Procesevaluatie pilot ‘SCIL 14-17’ in de jeugdstrafrechtketen

In de jeugdstrafrechtketen bestond de wens om zicht te krijgen op welke jeugdigen mogelijk kampen met LVB problematiek. Begin 2017 is daarom een pilot gedaan met de SCIL, een instrument dat is ontwikkeld en gevalideerd door het lectoraat LVB en Jeugdcriminaliteit van de Hogeschool Leiden.

De pilot moest inzicht geven in de ervaringen met de screening in de praktijk en antwoord geven op de vraag in hoeverre de screening van LVB toegevoegde waarde heeft. Wij hebben in opdracht van het WODC (Ministerie VenJ) de pilot geëvalueerd.

De uitkomsten van de pilot screening LVB zijn veelbelovend. Ze nodigen uit tot nadenken over een bredere toepassing van de screening van LVB, mogelijk ook buiten de jeugdstrafrechtketen, bijvoorbeeld in de jeugdhulp of schuldhulpverlening. Uiteindelijk is het in het belang van jeugdigen en volwassenen met een LVB dat de maatschappij de beperking signaleert en hier adequaat op kan reageren.

Meer informatie?
Het rapport en de samenvatting vindt u hier.

Bijna 30 procent van de politieagenten verzaakt verplichte fysieke vaardigheidstoets

Sinds 2015 dienen alle politieagenten die met geweldsmiddelen zijn uitgerust (ongeveer veertigduizend) minimaal één keer per jaar een fysieke vaardigheidstoets (FVT) af te leggen. Het doel van de FVT is om de medewerkers inzicht te geven in hun eigen fysieke vaardigheden die nodig zijn om het vak professioneel uit te voeren. De politiemedewerker is zelf verantwoordelijk om goed te functioneren in het dagelijkse werk en om het daarvoor benodigde vakmanschap, inclusief een goede fysieke conditie, te onderhouden.

Niet-deelname
Uit het onderzoek dat wij samen met het Mulier Instituut uitvoerden voor het WODC, blijkt dat 29 procent van het politiepersoneel dat de FVT moet afleggen dit in de praktijk niet doet. Voor niet-deelname aan de FVT worden drie redenen genoemd: medewerkers worden niet ingepland (13 procent), zijn belemmerd door blessures of ziekte (11 procent) of ze komen niet opdagen en melden zich ook niet af (5 procent). Het onderzoek stelt verder dat er weinig toezicht is op het inhalen van de toets; uitstel leidt meestal tot afstel. Daarnaast geven politiemedewerkers zelf vaak aan dat ze onvoldoende relatie zien tussen de toets en de praktijk.

Maatregelen
Om de deelname aan de FVT te verhogen, kwam de politie eerder al met enkele maatregelen, zoals de FVT vaker aanbieden en op maat gemaakte sportprogramma’s, waaronder Fit@NP. De resultaten en aanbevelingen uit ons onderzoek worden door de korpschef vertaald naar concrete acties in het kader van de bredere verbetering vakbekwaamheid en het bijhorende kwaliteitssysteem.

Meer informatie?
Het volledige rapport vindt u op de projectpagina. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Yannick Bleeker.

Monitoring My Red Light van start!

Deze week was het niet te missen in de media: de opening van My Red Light. Dit Amsterdamse initiatief stelt sekswerkers in de gelegenheid om in zelfbeheer hun beroep uit te oefenen.

Op vier adressen aan de Wallen zijn 14 nieuwe ramen geopend. Wij zijn als onderzoekspartner bij dit project betrokken en zullen My Red Light twee jaar lang monitoren.

In de monitor gaan we op zoek naar de impact op het gebied van economische en persoonlijke empowerment en maatschappelijke acceptatie van de branche. Want sekswerk in zelfbeheer klinkt natuurlijk mooi, maar in hoeverre draagt een dergelijk initiatief nu daadwerkelijk bij aan een schone, veilige en gezonde werkomgeving? En wat is de impact op de vaardigheden van sekswerkers? En op het imago van de branche? Op onder andere deze vragen zoeken we de komende twee jaar een antwoord.

Meer informatie
Neem voor meer informatie contact op met Yannick Bleeker.

Jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting en binnenlandse mensenhandel

Over de aard en omvang van jongens die slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting en mensenhandel is nog heel weinig bekend. Met een reden. Wij onderzochten de problematiek in samenwerking met Shop Den Haag, in opdracht van het ministerie van VWS.

De grootste belemmerende factor voor zicht op aard en omvang is dat het zich in het verborgene afspeelt. Het fenomeen is onzichtbaar voor de samenleving als geheel, maar ook voor hulpverleningsinstellingen- en organisaties blijft de doelgroep vaak verborgen. Om de problematiek zo goed mogelijk in kaart te brengen, is gekozen voor een onderzoek waarbij gesprekken zijn gevoerd met professionals over casussen die wél bij hen bekend zijn. Dossiers zijn bestudeerd en casuïstiek is verzameld van zowel jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting als ook jongens die daar zeer kwetsbaar voor zijn.

Kwetsbaarheid hangt samen met een diversiteit aan kenmerken
De kwetsbaarheid wordt overwegend veroorzaakt door een diversiteit aan kenmerken. Er kan niet over een homogene groep worden gesproken. De kenmerken van jongens met een verhoogd risico op seksuele uitbuiting variëren: van jongens met een homoseksuele geaardheid in combinatie met een omgeving waarbij een stigma rust op homoseksualiteit, mannenseks en prostitutie en jongens met een verstandelijke beperking, tot jongens met een sterke afhankelijkheid veroorzaakt door onder andere een drugs- en/of alcoholverslaving, schulden en/of dakloosheid.

Nog een weg te gaan in signalering en passende hulp
Volgens professionals staat de signalering van deze jongensslachtoffers nog in de kinderschoenen. Welke mogelijke kenmerken wijzen op slachtofferschap is moeilijk aan te geven. De onbekendheid met het fenomeen en de grote diversiteit onder de jongens uit deze doelgroep, maken het lastig om eenduidig te bepalen welk gedrag bij deze jongens als opvallend en verontrustend moet worden gezien. Een passend zorg- en ondersteuningsaanbod ontbreekt dan ook wanneer het om jongensslachtoffers gaat, aldus de gesproken hulpverleners. Het is volgens professionals niet voldoende om te wachten tot de casuïstiek binnendruppelt. De jongensslachtoffers die in dit onderzoek zijn gevonden hebben hulp nodig, los van de precieze aard en definitie van hun slachtofferschap. Het onderzoek laat zien dat dit de hulpverlening voor grote uitdagingen stelt.

Meer informatie?
Klik hier voor het gehele onderzoeksrapport of neem contact op met Katrien de Vaan.