Kernwoord: Handhaving
Het doel van handhaving is een betere naleving van de wetten en regels. Dit gebeurt in de eerste plaats door burgers en bedrijven duidelijk te maken wat de regels zijn. Daarnaast controleren bijvoorbeeld provincies, gemeenten en inspectiediensten of de regels worden nageleefd. Regioplan ondersteunt de verschillende partijen bij de uitwerking van het handhavingsbeleid met praktijkgericht onderzoek en advies. Regioplan heeft verschillende onderzoeken gedaan naar regelovertreding en evalueerde diverse experimenten in het kader van de Stimuleringsregeling Hoogwaardig Handhaven.
Actueel bestemd anno 2010
De gemeente Soest heeft naar aanleiding van een rekenkamercommissieonderzoek in 2007 een plan van aanval opgesteld om de bestemmingplannen te actualiseren. Regioplan heeft een opvolgingsonderzoek uitgevoerd dat er op was gericht na te gaan of dat plan is uitgevoerd en of de actualisering van de bestemmingsplannen op schema ligt.
Geconstateerd is dat de planning van het plan van aanval niet is gehaald en de beschikbaar gestelde gelden tot onvoldoende resultaat hebben geleid. Daarnaast zijn meerdere bestemmingsplannen pas na de overgangstermijn van 2013 gereed, waardoor legesderving en rechtsongelijkheid optreden. Het college van B&W neem de conclusies van het rapport ter harte.
Dynamics of Arcades in the Netherlands: Developments in Legislation, Policy, and Practice
In 2009 deden Bob van Waveren en Ad Schreijenberg in opdracht van het College van toezicht op de kansspelen onderzoek naar de ontwikkeling van speelautomatenhallen in Nederland. In het tijdschrift Gaming Law Review and Economics schrijven de onderzoekers over hun bevindingen. Ze staan stil bij de Nederlandse kansspelwetgeving, de (omzet)ontwikkeling van speelautomatenhallen, het gemeentelijk kansspelbeleid en gokverslaving.
Bij dreiging ingrijpen. De Wet tijdelijk huisverbod in de praktijk.
In het tijdschrift Justitiële Verkenningen schreven onderzoekers Katrien de Vaan en Ad Schreijenberg een artikel over het tijdelijk huisverbod. Zij gaan in het artikel in op het instrument, de wijze waarop het in de praktijk wordt toegepast en het hulpverleningstraject dat volgt na het huisverbod.
Detachering: Indicatoren van arbeidsmarktfraude
Regioplan heeft personele ondersteuning geleverd (detachering) aan de SIOD bij het in kaart brengen van indicatoren van arbeidsmarktfraude. Regioplan voerde een literatuurstudie uit, interviewde vakbonden, werkgevers- en werknemersorganisaties en was betrokken bij de organisatie en uitvoering een Group Decision Room (versnellingskamer). De opdracht had betrekking op arbeidsmarktfraude in drie sectoren: de bouw, land- en tuinbouw en de schoonmaak.
Deze opdracht vloeide voort uit twee amendementen van Spekman c.s. die bij de behandeling van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2010) zijn aangenomen. In het kader van één van deze amendementen doet de SIOD onderzoek om indicatoren van arbeidsmarktfraude te identificeren. Deze indicatoren gebruikt de SIOD vervolgens voor de ontwikkeling van een risicomodel. Met behulp van zo’n risicomodel is de Arbeidsinspectie in staat om efficiënter te handhaven in de strijd tegen uitbuiting van werknemers, onveilige werksituaties en illegale arbeid.
Deze opdracht heeft niet geresulteerd in een openbare publicatie.
De pakkans vergroot: evaluatie van de pilot gepercipieerde pakkans in Tilburg
De maatregelen uit het (landelijke) Plan van Aanpak Verhogen Pakkans hebben waarschijnlijk een positief effect op de gepercipieerde pakkans van jongeren. Dat blijkt uit de evaluatie van de pilot waarin deze maatregelen werden getest. Regioplan voerde deze evaluatie uit in opdracht van het WODC. Nog niet alle maatregelen uit het plan worden echter uitgevoerd op een wijze waarvan is aangetoond dat deze effectief is. Hier is nog een aantal verbeteringen mogelijk. Succesfactoren zijn er echter ook: de inzet van het Zorg- en Veiligheidshuis, het inbedden van de maatregelen in de reguliere aanpak en de nauwe samenwerkingsrelatie tussen de betrokken partijen.
Beleidsmonitor Witwassen
In verschillende evaluaties is vastgesteld dat de bestrijding van witwassen in Nederland nog de nodige gebreken vertoont. Om tot verbetering te komen is meer inzicht in de prestaties van de organisaties in de handhavingsketen en in de inzet van middelen gewenst. Een beleidsmonitor witwassen zou moeten helpen om de prestaties inzichtelijk te maken. Hiermee moeten de verantwoordelijke ministeries van Financiën en van Veiligheid en Justitie (VenJ) beter in staat zijn regie te voeren en doelmatiger te sturen op prestaties.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van VenJ heeft aan Regioplan Beleidsonderzoek opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren met als primaire doelstelling het ontwikkelen van een beleidsmonitor witwassen. Bijgaande publicatie vormt een weergave van de zoektocht naar een zinvolle invulling van de beleidsmonitor witwassen.
Beslagleggen over de grens
Praktisch en verkennend onderzoek naar mogelijkheden en onmogelijkheden om in het kader van bijstandsfraude beslag te leggen op in het buitenland aanwezig vermogen van (ex-)bijstandsgerechtigden.
De beslagmogelijkheden zijn verkend voor de volgende buitenlanden: Aruba, België, Bosnië & Herzegovina, Duitsland, Frankrijk, Kroatië, Marokko, Nederlandse Antillen, Polen, Rusland, Servië, Suriname, Turkije en het Verenigd Koninkrijk.
Regioplan heeft het onderzoek in samenwerking met Holland Van Gijzen Advocaten & Notarissen en Ernst & Young Belastingadviseurs uitgevoerd. Het
Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) van het UWV was de opdrachtgever.
Deze publicatie is niet openbaar. Hieronder vindt u een artikel dat over dit onderzoek is verschenen.
Borging in beweging: stand van zaken hoogwaardig handhaven WWB 2010
Regioplan deed onderzoek naar de mate waarin begin 2010 het concept Programmatisch Handhaven is verankerd en geborgd in de gemeentelijke beleids- en uitvoeringspraktijk van de WWB. Het onderzoek was een vervolg op een nulmeting die in 2007 is uitgevoerd.
Regioplan heeft in kaart gebracht wat gemeenten hebben gerealiseerd met de 36 miljoen euro die eenmalig is toegevoegd aan het gemeentefonds om de borging en verankering en te stimuleren, en in welke mate deze subsidie heeft dit bijgedragen aan de ambities van het bestuursakkoord tussen het ministerie van SZW en de VNG. Ook heeft deze 1-meting aanknopingspunten opgeleverd voor verbetering van de uitvoeringspraktijk van gemeenten en aanbevelingen voor het Handhavingsprogramma 2011-2014.
Uit het onderzoek blijkt dat het Programmatisch Handhaven ten opzichte van 2007 verder is verankerd is in de gemeentelijke beleidscyclus. Voor de verdere ontwikkeling vragen twee aspecten om aandacht, te weten de positie van de uitvoerders ten aanzien van het Programmatisch Handhaven en de samenwerking in de keten van Werk en Inkomen.
Evaluatie stimuleringsregeling intensivering opsporing en controle
De TSIOC-Abw was van kracht van 3 mei 2003 tot en met 2010 en bevatte drie tijdelijke subsidieregelingen voor gemeenten. Om te beslissen over een voortzetting van de regeling na 2010 heeft het ministerie van SZW Regioplan de opdracht gegeven om de TSIOC te evalueren. De kernvraag hierbij is of er nog noodzaak bestaat om gemeenten financieel of facilitair te ondersteunen bij de uitvoering van het gemeentelijk handhavingsbeleid bij de uitvoering van de bijstandswetten.
Het rapport heeft mede geleid tot de beslissing om de regeling niet na 2010 te verlengen. De regeling past niet in de systematiek van de WWB, omdat de regeling de financiële prikkel wegneemt om zelf prioriteiten ten aanzien van de apparaatskosten te stellen.
Evaluatie Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan: kennis over effectiviteit
Regioplan evalueerde in opdracht van het WODC de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU). De KVU is een initiatief van het ministerie van Justitie, dat in 2005 overgedragen is aan het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), dat hierin samenwerkt met Koninklijke Horeca Nederland (KHN).
Het onderzoek naar de KVU heeft tot doel om zicht te geven op condities voor een effectief veilig-uitgaansbeleid en op de mate waarin de huidige KVU daaraan voldoet. Daarmee moet duidelijker worden of de KVU in zijn huidige opzet – een landelijk beleidsprogramma met landelijk georganiseerde ondersteuning en uitwerking door lokale partners – effectief kan zijn en waar mogelijke verbeterpunten liggen.
Bezien naar de drie invalshoeken voor effectief veilig-uitgaansbeleid (effectieve landelijke ondersteuning, effectieve samenwerking, effectieve interventies) moet worden geconcludeerd dat de onderzochte KVU-praktijk slechts in beperkte mate aan de condities voor veilig-uitgaansbeleid voldoet. Er is te weinig zicht op de effectiviteit van de ingezette maatregelen, er zijn aspecten van samenwerking die afbreuk doen aan effectiviteit (verschil in doelen en belangen, beperkte intensiteit/frequentie overleg, beperkte hiërarchie, gebrek aan kennis over effectiviteit) en de landelijke ondersteuning is niet zodanig ingericht dat de effectiviteit van de lokale uitvoering wordt bevorderd (anders dan de samenwerking als zodanig). Bij deze conclusie moet worden aangetekend dat de onderzochte praktijk betrekking heeft op KVU’s die in 2008 of eerder zijn ingezet.