Geweldcijfers: Een inventarisatie van monitoren en weergave van trends in geweld

Het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) heeft Regioplan gevraagd om een overzicht te geven van het monitoronderzoek over geweld. Er is namelijk weinig zicht op de vergelijkbaarheid van de cijfers afkomstig van deze verschillende monitoren. Dit is wel belangrijk, bijvoorbeeld om te kunnen zien in welke mate de beleidsdoelen die gesteld worden door de overheid (een daling van geweld met 20% in 2010 ten opzichte van 2002) worden gehaald. De conclusie van het onderzoek luidt enerzijds dat de cijfers uit de geweldsmonitoren geen eenduidig beeld laten zien (daarbij kunnen verschillen in onderzoeksopzet een belangrijke rol spelen). Anderzijds is de conclusie dat het grootste gedeelte van de monitoren geen grote dalingen in geweld in de periode vanaf 2002 laat zien.

Daders over cameratoezicht

Cameratoezicht kan effectiever door betere match met type dader in cameragebied.

Cameratoezicht wordt in steeds meer gemeenten ingezet om de veiligheid te vergroten. De belangrijkste doelstelling is het voorkomen van overlast en criminaliteit, maar deze wordt vaak onvoldoende gerealiseerd: in cameragebieden worden nog steeds veel delicten gepleegd. Berekenende daders houden rekening met camera’s, zijn goed op de hoogte van de sterke en zwakke punten en passen hun gedrag aan. Impulsieve daders trekken zich juist weinig van camera’s aan. Als toezichthouder kan je hier rekening mee houden. Cameratoezicht heeft naast een preventieve functie een proactieve en een opsporingsfunctie. Door deze functies te verbinden met het type dader dat in een gebied voor problemen zorgt, kunnen keuzes gemaakt worden voor de manier waarop camera’s worden ingezet en kan de effectiviteit worden vergroot.

Dit blijkt uit onderzoek dat in opdracht van het Programma Politie en Wetenschap is uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek. Het bijzondere van deze studie is dat interviews gehouden zijn met 42 (potentiële) daders, variërend van gedetineerde veelplegers tot risicojongeren. De gedetineerde daders, allen ervaren criminelen of veelplegers, blijken goed op de hoogte van het cameratoezicht: de plaatsen waar de camera’s hangen, de technische mogelijkheden, de tijden waarop wordt uitgekeken, de kwaliteit van de beelden en de bruikbaarheid ervan. Zij laten zich meestal niet afhouden van het plegen van delicten, maar passen wel hun gedrag aan. Ze proberen buiten het zicht van de camera’s te blijven, herkenning te bemoeilijken, maken gebruik van tijden waarop niet wordt uitgekeken en kennen de beperkingen van de camera’s bij bijvoorbeeld drugsdelicten.

Evaluatie van de pilot BIVGEG

‘Bestuurlijke InformatieVoorziening aan Gemeenten inzake Ex-Gedetineerden’ (BIVGEG) heeft als doelstelling het verbeteren van de informatiepositie van burgemeesters over de terugkeer van ex-gedetineerden. Binnen de informatiestroom BIVGEG wordt vanuit de justitieorganisatie een melding aan het bestuursorgaan burgemeester gestuurd wanneer een ex-gedetineerde, die tot de doelgroep behoort en die vóór detentie in de desbetreffende gemeente woonde, in de maatschappij terugkeert.

Om ervaring op te doen met de informatievoorziening, alvorens een structurele informatiestroom naar het bestuursorgaan burgemeester in te richten, is eind 2009 een pilot gestart. In de pilot wordt informatie over de terugkeer van ex-gedetineerden geleverd aan zeventien gemeenten. Regioplan heeft deze pilot geëvalueerd.

Uit onze evaluatie van de pilot BIVGEG blijkt dat de informatiestroom bijdraagt aan een betere informatiepositie van de burgemeesters doordat zij structureel en tijdig worden ingelicht over de terugkeer van ex-gedetineerden onder vermelding van het gepleegde delict. Daarmee ontstaat de mogelijkheid om de terugkeer van de ex-gedetineerden, indien dat nodig wordt geacht, beter voor te bereiden. Zo kan er in grotere mate achtergrondinformatie worden opgevraagd bij lokale partners en kunnen eventuele maatregelen worden getroffen om openbareordeproblemen te voorkomen. Gemeenten zijn daarbij ook beter voorbereid op eventuele media-aandacht.

Bij de evaluatie is echter ook duidelijk geworden dat onderdelen in het informatieproces nog kwetsbaar zijn. Deze betreffen de kwaliteit van de informatie, de hoeveelheid informatie en het delen van informatie.

U kunt het onderzoeksrapport hieronder downloaden.

Partiële kwaliteitsbepaling Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG)

Sinds 1 januari 2009 is de wet Tijdelijk Huisverbod van kracht geworden. Met deze wet wordt de mogelijkheid gecreëerd om in te grijpen in situaties van acute dreiging van huiselijk geweld zonder dat strafbare feiten zijn gepleegd. Om de wet goed te kunnen uitvoeren is het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) ontwikkeld en in gebruik genomen. Hiermee wordt beoordeeld of in een situatie van (dreigend) geweld een huisverbod moet worden opgelegd. Nadat het instrument één jaar in gebruik was heeft Regioplan in opdracht van het Ministerie van Justitie (WODC) de kwaliteit van het instrument op wetenschappelijke en theoretische basis onderzocht. Resultaten van het onderzoek laten zien dat invullers van het RiHG (Hoofdofficieren van Justitie) wel kanttekeningen bij onderdelen van het instrument plaatsen, maar nauwelijks fundamentele kritiek hebben op het gebruik en de bruikbaarheid van het instrument. Analyse van ingevulde RiHG’s laat onvolkomenheden zien maar dit leidt niet tot de conclusie dat het technisch geen goed instrument zou zijn. In het rapport worden enkele aanbevelingen voor aanpassingen gedaan.

Evaluatie cameratoezicht gemeente Rotterdam

De gemeente Rotterdam heeft sinds 2000 op verschillende plekken in de openbare ruimte cameratoezicht. De gemeente Rotterdam laat periodiek het cameratoezicht in de gemeente evalueren. De evaluatieresultaten daarvan worden vastgelegd in een rapportage over de stand van zaken op het gebied van cameraoezicht. Regioplan schreef eerder de jaarrapportage cameratoezicht 2008 en heeft ook in 2010 het evaluatieonderzoek verricht dat ten grondslag ligt aan de rapportage.

Naast de algemene stand van zaken met betrekking tot cameratoezicht in Rotterdam geeft het rapport ook een advies over het al dan niet continueren van cameratoezicht in verschillende gebieden. Dat gebeurt aan de hand van het BeslisInstrumentContinuerenCameratoezicht (BICC).

Handreiking preventie en omgaan met schoolaanslagen

Een schoolaanslag is een geplande, gerichte en een ernstige geweldsdaad met wapens op een onderwijsinstelling, gepleegd door één of meerdere (ex) leerling(en) of student(en). In Nederland zijn schoolaanslagen tot nog toe achterwege gebleven maar ondenkbaar zijn ze zeker niet. De schietpartij in een computerlokaal op ROC de Leijgraaf in Veghel en de moord op conrector van Wieren in Den Haag laten zien dat er leerlingen zijn die toegang hebben tot wapens en die ook gebruiken. Het is daarom van groot belang er alles aan te doen dergelijke calamiteiten te voorkomen. Met dat doel stelden we voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, samen met deskundigen van de Windesheim Hogeschool een handreiking op. In de handreiking zijn aanknopingspunten te vinden die bij kunnen dragen aan het voorkomen van een schoolaanslag. Zo kunnen potentiële daders vroegtijdig in beeld worden gebracht door een aantal waarschuwingssignalen te herkennen. Mocht een schoolaanslag onverhoopt toch plaatsvinden, dan zijn er mogelijkheden om de gevolgen zo veel als mogelijk te beperken.

Terug onder begeleiding. Onderzoek naar de aard en omvang van de vrijwillige nazorg voor 18+ PIJ’ers

Sinds 2008 kunnen 18+ PIJ-jongeren (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) na afloop van hun PIJ-maatregel op vrijwillige basis nazorg ontvangen. Hiermee wordt vooruit gelopen op een wijziging van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, die tot verplichte nazorg zal leiden. Dit onderzoek biedt inzicht in het aanbod en de acceptatie van deze vrijwillige nazorg.


De belangrijkste conclusie is dat de keten van behandeling, voorbereiding op uitstroom en proefverlof op dit moment niet garandeert dat de jongeren klaar zijn voor terugkeer in de maatschappij, om zowel praktische redenen als kwesties die samenhangen met de problematiek en motivatie bij de jongeren. Dat bemoeilijkt de nazorg. Tijdens de nazorg wordt op dit moment dan ook niet met vaste, bewezen effectief methoden gewerkt, terwijl dat wel mogelijk is. Daarnaast is het contact tijdens de nazorg vaak sporadisch of wordt het nazorgtraject niet afgemaakt. Deze kennis vergroot de mogelijkheden om adequate maatregelen te treffen teneinde de nazorg verder te verbeteren en de kans op recidive bij deze jongeren te verkleinen.


Dit onderzoek maakt deel uit van de PIJ-programmering van het WODC.

Aanwezigheid verplicht: een inventarisatie van de gevolgen van de aanwezigheidsplicht voor ouders bij de kinderrechter

Regioplan evalueerde in opdracht van het WODC de wettelijke verplichting tot verschijning van ouders bij de rechtszitting van minderjarige delinquenten. Deze verplichting is onderdeel van de Wet Versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces.



In naar schatting tien tot dertig procent van de jeugdzaken is ten minste één van de ouders afwezig. Met het onderzoek brengen we de huidige situatie met betrekking tot de verschijning van ouders in kaart, onderzoeken we of de veronderstelde mechanismen achter de verplichte aanwezigheid stand houden en gaan we na wat de gevolgen zullen zijn voor de uitvoeringspraktijk in termen van werkprocessen en kosten.



Het onderzoek valt uiteen in drie onderdelen. Er is begonnen met het reconstrueren van de beleidstheorie op basis van interviews met de indieners van het amendement, beschikbare documentatie (zoals kamerstukken) en wetenschappelijke literatuur. Vervolgens is de gereconstrueerde theorie getoetst aan inzichten in de wetenschappelijke literatuur (via literatuurstudie) en inzichten van professionals in het werkveld (via interviews). Tot slot is op basis van verschillende bronnen een berekening gemaakt van de uitvoeringskosten als gevolg van de invoering van de wet. In het rapport worden scenario’s gepresenteerd.

Aard en omvang van illegale kansspelen in Nederland

In het afgelopen jaar deden een miljoen Nederlanders tussen de 15 en 65 jaar mee aan illegale kansspelen. Bij de onderzochte illegale kanspelen (internetkansspelen, illegale poker, illegale bingo, illegale lotto/toto en gokzuilen) wordt jaarlijks meer dan 240 miljoen euro ingezet. Internetkansspelen trekken de meeste spelers en de hoogste inzet.

Evaluatie buurtnetwerken Assen

Regioplan heeft in opdracht van de gemeente Assen de signaleringsfunctie die werd vormgegeven in zogenaamde buurtnetwerken beoordeeld in relatie tot de vorming van het nieuwe Centrum voor Jeugd en Gezin. Het doel van deze beoordeling was om er zeker van te zijn dat het signaleren van problemen bij jeugdigen en gezinnen in de buurten en wijken op een goede manier zou worden geborgd in de structuur van het nieuwe CJG in Assen.
Wij hebben geadviseerd om een duidelijker onderscheid te maken tussen de signaleringsfunctie van de zogenaamde vindplaatsorganisaties en de signaleringsfunctie van de professionele hulpverleners. Vermenging van deze twee in één structuur is onvoldoende effectief.