Samenwerken aan de aanpak van stalking: Vakmiddag, training en webinar

In opdracht voor het Expertisecentrum huiselijk geweld en kindermishandeling hebben wij de afgelopen maanden samengewerkt om kennis te verspreiden over de aanpak van stalking. We hebben een training, webinar en een sessie op de vakmiddag over de aanpak van stalking mogen geven aan een breed scala aan professionals in de regio Hart van Brabant.

In alle gesprekken die wij hebben herhalen we elke keer dat de aanpak van stalking een gemeenschappelijk opdracht is waarbij snel, sensitief en adequaat handelen van veel verschillende partijen nodig is. Goede samenwerking is dus essentieel!

Onze collega Romy van den Dungen en Philomenia Arissen werden geïnterviewd door het Expertisecentrum huiselijk geweld en kindermishandeling over het belang van het delen van kennis en de behoeftes van slachtoffers en plegers. In dit interview gaven zij de volgende belangrijke acties aan:

  • Zorg voor voldoende kennis over stalking;
  • Stel per organisatie een vast contactpersoon aan voor slachtoffer/pleger;
  • Maak afspraken over behoud van overzicht en procesbewaking;
  • Herken stalking vroegtijdig.

In de training die Romy en Philomenia geven staat de vraag ‘Wat kan je morgen anders doen?’ centraal. Want deze kleine stappen maken vaak al een grote impact! Heb je interesse in de training voor jouw organisatie? Neem dan contact op met Romy via romy.van.den.dungen@regioplan.nl

Benieuwd naar het gehele interview? Lees hier het complete interview.

Kijk hier het webinar terug, of meld je aan voor de training in de regio Hart van Brabant!

 

Actieonderzoek Criminele uitbuiting

Samen met de gemeente Utrecht, CoMensha, Veilig Thuis en Moviera werkten wij in een actieonderzoek aan het verbeteren van de signalering, melding en opvolging van criminele uitbuiting. Het traject leverde concrete inzichten en aanbevelingen op om de samenwerking te versterken.

In Utrecht werken verschillende ketenpartners samen om criminele uitbuiting te signaleren, melden en op te volgen. In dit actieonderzoek, uitgevoerd in opdacht van de gemeente Utrecht, is verkend hoe deze samenwerking kan worden versterkt, zodat signalen sneller worden opgepakt en slachtoffers betere en passender ondersteuning krijgen. Daarbij was er speciale aandacht voor jongeren tot 23 jaar.

Criminele uitbuiting is vaak lastig te herkennen, mede doordat slachtofferschap en daderschap soms door elkaar lopen. De gemeente Utrecht, CoMensha, Veilig Thuis en Moviera onderzochten daarom in een lerend en reflectief proces, begeleid door Regioplan, welke verbeterkansen er zijn voor signaleren, melden, opvolgen en samenwerken. Binnen de werkgroep formuleerden de partners gezamenlijke leer- en onderzoeksvragen, voerden acties uit en reflecteerden op de opbrengsten. Zo werd, onder andere, het beschikbare hulpaanbod in kaart gebracht, een focusgroep georganiseerd om ontbrekend aanbod en verbeterkansen te bespreken en de pilottraining voor het signaleren van criminele uitbuiting geëvalueerd. In deze pilot werden zestien organisaties – waaronder jeugdhulpverlening, verslavingszorg, maatschappelijke opvang en verstandelijk gehandicaptenzorg – getraind om signalen van criminele uitbuiting beter te herkennen en te weten hoe deze te melden

De uitkomsten laten zien dat trainingen bijdragen aan bewustwording, maar dat structurele borging nodig is om kennis levend te houden. Ook blijken duidelijke meldstructuren en een betere afstemming tussen partners belangrijk voor het effectiever oppakken van signalen. Het aanstellen van aandachtsfunctionarissen, het versterken van samenwerking met onder meer scholen en politie, en het verder ontwikkelen van uitstapprogramma’s en juridisch advies voor slachtoffers worden gezien als kansrijke vervolgstappen.

Evaluatie Handhaving van het verbod op seksuele intimidatie in het openbaar

In lijn met de maatschappelijke tendens om stevig grenzen te stellen aan seksueel grensoverschrijdend gedrag, werd op 1 juli 2024 het verbod op seksuele intimidatie in het openbaar van kracht. Samen met de Open Universiteit evalueert Regioplan de handhaving van dit verbod.

De afgelopen jaren is er veel veranderd in de opvattingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Dat heeft geleid tot aanscherping van de wetgeving op dit vlak. Onderdeel daarvan is de strafbaarstelling, per 1 juli 2024, van seksuele intimidatie in het openbaar.

Handhaving van dit verbod gebeurt door de politie. In een aantal zogenaamde ‘koplopergemeenten’ worden daarnaast ervaringen opgedaan met handhaving door buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). Beide vormen van handhaving zijn het komende jaar onderwerp van een evaluatie door Regioplan en de Open Universiteit. Daarbij staat de vraag centraal hoe de handhaving in de praktijk verloopt, welke resultaten dat oplevert en of de handhaving effectief is. Specifiek voor de handhaving door boa’s wordt onderzocht aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan om in de toekomst handhaving van dit verbod door boa’s ook in andere gemeenten in te kunnen voeren.

De uitkomsten van de evaluatie worden medio 2026 verwacht.

 

Evaluatie Handhaving van het verbod op seksuele intimidatie in het openbaar

Achtergrond

De afgelopen jaren is er veel veranderd in de opvattingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Dat heeft geleid tot aanscherping van de wetgeving op dit vlak. Onderdeel daarvan is de strafbaarstelling, per 1 juli 2024, van seksuele intimidatie in het openbaar. Handhaving van dit verbod gebeurt door de politie. In een aantal zogenaamde ‘koplopergemeenten’ worden daarnaast ervaringen opgedaan met handhaving door buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s).

Het onderzoek

Beide vormen van handhaving zijn het komende jaar onderwerp van evaluatie door Regioplan en de Open Universiteit. Daarbij staat de vraag centraal hoe de handhaving in de praktijk verloopt, welke resultaten dat oplevert en of de handhaving effectief is. Specifiek voor de handhaving door boa’s wordt onderzocht aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan om in de toekomst handhaving van dit verbod door boa’s ook in andere gemeenten in te kunnen voeren.

De uitkomsten van de evaluatie worden medio 2026 verwacht.

Evaluatie Bibob-beleid provincie Noord-Holland

Gemeenten hebben de mogelijkheid om hun Bibob-beleid aan te passen op lokale behoeften, waardoor ze de eigen integriteit beschermen tegen het faciliteren van criminele activiteiten. Hierdoor kan het Bibob-beleid per gemeente verschillen, evenals in de provincie Noord-Holland.

In 2019 heeft de provincie Noord-Holland een onderzoek uitgevoerd naar de toepassing van Wet Bibob door middel van een vragenlijst onder de gemeenten. De resultaten van dit onderzoek hebben geleid tot aanbevelingen. Inmiddels is de Wet Bibob in 2020 en in 2022 gewijzigd, waardoor onder andere de reikwijdte van de wet is verruimd.

Regioplan heeft onderzoek gedaan naar het Bibob-beleid in de gemeenten van de provincie Noord-Holland. Hierbij is getoetst of de wetswijzigingen uit 2020 en 2022 zijn doorgevoerd en is onderzocht welke ontwikkelingen de aanbevelingen uit 2019 hebben opgeleverd. Zo is inzichtelijk gemaakt in hoeverre de gemeenten in de provincie Noord-Holland de Wet Bibob uitvoeren en waarin de gemeenten bij de uitvoering van de Wet Bibob kunnen worden ondersteund, door bijvoorbeeld het RIEC of het LBB.

Meer weten over wat wij met een evaluatie kunnen betekenen voor uw eigen gemeente of provincie? Neem dan gerust contact op met Coco Bastiaansen.

Evaluatie verruiming Wet Finec

De Wet Finec is in 2015 ingevoerd om de maatschappelijke schade van financieel-economische criminaliteit te verminderen door de aantrekkingskracht die uitgaat van deze vorm van criminaliteit te beperken. Wij evalueerden deze wet in opdracht van het Wetenschappelijke Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).

De Wet Finec houdt een wijziging in van tien onderdelen in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op economische delicten (WED). Deze verruimingen richten zich op het vergroten van de pakkans door het verbeteren van de opsporingsmogelijkheden, het verminderen van de ‘winstgevendheid’, en het verhogen van de maximumstraffen en de verruiming van de strafbaarstelling van vormen van financieel-economische criminaliteit.

Binnen dit onderzoek evalueerden we de uitvoering, de effectiviteit en het doelbereik van de tien verruimingen in de Wet Finec. Uit de evaluatie blijkt dat de verruimingen positieve toevoegingen zijn aan de mogelijkheden om financieel-economische criminaliteit aan te pakken omdat de opsporingsmogelijkheden wettelijk zijn vergroot. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de verruimingen gaan om specifieke casuïstiek en relatief weinig voorkomende delicten, zoals ambtelijke en niet-ambtelijke corruptie. Ondanks de toegevoegde waarde, zorgt dit er wel voor dat de invloed van de meeste verruimingen op het verminderen van financieel-economische criminaliteit beperkt is.

Meer weten? Lees dan het eindrapport of neem contact op met Coco Bastiaansen.

Nationale Drug Monitor 2025

De Nationale Drug Monitor (NDM) geeft inzicht in de actuele kennis over drugscriminaliteit, middelengebruik en strafbaar gedrag en wetgeving en beleid daaromtrent. Al sinds 2020 levert Regioplan een bijdrage aan deze onderdelen van de NDM door diverse bronnen te verzamelen, deze te analyseren en daarover te rapporteren. Zo ontstaat inzicht in de grote stroom aan informatie op dit thema.
Er wordt veel verschillende informatie verzameld over drugscriminaliteit, middelengebruik en daaraan gerelateerd strafbaar gedrag. Ook groeit de kennis over dit onderwerp door nieuw (wetenschappelijk) onderzoek. Beleidsmakers en andere professionals zijn gebaat bij een actueel overzicht van en inzicht in deze grote stroom aan informatie. Daarom updaten we tweemaal per jaar het overzicht van actuele informatie in de NDM. De meest actuele informatie is te vinden op de website.

Meerdere onderdelen

We leveren een bijdrage aan de updates van verschillende onderdelen van de NDM. Het gaat om de onderdelen over drugscriminaliteit en aan middelengebruik gerelateerd strafbaar gedrag (Hoofdstuk 16 en 17). Sinds 2023 zijn daar de onderdelen over wetgeving, beleid en preventie rondom drugs en criminaliteit bijgekomen (Hoofdstuk 2). In 2025 hebben we daarnaast voor het eerst de tekst uit deze hoofdstukken herschreven. Tot slot leveren we een bijdrage aan de producten voor de European Monitoring Centre for Drugs en Drug Addiction (EMCDDA).

Doorlopend onderzoek

Voor de updates van de onderdelen van de NDM verrichten we doorlopend onderzoek. Daarvoor verzamelen, analyseren en rapporteren we informatie uit verschillende bestaande registraties en bronnen. Denk bijvoorbeeld aan registraties van de politie, reclassering, Dienst Justitiële Inlichtingen (DJI) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Ook organiseren we duidingssessies met experts uit de strafrechtketen en wetenschap. Zo verrijken we de cijfers met ervaringen en expertise uit de praktijk en wetenschap.
Het onderzoek voor de Nationale Drug Monitor voeren we uit in opdracht van Wetenschappelijke Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Het Trimbos-Instituut produceert de NDM als geheel.

Update criminaliteitsonderdelen Nationale Drug Monitor (NDM)

De Nationale Drug Monitor (NDM) geeft jaarlijks inzicht in de actuele trends en cijfers rondom drugscriminaliteit, middelengebruik en daaraan gerelateerd strafbaar gedrag. Vandaag is weer een update van deze onderdelen – met bijbehorende factsheet – verschenen.

De factsheet van de Nationale Drug Monitor (NDM) geeft in één oogopslag inzicht in de actuele cijfers en ontwikkelingen op het gebied van drugscriminaliteit, strafbaar gedrag dat aan middelengebruik is gerelateerd, en de wetgeving en het beleid op dit gebied.

Actuele ontwikkelingen

De factsheet besteedt aandacht aan drie actuele ontwikkelingen:
– de afname in geregistreerde softdrugsproblematiek;
– minder strafrechtelijke afdoeningen van Opiumwetzaken;
– CBR-maatregelen voor alcohol in het verkeer zijn bijna op het niveau van voor de coronapandemie.

Het onderzoek voor de Nationale Drug Monitor voeren we twee keer per jaar uit in opdracht van Wetenschappelijke Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Het Trimbos-Instituut produceert de NDM als geheel.

Wil je meer informatie?

Lees dan de factsheet (met daarin meer informatie over de belangrijkste ontwikkelingen) en/of de notitie met opbrengsten van de groepsgesprekken.

Of neem contact op met Luna van Dijk en Katrien de Vaan.

Publicatie van de geactualiseerde handreiking ter preventie van schoolaanslagen

In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft Regioplan in samenwerking met Birgit Pfeifer (Windesheim Hogeschool) en Jaap Timmer (Vrije Universiteit Amsterdam) de handreiking geactualiseerd die we in 2011 maakten. In de handreiking geven we directie en personeel van onderwijsinstellingen handvatten ter preventie van schoolaanslagen. De tips en aanbevelingen zijn ook breder relevant om te werken aan schoolveiligheid en in de omgang met de ontwikkeling van zorgelijk gedrag bij een jongere.

Voor de geactualiseerde versie hebben we de eerdere handreiking bondiger en leesbaarder gemaakt, gebruikt gemaakt van actuele bronnen en meer aandacht besteed aan sociale media. Ook hebben we verschillende experts gesproken die hun inzichten en praktische tips met ons deelden. In de actuele versie hebben we bovendien handzame zakkaarten toegevoegd die directieleden en medewerkers kunnen gebruiken om in een oogopslag te zien wat zij kunnen doen ter preventie van schoolaanslagen.

Lees hier de geactualiseerde handreiking!

 

Actualisering handreiking schoolaanslagen

Wat kan je als directie of medewerker van een onderwijsinstelling doen ter preventie van een schoolaanslag? Deze vraag staat centraal in de handreiking die Regioplan, samen met onderzoekers van Windesheim Hogeschool en Vrije Universiteit Amsterdam ontwikkelden in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daarvoor actualiseerden we de handreiking die wij eerder maakten in 2011.

In vergelijking met de oorspronkelijke versie, is de geactualiseerde versie van de handreiking praktijkgerichter, meer gefocust, bondiger geschreven en is er meer aandacht voor sociale media. Ook maakten we gebruik van actuele bronnen. In de geactualiseerde versie hebben we bovendien handzame zakkaarten toegevoegd die directieleden en medewerkers kunnen gebruiken om in een oogopslag te zien wat zij kunnen doen ter preventie van schoolaanslagen.