Kernwoord: Inburgering en taal
Sinds 1998 bestaat er een wettelijke plicht tot inburgeren. De gedachte hierachter is dat een goede beheersing van de Nederlandse taal een belangrijke voorwaarde is voor integratie. Meer recent is ook in het kader van de Brede Aanpak Taal steeds meer aandacht voor laaggeletterdheid en het verhogen van de taalvaardigheid, onder andere ten behoeve van het behoud en doorstroom van werknemers. Regioplan is sinds de invoering van de inburgeringsplicht betrokken bij onderzoek en advies op het terrein van inburgering en taalverwerving.
Regioplan voert onder andere effectstudies van inburgering uit, we doen onderzoek naar de wensen en percepties van inburgeraars zelf en brengen de kwaliteit van het inburgerings- en taalaanbod in kaart. Ook kunnen we bedrijven ondersteunen met projecten rondom ‘taal op de werkvloer’: het in kaart brengen van behoeften, het formuleren van randvoorwaarden voor succes en het evalueren van resultaten.
Inburgering en re-integratie hand in hand
Voorafgaand aan de invoering van de WI heeft het ministerie van
Justitie zes gemeenten gevraagd om een pilot te starten. Zij deden ervaring op
met het combineren van inburgerings- en reïntegratievoorzieningen. In de pilots
is gebleken dat deze combinatie in de praktijk goed te maken is. Daarvoor zijn
een duidelijke bestuurlijke visie en een weloverwogen organisatie nodig.
Werking en opbrengsten inburgering Utrecht
De gemeente Utrecht biedt inburgeraars naast een basistraject inburgering aanvullende programma’s aan om beter Nederlands te leren en kennis te maken met Nederlanders en de Nederlandse maatschappij. Regioplan heeft de resultaten van vier programma’s onderzocht. Het gaat om plustrajecten (extra taallessen), Doe Meer Met Inburgering (DMMI, kennismaking met maatschappelijke en culturele organisaties), Spraakmakend (conversatielessen) en Diverse Utrechtse Ontmoetingen (DUO, een maatjesprogramma). Uit het onderzoek komt naar voren dat de plustrajecten maar voor een kleine groep meerwaarde hebben. DUO en Spraakmakend zijn daarentegen een zinvolle aanvulling op de inburgeringstrajecten, met name door het oefenen van de taal in de praktijk. DMMI voorziet in een duidelijke behoefte aan informatie.
Evaluatie van de informatievoorziening in het kader van de wet inburgering in Barendrecht en Ridderkerk
Regioplan onderzocht voor de gemeenten Ridderkerk en Barendrecht of hun informatievoorziening over inburgering doeltreffend en doelmatig is. De gemeenten hebben die voorziening verschillend georganiseerd: Barendrecht informeert inburgeringsplichtigen door een uitnodigingsbrief en informatiefolder; Ridderkerk legt persoonlijke huisbezoeken af. De onderzoeksvraag is beantwoord door interviews met beleidsmakers, een documentenstudie en een enquête onder inburgeringsplichtigen. In beide gemeenten is de informatievoorziening doeltreffend: na de informatie weten inburgeraars meer over inburgering dan daarvoor. In Barendrecht is de informatievoorziening daarnaast ook doelmatig: met relatief eenvoudige middelen bereikt de gemeente de doelgroep goed. In Ridderkerk verloopt de informatievoorziening minder doelmatig: de huisbezoeken kosten veel tijd en inspanning en resulteren slechts in beperkte mate in het bereik van de doelgroep.
Onderzoek naar de mogelijkheden van lichte verificatie van de verklaring educatie
Naar aanleiding van de motie-Dijsselbloem heeft Regioplan in 2007 in opdracht van het rijk onderzocht wat de mogelijkheden zijn van een lichte verificatieprocedure van de Verklaring Educatie. Het doel was om te bezien of deze verklaringen kunnen leiden tot een vrijstelling voor oudkomers van het taalgedeelte van de verplichte inburgering. Daartoe is bij ROC’s onderzocht of verklaringen structureel zijn afgegeven; of voldoende informatie op de verklaringen is opgenomen en of de inhoud en afgifte van de verklaringen zijn geadministreerd door de ROC’s. Deze componenten tezamen bepalen of een verificatieprocedure haalbaar is. Op basis van het onderzoek kondigt de minister voor Wonen, Wijken en Integratie aan dat zij de Regeling inburgering zal aanpassen (zie bijgevoegde brief aan de Tweede Kamer).
De participatieladder: meetlat voor het participatiebudget
Regioplan ontwikkelt in opdracht van en samen met twaalf gemeenten en de VNG een participatieladder. Hiermee kunnen gemeenten de mate van participatie van burgers in beeld brengen. De participatieladder onderscheidt zes participatieniveaus: geïsoleerd, informele sociale contacten, deelname aan georganiseerde activiteiten, onbetaald werk, betaald werk met en zonder ondersteuning. Gemeenten kunnen met de participatieladder de participatie-effecten van het participatiebeleid in de breedte volgen en ook de effecten van afzonderlijke instrumenten. Het maakt daarbij niet uit of het om re-integratie-, inburgerings- of educatie-instrumenten gaat. Hiermee kunnen gemeenten in het kader van het nieuwe participatiebudget een optimale mix van instrumenten vaststellen en tot een integrale aanpak komen.
Integratie door arbeidsparticipatie
In 2005 zijn vijftien innovatieve EQUAL-projecten van start gegaan, gericht op inburgering en arbeidsmarktintegratie van etnische minderheden. Een nationaal thematische netwerk heeft deze projecten ondersteund bij het verspreiden en de inbedding van de ontwikkelde methodieken. Regioplan was als adviseur bij dit netwerk betrokken en was auteur van de eindrapportage van het netwerk.
Marktoverzicht van aanbieders van inburgeringscursussen: behoeftepeiling inburgeraars
Op 1 januari 2007 is de aangepaste Wet inburgering in werking getreden. Inburgeraars zijn met invoering van deze wet zelf verantwoordelijk geworden voor het volgen in inburgeringscursussen en het behalen van het inburgeringsexamen. Stichting Blik op Werk wilde als beheerder van het Keurmerk Inburgeren een marktoverzicht presenteren van aanbieders van inburgeringscursussen. Vooruitlopend hierop heeft Regioplan een behoeftepeiling uitgevoerd onder de beoogde toekomstige gebruikers: inburgeraars. Het onderzoek is uitgemond in een advies over de invulling van het marktoverzicht. Inmiddels heeft Stichting Blik op Werk een website opgezet met daarin het marktoverzicht.
Evaluatie van de pilots met gecombineerde inburgerings- en re-integratievoorzieningen
Van 1 oktober 2004 tot 1 oktober 2005 hebben zes gemeenten (Tilburg, Den Haag, Rotterdam, Groningen, Gouda en Samenwerkingsverband Alblasserwaard-Oost/Vijfheerenlanden) meegedaan aan een pilot om ervaring op te doen met de samenloop van inburgering en re-integratie voor het nieuwe inburgeringsstelsel. Het doel van de pilots was om binnen de huidige wettelijke kaders ervaring op te doen met het aanbieden van gecombineerde trajecten aan nieuw- en oudkomers conform de uitgangspunten van het nieuwe stelsel. Regioplan heeft de pilots geëvalueerd. Uit de evaluatie blijkt dat re-integratie en inburgering goed te combineren zijn en – mits goed ingevoerd door gemeenten – elkaar zelfs kunnen versterken.
Evaluatie duale trajecten oudkomers Dordrecht
Het project kende een grote uitval, met name tijdens of net na het voortraject. Daarom concluderen wij dat duale trajecten alleen geschikt zijn voor cliënten die slechts werknemersvaardigheden ontberen, maar verder geen grote belemmeringen hebben voor arbeidsdeelname. Veel oudkomers bleken medische en/of psycho-sociale belemmeringen te hebben. Verder bleken beschermde leerwerkplekken weliswaar lagere instroomeisen te hebben dan de reguliere, maar weinig activerend te zijn voor de deelnemers. Bijna niemand stroomde vanuit deze beschermde plekken uit naar regulier werk. Wanneer echter een deelnemer erin slaagt een leerwerkplek bij een reguliere werkgever te bemachtigen, is de kans veel groter dat uitstroom naar regulier werk slaagt.
Cursusbehoefteonderzoek oudkomers Tilburg
Uit de ervaringen met het inburgeringsbeleid is gebleken dat in veel gevallen de aansluiting tussen de behoeften van oudkomers aan inburgeringsprogramma’s en het bestaande cursusaanbod onvoldoende is. Regioplan heeft voor de gemeente Tilburg onderzoek verricht naar de cursusbehoeften van verschillende groepen oudkomers (Marokkanen, Turken, Antillianen en Somaliërs). Hiervoor is gebruik gemaakt van het door Regioplan ontwikkelde instrument waarmee inzicht wordt verkregen in de cursusbehoeften van groepen oudkomers. Het onderzoek richtte zich op de twee prioritaire doelgroepen van het oudkomersbeleid: opvoeders en werklozen met een taalachterstand.