Werkveld: Veiligheid en recht
Waar de noodzaak ontbreekt, kunnen camera’s wijken
In een artikel in Secondant (2010, nr. 3-4) stelt Ad Schreijenberg dat een beslissing over cameratoezicht geen beslissing voor de eeuwigheid kan zijn. Waar een zwaar middel zoals cameratoezicht ingezet wordt is het belangrijk om periodiek na te gaan of de camera’s nog noodzakelijk zijn. Het door Regioplan ontwikkelde BeslisInstrument Continueren Cameratoezicht (BICC) helpt daarbij.
Impact assessment implementing article 10 of the UN firearms protocol into community legislation
Regioplan conducted this research within the framework of the Impact Assessment method, supporting the European Commission in developing a proposal for an EC legislative instrument aimed at implementing Article 10 of the UN Firearms Protocol into Community legislation. Article 10 of the UNFP on ‘General requirements for export, import and transit licensing or authorisation systems’ stipulates that ‘each State party shall establish or maintain an effective system of export and import licensing or authorisation, as well as of measures on international transit, for the transfer of firearms, their parts and components and ammunition’, thereby improving scrutiny of transfers and allowing better enforcement of laws.
Regioplan developed policy options based on consultations with Member States and stakeholders representing different interest groups existing of private parties, Member States’ licensing authorities, and NGO’s by means of questionnaires and interviews.
This research exclusively focuses on the extra-community transfers of firearms, their parts and components and ammunition for civilian use.
Click below to see the Impact Assessment Report and Summary and the Impact Assessment Board Opinion:
Impact Assessment Report
Impact Assessment Summary
Impact Assessment Board Opinion
Beleidsmonitor Witwassen
In verschillende evaluaties is vastgesteld dat de bestrijding van witwassen in Nederland nog de nodige gebreken vertoont. Om tot verbetering te komen is meer inzicht in de prestaties van de organisaties in de handhavingsketen en in de inzet van middelen gewenst. Een beleidsmonitor witwassen zou moeten helpen om de prestaties inzichtelijk te maken. Hiermee moeten de verantwoordelijke ministeries van Financiën en van Veiligheid en Justitie (VenJ) beter in staat zijn regie te voeren en doelmatiger te sturen op prestaties.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van VenJ heeft aan Regioplan Beleidsonderzoek opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren met als primaire doelstelling het ontwikkelen van een beleidsmonitor witwassen. Bijgaande publicatie vormt een weergave van de zoektocht naar een zinvolle invulling van de beleidsmonitor witwassen.
Jeugdreclassering in beweging
Het tijdschrift ‘Het Kind Eerst’ (voorheen: Perspectief) besteedt in een drieluik aandacht aan de (nieuwe) werkwijze in de jeugdreclassering. Regioplan voerde in 2009 een procesevaluatie uit van deze nieuwe methodiek, het Handboek Methode Jeugdreclassering, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC).
In deze artikelen beschrijven Joost van den Tillaart en Maartje Timmermans de nieuwe werkwijze van de jeugdreclassering en de belangrijkste verschillen met de vorige werkwijze (artikel 1), de visie van de jeugdreclasseerders en ketenpartners op het Handboek (artikel 2) en, niet onbelangrijk, een reality-check: in hoeverre werkt jeugdreclassering ook écht volgens de nieuwe methodiek (artikel 3)?
Het onderzoeksrapport ‘Werken volgens de methode’ vindt u hier.
De drie artikelen vindt u hieronder.
Kentekenherkenning op de A28
In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken voerden we een onderzoek uit naar het gebruik van en de resultaten met ANPR middels vaste camera’s boven de A28.
Het resultaat van het project is onder andere een beschrijving van negentien zaken waarin ANPR is ingezet, de wijze waarop dat is gedaan en de (eventuele) bijdrage die het instrument heeft geleverd in het opsporingsonderzoek.
Evaluatie Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan: kennis over effectiviteit
Regioplan evalueerde in opdracht van het WODC de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU). De KVU is een initiatief van het ministerie van Justitie, dat in 2005 overgedragen is aan het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), dat hierin samenwerkt met Koninklijke Horeca Nederland (KHN).
Het onderzoek naar de KVU heeft tot doel om zicht te geven op condities voor een effectief veilig-uitgaansbeleid en op de mate waarin de huidige KVU daaraan voldoet. Daarmee moet duidelijker worden of de KVU in zijn huidige opzet – een landelijk beleidsprogramma met landelijk georganiseerde ondersteuning en uitwerking door lokale partners – effectief kan zijn en waar mogelijke verbeterpunten liggen.
Bezien naar de drie invalshoeken voor effectief veilig-uitgaansbeleid (effectieve landelijke ondersteuning, effectieve samenwerking, effectieve interventies) moet worden geconcludeerd dat de onderzochte KVU-praktijk slechts in beperkte mate aan de condities voor veilig-uitgaansbeleid voldoet. Er is te weinig zicht op de effectiviteit van de ingezette maatregelen, er zijn aspecten van samenwerking die afbreuk doen aan effectiviteit (verschil in doelen en belangen, beperkte intensiteit/frequentie overleg, beperkte hiërarchie, gebrek aan kennis over effectiviteit) en de landelijke ondersteuning is niet zodanig ingericht dat de effectiviteit van de lokale uitvoering wordt bevorderd (anders dan de samenwerking als zodanig). Bij deze conclusie moet worden aangetekend dat de onderzochte praktijk betrekking heeft op KVU’s die in 2008 of eerder zijn ingezet.
Geweldcijfers: Een inventarisatie van monitoren en weergave van trends in geweld
Het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) heeft Regioplan gevraagd om een overzicht te geven van het monitoronderzoek over geweld. Er is namelijk weinig zicht op de vergelijkbaarheid van de cijfers afkomstig van deze verschillende monitoren. Dit is wel belangrijk, bijvoorbeeld om te kunnen zien in welke mate de beleidsdoelen die gesteld worden door de overheid (een daling van geweld met 20% in 2010 ten opzichte van 2002) worden gehaald. De conclusie van het onderzoek luidt enerzijds dat de cijfers uit de geweldsmonitoren geen eenduidig beeld laten zien (daarbij kunnen verschillen in onderzoeksopzet een belangrijke rol spelen). Anderzijds is de conclusie dat het grootste gedeelte van de monitoren geen grote dalingen in geweld in de periode vanaf 2002 laat zien.
Daders over cameratoezicht
Cameratoezicht kan effectiever door betere match met type dader in cameragebied.
Cameratoezicht wordt in steeds meer gemeenten ingezet om de veiligheid te vergroten. De belangrijkste doelstelling is het voorkomen van overlast en criminaliteit, maar deze wordt vaak onvoldoende gerealiseerd: in cameragebieden worden nog steeds veel delicten gepleegd. Berekenende daders houden rekening met camera’s, zijn goed op de hoogte van de sterke en zwakke punten en passen hun gedrag aan. Impulsieve daders trekken zich juist weinig van camera’s aan. Als toezichthouder kan je hier rekening mee houden. Cameratoezicht heeft naast een preventieve functie een proactieve en een opsporingsfunctie. Door deze functies te verbinden met het type dader dat in een gebied voor problemen zorgt, kunnen keuzes gemaakt worden voor de manier waarop camera’s worden ingezet en kan de effectiviteit worden vergroot.
Dit blijkt uit onderzoek dat in opdracht van het Programma Politie en Wetenschap is uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek. Het bijzondere van deze studie is dat interviews gehouden zijn met 42 (potentiële) daders, variërend van gedetineerde veelplegers tot risicojongeren. De gedetineerde daders, allen ervaren criminelen of veelplegers, blijken goed op de hoogte van het cameratoezicht: de plaatsen waar de camera’s hangen, de technische mogelijkheden, de tijden waarop wordt uitgekeken, de kwaliteit van de beelden en de bruikbaarheid ervan. Zij laten zich meestal niet afhouden van het plegen van delicten, maar passen wel hun gedrag aan. Ze proberen buiten het zicht van de camera’s te blijven, herkenning te bemoeilijken, maken gebruik van tijden waarop niet wordt uitgekeken en kennen de beperkingen van de camera’s bij bijvoorbeeld drugsdelicten.
Partiële kwaliteitsbepaling Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG)
Sinds 1 januari 2009 is de wet Tijdelijk Huisverbod van kracht geworden. Met deze wet wordt de mogelijkheid gecreëerd om in te grijpen in situaties van acute dreiging van huiselijk geweld zonder dat strafbare feiten zijn gepleegd. Om de wet goed te kunnen uitvoeren is het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) ontwikkeld en in gebruik genomen. Hiermee wordt beoordeeld of in een situatie van (dreigend) geweld een huisverbod moet worden opgelegd. Nadat het instrument één jaar in gebruik was heeft Regioplan in opdracht van het Ministerie van Justitie (WODC) de kwaliteit van het instrument op wetenschappelijke en theoretische basis onderzocht. Resultaten van het onderzoek laten zien dat invullers van het RiHG (Hoofdofficieren van Justitie) wel kanttekeningen bij onderdelen van het instrument plaatsen, maar nauwelijks fundamentele kritiek hebben op het gebruik en de bruikbaarheid van het instrument. Analyse van ingevulde RiHG’s laat onvolkomenheden zien maar dit leidt niet tot de conclusie dat het technisch geen goed instrument zou zijn. In het rapport worden enkele aanbevelingen voor aanpassingen gedaan.
Evaluatie cameratoezicht gemeente Rotterdam
De gemeente Rotterdam heeft sinds 2000 op verschillende plekken in de openbare ruimte cameratoezicht. De gemeente Rotterdam laat periodiek het cameratoezicht in de gemeente evalueren. De evaluatieresultaten daarvan worden vastgelegd in een rapportage over de stand van zaken op het gebied van cameraoezicht. Regioplan schreef eerder de jaarrapportage cameratoezicht 2008 en heeft ook in 2010 het evaluatieonderzoek verricht dat ten grondslag ligt aan de rapportage.
Naast de algemene stand van zaken met betrekking tot cameratoezicht in Rotterdam geeft het rapport ook een advies over het al dan niet continueren van cameratoezicht in verschillende gebieden. Dat gebeurt aan de hand van het BeslisInstrumentContinuerenCameratoezicht (BICC).