Tijdelijke middelen schuldhulpverlening 2009-2011: besteding, effecten en duurzaamheid

De economische crisis raakt de hele maatschappij. Om de gevolgen van de economische crisis op de ontwikkeling van de schuldenproblematiek op te vangen, heeft het toenmalige kabinet in 2009 een pakket aan maatregelen genomen. Het betreft een bedrag van 134 miljoen euro voor de periode 2009-2011. Deze middelen staan in het veld van de schuldhulpverlening ook wel bekend als ‘de extra middelen’, omdat zij boven op de reguliere gelden komen die door het ministerie via het gemeentefonds aan gemeenten worden verstrekt. Het eindrapport van de monitor extra middelen schuldhulpverlening is openbaar en vindt u hieronder. Het algemene beeld is dat de extra middelen effect hebben gehad.

Maatschappelijk rendement vrijwilligersprojecten schuldhulpverlening

De inzet van vrijwilligersprojecten bij schuldhulpverlening levert aanzienlijke baten op. Dit komt naar voren uit een onderzoek dat door Regioplan en Social Force is uitgevoerd in opdracht van acht organisaties die met de zogenaamde ‘Ortega-gelden’ projecten hebben uitgevoerd op het gebied van de inzet van de vrijwilligers bij schuldhulpverlening. De besparing aan kosten voor de maatschappij is vaak driemaal zo hoog als de kosten besteed aan een vrijwilligersproject. Door de inzet van vrijwilligers neemt het rendement van de gemeentelijke schuldhulpverlening toe en ook voeren zij in sommige gevallen taken uit die anders door de gemeente uitgevoerd zouden moeten worden. Tevens kunnen zij bijdragen aan het voorkomen van crisissituaties zoals huisuitzettingen of afsluiting van energie en/of water.

Klantprofielen in de schuldhulpverlening

Gemeenten worden geconfronteerd met toenemende vraag naar schuldhulpverlening. Deze vraag wordt bovendien steeds complexer. Tegelijkertijd hebben gemeenten voor deze dienstverlening steeds minder geld beschikbaar vanwege de lokale en landelijke bezuingigingen. De uitvoering moet dus efficiënter, effectiever en selectiever. Om dat mogelijk te maken zouden gemeenten gebruik kunnen maken van klantprofielen. Deze stellen ze in staat om hun dienstverlening gerichter in te zetten. in dit artikel wordt beargumenteerd hoe klantprofielen tot stand zijn gekomen en hoe daarmee gewerkt kan worden.

Mesis©: Methodisch screeningsinstrument schulddienstverlening

Gemeenten kunnen vanaf nu hun schuldhulp gerichter en effectiever verlenen, dankzij het nieuwe methodisch screeningsinstrument Mesis©. Deze vragenlijst geeft een beeld van waar de schuldenaar staat, wat zijn mogelijkheden zijn en welke ondersteuning eventueel bij hem past. Mesis© ondersteunt schuldhulpverleners en managers bij een nieuwe manier van werken en sturen op schuldhulpverlening. Niet de technische juridische kenmerken maar de gedragscomponenten van de schuldenaar staan daarbij centraal.
Het instrument wordt ondergebracht bij een onafhankelijke, non‐profit “Stichting Beheer en ontwikkeling instrumenten ondersteuning vakmanschap sociaal domein”. Deze stichting maakt de invoering van een digitale versie mogelijk en zorgt ook voor de noodzakelijke verdere validatie, doorontwikkeling en onderhoud van het instrument. Gemeenten die besluiten van deze versie gebruik te maken, betalen daarvoor een kostendekkende vergoeding. De vragenlijst en rekenregels blijven ook vrij beschikbaar. Er is dan geen toezicht op de kwaliteit.
Inmiddels zijn een aantal gemeenten actief aan de slag met (de implementatie van) Mesis. Meer informatie kunt u vinden op www.mesis.nu.

Klantprofielen voor schuldhulpverlening

De schuldhulpverlening in Nederland ziet zich de komende jaren voor een grote uitdaging gesteld: het aantal mensen dat een beroep doet op de schuldhulpverlening zal naar verwachting verder stijgen, terwijl gemeenten zich tegelijkertijd geconfronteerd zien met forse bezuiningingen. Regioplan en Nadja Jungmann van de Hogeschool Utrecht ontwikkelden klantprofielen waarin het gedrag van schuldenaren en de motivatie en de vaardigheden die daaraan ten grondslag liggen centraal staan. Op basis van deze klantprofielen kan sneller vast worden gesteld wat voor een schuldenaar het hoogst haalbare is en of en welke ondersteuning daarbij gewenst is.

Schuldhulpverlening is nodig en helpt ook nog

Door het uitvoeren van schuldhulpverlening, voorkomen gemeenten hoge kosten op andere terreinen. Elke euro die gemeenten besteden aan schuldhulpverlening, leidt tot gemiddeld twee euro aan kostenbesparing op andere plekken. Dit blijkt uit onderzoek dat Hogeschool Utrecht (HU) en Regioplan samen hebben uitgevoerd naar de kosten en baten van schuldhulpverlening. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van elf organisaties op dit vakgebied.



Zaterdag 16 juli 2011 verscheen een ingezonden stuk over het onderzoek in het Parool. Deze kunt u hieronder downloaden. Het onderliggend rapport vindt u hier.

Schuldhulpverlening loont! Een onderzoek naar de kosten en baten van schuldhulpverlening

Door het uitvoeren van schuldhulpverlening, voorkomen gemeenten hoge kosten op andere terreinen. Elke euro die gemeenten besteden aan schuldhulpverlening, leidt tot gemiddeld twee euro aan kostenbesparing op andere plekken. Dit blijkt uit onderzoek dat Hogeschool Utrecht (HU) en Regioplan samen hebben uitgevoerd naar de kosten en baten van schuldhulpverlening. Het onderzoek gebeurde in opdracht van elf organisaties op dit vakgebied.

De grootste besparingen worden gerealiseerd door een kortere uitkeringsduur, met name bij de gemeentelijke sociale dienst. Door de inzet van schuldhulpverlening wordt hier per 100.000 inwoners circa 1,4 miljoen euro bespaard op WWB-uitkeringen en re-integratietrajecten. Een andere grote besparing is het voorkomen van huisuitzettingen van de schuldenaren, ongeveer 1,1 miljoen euro. Het gaat o.a. om kosten die woningcorporaties maken bij huisuitzettingen en kosten voor het organiseren van maatschappelijke opvang. Andere kostenbesparingen vinden plaats bij de verslavingszorg en de ggz.

De voedselbanken en hun klanten

Klanten van de Voedselbank Nederland leven merendeels – en vaak al lang- van een uitkering en hebben te kampen met grote schulden. Eenoudergezinnen, laag opgeleiden en mensen van niet-Nederlandse komaf zijn oververtegenwoordigd. Verrassend genoeg maken deze klanten weinig gebruik van bestaande voorzieningen als bijzondere bijstand, schuldhulpverlening of kwijtschelding van de lokale belastingen. Dit blijkt uit onderzoek dat Regioplan deed in opdracht van het ministerie van SZW.

Advies Schuldhulpverlening Haarlemmermeer

Regioplan heeft de gemeente Haarlemmermeer in 2007 in drie kortlopende projecten van informatie en advies voorzien om de lokale schuldhulpverlening te versterken. De behoefte is om tot meer samenhang in het aanbod van de schuldhulpverlening te komen en om in de uitvoering sterker in te zetten op de preventie van (problematische) schuldsituaties. In ons advies hebben we de samenhang gezocht tussen de schuldhulpverlening en de gemeentelijke uitvoering van de WMO en de re-integratie van bijstandsgerechtigden. Ook is de relatie met de voedselbank gezocht. We hebben de gemeente ook geadviseerd over manier waarop zij de schuldhulpverlening opnieuw zou kunnen aanbesteden. In mei 2008 heeft het college van B&W van de gemeente Haarlemmermeer besloten om ons advies grotendeels over te nemen. De raad heeft dit besluit in juni 2008 overgenomen. We hebben ons advies vastgelegd in drie korte rapportages.

Klantenanalyse Voedselbanken

Dit was een onderzoek onder klanten van Voedselbank Nederland, in opdracht van het Ministerie van SZW. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste klanten van de Voedselbanken langdurig leven van een (bijstands-)uitkering, aanzienlijke schulden hebben en weinig gebruikmaken van voorzieningen als bijzondere bijstand of kwijtschelding van lokale belasting. Eenoudergezinnen, laagopgeleiden en mensen met een niet-Nederlandse etniciteit zijn oververtegenwoordigd onder de klanten. In het onderzoek is ook gesproken met vertegenwoordigers van de Voedselbanken, sociale diensten en hulpverleningsinstellingen in een aantal gemeenten over de onderlinge samenwerking.