Wet werk en bijstand: cliënten aan het woord

Het evaluatieprogramma van de Wet werk en bijstand is deels gericht op het perspectief van cliënten: hoe worden zij ondersteund door de WWB? Hoe beïnvloedt dit hun handelen? Hoe beoordelen zij dit alles? Regioplan heeft in opdracht van het ministerie van SZW gesproken met circa 300 huidige cliënten en mensen die recent de bijstand hebben verlaten. Ook is gesproken met mensen die een aanvraag voor bijstand deden maar deze niet kregen en met niet-uitkeringsgerechtigden die ondersteuning kregen bij hun terugkeer naar de arbeidsmarkt. De helft van de respondenten toont zich in het algemeen tevreden met de WWB, zowel met de wet als zodanig als met de gemeentelijke uitvoering. Als het gaat om de inkomensondersteuning geven respondenten aan te krijgen waar men recht op heeft. Bij gebrek aan een alternatief is men ook content met het bestaan van de bijstandswet, maar men vindt de geboden inkomensondersteuning bepaald krap en mist node de mogelijkheden om bijverdiensten te kunnen houden. Het ontbreken daarvan demotiveert hen om betaald werk aan te pakken. Men voelt zichzelf verantwoordelijk om weer aan het werk te gaan en zodoende op eigen benen te staan. In de gevallen waarin het nemen van die eigen verantwoordelijkheid (nog) niet als realistisch wordt beschouwd, spelen vooral medische en psychische belemmeringen een rol. Vrijwel iedereen die een activeringsaanbod van de gemeente krijgt, accepteert dit aanbod. Over deze trajecten is men redelijk tevreden. In ongeveer de helft van de gevallen oordeelt men positief. Als men niet positief is, wordt meestal het maatwerk gemist: men kwalificeert de trajecten als standaardproducten die niet goed aansluiten bij de capaciteiten of wensen van de respondenten. Er blijkt een breed draagvlak te bestaan voor de handhavingaspecten. Men vindt het logisch en terecht dat aan de uitkering tegenprestaties zijn verbonden, al is het niet altijd makkelijk om daaraan te voldoen. Aan cliënten is gevraagd of zij zelf verwachten weer uit de bijstand te geraken en zo ja, op welke termijn. Een kwart van hen denkt binnen een jaar weer op eigen benen te staan, 35 procent denkt daar langer over te doen. Veertig procent van de cliënten blijkt zelf niet meer te verwachten ooit nog uit de bijstand te komen. Zij berusten daarin. Op basis van deze verwachting is een klanttypering opgesteld.

Shared Service Centres bij de overheid: kansen en succesfactoren

Hoe positief zijn de ervaringen met Shared Service Centres (SSC’s) bij overheid en onderwijs? Is SSC-vorming méér dan de zoveelste hype op het gebied van modern overheidsbestuur? Welke meerwaarde wordt gerealiseerd en onder welke voorwaarden blijken SSC’s te werken? Regioplan onderzocht in opdracht van Ernst & Young de praktijk van SSC’s bij ministeries, provincies, gemeenten en onderwijsinstellingen door middel van een uitgebreide enquête en een aantal casestudies. Onder een SSC verstaan wij een bundeling van taken (vaak op gebieden als Financiën, I&A, of P&O), waarbij tussen het SSC als leverancier van deze taken en de afnemer een opdrachtgever/opdrachtnemerrelatie wordt gecreëerd.

De bijstand beleefd. Onderzoek naar de beleving door (ex-) cliënten van het landelijk beleid Bijstand en Werk tijdens de Abw

Bij de evaluatie van de Abw in 1999 is de beleving van bijstandscliënten onderbelicht gebleven. Om die reden heeft Regioplan een representatief onderzoek gedaan naar de beleving door zowel cliënten als ex-cliënten van het landelijke Abw-beleid in de periode 2002-2003 en het daaraan flankerende beleid. In het onderzoek is ook aandacht besteed aan dak- en thuislozen met een bijstandsuitkering. Het onderzoek is een nulmeting en maakt het mogelijk om te zijner tijd vergelijkingen te maken tussen de cliëntbeleving van WWB en Abw. Hoofdconclusie is dat cliënten over het algemeen redelijk positief oordelen over het gevoerde beleid. Ook blijken zij redelijk goed op de hoogte van het landelijk beleid. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Cliëntenparticipatie bij gemeenten

Onderzoek naar de manier waarop gemeenten cliëntenparticipatie op het terrein van lokale sociale zekerheid momenteel vormgeven (cliëntenraad, klantenonderzoeken et cetera). Ook is gemeenten gevraagd naar hoe zij de cliëntenparticipatie in de toekomst zien.

Ledenonderzoek Kappersbond FNV/FNV Schoonheidsverzorging

In 2000 heeft de (toenmalige) Kappersbond FNV een onderzoek laten uitvoeren onder (ex-)leden naar het imago en de dienstverlening van de bond. In 2004 heeft de Kappersbond FNV/FNV schoonheidsverzorging Regioplan gevraagd te bekijken in hoeverre de doelstellingen, die mede naar aanleiding van het onderzoek zijn geformuleerd, waren behaald. Hiernaast werd expliciet aandacht besteed aan de CAO en de door de achterban gewenste inzet bij de komende CAO-onderhandelingen (binnen de afspraken over de nullijn uit het najaarsoverleg). De resultaten van het onderzoek hebben duidelijke handvatten geboden voor een sterkere positionering van de Kappersbond onder leden en potentiële leden. Het rapport mag niet openbaar gemaakt worden.

Klanttevredenheidsonderzoek Breed Platform Verzekerden en Werk

In opdracht van het Breed Platform Verzekerden en Werk (BPV&W) heeft Regioplan Beleidsonderzoek samen met Cap Gemini Ernst&Young het werk van het BPV&W geëvalueerd. De evaluatie bestaat uit twee delen: een onderzoek naar het oordeel van de elf organisaties binnen het platform en een klanttevredenheidsmeting. Regioplan heeft de klanttevredenheidsmeting uitgevoerd. Klanten van het BPV&W is naar hun mening gevraagd over de telefonische helpdesk, de website en het schriftelijk informatiemateriaal. Daarbij is ook de relatie van het BPV&W met zes zelforganisaties onderzocht.

Klantmeting voorlichtingsbijeenkomst UWV

UWV organiseert in enige regelmaat voorlichtingsbijeenkomsten voor specifieke klantgroepen. In deze bijeenkomsten wordt telkens ingegaan op een aantal specifieke onderwerpen, zoals de toepassing van nieuwe wet- en regelgeving. Om de kwaliteit van het instrument ‘voorlichtingsbijeenkomst’ te verbeteren, heeft Regioplan begin 2004 een telefonische enqûete gehouden onder bezoekers van de in het najaar van 2003 gehouden voorlichtingsbijeenkomsten voor accountants en grote werkgevers. Het onderzoek heeft UWV een aantal praktische verbeterpunten opgeleverd voor bijeenkomsten die zij in de toekomst gaat organiseren.

Deze publicatie is niet openbaar.

KCC UWV

UWV heeft een Klanten Contact Centrum (KCC) ingericht in Noord-Nederland. Indien klanten van UWV problemen of vragen hebben over de uitkering dan kunnen zij contact opnemen met het KCC. Regioplan heeft het afgelopen jaar zes klantmetingen uitgevoerd onder klanten die met KCC gebeld hadden. Op basis van de bevindingen uit deze metingen kon KCC haar dienstverlening na elke meting aanpassen en verbeteren.

Deze publicatie is niet openbaar.

Evaluatie van Actal

Het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) beoogt een cultuuromslag te bewerkstelligen in het ‘denken en doen’ van regelgevers over de administratievelastendruk. Regioplan heeft voor Actal in 2002 een impactonderzoek uitgevoerd, om te bepalen in welke fase deze cultuuromslag zich bij de verschillende departementen bevindt. In 2003 heeft Regioplan in aansluiting daarop een evaluatieonderzoek uitgevoerd. Hierin is zowel ingegaan op het functioneren van de interne organisatie en de uitvoering van de adviestaken, als op de resultaten en invloed (de impact) van de advieswerkzaamheden van Actal. De evaluatie is op 21 maart 2003 aangeboden aan kabinet en parlement.

Eindevaluatie ouderenmonitor FNV 2005

Regioplan heeft in 2005 de eindmeting vericht voor de ouderenmonitor van de FNV. In deze eindmeting is onderzocht in hoeverre een aantal doelstellingen uit het businessplan ‘Voor het vakbondswerk voor ouderen in de FNV en bonden’ gehaald zijn. Uit de evaluatie blijkt dat de meeste doelstellingen nog niet geheel zijn bereikt. Wel is het zo dat in vergelijking met eerdere metingen uit 2004 en 2000, de oudere leden in 2005 de dienstverlening positiever beoordelen. De beoordeling van de individuele dienstverlening in 2005 is met een gemiddeld rapportcijfer van 7,3 hoger dan de beoordeling in 2004 (gemiddeld rapportcijfer 6,8) en 2000 (gemiddeld 6,9).