Kernwoord: Organisatie en bekostiging
In de onderwijssector gaan grote sommen geld om en er zijn met regelmaat organisatorische veranderingen. De besteding van geld en het vooraf toetsen of achteraf evalueren van ingezette veranderingen is van belang voor de ontwikkeling van doelmatig onderwijsbeleid. Regioplan doet regelmatig onderzoek naar organisatie en bekostigingsaspecten. De projecten op dit terrein zijn zeer divers.
Onderzoek vergoeding schoolspecifieke knelpunten
Om scholen in het primair onderwijs die in hoge mate geconfronteerd worden met de negatieve effecten van de krappe arbeidsmarkt te ondersteunen, is voor de duur van twee jaar een extra budget beschikbaar gesteld. Dit is de ‘Regeling vergoeding schoolspecifieke knelpunten in de personeelsvoorziening’. Met het onderzoek is achterhaald wat de bekendheid van de regeling is, hoe het aanvullend budget wordt ingezet en ten behoeve waarvan. Tevens is nagegaan of er zich voor wat betreft de besteding problemen hebben voorgedaan en of eventuele aanpassingen in de regeling wenselijk zijn.
Monitor decentrale budgetten 2003/2004
Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en instellingen in de BVE-sector ontvangen decentrale school- en instellingsbudgetten die ze kunnen inzetten om hun organisatie te professionaliseren en zich te ontwikkelen tot moderne arbeidsorganisaties. De ruimte voor scholen en instellingen om eigen beslissingen te nemen over de inzet van die budgetten is groot. Zij kunnen zelf prioriteiten stellen en de budgetten naar eigen inzicht besteden. In de afgelopen jaren is de omvang van het decentrale schoolbudget toegenomen en hebben de sociale partners afspraken gemaakt over de bestedingsmogelijkheden ervan en de doelstellingen die met de besteding worden nagestreefd. Om de ontwikkelingen te volgen heeft het Ministerie van OCW met de sociale partners afgesproken om de besteding van het budget te monitoren. Regioplan Beleidsonderzoek heeft op verzoek van het Ministerie van OCW, net als in de drie voorgaande jaren, ook in 2004 een meting voor de monitor uitgevoerd. In deze rapportage vindt u daarvan de resultaten.
Monitor decentrale budgetten 2002/2003
Binnen het kader van de verdere deregulering en decentralisatie in de onderwijssector krijgt het personeelsbeleid de afgelopen jaren veel aandacht. Er wordt naar gestreefd de arbeidsmarktpositie van het onderwijs te versterken door het werken in het onderwijs aantrekkelijker te maken en door scholen en instellingen zich te laten ontwikkelen tot moderne arbeidsorganisaties. De toekenning van decentrale school- en instellingsbudgetten passen binnen deze ontwikkeling van het beleid. De ruimte voor scholen en instellingen om eigen beslissingen te nemen over de inzet van die budgetten is groot. Zij kunnen zelf prioriteiten stellen en maatregelen nemen die het best passen bij hun specifieke situatie. Het Ministerie van OCenW heeft bij de introductie van decentrale budgetten met de sociale partners afgesproken de besteding ervan te monitoren. De afgelopen jaren hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan in de inhoud van de regelingen, de hoogte van van de bud-getten en de doelstellingen die ermee worden nagestreefd. Daarom werd in opdracht van OCW, na eerdere metingen voor deze monitor in 2001 en 2002, nu een derde meting uitgevoerd. In deze rapportage vindt u de resultaten van die meting 2002-2003.
Monitor decentrale budgetten 2001/2002
In 2001 is met de onderwijsbonden een akkoord gesloten over een CAO-verlenging voor het primair en voortgezet onderwijs en de bve-sector. Daarbij is overeengekomen een extra investering te doen van f 1,2 miljard in scholen en personeelsbeleid, met als doel het werken in het onderwijs aantrekkelijker te maken. Een van de elementen van het akkoord betreft het school- of instellingsbudget; het bedrag is verhoogd en is vrij besteedbaar. Bij het Ministerie van OC&W bestond er behoefte aan inzicht in onder andere de wijze waarop de budgetten worden ingezet, de doelmatigheid en de eventueel gewenste aanpassingen van de regelingen. In januari 2002 heeft Regioplan om die reden voor het tweede achtereenvolgende jaar een monitoronderzoek uitgevoerd.
Zieke leerlingen
Zieke kinderen die niet naar school kunnen, hebben kans forse achterstand op te lopen in hun schoolcarrière. In het verleden volgden zij, wanneer ze opgenomen waren in het ziekenhuis, onderwijs in een ziekenhuisschool. Ziekenhuisopnames duren echter korter dan vroeger en verpleging vindt voor een groter deel thuis plaats. Dit maakt het belang van een ononderbroken schoolloopbaan voor ernstig zieke leerlingen groter. Per 1 augustus 1999 is daarom een nieuwe wet (Wooz) van kracht geworden waarmee de verantwoordelijkheid voor het onderwijs aan een zieke leerling bij de school is gelegd, de ziekenhuisscholen zijn opgeheven en consulenten die ondersteuning bieden bij het onderwijs aan zieke leerlingen zijn geïntroduceerd. In opdracht van het Ministerie van OCW is nagegaan in hoeverre de zieke leerlingen nu op een adequate manier onderwijs krijgen aangeboden.
Effectiviteit reiskostenregeling in primair onderwijs, voortgezet onderwijs en BVE-sector
In dit onderzoek zijn de knelpunten in de reiskostenregeling voor de onderwijssector geïnventariseerd via een enquête onder onderwijspersoneel, een analyse van de ov-bereikbaarheid van onderwijsinstellingen en een vergelijking van de reiskostenregeling in het onderwijs met die in andere sectoren. Het blijkt dat de reiskostenvergoeding in veel gevallen niet toereikend is en dat de reiskostenregeling voor de onderwijssector relatief ongunstig is ten opzichte van andere sectoren. In het eindrapport worden voorstellen gedaan voor de oplossing van de knelpunten.
Kosten van zij-instroom in het onderwijs
Het tekort aan leraren kan mogelijk worden tegengegaan door de zij-instroom vanuit andere beroepen te stimuleren. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt om die reden al jaren subsidie beschikbaar om de zij-instroom in het leraarsberoep te faciliteren en te stimuleren. Wij brachten de verschillende trajecten en de kosten daarvan voor scholen/schoolbesturen in het po, vo en mbo in kaart.
In het primair onderwijs blijken zij- instromers minder vaak voor te komen dan in het voortgezet en het middelbaar onderwijs. Ook zijn de zij-instroomtrajecten kostbaarder in het po. De belangrijkste verklaring daarvoor ligt bij de kosten voor scholing en de dubbele bezetting die nodig is zolang de zij-instromer nog niet alleen voor de groep kan staan.
Meer informatie?
Bel Kees, klik hier voor een samenvatting, of lees het hele rapport.