Regioplan 35 jaar: Winterwerksessie Toekomst van werken en leren in de grote stad

We bestaan in 2019 35 jaar! Om dit te vieren organiseren we 8 februari 2019 een Winterwerksessie met als thema ‘de toekomst van werken en leren in de grote stad’. De grootstedelijke arbeidsmarkt verandert snel. Banen verdwijnen, nieuwe functies en werktypen ontstaan. Flexibele vormen van arbeid nemen toe. Het profiel van de (toekomstige) werknemer verandert. Het optimaal benutten van het talent van de (toekomstige) werknemer is een belangrijke uitdaging. Tijdens de Winterwerksessie gaan we samen aan de slag met de vraag wat we moeten doen om dit te bewerkstelligen.

Programma

Onze experts zullen vanuit recent en relevant onderzoek de huidige stand van zaken en uitdagingen schetsen. Hierna stropen we de mouwen op en gaan we in workshops vanuit verschillende invalshoeken aan de slag met het formuleren van oplossingsrichtingen op de uitdagingen waar we nu voor staan:

  • Hoe kunnen leerlingen en werknemers zich voorbereiden op de veranderende arbeidsmarkt van de grote stad?
  • Wat is daar vanuit de overheid voor nodig?
  • Welke rol kunnen werkgevers en het maatschappelijk middenveld daarbij spelen?

Na afloop presenteren de deelnemers hun ideeën, die we via onze website en nieuwsbrieven zullen verspreiden.

De Winterwerksessie wordt gemodereerd door Marinka Kuijpers. Zij is bijzonder hoogleraar leeromgeving en leerloopbanen aan de Open Universiteit.

Voor wie

De Winterwerksessie is bedoeld voor onderzoekers, docenten, actieve studenten en beleidsmakers die zich bezighouden met de onderwerpen toekomstbestendigheid van het onderwijs en de arbeidsmarkt in de grote stad, en die in dit kader graag actief meedenken over talentontwikkeling.

Waar en wanneer

Vrijdag 8 februari, tussen 13.00 en 17.00 uur. Inloop vanaf 12.30 uur. Aansluitend is er een borrel.

Regioplan, Jollemanhof 18 Amsterdam.

 Aanmelden

Geïnteresseerd om met ons mee te denken over de toekomst van leren en werken in de grote stad? U kunt zich hier aanmelden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Miranda Witvliet. Van te voren ontvangt u een korte visiepaper, gebaseerd op recent en relevant onderzoek op dit terrein. Deelname aan de Winterwerksessie is gratis.

Meer verpleegkundigen en medisch ondersteuners nodig door vergrijzing

Nederland vergrijst, hierdoor zijn de komende jaren meer verpleegkundigen en medisch ondersteuners nodig. Deze groeiende behoefte is het sterkst in de regio’s Noordwest Nederland, Den Haag-Leiden en Utrecht.

Groeiende bevolking, meer vergrijzing
De verwachting is dat de Nederlandse bevolking tussen 2018 en 2023 toeneemt van 17,2 miljoen tot 17,5 miljoen. Deze groei komt onder andere door een stijgende levensduur. Het aantal inwoners van zestig jaar en ouder neemt toe (vergrijzende bevolking). Veel medisch ondersteunende en verpleegkundige beroepen behandelen relatief oudere patiënten. Door de vergrijzing ontstaat er op korte termijn extra vraag naar deze beroepen. Dit geldt het sterkst voor dialyseverpleegkundigen, oncologieverpleegkundigen en klinisch perfusionisten. Voor beroepen specifiek gericht op het behandelen van kinderen is de verwachte groei op basis van demografische ontwikkelingen het laagst.

Jaarlijks toenemende zorgvraag tot 2023 op basis van demografische ontwikkelingen

Bron: Regioplan (2018)

Regionale verschillen
De bevolkingsontwikkeling verschilt per regio. De verwachte groei van de bevolking van 2018 tot en met 2023 is voor de regio’s Noordwest Nederland, Den Haag-Leiden en Utrecht meer dan 3 procent. Dit leidt tot meer behoefte aan medische ondersteuners en verpleegkundigen in deze regio’s. Voor de regio’s Limburg, Twente Oost/Achterhoek en Noord Nederland wordt krimp van de bevolking verwacht. Door de toenemende vergrijzing in deze regio’s leidt dit echter niet tot een afname van de zorgvraag, op de regio Limburg na.

Jaarlijks benodigde extra capaciteit (in %) verpleegkundige en medisch ondersteunende functies op basis van demografische ontwikkelingen, 2018 tot 2023

Meer informatie
Wij onderzochten de toekomstige vraag naar FZO-beroepen (verpleegkundigen en medisch ondersteuners) op basis van demografische bevolkingsontwikkeling in opdracht van het Capaciteitsorgaan. Onze volledige rapportage vindt u hier.
Het Capaciteitsorgaan gebruikt dit onderzoek als input voor hun Capaciteitsplan, waarin zij het aantal opleidingsplaatsen voor verpleegkundige en medisch ondersteunende beroepen ramen. Dit Capaciteitsplan vindt u hier.

Naast de toekomstige vraag naar FZO-beroepen onderzochten wij ook de toekomstige vraag naar medisch specialisten op basis van demografische ontwikkelingen. De resultaten van dit onderzoek wordt in de eerste helft van 2019 verwacht.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met Hetty Visee of Hedwig Rossing.

Toekomstige vraag FZO-beroepen op basis van demografische ontwikkelingen

Nederland vergrijst, hierdoor zijn de komende jaren meer verpleegkundigen en medisch ondersteuners nodig. Deze groeiende behoefte is het sterkst in de regio’s Noordwest Nederland, Den Haag-Leiden en Utrecht.

Groeiende bevolking, meer vergrijzing

De verwachting is dat de Nederlandse bevolking tussen 2018 en 2023 toeneemt van 17,2 miljoen tot 17,5 miljoen. Deze groei komt onder andere met name door een stijgende levensduur. Het de toename van het aantal inwoners van zestig jaar en ouder neemt toe (vergrijzende bevolking). Hierbij is in toenemende mate sprake van een vergrijzende bevolking. Veel medisch ondersteunende en verpleegkundige beroepen behandelen relatief oudere patiënten. Door de vergrijzing ontstaat er op korte termijn extra vraag naar deze beroepen. Dit geldt het sterkst voor dialyseverpleegkundigen, oncologieverpleegkundigen en klinisch perfusionisten. Voor beroepen specifiek gericht op het behandelen van kinderen is de verwachte groei op basis van demografische ontwikkelingen het laagst.

Regionale verschillen

De bevolkingsontwikkeling verschilt per regio. De verwachte groei van de bevolking van 2018 tot en met 2023 is voor de regio’s Noordwest Nederland, Den Haag-Leiden en Utrecht meer dan 3 procent. Dit leidt tot meer behoefte aan medische ondersteuners en verpleegkundigen in deze regio’s. Voor de regio’s Limburg, Twente Oost/Achterhoek en Noord Nederland wordt krimp van de bevolking verwacht. Door de toenemende vergrijzing in deze regio’s leidt dit echter niet tot een afname van de zorgvraag, op de regio Limburg na.

Het Capaciteitsorgaan gebruikt dit onderzoek als input voor hun Capaciteitsplan, waarin zij het aantal opleidingsplaatsen voor verpleegkundige en medisch ondersteunende beroepen ramen.

Meer informatie?
Neem contact op met Hetty.

Evaluatie van programma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’

Welke interventies van maatschappelijke organisaties vergroten de arbeidsparticipatie van nieuwkomers? Wat zijn werkzame elementen in deze projecten? En welke obstakels ondervinden projectleiders, werkgevers en deelnemers nog? Om hier antwoord op te geven, voeren wij onderzoek uit naar het programma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’ van Instituut Gak.

Het programma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’ biedt subsidie aan maatschappelijke organisaties voor projecten gericht op het bevorderen van de arbeidsparticipatie van nieuwkomers. Het programma loopt van 2018 tot en met 2022. Met het onderzoek brengen wij in kaart hoe de projecten in de praktijk werken, in hoeverre ingezette interventies leiden tot arbeidsparticipatie, en welke randvoorwaarden nodig zijn om de effectiviteit van interventies te vergroten.

Tussentijdse bevindingen
In het tussenrapport van juni 2021 beschrijven we de opbrengsten van de eerste 8 afgesloten projecten. Ook bespreken we welke elementen uit de aanpak volgens deelnemers, projectmedewerkers en werkgevers bijdragen aan het vinden van werk of een opleiding.

Stappen gezet richting werk
Een op de drie deelnemers is na het project uitgestroomd naar betaald werk, een opleiding of een andere vorm van (onbetaald) werk. Bij deelnemers die nog niet werken of een opleiding volgen zijn vaak wel stappen in de goede richting te zien. Zo hebben zij hun persoonlijk kapitaal uitgebreid door hun sociale netwerk uit te breiden, hun taalvaardigheid te verbeteren, culturele werknemersvaardigheden te leren of vakspecifieke kennis op te doen. Ook hebben deelnemers vaak meer zelfvertrouwen gekregen door het project en weten zij beter wat zij willen en kunnen. Tenslotte is in veel projecten aandacht besteed aan de Nederlandse arbeidsmarkt en solliciteren, waardoor deelnemers beter zijn in werk zoeken en solliciteren.

Vooral aandacht voor aanbodzijde
Opvallend is dat in de projecten vooral aandacht wordt besteed aan de aanbodzijde door de kennis en vaardigheden van statushouders te verbeteren. De vraagzijde blijft nog onderbelicht. Veel projecten bieden nazorg om de werkgevers en statushouders te begeleiden in de eerste periode. Daarnaast is het belangrijk dat werkgevers tijd willen investeren in het inwerken van een statushouder en collega’s realiseren dat het soms ook aanpassing van hun kant vergt. Om vraag en aanbod samen te brengen lijkt intensieve bemiddeling tussen werkgever en statushouder het meest succesvol.

Meer informatie?
Neem contact op met Jeanine.

Re-integratie van stille reserve uit de WW in het primair onderwijs

Samen met vakbonden en werkgevers kijkt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) naar mogelijke oplossingen voor het lerarentekort in het primair onderwijs. In dit licht heeft het ministerie ons gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de stille reserve: onderwijspersoneel dat momenteel niet meer in het primair onderwijs werkt en een uitkering ontvangt. De centrale vraag van dit onderzoek is of zij weer in het primair onderwijs aan het werk willen en wat hen daarbij kan helpen. Met behulp van een digitale enquête verschaffen we inzicht in hun ervaringen met uitdiensttreding en mogelijke manieren om een terugkeer naar werk te realiseren.

Meer informatie?
Neem contact op met Jos.

Effect en implementatie van de pilot 8TING in de schuldhulpverlening

Mensen die schuldhulpverlening ontvangen, kunnen via persoonlijke (digitale) aandacht meer grip krijgen op hun schuldhulpverleningstraject. Daarom is Stadsring51 aan de slag gegaan met de interventie 8TING. Het programma 8ting is eerder succesvol ingezet in verschillende andere terreinen van het sociaal domein. De inzet bij schuldhulpverlening is nu voor het eerst toegepast.

De toepassing van deze interventie voor de schuldhulpverlening wordt mogelijk gemaakt door het landelijk programma Schouders Eronder. Dit programma is bedoeld om de schuldhulpverlening in Nederland te professionaliseren. Een van de pijlers van het programma is om interventies die in andere beroepspraktijken effectief zijn gebleken toepasbaar te maken voor de schuldhulpverleningspraktijk.

Samen met het lectoraat Armoede Interventies van de Hogeschool van Amsterdam hebben we in de periode september 2018-mei 2020 de implementatie en het effect van de inzet van 8TING voor mensen in de schuldhulpverlening geëvalueerd. Net als de inzet van 8TING wordt ook het onderzoek hiernaar mogelijk gemaakt door Schouders Eronder.

De resultaten staan beschreven in het rapport en de factsheet. En in dit nieuwsbericht leest u een korte samenvatting van de belangrijkste uitkomsten.

Meer informatie
U kunt contact opnemen met Miranda.

Verkenning programma Schouders Eronder

Schouders eronder is bedoeld om de schuldhulpverlening in Nederland te professionaliseren. Het is een landelijk programma, gesubsidieerd dor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In het programma werken Divosa, de Landelijke Cliëntenraad, NVVK, Sociaal Werk Nederland en de VNG samen. Samen met Berenschot hebben wij ter voorbereiding van het programma een verkenning uitgevoerd. We zijn hiervoor nauw opgetrokken met de samenwerkingspartners van het programma en hebben stakeholders gevraagd naar hun behoefte.

Uit de verkenning is het plan van aanpak voor Schouders eronder voortgekomen. Het programma focust op vier punten:

  1. Lerende organisatie
  2. Onderzoek en innovatie
  3. Kennis opdoen, delen en ontwikkelen
  4. Scholing

In de periode september 2018 tot mei 2020 voeren we samen met het lectoraat Armoede Interventies van de Hogeschool van Amsterdam een evaluatie uit van de implementatie en het effect van de interventie 8TING voor mensen in de schuldhulpverlening.

Meer informatie?
U kunt contact opnemen met Ger.

ESF Actieve Inclusie

Met het Europees subsidieprogramma ESF Actieve Inclusie worden in alle lidstaten activiteiten uitgevoerd op gebied van re-integratie van kwetsbare groepen. Wij voeren, samen met Bureau Bartels, de evaluatie van ESF Actieve Inclusie uit. Bureau Bartels schreef hiervoor twee rapporten over de implementatie en uitvoering van de regeling. Wij voeren daarnaast jaarlijks een verdiepend onderzoek uit naar de inhoud en de effecten van de uitgevoerde activiteiten.

De basis voor dit verdiepende onderzoek zijn onder andere CBS-gegevens over de deelnemers en gesprekken met de aanvragers van de subsidie. Dit zijn gemeenten, scholen, UWV en het ministerie van Justitie en Veiligheid. Zij gebruiken de ESF-subsidie voor de re-integratie van onder andere arbeidsbeperkten, werkloze jongeren, 50-plussers en (ex-)gedetineerden. Hiermee bieden zij onder meer extra individuele begeleiding, cursussen en trainingen, stages en bemiddeling naar werk.

Meer informatie?
U kunt contact opnemen met Yannick.

Syntheserapport | Evaluatie ESF Actieve Inclusie 2014-2020 (2021)

Eerste verdiepend onderzoek naar inhoud en effecten (2016)

Tweede verdiepend onderzoek naar inhoud en effecten (2017)

Tussenevaluatie implementatie en uitvoering (2016)

Eindevaluatie implementatie en uitvoering (2018)

Derde verdiepend onderzoek naar inhoud en effecten (2018)

Vierde verdiepend onderzoek ESF Actieve Inclusie (2019)

Duale trajecten taal en werk voor statushouders

Statushouders leren sneller de taal en kunnen direct participeren met trajecten waarin gelijktijdig wordt gewerkt aan de ontwikkeling van taal- en werkvaardigheden. Hiermee dragen deze duale trajecten bij aan een versnelling van de (arbeids)participatie van statushouders.

Diverse aanbieders
De weg naar werk is voor statushouders vaak lang en moeizaam. Steeds meer partijen zetten vanuit het motto ‘eerst werk, dan volgt de rest’ duale trajecten in, waarin gelijktijdig wordt gewerkt aan de ontwikkeling van Nederlandse taal- en werk(nemers-)vaardigheden. Dit is met name terug te zien bij gemeenten, maar ook vanuit het bedrijfsleven en opleidingsinstellingen.

Succesfactoren
Voor een succesvol duaal traject zijn een goede selectie en intake belangrijk. De matching met werk of stage gaat het beste wanneer deze match door één professional wordt gemaakt, waarbij realistische verwachtingen worden geschept bij de statushouder en de werkgever, vanuit een gedeelde visie. Vervolgens is adequate taalondersteuning en begeleiding op de werkvloer van belang.

Knelpunten
Een gebrekkige aansluiting tussen inburgerings- en participatiebeleid wordt als knelpunt gezien, net als versnipperde en onzekere financiering. Ook is het behalen van het VCA-diploma een struikelblok voor statushouders.

Meer informatie?
Wij voerden dit onderzoek uit in opdracht van SBCM, Cedris, en VluchtelingenWerk Nederland. Klik hier om naar het rapport, de samenvatting of de factsheet van het onderzoek te gaan.

Landelijke evaluatie Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees II

De Rijksoverheid heeft zich met RUPS II tot doel gesteld om een landelijk dekkend aanbod te realiseren voor sekswerkers die uit de prostitutie willen stappen. De vraag is hoe het aanbod van zogeheten uitstapprogramma’s er nu uitziet. We onderzochten in hoeverre er sprake is van een landelijke dekking van ondersteuningsaansbod, hoe toekomstige structurele gelden verdeeld en beheerd kunnen worden en wat bekend is over de resultaten voor uitstapprogramma’s.

Landelijk dekkend netwerk

Vanaf 2014 is in grote delen van het land uitstapaanbod beschikbaar gekomen, er is echter nog geen sprake van een volledig landelijk dekkend netwerk. Om daar te komen is, 1) een fijnmaziger netwerk nodig zodat binnen een regio alle gemeenten worden bediend, en 2) een beter doelgroepbereik nodig. Nu zien we dat nog niet alle doelgroepen voldoende worden bediend, zoals mannelijke sekswerkers, illegale sekswerkers, thuiswerkers, transgender sekswerkers en slachtoffers van seksuele uitbuiting.

Toekomstige financiële systematiek

Een vervolg van RUPS zou een stimulans kunnen betekenen voor het nastreven van volledige landelijke dekking. Het continueren en doorontwikkelen van de subsidieregeling lijkt op het moment van de evaluatie de meest wenselijke financiële systematiek voor de verdeling van middelen. De subsidieregeling heeft aantoonbaar een aanjagende functie voor de realisatie van een volledig landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s én biedt de mogelijkheid om ervaren administratieve lasten te verminderen.

Resultaten RUPS-programma’s

Op basis van de voortgangsdocumentatie van RUPS-aanbieders ontstaat een indicatie van de totale jaarlijkse instroom (circa 650 sekswerkers) en uitstap (circa 300 sekswerkers). Kanttekening bij dit onderdeel is dat de beschikbare informatie weinig uniform bleek, onder meer als gevolg van gebrekkige richtlijnen voor verantwoording. Op basis van interviews met RUPS-aanbieders maken we op dat het succes van uitstapprogramma’s mogelijk samenhangt met een stevige samenwerking met gemeenten en ketenpartners, een hoge mate van inbedding in de lokale structuren van zorg en ondersteuning en aanhoudende betrokkenheid bij cliënten in alle fasen van de ondersteuning inclusief perioden van uitval en motivatieverlies.

Meer informatie?
Wij voerden de evaluatie uit in opdracht van het WODC van het ministerie van Justitie en Veiligheid, en in samenwerking met Cebeon, die advies uitbracht over de toekomstige inrichting van de financiële systematiek.