Werkveld: Veiligheid en recht
Evaluatie Politie-geëxploiteerde bewakingscamera’s in Antwerpen
In 2011, 2012 en 2013 onderzocht Regioplan de toepassing van cameratoezicht in de stad Antwerpen.
In het onderzoek is nagegaan in hoeverre camera’s invloed hebben op onveiligheidsgevoelens, criminaliteit en overlast. Tevens zijn burgers geënquêteerd om na te gaan in hoeverre de toepassing van cameratoezicht op maatschappelijk draagvlak kan rekenen.
Het onderzoeksrapport is niet openbaar.
Naar een contantloze detailhandel
Het elektronisch betalen heeft sinds het begin van de jaren negentig flink aan populariteit gewonnen in Nederland. In opdracht van Detailhandel Nederland en het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) heeft Regioplan onderzocht welke opvattingen ondernemers binnen de detailhandel precies hebben ten aanzien van een samenleving waarin met minder of geen contant geld wordt betaald.
Geweld in Rotterdam, het Stadscentrum en het Oude Westen
Voor de Directie Veiligheid van de gemeente Rotterdam onderzochten wij de veiligheidssituatie in het Oude Westen en zette deze af tegen de veiligheidssituatie in het Stadcentrum en Rotterdam als geheel. De focus van het onderzoek lag op geweld.
In het onderzoek maakten we een kwantitatieve analyse van aangiften en meldingen van geweld als mede een kwalitatieve beschrijving van een aantal geweldsaspecten in de wijk. Ook de meer specifieke vormen van geweld zoals uitgaansgeweld en huiselijk geweld zijn uitgebreid geanlayseerd en beschreven.
In het rapport zijn een aantal beleidsaanbevelingen geformuleerd om de veiligheidssituatie in het Oude Westen te verbeteren. Deze aanbevelingen zijn in een groepssessie met onder andere de stadsmarinier nader uitgewerkt.
Verzuimkosten werkgevers ten gevolge van huiselijk geweld
Uit landelijk onderzoek onder slachtoffers van huiselijk geweld is gebleken dat van de werkende slachtoffers van huiselijk geweld ongeveer 25 procent één of meer keren niet naar zijn of haar werk kon ten gevolge van dit huiselijk geweld. Dit betekent dat een deel van het verzuim van werknemers verband houdt met huiselijk geweld en dus tot directe kosten leidt bij werkgevers. De kosten zijn geschat met behulp van de gegevens uit het slachtofferonderzoek en de CBS-Loonkostenstatistiek. Jaarlijks verzuimt de werkzame beroepsbevolking naar schatting tussen de 412.000 en 1 miljoen dagen ten gevolge van huiselijk geweld. Jongeren, laagopgeleiden en allochtonen verzuimen relatief vaker. De directe kosten voor werkgevers van verzuim ten gevolge van huiselijk geweld bedragen tussen de 74 en 192 miljoen euro per jaar.
Waar de noodzaak ontbreekt, kunnen camera’s wijken
In een artikel in Secondant (2010, nr. 3-4) stelt Ad Schreijenberg dat een beslissing over cameratoezicht geen beslissing voor de eeuwigheid kan zijn. Waar een zwaar middel zoals cameratoezicht ingezet wordt is het belangrijk om periodiek na te gaan of de camera’s nog noodzakelijk zijn. Het door Regioplan ontwikkelde BeslisInstrument Continueren Cameratoezicht (BICC) helpt daarbij.
Impact assessment implementing article 10 of the UN firearms protocol into community legislation
Regioplan conducted this research within the framework of the Impact Assessment method, supporting the European Commission in developing a proposal for an EC legislative instrument aimed at implementing Article 10 of the UN Firearms Protocol into Community legislation. Article 10 of the UNFP on ‘General requirements for export, import and transit licensing or authorisation systems’ stipulates that ‘each State party shall establish or maintain an effective system of export and import licensing or authorisation, as well as of measures on international transit, for the transfer of firearms, their parts and components and ammunition’, thereby improving scrutiny of transfers and allowing better enforcement of laws.
Regioplan developed policy options based on consultations with Member States and stakeholders representing different interest groups existing of private parties, Member States’ licensing authorities, and NGO’s by means of questionnaires and interviews.
This research exclusively focuses on the extra-community transfers of firearms, their parts and components and ammunition for civilian use.
Click below to see the Impact Assessment Report and Summary and the Impact Assessment Board Opinion:
Impact Assessment Report
Impact Assessment Summary
Impact Assessment Board Opinion
Beleidsmonitor Witwassen
In verschillende evaluaties is vastgesteld dat de bestrijding van witwassen in Nederland nog de nodige gebreken vertoont. Om tot verbetering te komen is meer inzicht in de prestaties van de organisaties in de handhavingsketen en in de inzet van middelen gewenst. Een beleidsmonitor witwassen zou moeten helpen om de prestaties inzichtelijk te maken. Hiermee moeten de verantwoordelijke ministeries van Financiën en van Veiligheid en Justitie (VenJ) beter in staat zijn regie te voeren en doelmatiger te sturen op prestaties.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van VenJ heeft aan Regioplan Beleidsonderzoek opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren met als primaire doelstelling het ontwikkelen van een beleidsmonitor witwassen. Bijgaande publicatie vormt een weergave van de zoektocht naar een zinvolle invulling van de beleidsmonitor witwassen.
Jeugdreclassering in beweging
Het tijdschrift ‘Het Kind Eerst’ (voorheen: Perspectief) besteedt in een drieluik aandacht aan de (nieuwe) werkwijze in de jeugdreclassering. Regioplan voerde in 2009 een procesevaluatie uit van deze nieuwe methodiek, het Handboek Methode Jeugdreclassering, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC).
In deze artikelen beschrijven Joost van den Tillaart en Maartje Timmermans de nieuwe werkwijze van de jeugdreclassering en de belangrijkste verschillen met de vorige werkwijze (artikel 1), de visie van de jeugdreclasseerders en ketenpartners op het Handboek (artikel 2) en, niet onbelangrijk, een reality-check: in hoeverre werkt jeugdreclassering ook écht volgens de nieuwe methodiek (artikel 3)?
Het onderzoeksrapport ‘Werken volgens de methode’ vindt u hier.
De drie artikelen vindt u hieronder.
Kentekenherkenning op de A28
In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken voerden we een onderzoek uit naar het gebruik van en de resultaten met ANPR middels vaste camera’s boven de A28.
Het resultaat van het project is onder andere een beschrijving van negentien zaken waarin ANPR is ingezet, de wijze waarop dat is gedaan en de (eventuele) bijdrage die het instrument heeft geleverd in het opsporingsonderzoek.
Evaluatie Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan: kennis over effectiviteit
Regioplan evalueerde in opdracht van het WODC de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU). De KVU is een initiatief van het ministerie van Justitie, dat in 2005 overgedragen is aan het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), dat hierin samenwerkt met Koninklijke Horeca Nederland (KHN).
Het onderzoek naar de KVU heeft tot doel om zicht te geven op condities voor een effectief veilig-uitgaansbeleid en op de mate waarin de huidige KVU daaraan voldoet. Daarmee moet duidelijker worden of de KVU in zijn huidige opzet – een landelijk beleidsprogramma met landelijk georganiseerde ondersteuning en uitwerking door lokale partners – effectief kan zijn en waar mogelijke verbeterpunten liggen.
Bezien naar de drie invalshoeken voor effectief veilig-uitgaansbeleid (effectieve landelijke ondersteuning, effectieve samenwerking, effectieve interventies) moet worden geconcludeerd dat de onderzochte KVU-praktijk slechts in beperkte mate aan de condities voor veilig-uitgaansbeleid voldoet. Er is te weinig zicht op de effectiviteit van de ingezette maatregelen, er zijn aspecten van samenwerking die afbreuk doen aan effectiviteit (verschil in doelen en belangen, beperkte intensiteit/frequentie overleg, beperkte hiërarchie, gebrek aan kennis over effectiviteit) en de landelijke ondersteuning is niet zodanig ingericht dat de effectiviteit van de lokale uitvoering wordt bevorderd (anders dan de samenwerking als zodanig). Bij deze conclusie moet worden aangetekend dat de onderzochte praktijk betrekking heeft op KVU’s die in 2008 of eerder zijn ingezet.