Werkveld: Veiligheid en recht
Een verkennend onderzoek naar ouderenmishandeling
De verkenning beschrijft de zorg van hulpverleners en deskundigen over een toename van oudermishandeling. Dit tegen de achtergrond van de vergrijzing en het groeiend aantal ouderen dat aangewezen is op de (mantel)zorg. Uit de gesprekken die Regioplan voerde met hulpverleners en deskundigen blijkt dat het onderwerp meer aandacht verdient: ouderenmishandeling blijft vaak voor de buitenwacht verborgen en is verstoken van een effectieve aanpak. De onderzoekers constateren onder meer dat hulpverleners vaak niet voldoende geëquipeerd zijn om signalen van ouderenmishandeling te herkennen en dat de registratiewijze van de meldpunten voor ouderenmishandeling vaak nog tekort schiet.
Eindevaluatie Herstelbemiddeling
Sinds 1997 wordt het experimentele project Herstelbemiddeling uitgevoerd. Daders en slachtoffers van (vaak ernstige) delicten worden op vrijwillige basis bij elkaar gebracht, met als doel de bevordering van leed- en schuldverwerking. Het project is een samenwerkingsverband van Reclassering en Slachtofferhulp en wordt gefinancierd door het Ministerie van Justitie. Regioplan heeft het project geëvalueerd. Er is onderzocht in hoeverre Herstelbemiddeling bij potentiële verwijzers bekend is en gewaardeerd wordt, welke resultaten er bij de (pogingen tot) bemiddeling tussen daders en slachtoffers zijn behaald en in welke organisatorische vorm Herstelbemiddeling na de projectfase zou kunnen worden voortgezet. De uitkomsten van de evaluatie worden gebruikt bij de besluitvorming over de toekomst van Herstelbemiddeling.
Evaluatie Arbo-wet inzake seksuele intimidatie agressie en geweld en pesten op het werk
In 1994 is de Arbeidsomstandighedenwet aangepast. Sindsdien zijn werkgevers verplicht werknemers te beschermen tegen seksuele intimidatie en agressie en geweld. Bovendien moeten werknemers klachten over ongewenst gedrag op het werk in vertrouwen kunnen melden. Sinds 1994 is er tevens toenemende aandacht voor pesten op het werk. Regioplan evalueerde dit deel van de Arbowet.
Evaluatie Wet voorwaardelijke sancties en Wet rechterlijke vrijheidsbeperkende maatregelen
In 2012 zijn de Wet voorwaardelijke sancties (Wvs) en Wet rechterlijke vrijheidsbeperkende maatregelen (Wvm) in werking getreden. Wat was het doel van deze wetten en zijn die doelen gehaald?
De gedachte achter de Wvs
De gedachte achter de Wvs is dat korte gevangenisstraffen niet bijdragen aan vermindering van recidive, omdat de detentie te kort duurt om effectieve interventies in te zetten. Bij een voorwaardelijke sanctie met bijzondere voorwaarden, met een gevangenisstraf als stok achter deur, zijn recidivebeperkende interventies wel mogelijk, bijvoorbeeld een GGZ-behandeling. Door de Wvs wordt maatwerk mogelijk gemaakt op basis van een persoonsgerichte benadering. De bijzondere voorwaarden zijn verder geconcretiseerd, zodat de reclassering meer houvast krijgt bij het toezicht op de naleving van de voorwaarden.
De Wvs voorziet in een behoefte, maar de uitvoering kan nog beter
Uit het onderzoek blijkt dat de Wvs in een behoefte voorziet en dat de beoogde voorwaarden voor gedragsverandering en recidivevermindering in de praktijk worden gerealiseerd. De verankering van de bijzondere voorwaarden heeft geleid tot een verbetering in de uitvoeringspraktijk. Wat minder uit de verf komt, zijn de dadelijke tenuitvoerlegging van de bijzondere voorwaarden (dus onmiddellijk na het vonnis in eerste aanleg) en de snelle en daadkrachtige reactie op overtreding van de voorwaarden.
Wat houdt de Wvm in?
De Wvm voorziet in het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals een locatie-, een gebieds- of een contactverbod. Dit gebeurt niet als voorwaarde bij een voorwaardelijke straf, maar als een zelfstandige maatregel. Als een veroordeelde zich niet aan de maatregel houdt, kan een vervangende hechtenis ten uitvoer worden gelegd. Dit kan zo nodig steeds opnieuw, zolang de maatregel duurt.
De Wvm is vooral voor bijzondere situaties
De Wvm is een weinig toegepaste maatregel. Enerzijds is dit logisch, omdat het een maatregel voor bijzondere situaties is, waarin (andere) sancties niet passend worden geacht. Anderzijds hangt het lage aantal toepassingen mogelijk ook samen met de relatieve onbekendheid van deze sanctiemogelijkheid en (daaraan gerelateerd) het beperkte zicht op de meerwaarde van de Wvm.
Meer weten?
Op de projectpagina vindt u het volledige onderzoeksrapport.
Voor vragen kunt u contact opnemen met Ger Homburg.
drs. Katrien de Vaan
Beleid is een instrument om maatschappelijke idealen te realiseren en verandering te weeg te brengen. Geen doel op zich, maar een instrument dat, als je het goed inzet, heel krachtig kan zijn. Die verandering drijft me: lukt het om de juiste richting op te veranderen? En zo niet: wat leer je daar dan van? Als adviseur en projectleider in het sociaal domein help ik bij het vormgeven en implementeren van beleid en bij het leren van lessen over hoe dat in de praktijk uitwerkt. Zodat die maatschappelijke idealen ook werkelijkheid kunnen worden.
Aard en omvang ouderenmishandeling
Het afgelopen jaar heeft Regioplan samen met de Avans Hogeschool en Leyden Academy on Vitality and Ageing onderzoek gedaan naar de aard en omvang van ouderenmishandeling in drie Nederlandse gemeenten van verschillende omvang, namelijk Rotterdam, Tilburg en Boxtel. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het WODC en op verzoek van het ministerie van VWS.
In het onderzoek is gebruik gemaakt van een combinatie van onderzoeksmethoden, namelijk (1) een 1007-tal face-to-face interviews met een representatieve groep van thuiswonende 65-plussers, (2) een informantenstudie waarbij signalen van ouderenmishandeling door diverse beroepsgroepen in de drie gemeenten werden geregistreerd, (3) registraties van Veilig Thuis als aanvullende bron en (4) een literatuurstudie als referentiekader voor de interpretatie van de onderzoeksresultaten.
1 op de 20 thuiswonende ouderen heeft ooit te maken gehad met ouderenmishandeling
De overkoepelende conclusie: 1 op de 20 thuiswonende ouderen heeft ooit te maken gehad met ouderenmishandeling en 1 op de 50 ouderen wordt jaarlijks slachtoffer van ouderenmishandeling. Deze prevalentiecijfers komen sterk overeen met de resultaten van eerder vergelijkbaar opgezet onderzoek in het buitenland (Ierland). Het onderzoek laat verder zien dat ouderenmishandeling in vele gedaanten en maten van ernst voorkomst en diverse gevolgen kan hebben. Financiële benadeling werd het vaakst gerapporteerd in de interviewstudie, gevolgd door psychische en fysieke mishandeling.
De informantenstudie laat veelal ouderenmishandeling in de context van ontspoorde mantelzorg zien. Zowel slachtoffers als plegers van ouderenmishandeling kunnen getypeerd worden door een aantal kwetsbaarheden, bijvoorbeeld op het vlak van een verslechterde gezondheid, een beperkt sociaal netwerk of financiële moeilijkheden.
Toekomstige aandachtspunten
De bevindingen van het onderzoek bieden enkele aandachtspunten of perspectieven voor de praktijk: 1) ouderenmishandeling kan gesignaleerd worden door professionals, mits zij voldoende aandacht voor en kennis van het thema hebben, 2) ouderen en hun sociale netwerk zijn en blijven een belangrijke doelgroep voor voorlichting en 3) preventie en interventie zijn gebaat bij inzet op het hele systeem waar een oudere in leeft.
Meer informatie?
Het onderzoeksrapport, de onderzoeksverantwoording en de samenvatting van dit onderzoek vindt u op de projectpagina.
De beleidsreactie van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vindt u hier.
Yannick Bleeker MSc
Onderzoek zonder gebruikswaarde is waardeloos. Dat is mijn overtuiging.
In mijn projecten gaat het dus niet alleen om kennisontwikkeling maar ook om de vraag: wat moet er uiteindelijk met deze kennis gebeuren? Goed, bruikbaar en innovatief onderzoek, dat is het doel!
Nog een weg te gaan: stand van zaken aanpak ouderenmishandeling eind 2017
De afgelopen anderhalf jaar hebben wij samen met de Hogeschool van Amsterdam onderzoek gedaan naar de stand van zaken in de aanpak van ouderenmishandeling, in het kader van het Actieplan Ouderen in Veilige Handen 2015-2017.
In het onderzoek is gekeken naar het gebrek aan handelingsvaardigheid in de aanpak van ouderenmishandeling, waar deze zich voordoet en wat de oorzaken zijn. Tevens is de stand van zaken in beleid, organisatie en uitvoering vanuit het perspectief van de gemeenten in kaart gebracht. Dit rapport geeft inzicht in twee belangrijke aspecten van de aanpak van ouderenmishandeling: handelingsverlegenheid en borging in beleid en uitvoering.
Nog een weg te gaan
De overkoepelende conclusie: hoewel er stevig is geïnvesteerd in de aanpak, zijn we er nog niet. Handelingsverlegenheid doet zich nog immer voor op cruciale punten, relevante partijen in de aanpak zijn niet altijd op de hoogte van hun rol en structurele aandacht voor dit belangrijke thema is lang niet overal aanwezig. Er is een stevige basis waarop kan worden voortgebouwd, en het is nu zaak om aandacht voor en de aanpak van deze problematiek structureel te borgen in beleid, organisatie en uitvoering. We bevelen het volgende aan: 1) een stevigere beleidsmatige verankering en verbinding tussen betrokken partijen en beleidsthema’s, 2) een heldere taakverdeling tussen gemeenten en Veilig Thuis, 3) meer structurele inzet op de aanpak van handelingsverlegenheid en 4) sterkere vormgeving van borging van de aanpak.
Meer informatie?
Het volledige rapport vindt u op de projectpagina.
Contact met de politie na een zedendelict
Aangiftepercentages zijn erg laag bij zedendelicten. Ter vergelijking: circa 8 op de 10 slachtoffers van inbraak doen aangifte bij de politie, bij zedenmisdrijven is dat circa 1 op de 6 slachtoffers. Hoe komt dit? Wat speelt er mee in hun beslissing om wel of niet aangifte te doen?
Om deze vraag voor het ministerie van Justitie en Veiligheid te beantwoorden, gingen wij met 30 slachtoffers van seksueel geweld in gesprek over hun beslissing om al dan niet de politie in te schakelen naar aanleiding van wat zij meemaakten. Over de uitkomsten van deze gesprekken schreven we een artikel voor Secondant, dat u hier kunt lezen.
Meer weten?
Op de projectpagina vindt u meer informatie over het onderzoek en het volledige onderzoeksrapport.
#MeToo laat maatschappelijke machtsverschillen zien tussen man en vrouw
#MeToo kaart de rol van gender en machtsmisbruik bij seksueel geweld aan. Dezelfde mechanismen liggen ook onder huiselijk geweld, schrijft onze collega Katrien de Vaan in haar recente bijdrage aan Sociale Vraagstukken. Ze betoogt dat het nodig is om die onderliggende mechanismen te adresseren, willen we dit geweld succesvol kunnen bestrijden. Klik hier om het artikel te lezen.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien de Vaan.