Kernwoord: Branches, bedrijven, beroepen
Hoewel deze drie ‘b-woorden’ in onze ogen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, is er in onderzoek en statistieken meestal alleen aandacht voor één of twee ervan. Wij analyseren het functioneren van deelarbeidsmarkten het liefst vanuit deze drie invalshoeken omdat dan pas echt inzicht in relevante achtergronden ontstaat.
Eindevaluatie Arboplusconvenant Academische Ziekenhuizen
De Nederlandse Universitair Medische Centra (UMC’s) hebben begin 2001 een Arboconvenant afgesloten met de werknemersorganisaties en de ministeries van SZW en VWS. Dit Arboconvenant heeft de basis gelegd voor een integraal (arbo)zorgsysteem: een ‘blauwdruk’ die de UMC’s de mogelijkheid biedt om hun arbeidsomstandighedenbeleid in samenhang met andere beleidsterreinen onder te brengen in één geïntegreerd zorgsysteem. Na afloop van het Arboconvenant (31 december 2003) is in januari 2004 het Arboplusconvenant afgesloten. Het Arboplusconvenant was gericht op het vasthouden van de positieve ontwikkelingen en het ontwikkelen van oplossingen voor (een beperkt aantal) nieuwe vraagstukken, op het gebied van verzuim en re-integratie. De uitvoering van het Arboplusconvenant is op 31 december 2006 geëindigd en in twee metingen door Regioplan geëvalueerd. Vragen die in de evaluatie aan de orde kwamen: Welke maatregelen en instrumenten zijn ingezet en hebben zij bijgedragen (of zullen zij in de nabije toekomst bijdragen) aan veilig en gezond werken in deze sector?
Evaluatie Arboconvenant Koek & Snoep
De sector Koek & Snoep realiseerde in de afgelopen tweeënhalf jaar een daling van 17 procent van het sectoraal ziekteverzuim. Ook zijn in dezelfde periode vele instrumenten ontwikkeld die daadwerkelijk effectief zijn in het tegengaan van verzuim en uitval van werknemers. Dit blijkt uit de evaluatie van het arboconvenant Koek & Snoep dat Regioplan uitvoerde. In eindrapport dat u hieronder kunt downloaden, leest u hier alles over.
Eindevaluatie Arboconvenant Sociale Werkvoorziening
Uit de eindevaluatie van het Arboconvenant Sociale Werkvoorziening blijkt dat in de afgelopen jaren meer aandacht is gekomen voor de arbeidsomstandigheden van de medewekers in bedrijven. Grosso mode is het aantal klachten van SW-medewerkers over fysieke belasting gelijk gebleven. De klachten over psychosociale belasting zijn de afgelopen vier jaar gestegen. Het ziekteverzuim is licht gedaald in de sector, maar de WAO-instroom is niet afgenomen. Aandacht voor de arbeidsomstandigheden blijft dus onverminderd belangrijk. Lees meer over de onderzoeksbevindingen in het eindrapport dat hier is te downloaden.
Bedrijven over wetswijziging arbodienstverlening eerste meting
Vorig jaar is een nieuw model voor arbodienstverlening in werking getreden. Er zijn alternatieven beschikbaar gekomen voor het contract met een arbodienst, zoals een contract met een verzekeraar of re-integratiebedrijf. Maatwerk is mogelijk gemaakt, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo moet er overeenstemming zijn met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of dienen er in de CAO afspraken vastgelegd te worden over het arbobeleid. In het kader van deze veranderingen heeft Regioplan, in opdracht van het ministerie van SZW, een eerste meting uitgevoerd onder bedrijven met de vraag: wat zijn de reacties van werkgevers op de geboden nieuwe mogelijkheden?
Eindevaluatieonderzoek Arboconvenant Bouw
Op verzoek van de werkgevers-en werknemerspartijen in de bouw en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Regioplan het Arboconvenant Bouw geëvalueerd. In het Arbovenant Bouw is ernaar gestreefd om de arbeidsrisico’s voor werknemers op vier thema’s te verminderen: fysieke belasting, kwarts, werkdruk en organo-psychosyndroom (OPS). Eén van de doelen van de evaluatie was inzicht te krijgen in het uitvoeringsproces van dit arboconvenant. Om dit inzicht te bereiken, heeft Regioplan een speciale krachtenveldanalyse ontwikkeld. Met de krachtenveldanalyse is het besluitvormingsproces van de verschillende partijen die betrokken waren bij het convenant geëvalueerd.
Evaluatie Arboconvenant Architectenbureaus
In vier jaar tijd hebben de BNA, FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond, De Unie en het Ministerie van SZW met het Arboconvenant Architectenbureaus een flinke stap voorwaarts gezet in de reductie van RSI-klachten in de architectenbranche. Ook is het thema ‘werkdruk’ op de agenda gezet bij werkgevers. Dit is een resultaat waarop in de komende jaren verder gebouwd kan gaan worden. Lees meer over de resultaten in het bijgevoegde rapport.
Naleving van de Wet arbeid vreemdelingen: een eerste onderzoek onder werkgevers
Bijna een op de vijf Nederlandse bedrijven zegt met illegalen te werken. Hierdoor overtreden zij de Wet arbeid vreemdelingen (WAV). Het ging in 2004 om ongeveer 65.000 tot 90.000 buitenlandse werknemers die zonder de noodzakelijke vergunning aan het werk waren. Zo’n veertig procent van deze illegale werknemers kwam uit Polen en de andere Oost-Europese landen die sinds anderhalf jaar lid zijn van de Europese Unie. Meestal ging het om dienstverbanden van kortere duur, zoals seizoensarbeid. In totaal werkten de illegale werknemers 45.000 tot 67.000 arbeidsjaren. Deze schattingen staan in het onderzoek ‘Naleving van de Wet arbeid vreemdelingen: een eerste onderzoek onder werkgevers’ van Regioplan. Het onderzoek is 20 januari door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer Van Hoof, aan de Tweede Kamer aangeboden.
Vergrijzing tegen wil en dank. Voorbeelden van oplossingen in de praktijk.
Oudere werknemers binnen bedrijven gemotiveerd en gezond laten functioneren is te bewerkstelligen door een mensgerichte stijl van leidinggeven, taakvariatie, arbeidstijdvermindering en inzicht in de taken in de laatste fase van hun werkzame leven. Dit blijkt uit onderzoek van Regioplan naar praktijkvoorbeelden van leeftijdsbewust personeelsbeleid in de sectoren Grafimedia en Onderwijs. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van SZW.
Poolshoogte; onderzoek naar juridische constructies en kostenvoordelen
Regioplan heeft voor de RWI onderzoek gedaan naar de eventuele kostenvoordelen van Poolse arbeidskrachten voor voor Nederlandse werkgevers. Voor werkgevers is het kostenvoordeel een belangrijke reden om Polen in te schakelen. Daarnaast speelt voor werkgevers een grote rol dat er niet of nauwelijks voldoende geschikte en gemotiveerde Nederlandse werkzoekenden beschikbaar zijn. Bovendien gaan werkgevers ervan uit dat Poolse arbeidskrachten een hogere productiviteit hebben. Het onderzoek van de RWI heeft betrekking op drie sectoren waarin veel Polen werkzaam zijn: de land- en tuinbouwsector, de vleessector en de bouwsector. Omdat de daarvoor noodzakelijke gegevens niet volledig beschikbaar zijn, is het lastig om exacte cijfers te geven over het aantal Polen dat in Nederland werkzaam is. Toch is een schatting gemaakt voor de drie onderzochte sectoren: in 2004 waren daar minimaal 29.000 en maximaal 39.000 Polen werkzaam. Een voorzichtige schatting voor de hele Nederlandse economie komt dan uit op minimaal 34.000 tot maximaal 53.000. Op dit moment moeten werkgevers eerst in overleg met het CWI bekijken of er Nederlandse werkzoekenden beschikbaar zijn. Pas als dat niet het geval is, kunnen werkgevers een tewerkstellingsvergunning voor buitenlandse arbeidskrachten krijgen. Mede op basis van het onderzoek heeft staatssecretaris Van Hoof voorgesteld dit beleid, gericht op werknemers uit de Midden- en Oost-Europese landen, tot mei 2006 te handhaven.
Corporate Governance: Is het Nederlandse bedrijfsleven er klaar voor?
Ondernemers in Nederland wachten enigszins gelaten de komst af van de definitieve code van de commissie Tabaksblat. Van koortsachtige voorbereidingen op de komst van de definitieve code is geen sprake; ondernemers kijken de kat uit de boom. Bovendien zijn de verwachtingen over het effect van de code laaggespannen. Ongeveer de helft van de ondernemers verwacht niet dat de code zal bijdragen aan het herstel van het publieke vertrouwen in ondernemingen. Dit alles blijkt uit onderzoek van Regioplan Beleidsonderzoek naar de invoering van een corporate governance code in Nederland. Slechts de helft van de ondervraagde ondernemingen, zowel beurs- als niet beursgenoteerd, pensioenfondsen en verzekeraars, verwacht dat de code zal bijdragen aan het herstel van vertrouwen van het publiek in ondernemingen. Dat is volgens een verrassende uitkomst. “De code is juist bedoeld om het vertrouwen in ondernemingen en het financiële verkeer te helpen herstellen. Blijkbaar is de boodschap van de maatschappij nog niet helemaal doorgedrongen. In het begin van het onderzoek viel het al snel op dat de ondernemingen die geen medewerking verleenden, aangaven te willen wachten op de definitieve code. Naar nu blijkt verwachten veel ondernemingen er ook niet veel van.’ Ook is het opmerkelijk dat een derde van de ondervraagde ondernemingen van menig is dat Nederland met deze code uit de pas loopt op internationale ontwikkelingen. ‘Dat is een forse perceptiekloof met de commissie die de conceptcode heeft opgesteld. Commissievoorzitter Morris Tabaksblat heeft meerdere malen gezegd dat voor de conceptcode erg goed is gekeken naar wat er op dit gebied in het buitenland is gedaan.’ Een meerderheid is het met elkaar eens dat de code niet bij wet moet worden geregeld. Het principe van ‘pas toe of leg uit’ heeft veruit de voorkeur. Zo’n 66 procent van de ondervaagden stelt geen voorbereidingen te zullen treffen totdat er wettelijke dwang wordt opgelegd. ‘Ondernemers verwachten in algemene zin al niet veel van de code, denken dat we uit de pas lopen en willen niet in hun concurrentiekracht beperkt worden door wettelijke verplichtingen. Van eventuele sancties op het niet-naleven van de code wil men dus ook niet horen.’