast hebben we in kaart gebracht wat het huidige aanbod aan opvoedingsondersteuning is en welke vormen van samenwerking er ten aanzien van opvoedingsondersteuning in de gemeente Vlaardingen en in de regio bestaan. In het rapport komt onder meer aan het licht hoe het komt dat Marokkaanse moeders en Antilliaanse moeders moeilijk worden bereikt met opvoedingsondersteuning.

Evaluatie criem-pilots

In zeven Nederlandse gemeenten is gedurende twee jaar (1999 en 2000) intensief gewerkt aan een samenhangende aanpak voor de integratie van jongeren uit etnische minderheidsgroepen. Deze aanpak is gebaseerd op de nota CRIEM (Criminaliteitspreventie in Relatie tot de Integratie van Etnische Minderheden). Belangrijke elementen uit de CRIEM-nota zijn, naast de integrale aanpak, de regierol van de gemeente en een actieve betrokkenheid van de betreffende etnische minderheidsgroepen. De zeven pilots zijn geëvalueerd en gemonitord. Het onderzoek heeft een aantal producten opgeleverd die gebruikt kunnen worden door gemeenten die nu bezig zijn de CRIEM-aanpak te implementeren (met name de G17).

Naschoolse activiteiten in Amsterdam West

Kinderen tussen de 6 en 12 jaar zijn volop bezig met het ontdekken van hun talenten en interesses. De ontwikkeling hiervan speelt zich niet alleen af tijdens schooluren. Scholen proberen, eventueel samen met welzijnsorganisaties, een brug te slaan tussen onderwijs en talentontwikkeling. Zij organiseren hiertoe naschoolse activiteiten (NSA). Stadsdeel West van de gemeente Amsterdam ondersteunt dergelijke NSA middels de subsidieregeling Brede Talentontwikkeling (BTO).

In opdracht van stadsdeel West zochten wij uit op welke manier naschoolse activiteiten bijdragen aan talentontwikkeling van kinderen. Het rapport resulteerde in aanbevelingen ter verbetering.

Meer informatie?
Benieuwd naar de aanbevelingen? Lees hieronder ons rapport of bekijk onze factsheet.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Yannick.

Evaluatie ESB-regeling

De ESB-regeling is een subsidieregeling voor jongeren met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen. De regeling geeft jongeren toegang tot een traject waarin scholing en arbeidstoeleiding worden gecombineerd. De uitvoering van de trajecten is in handen van vier scholingsinstellingen die samenwerken onder REA College Nederland en EEGA.

Uit de evaluatie bleek dat de ESB-scholingsinstellingen goede resultaten behalen bij scholing en begeleiding van de doelgroep naar werk. Wel is het bereik van de regeling beperkt. Deelnemers aan de regeling komen doorgaans uit de omgeving van de scholingsinstelling. In de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland maken vrijwel geen jongeren gebruik van de regeling.

Deze conclusie was de aanleiding voor een vervolgonderzoek naar (de ondersteuning van) de ESB-doelgroep in de regio’s die niet gedekt worden door het ESB-aanbod. Daarin stellen we vast dat de ESB-doelgroep in alle regio’s voorkomt en landelijk een omvang heeft van zo’n 500 tot 650 jongeren per jaar. Buiten de regio’s waar de ESB-scholingsinstellingen zijn gevestigd is het ondersteuningsaanbod voor deze jongeren minder omvattend dan het ESB-aanbod.

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jacob.

 

drs. Frank Kriek

Het sociaal domein vormt de rode draad in mijn professionele carrière: aandacht voor de zwakkeren in de samenleving motiveert en inspireert mij telkens weer. Ik werk voor departementen, gemeenten en rekenkamers met als doel het beleid in het brede sociaal domein te verbeteren. Dat doe ik door onderzoek uit te voeren, overheden te adviseren en beleid te ontwikkelen en te implementeren. Met mijn meer dan 30 jaar ervaring ben ik daar best bedreven in geworden.

Suna Duysak MSc

Ik ben een all-round onderzoeker met kwalitatieve en kwantitatieve ervaring op het gebied van onderwijs- en arbeidsvraagstukken. In mijn rol als (beleids)onderzoeker zet ik graag mijn achtergrond en sensitiviteit in om verbinding te maken met mijn omgeving. In onderwijs- en diversiteitsvraagstukken ligt mijn passie. Binnen het datateam van Regioplan heb ik het afgelopen jaar met veel plezier gewerkt met nieuwe technieken als webscraping en tekstmining.

drs. Jacob van der Wel

Vernieuwingsprocessen in het onderwijs vormen een terugkerend thema binnen mijn werk. Vanuit persoonlijke betrokkenheid ben ik daarnaast erg geïnteresseerd in de ondersteuning van leerlingen/jongeren waarmee het allemaal wat minder vanzelfsprekend gaat. Ik ondersteun opdrachtgevers en voer onderzoek uit. Dat onderzoek bestaat idealiter uit een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve methoden. Binnen Regioplan geld ik als een specialist in het gebruik van digitale vragenlijsten.

Onderzoek onder scholen in het kader van BRIDGE

In 2016 is vanuit het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) het driejarig project BRIDGE van start gegaan. In het project worden jongeren van Rotterdam-Zuid geholpen om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken. Via verschillende activiteiten voor loopbaanoriëntatie en – begeleiding (LOB), waaronder AanDeBak-garanties, worden jongeren gestimuleerd om te kiezen voor een opleiding in de sectoren techniek, haven en zorg.

In de periode 2017-2019 hebben we samen met prof. dr. Marinka Kuijpers onderzoek gedaan naar de inzet van LOB op de scholen voor po, vo en mbo in Rotterdam-Zuid, naar de uitvoeringspraktijk van LOB op de scholen en naar de ervaren opbrengsten. Zowel in het schooljaar 2017-2018 als 2018-2019 hebben we daarbij vragenlijsten afgenomen onder leerlingen en diverse (groeps-)gesprekken gehouden. In 2018-2019 hebben 20 schoollocaties meegewerkt en hebben we bijna 1200 vragenlijsten afgenomen onder leerlingen, 49 vragenlijsten onder schoolleiders en daarnaast 22 (groeps-)gesprekken gehouden met docenten, schoolleiding, ouders en leerlingen.

Op de scholen in Rotterdam-Zuid is inhoudelijk draagvlak voor LOB en wordt er gewerkt aan het versterken van competenties en keuzes van leerlingen. Het ontwikkelen van loopbaancompetenties stelt jongeren in staat om zelf sturing te geven aan hun keuzeproces en daarin de juiste overwegingen mee te nemen. Voor de doorontwikkeling van het programma is de dialoog tussen scholen en het NPRZ van belang over de richting (de uitgangspunten en doelen) en de ruimte (facilitering en ondersteuning) die nodig is om LOB te realiseren. Een mogelijke volgende stap in de mooie ambitie van het NPRZ: jongeren van Rotterdam-Zuid een goed toekomstperspectief bieden.

dr. Miranda Witvliet

Beleid dat rekening houdt met verscheidenheid in de maatschappij en dat recht doet aan alle groepen mensen, dat is waar ik met mijn onderzoek aan wil bijdragen. Thema’s waar ik graag over meedenk zijn een inclusieve arbeidsmarkt, armoedevraagstukken en het stimuleren van een gezonde en duurzame leefstijl. Dat doe ik vanuit mijn brede expertise met het inzetten van (innovatieve) onderzoeksmethoden, zowel kwalitatief als kwantitatief.

Jonggehandicapten duurzaam aan het werk

Voor jonggehandicapten is het vaak lastig om over te stappen van de ene naar een volgende baan. Als zij, om welke reden dan ook, hun baan kwijtraken, komen ze in veel gevallen een periode thuis te zitten voordat zij weer nieuw werk vinden.

Jonggehandicapten komen vaak pas bij toeleiders naar werk in beeld nadat zij werkloos zijn geworden. Dat vertraagt de zoektocht naar een nieuwe baan; de jonggehandicapte zit dan immers al thuis. Dit komt mede omdat de toeleiding vaak in handen is van een andere begeleider dan de werkbegeleiding. Periodes van werkloosheid kunnen makkelijker worden voorkomen worden wanneer het in handen van dezelfde persoon komt te liggen.

Werkbehoud en werkhervatting
Het hierboven beschreven probleem, en de aanbeveling, is één van de constateringen uit het onderzoek naar duurzaam werk voor jonggehandicapten. Tijdens het onderzoek is gekeken naar drie processen voor jonggehandicapten:

1. werkbehoud in de tijdelijke contracten;
2. de overgang van een tijdelijk dienstverband naar een vast dienstverband;
3. werkhervatting nadat een eerdere baan is afgelopen.

Binnen elk proces is gekeken wat de vier hoofdrolspelers (jonggehandicapten, leidinggevenden, werkbegeleiders en toeleiders) kunnen doen om het proces zo goed mogelijk te laten verlopen. Hierbij is aandacht voor de factoren die bijdragen aan duurzame arbeidsparticipatie en de samenhang tussen de verschillende factoren.

Complexiteit
Uit het onderzoek kwam duidelijk naar voren dat de factoren vooral als een proces moeten worden gezien. Factoren staan niet op zichzelf en hebben niet een eigen, individueel effect. Veel meer blijkt dat een aantal factoren samen bijdragen aan werkbehoud of werkverlies en dat deze combinaties van factoren per context kunnen verschillen. Gezien de complexiteit van de processen, moet vervolgonderzoek vooral de diepte in  gaan en minder de breedte en zich daarbij richten op (deel)processen.

Regioplan heeft dit onderzoek samen met Hiemstra & De Vries uitgevoerd. UWV heeft het onderzoek gesubsidieerd.

Meer weten?
De hele rapportage vindt u op de projectpagina.